ECLI:NL:RVS:2020:514
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- A. Kuijer
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inbeslagname gevaarlijke hond wegens herhaalde bijtincidenten
De eigenaar van een rottweiler, aangewezen als gevaarlijke hond, kreeg te maken met meerdere bijtincidenten in 2016 en 2018. Het college van burgemeester en wethouders van Assen nam daarop de hond in beslag met toepassing van spoedeisende bestuursdwang, omdat de hond niet aan het aanlijn- en muilkorfgebod voldeed en opnieuw had gebeten.
De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaar tegen deze inbeslagname ongegrond, waarna de eigenaar hoger beroep instelde bij de Raad van State. Hij voerde aan dat het college niet bevoegd was om onvrijwillig afstand van zijn hond te eisen, dat het besluit geen feitelijke grondslag had en dat de maatregel disproportioneel was.
De Raad van State oordeelde dat de inbeslagname slechts een tijdelijke onttrekking van de hond aan de eigenaar inhoudt en niet tot definitieve ontneming strekt. De Raad bevestigde dat het college bevoegd was tot bestuursdwang ter voorkoming van herhaling van overtredingen van het aanlijn- en muilkorfgebod. De Raad vond de feitelijke grondslag voor de inbeslagname voldoende en oordeelde dat de maatregel proportioneel was gezien de herhaalde bijtincidenten.
De Raad verwierp de bezwaren van de eigenaar en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De voorlopige voorziening die de hond tijdelijk aan de eigenaar had teruggegeven, verviel met deze uitspraak, waardoor het college de hond opnieuw kan meenemen. De beslissing over het verdere lot van de hond is een feitelijke handeling en kan eventueel civielrechtelijk worden aangevochten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de inbeslagname van de hond wegens herhaalde overtredingen en bijtincidenten en verklaart het hoger beroep ongegrond.