ECLI:NL:RBGEL:2026:2259

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
AWB 26/1284
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 3:9 AwbHoofdstuk 5 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen euthanasie hond wegens gevaarlijk gedrag

Verzoeker is eigenaar van een Bully XL-hond die meerdere keren betrokken was bij bijtincidenten, waaronder een ernstig incident waarbij een andere hond gewond raakte. Het college heeft de hond gevaarlijk verklaard, een aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd en de hond uiteindelijk in beslag genomen. Na een gedragsonderzoek door een deskundige werd geadviseerd de hond te euthanaseren vanwege het hoge risico op herhaling van bijtincidenten.

Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit tot euthanasie en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college bevoegd was tot inbeslagname en euthanasie, mede gelet op de risicoanalyse en eerdere overtredingen van het aanlijn- en muilkorfgebod. De voorzieningenrechter vond het besluit proportioneel en niet in strijd met het vertrouwensbeginsel.

De voorzieningenrechter erkende de emotionele impact voor verzoeker, maar stelde dat het laten inslapen van de hond een ultimum remedium is en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, waardoor het college de hond mag laten inslapen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor het college de hond mag laten inslapen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/1284

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. Y. ten Tuijnte),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem

(gemachtigde: mr. F.A. Pommer).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van het college om de hond van verzoeker, [naam hond], in te laten slapen. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoeker.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college [naam hond] in beslag heeft kunnen nemen en heeft kunnen beslissen [naam hond] conform het advies van de hondengedragsdeskundige in te zullen laten slapen.
1.2. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 26 februari 2026 heeft het college [naam hond] in beslag genomen en bepaald dat op 11 maart 2026 wordt overgegaan tot het uitvoeren van het advies van de geraadpleegde hondengedragsdeskundige en [naam hond] zal worden geëuthanaseerd
.2.1. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.2.
Het college heeft toegezegd de uitspraak van de voorzieningenrechter af te wachten.
2.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verzoeker deelgenomen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde en [persoon A].

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Totstandkoming van het bestreden besluit3. Verzoeker is eigenaar van [naam hond], een hond van het ras Bully XL. Met het besluit van 23 april 2025 heeft het college [naam hond] gevaarlijk verklaard en een kort aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd omdat [naam hond] bij meerdere bijtincidenten naar andere honden en personen betrokken was.
3.1.
Omdat [naam hond] op 4 september 2025 opnieuw bij een bijtincident betrokken was, waarbij hij een andere hond ernstig verwondde op een grasveld nabij de woning van verzoeker aan het [locatie] in [plaats], heeft het college [naam hond] met het besluit van 7 november 2025 tijdelijk in beslag genomen en een gedragsonderzoek uit laten voeren.
3.2.
Een gediplomeerd hondengedragsdeskundige van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht heeft op 28 november 2025 een risicoanalyse van [naam hond] gemaakt en geadviseerd [naam hond] te laten inslapen. Het risico op een (herhaald) bijtincident naar kinderen en andere honden is heel hoog, en het risico naar mensen hoog.
3.3.
Met het bestreden besluit van 26 februari 2026 heeft het college [naam hond] definitief in beslag genomen en bepaald dat op 11 maart 2026 wordt overgegaan tot het uitvoeren van het advies van de gedragsdeskundige en [naam hond] zal worden geëuthanaseerd.
Beoordeling
4. De voorzieningenrechter stelt voorop dat het besluit van 7 november 2025 tot het tijdelijk in beslag nemen van [naam hond] en het uit laten voeren van een gedragsonderzoek niet voor ligt. Voor zover de gronden zien op (de totstandkoming van) dit besluit laat de voorzieningenrechter deze dan ook buiten beschouwing.
Is het college bevoegd [naam hond] in beslag te nemen?5. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) dat het college bestuursdwang mag toepassen ter voorkoming van een herhaling van een overtreding. [1] Bij overtreding van een aanlijn- en muilkorfgebod is het college bevoegd de betreffende hond in beslag te nemen, om zo een herhaling van die overtreding en het daarmee veroorzaakte gevaar voor de veiligheid van de omgeving, te voorkomen.
