ECLI:NL:RBGEL:2026:2092

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
11852254 \ CV EXPL 25-6687
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:230a BWArt. 6:230b BWArt. 6:230c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling vordering Q-Park wegens 'treintje rijden' in parkeeraccommodatie Arnhem

Q-Park vordert betaling van een schadevergoeding en incassokosten van gedaagde wegens het verlaten van de parkeeraccommodatie Arnhem Broerenstraat door middel van 'treintje rijden', een verboden handeling volgens de algemene voorwaarden. Gedaagde betwist dat hij de bestuurder was en voert aan dat zijn broer de auto bestuurde.

De kantonrechter stelt vast dat door het binnenrijden van de parkeeraccommodatie een overeenkomst tot stand komt tussen Q-Park en de bestuurder. Het vermoeden bestaat dat de kentekenhouder ook de bestuurder is, tenzij dit wordt weerlegd. Gedaagde heeft dit vermoeden onvoldoende gemotiveerd weerlegd, mede omdat hij eerder erkende bestuurder te zijn geweest en een schikkingsvoorstel deed.

De algemene voorwaarden van Q-Park zijn van toepassing en bevatten geen onredelijk bezwarende bedingen. Het forfaitaire bedrag van € 373,81 per overtreding is redelijk en dient als prikkel tot nakoming. De kantonrechter wijst de vordering van Q-Park toe, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, en veroordeelt gedaagde tevens in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, incassokosten en rente wegens 'treintje rijden' in parkeeraccommodatie.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11852254 \ CV EXPL 25-6687
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Q-Park,
gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel,
tegen
[naam gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. D. Schreurs.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 12 augustus 2025 met producties 1 tot en met 5,
  • de conclusie van antwoord met producties 1 en 2,
  • de conclusie van repliek met producties 6 en 7,
  • de conclusie van dupliek met producties 3 en 4,
  • de akte aan de kant van Q-Park.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat een vonnis zal worden gewezen.

2.De feiten

2.1.
Q-Park exploiteert en beheert parkeeraccommodaties in Nederland, waaronder de parkeeraccommodatie Arnhem Broerenstraat (hierna: de parkeeraccommodatie). Bij de ingang van de parkeeraccommodatie staat een informatiebord met daarop de geldende tarieven en toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. In de algemene voorwaarden van Q-Park is, voor zover relevant, het volgende vastgelegd:
“5.5 Het met een Motorvoertuig verlaten van de Parkeerfaciliteit zonder gebruikmaking van een geldig, door Q-Park geaccepteerd Parkeerbewijs is onder geen beding toegestaan. Indien Q-Park een gebruik van de Parkeerfaciliteit in strijd met het bepaalde in dit artikel constateert, is de Klant het door Q-Park voor de betreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit verschuldigd, vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 373,81 (incl. BTW prijspeil 2024). Q-Park heeft het recht daarnaast en daarenboven overige daadwerkelijk geleden (gevolg)schade te vorderen.
(…)
5.6
In geval van verlies of het ontbreken van het Parkeerbewijs, is de Parkeerder het door Q-Park voor de desbetreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit verschuldigd.
(…)
5.7
Het zonder voorafgaande betaling van het verschuldigde Parkeergeld met het Motorvoertuig verlaten van de Parkeerfaciliteit, bijvoorbeeld door middel van het zogenoemde “treintje rijden” waarbij de Klant direct achter zijn voorganger onder de slagboom doorrijdt, is onder geen beding toegestaan. Indien Q-Park een gebruik van de Parkeerfaciliteit in strijd met het bepaalde in dit artikel constateert, is de Klant het door Q-Park voor de betreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit verschuldigd, vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 373,81 (incl. BTW prijspeil 2024). Q-Park heeft het recht daarnaast en daarenboven overige daadwerkelijk geleden (gevolg)schade te vorderen.
(…)
5.8
Het is Q-Park niet toegestaan om bij beroep op de artikel 5.5., 5.6. en/of 5.7. voor dezelfde gedraging en/of tegelijkertijd een beroep te doen op artikel 7.5, 8.1 en/of 8.3. Noch is het Q-Park toegestaan verschillende mogelijkheden tot het vorderen van een schadevergoeding voor één en dezelfde gedraging te stapelen en/of dubbel te vorderen op grond van enig artikel in deze Voorwaarden.
(…)
8.2
Indien Q-Park genoodzaakt is een sommatie, ingebrekestelling of ander exploot aan de Klant te doen uitbrengen of in geval van noodzakelijke procedures tegen de Klant, is de Klant verplicht alle daarvoor gemaakte kosten, waaronder de kosten van rechtskundige bijstand, zowel in als buiten rechte, aan Q-Park te vergoeden. (…) In afwijzing van vorenstaande geldt tussen Q-Park en de consument (een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf) de wettelijke regeling van art. 6:96 BW Pro en het Besluit Vergoeding voor Buitengerechtelijke Incassokosten.
8.3
Q-Park is gerechtigd het Motorvoertuig van de Klant onder zich te houden en/of daartoe geëigende maatregelen te treffen, zoals het aanbrengen van een wielklem, zolang de Klant niet al hetgeen hij verschuldigd is aan Q-Park, heeft voldaan, tenzij zulks in deze Voorwaarden en/of wettelijk is uitgesloten.´
2.2.
Op 22 november 2024 is de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] (hierna: de auto), waarvan [gedaagde] de kentekenhouder is, op twee verschillende tijdstippen uit de parkeeraccommodatie Arnhem Broerenstraat (hierna: de parkeeraccommodatie) gereden. De auto heeft dit beide keren gedaan door direct achter een voorganger onder de slagboom te rijden (het zogenoemde ‘treintje rijden’).
2.3.
Q-Park heeft [gedaagde] tweemaal een brief gestuurd over het ‘treintje rijden’ en verzoekt daarin betaling van het ‘tarief verloren kaart’ en een schadevergoeding voor de twee overtredingen.
2.4.
Bij e-mail van 13 december 2024 heeft de eerste gemachtigde van [gedaagde] geschreven dat hij de overtredingen erkent en bereid is om de schade te vergoeden. Wel heeft hij gesteld dat de vordering van Q-Park te hoog is en heeft daarom een tegenvoorstel gedaan om de kwestie af te wikkelen.
2.5.
Op 10 februari 2025 heeft de tweede gemachtigde van [gedaagde] een brief gestuurd waarin het standpunt wordt ingenomen dat [gedaagde] niet de bestuurder was toen de overtredingen zijn begaan en dat hij daardoor niet aansprakelijk is. Tussen 12 februari 2025 en 16 september 2025 hebben partijen elkaar hier over en weer over gesproken.

3.Het geschil

3.1.
Q-Park vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij uitvoerbaarheid bij voorraad te verklaren vonnis:
[gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 917,26 (bestaande uit tarief verloren kaart van € 50,00, een schadevergoeding van € 747,62 en buitengerechtelijke incassokosten van € 119,64), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van pleging, althans van verzuim, althans vanaf een andere door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum,
[gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.
3.2.
Q-Park legt aan haar vordering (samengevat) ten grondslag dat [gedaagde] tweemaal de parkeeraccommodatie heeft verlaten door middel van ‘treintje rijden’. Primair stelt Q-Park dat [gedaagde] hiermee toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Subsidiair stelt Q-Park dat [gedaagde] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door het ‘treintje rijden’.
3.3.
[gedaagde] erkent dat het zijn auto is die de betreffende overtredingen heeft begaan.
[gedaagde] voert echter aan dat niet hij maar zijn broer [naam] de bestuurder van de auto was en dat er daardoor geen contractuele relatie is tussen partijen. Ook voert [gedaagde] aan dat de algemene voorwaarden van Q-Park een aantal onredelijk bezwarende bedingen bevatten die om die reden vernietigd moeten worden door de kantonrechter.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Overeenkomst tussen partijen
4.1.
Door een parkeeraccommodatie van Q-Park binnen te rijden, komt er een overeenkomst tot stand tussen Q-Park en de bestuurder van het voertuig. Hoewel er geen wettelijke grondslag bestaat op grond waarvan de kentekenhouder zonder meer als contractspartij van Q-Park is aan te merken, kan uit de registratie als kentekenhouder wel met gerechtvaardigd vertrouwen worden afgeleid dat de kentekenhouder ook de bestuurder van het voertuig is geweest. In beginsel wordt er daarom van uitgegaan dat de kentekenhouder de bestuurder van de auto is geweest. Het ligt dan op de weg van de kentekenhouder om dat vermoeden te weerleggen door aan te tonen dat een derde in het voertuig reed. [gedaagde] heeft niet betwist dat het kenteken van de auto bij de RDW op zijn naam geregistreerd staat. In beginsel wordt er dan dus vanuit gegaan dat er een overeenkomst is ontstaan tussen partijen. Nu [gedaagde] aanvoert dat zijn broer [naam] de bestuurder van de auto was ten tijde van de overtredingen op 22 november 2024, is het aan hem om dit aan te tonen.
4.2.
Hoewel [gedaagde] meermaals stelt dat hij niet de bestuurder is geweest, overlegt [gedaagde] geen nadere onderbouwing waarmee hij aantoont dat zijn broer in de auto reed. Hij legt bij dupliek wel de NAW-gegevens over van zijn broer, maar deze gegevens onderbouwen niet dat zijn broer in de auto reed ten tijde van het plegen van de overtredingen. Ook ontbreekt een verklaring van zijn broer dat hij, en niet [gedaagde] , verantwoordelijk is voor de overtredingen met de auto. Daarbij komt dat [gedaagde] in een eerdere fase wel heeft erkend dat hij de bestuurder was en ook aan Q-Park een schikkingsvoorstel heeft gedaan ter afwikkeling van de kwestie. Dit alles maakt dat [gedaagde] naar oordeel van de kantonrechter het rechtsvermoeden dat hij de bestuurder is geweest, onvoldoende gemotiveerd heeft weerlegd. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat er een overeenkomst tot stand is gekomen tussen Q-Park en [gedaagde] . De vorderingen van Q-Park zijn daarmee in beginsel toewijsbaar, nu tussen partijen vaststaat dat de auto twee overtredingen heeft begaan op 22 november 2024.
Algemene voorwaarden
4.3.