5.1.
Niet in geschil is dat [naam hond] op 4 september 2025 betrokken was bij een bijtincident waarbij hij een hond ernstig heeft verwond. [naam hond] was toen niet kort aangelijnd en ook niet gemuilkorfd. Verzoeker betwist ook niet dat hij het kort aanlijn- en muilkorfgebod heeft overtreden. Het college was daarom bevoegd om [naam hond] op grond van hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht in beslag te nemen. Dat verzoeker op dat moment al een aantal muilkorven gekocht had, die te klein bleken te zijn, doet hier niet aan af. Hierbij geldt bovendien dat het aanlijn- en muilkorfgebod reeds dateert van 23 april 2025 en het dus van verzoeker verwacht mag worden dat hij niet pas in september bezig was met het aanschaffen van de juiste maat muilkorf. Bovendien was [naam hond] bij het incident op 4 september 2025 niet kort aangelijnd, zoals het besluit van 23 april 2025 vereist.
Is inbeslagname van [naam hond] evenredig?6. Vervolgens moet worden beoordeeld of het besluit tot inbeslagname van [naam hond] evenredig is. De inbeslagname is onder meer gebaseerd op de risicoanalyse van 28 november 2025. De risicoanalyse is opgemaakt door een gediplomeerd hondengedragsdeskundige.
6.1.
Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat een bestuursorgaan op het advies van een deskundige mag afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van Pro de Awb voor de wettelijke adviseur en volgt uit artikel 3:2 van Pro de Awb voor andere adviseurs. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt het orgaan de adviseur een reactie op wat een partij over het advies heeft aangevoerd.
6.2.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college aan zijn vergewisplicht heeft voldaan. Het college heeft verzoeker bovendien in de gelegenheid gesteld een contra-expertise uit te laten voeren. Hoewel verzoeker van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt en een onderzoek heeft laten uitvoeren bij [naam hond], heeft hij de resultaten van dit onderzoek niet met het college willen delen. Verzoeker heeft ook verder niet aannemelijk gemaakt dat er aanknopingspunten zijn voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop. Het college mocht daarom uitgaan van de risicoanalyse van de gedragsdeskundige.
6.3.
Uit de risicoanalyse volgt dat [naam hond] een zeer groot risico vormt voor kinderen en andere honden en een groot risico voor volwassenen. Als [naam hond] aanvalt richt hij zich op de keel, waardoor de kans op zwaar letsel groot is. In het gedrag naar andere honden toont hij prooivangelementen. Prooivanggedrag is een intrinsiek belonend gedrag. De ervaring leert dat zelfs na langdurige training slechts een beperkt resultaat in het gedrag van de hond zichtbaar is. Training leidt daarbij slechts tot vertonen van ander gewenst gedrag in een bepaalde context. De motivatie van de hond zal in die prikkel/contextsituaties niet veranderen. Daardoor blijft een groot risico op bijten bestaan. [naam hond] is niet herplaatsbaar. Verzoeker vormt volgens de gedragsdeskundige een risicoverhogende factor omdat hij ondanks eerdere bijtincidenten, het opnieuw bijten van een andere hond niet heeft weten te voorkomen en [naam hond] uitlaat zonder muilkorf, terwijl een kort aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd. Hij laat zich leiden door mogelijk negatieve reacties als hij [naam hond] met een muilkorf uitlaat. Het advies van de gedragsdeskundige is om [naam hond] in te laten slapen.
6.4.
Naast de risicoanalyse van 28 november 2025 heeft het college aan de inbeslagname de vier verschillende bijtincidenten ten grondslag gelegd die hebben plaatsvonden. Eén heeft op 12 maart 2025 plaatsgevonden, twee incidenten vonden op 23 maart 2025 plaats en één incident vond op 4 september 2025 plaats. Uit de informatie van de politie blijkt ook dat er meldingen zijn over angst onder buurtbewoners omdat verzoeker zich niet aan het kort aanlijn- en muilkorfgebod hield. Bovendien is gebleken dat verzoeker zich niet aan dit gebod wilde houden vanwege het gevaar van stigmatisering. Er was dus vrees voor nieuwe overtredingen van het kort aanlijn- en muilkorfgebod en voor nieuwe bijtincidenten. Het in beslag nemen van [naam hond] is onder deze omstandigheden in verhouding tot het daarmee te dienen doel, namelijk het voorkomen van nieuwe overtredingen..
Is het college bevoegd om [naam hond] in te laten slapen?7. Uit de risicoanalyse van 28 november 2025 volgt dat [naam hond] een zeer groot risico vormt voor kinderen en andere honden en een groot risico voor volwassenen. Als [naam hond] aanvalt richt hij zich op de keel, waardoor de kans op zwaar letsel groot is. Hij vertoont prooivanggedrag en dat is met training niet weg te nemen. De gedragsdeskundige adviseert [naam hond] te laten inslapen. Zoals hiervoor reeds is overwogen, mocht het college uitgaan van de risicoanalyse van de gedragsdeskundige. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college hiermee voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van niet te corrigeren, gevaarlijke gedragskenmerken bij [naam hond]. Het college is dan ook bevoegd om [naam hond] te laten inslapen.
7.1.
Dat, zoals verzoeker heeft aangevoerd, het college hiermee in strijd handelt met het vertrouwensbeginsel omdat er eerst een voornemen kenbaar was gemaakt een last onder dwangsom op te leggen, volgt de voorzieningenrechter niet. Wie zich beroept op het vertrouwensbeginsel moet aannemelijk maken dat van de kant van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit hij/zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of het bestuursorgaan een bepaalde bevoegdheid zou uitoefenen en zo ja hoe. In dit geval heeft het college na ontvangst van een bericht van de politie gemotiveerd afgezien van het voornemen een last onder dwangsom op te leggen. Juist de zienswijzeprocedure dient ervoor alle bij het besluit betrokken belangen in beeld te brengen, om deze belangen bij de totstandkoming van het besluit te kunnen betrekken. Van strijd met het vertrouwensbeginsel is geen sprake.
Is het evenredig om [naam hond] in te laten slapen?8. Vervolgens moet de vraag worden beantwoord of het gebruik van de bevoegdheid, met inachtneming van de relevante omstandigheden van het geval, evenredig is in verhouding tot het daarmee te dienen doel.
8.1.
Uit de risicoanalyse van 28 november 2025 volgt dat herplaatsing geen optie is, omdat een herplaatsende instantie het (zeer) hoge bijtrisico van deze hond niet zal kunnen en willen overdoen op een mogelijke adoptant. Voor een hond als deze zijn in Nederland niet afdoende adoptieplekken beschikbaar, waardoor uitzichtloos wachten de hond ten deel zal vallen, gepaard gaand met dierenwelzijnsrisico's. Het college heeft verder nog een verklaring van de opvanglocatie overgelegd. In deze verklaring staat het volgende.
“[naam hond] is bij ons gebracht door de opslag en meneer vertelde dat [naam hond] niet met andere honden kan en dat hij door de geluiden van andere honden en de drukbezette kennels bij hem in de opslag erg opgefokt is. In die periode hadden wij het rustig, [naam hond] kon in alle rust bij ons in de kennel zitten. Er zat op dat moment 1 andere hond, die heeft [naam hond] geaccepteerd (aan de overkant met een muur ertussen, zien elkaar niet). Elke ander hond die wij geprobeerd hebben daar in een van de kennels te zetten is mislukt. [naam hond] probeert over de kennel heen te klimmen, zet zijn tanden in de tralies en is gedurende de dag onrustig en opgefokt. Wat zich uit in blaffen, roodomrande ogen en lippen. Om die reden laten we nu 6 van de 8 kennels leeg. [naam hond] bezet een kennel en de hond die [naam hond] geaccepteerd heeft vanaf het begin bezet een kennel.