Q-Park heeft onweersproken gesteld dat bij de ingang van de parkeergarage een bord staat met daarop de parkeertarieven en de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden en de (digitale) vindplaats daarvan, zodat de algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn. Daarmee is voldaan aan de artikelen 6:234, 6:230a, 6:230b en 6:230c BW. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst. [gedaagde] voert aan dat de artikelen 5.5, 5.6, 5.7, 8.2 en 8.3 van de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend zijn en voor vernietiging in aanmerking komen.
4.4.
Anders dan [gedaagde] is de kantonrechter van oordeel dat de algemene voorwaarden geen bedingen bevatten die, afzonderlijk én in onderlinge samenhang bezien, oneerlijk zijn.
Het ‘tarief verloren kaart’ (een vergoeding voor het gederfde parkeertarief) is redelijk en laat onverlet dat Q-Park een aanvullende schadevergoeding in de vorm van een forfaitair bedrag mag vorderen, alsmede overige, daadwerkelijk geleden (gevolg)schade en de werkelijke parkeerkosten, voor zover die parkeerkosten hoger zijn dan het ‘tarief verloren kaart’. Dit is naar oordeel van de kantonrechter niet oneerlijk. Het forfaitaire bedrag van € 373,81 dient immers als prikkel tot nakoming (uitrijden nadat er is betaald) en mag in dat opzicht voldoende afschrikwekkend zijn, teneinde het ‘treintje rijden’ te ontmoedigen. Bovendien staat het in redelijk verhouding tot het belang van Q-Park en dient het voor vergoeding van algemenere schade, zoals de inzet van personeel en apparatuur met betrekking tot het voorkomen van en klachten over ‘treintje rijden’. Verder kan ‘treintje rijden’ leiden tot kopieergedrag, schade aan de slagboom bij het uitrijden en een onveilig gevoel in de parkeergarage. Van een buitensporige boete, die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, is naar het oordeel van de kantonrechter dan ook geen sprake.
4.5.
Verder heeft Q-Park in artikel 5.8 cumulatie van andere bedingen uit de algemene voorwaarden voor dezelfde gedragingen uitgesloten. Hierbij geldt dat artikel 8.3., het plaatsen van een wielklem, niet mogelijk is in combinatie met de artikelen 5.5. tot en met 5.7. Ten aanzien van de op grond van artikel 8.2 van de algemene voorwaarden gevorderde proceskosten en buitengerechtelijke incassokosten, is de kantonrechter van oordeel dat geen sprake is van ongeoorloofde cumulatie, nu het niet leidt tot een onevenredige afwijking van de wettelijke regeling, die zonder het beding zou gelden.
Toewijzing vordering
4.6.
Gelet op het voorgaande wijst de kantonrechter de gevorderde hoofdsom van € 797,62 toe (bestaande uit € 50,00 ‘tarief verloren kaart’ + € 747,62 schadevergoeding).
De wettelijke rente vanaf de datum van pleging (22 november 2024), die niet is betwist, wordt toegewezen over de hoofdsom, nu [gedaagde] in verzuim is met de tijdige betaling van de hoofdsom.
4.7.
Q-Park vordert een bedrag van € 119,64 aan buitengerechtelijke incassokosten.
De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Q-Park heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Daarom zal een bedrag van € 119,64 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen vanaf 12 augustus 2025 (datum dagvaarding) tot de dag van volledige betaling.
De proceskosten
4.8.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Q-Park worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
360,00
(2,5 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
892,78
Uitvoerbaar bij voorraad
4.9.
De veroordeling in dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dit betekent dat deze uitspraak geldt, totdat in een eventueel hoger beroep anders is beslist.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park een bedrag van € € 797,62 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 22 november 2024 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park de buitengerechtelijke incassokosten van € 119,64 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 12 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 892,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
68348 61525