De 4x per dag dat wij [naam hond] meenemen naar de zandweide of de grasweide is een hele onderneming. [naam hond] gebruikt al zijn kracht aan de lijn, waardoor wij letterlijk voort getrokken worden door hem. We doen dit altijd met 2 personen. Alle andere dieren moeten binnen blijven en ook de medewerkers. Dit betekent ook dat alle pensionhonden verplicht binnen moeten blijven zodat wij [naam hond] op de grasweide kunnen doen. [naam hond] is zo sterk en heeft zo’n uithoudingsvermogen dat hij heel snel bij zijn doel wil zijn. Dit kan de grasweide zijn, maar dit kan ook een fietser op het fietspad zijn of een wandelaar met of zonder hond die hij ziet. Hij is dan slecht te beroepen en te corrigeren. Als hij vrij op de grasweide loopt luistert hij ook slecht tot niet. [naam hond] zijn gedrag vinden wij zorgelijk. Hij is door zijn vaste verzorgers goed aan te lijnen en zij kunnen makkelijk zijn muilkorf om doen. Maar als hij opgefokt is of hij heeft frustratie dan is aanlijnen lastiger. Dit omdat [naam hond] dan hoog in zijn opwinding is en gaat springen en bijten in je armen en/of gezicht. Hij doet dit met een hoge staart en zijn bek open, tanden zijn zichtbaar.
Zijn houding is altijd hoog, dat wil zeggen dat hij zijn staart altijd hoog draagt en zijn oren vaak naar voren gericht. Dit wil zeggen dat hij een zekere houding heeft. Deze houding geeft ook aan dat hij zelf alles wel kan regelen en dus lastig trainbaar is. Natuurlijk zijn de basiscommando’s geen probleem. Maar met basiscommando’s kom je er helaas niet met [naam hond]. Zijn hoge opwinding bij horen of zien van prikkels belemmert zijn trainbaarheid. [naam hond] kan van 0 naar 100 gaan bij de kleinste prikkel in zeer korte tijd. Met een prikkel bedoel ik het zien of horen van honden, mensen, katten, vogels enz. Op de zandweide weet hij bijvoorbeeld waar het slot zit van de deur, bij opwinding probeert [naam hond] uit te breken van de zandweide om zijn doel te behalen (naar de prikkel toe). Dit betekent dat hij zijn tanden in het hek zet van de weide, of de tegels van zijn plek haalt door te graven. Ook springt hij tegen het hek op om er overheen te kunnen gaan.
(…)
Ook is hij zo sterk en heeft zoveel spierkracht dat hij niet door 1 persoon in bedwang te houden is als hij zijn doel wil bereiken.
(…)
[naam hond] is een hond die door zijn gedrag slecht trainbaar en niet betrouwbaar is. Dit komt door zijn zekere houding (hij kan alles zelf wel regelen) en door genetische aanleg. Wij zien dat [naam hond] de basiscommando’s beheerst, dat is hem wel aangeleerd. Maar hij heeft meer nodig dan dat. Hij maakt slecht contact met zijn vaste verzorgers, wat nodig is om goed te kunnen trainen. Het leven voor een hond van zijn kaliber, kracht, houding en gedrag is niet haalbaar in onze samenleving. Er zijn te veel onvoorspelbare situaties in het dagelijks leven die voor grote gevaren kunnen zorgen.”
8.2. Het college heeft op de zitting verder toegelicht dat de opvanglocatie hem gevraagd heeft op korte termijn een andere locatie voor [naam hond] te vinden. De impact van [naam hond] is te groot en beïnvloedt de opvangmogelijkheden van andere honden. Het college heeft verder benadrukt dat [naam hond] al maanden in afzondering in een kennel zit, hetgeen niet bevorderlijk is voor het dierenwelzijn. Hoewel het college zich realiseert dat het laten inslapen van [naam hond] een vergaande maatregel is zijn er volgens het college geen alternatieven.
8.3.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat het laten inslapen van een dier gezien moet worden als een ultimum remedium. Aan de motivering van het besluit om een dier te laten inslapen moeten dan ook hoge eisen worden gesteld. Met de risicoanalyse en de aanvullingen daarop heeft het college naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gemotiveerd waarom er in het geval van [naam hond] geen minder vergaande maatregelen mogelijk zijn. [naam hond] vertoont niet te corrigeren, gevaarlijke gedragskenmerken. De kans op herhaling van een bijtincident is zeer groot, met mogelijk zeer ernstige gevolgen. Dat herplaatsing niet mogelijk is, is ook voldoende gemotiveerd. Onder deze omstandigheden is het besluit van de burgemeester om [naam hond] te laten inslapen, als uiterst middel, niet onevenredig in verhouding tot het daarmee te dienen doel.
8.4.
Dat, zoals verzoeker stelt, de maatregel disproportioneel is gelet op de verhouding tot het aantal incidenten en het aantal uitlaatmomenten, volgt de voorzieningenrechter niet. Los van het feit dat het betoog van verzoeker weergeeft hoezeer de ernst van de incidenten wordt onderschat, is het bestreden besluit met name gebaseerd op de risicoanalyse van de hondengedragsdeskundige. Zoals de voorzieningenrechter hiervoor al heeft overwogen heeft het college zich bij de totstandkoming van het bestreden besluit op de risicoanalyse kunnen baseren.
9. Verzoeker heeft aangegeven dat het laten inslapen van [naam hond] onomkeerbaar is. Hij vraagt om een voorziening te treffen en te bepalen dat in ieder geval de beslissing op bezwaar afgewacht moet worden alvorens tot het laten inslapen over te gaan. De voorzieningenrechter erkent dat het laten inslapen van [naam hond] onomkeerbaar is. Er is echter geen reden om aan te nemen dat het bestreden besluit in bezwaar niet in stand zal blijven. Hoezeer ook de wens van verzoeker begrijpelijk is, de conclusie van de risicoanalyse is duidelijk. Er zijn geen alternatieven. De voorzieningenrechter ziet daarom geen reden om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en te bepalen dat het college moet wachten tot de beslissing op bezwaar.
Hoe nu verder?
10. Verzoeker heeft gevraagd of het mogelijk is om bij leven afscheid te kunnen nemen van [naam hond]. Graag zou hij [naam hond] in ieder geval nog een keer willen zien. Hij heeft [naam hond] in goed vertrouwen aan het college meegegeven in de veronderstelling dat de hond weer terug zou komen. En nu blijkt dat [naam hond] helemaal niet meer thuiskomt. Dat valt hem bijzonder zwaar.
10.1.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de emoties van verzoeker zeer begrijpelijk en invoelbaar zijn. De manier waarop verzoeker afscheid kan nemen van [naam hond] maakt echter geen onderdeel uit van het bestreden besluit en ligt daarom niet ter toetsing voor. Het college heeft op de zitting toegezegd dat gezorgd zal worden voor een poot- of snuitafdruk en/of een filmpje van [naam hond]. Bovendien heeft het college toegezegd zich ervoor in te zullen spannen dat er een passend moment van afscheid komt, maar hij kan niet toezeggen of en zo ja, in welke vorm een moment van afscheid kan worden geboden. Hierbij heeft het college toegelicht dat de gegevens van de opvanglocatie niet bekend mogen worden bij derden. Daarnaast heeft de opvanglocatie aangegeven niet te willen dat er mensen (waaronder ook verzoeker) bij zijn als [naam hond] ingeslapen wordt in verband met het risico op incidenten. Het college heeft toegezegd nader te zullen informeren en onderzoek te zullen doen naar de mogelijkheden om van [naam hond] afscheid te kunnen nemen. Het college zal de gemachtigde van verzoeker hierover berichten voordat hij [naam hond] laat inslapen.
Conclusie en gevolgen
11. De voorzieningenrechter concludeert gelet op het voorgaande dat er geen reden is om aan te nemen dat het bestreden besluit in bezwaar geen stand zal kunnen houden. Voor het treffen van een voorlopige voorziening is daarom geen reden. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het college [naam hond] mag laten inslapen.
Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y Snoeren-Bos, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld ABRvS 19 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:514 en ABRvS 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4083.