Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
DOESBURG HAVE B.V.,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 2 maart 2026,
- de pleitnota van de gemeente,
- de pleitnota van Becedo c.s.,
- de pleitnota van Ekoma.
2.Het incident tot tussenkomst, althans voeging
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
stand still-verplichting geldt op het moment dat tegen een afwijzend vonnis (in kort geding) hoger beroep is ingesteld, om zo te voorkomen dat de bouwgrond wordt vervreemd voordat de planologische maatregel onherroepelijk is geworden, dan wel in hoger beroep eindarrest is gewezen. De effectieve remedie in voornoemde zin strekt dan ook niet verder dan het vorige kort geding. Indien in hoger beroep en/of de bodemprocedure wordt geoordeeld dat de gemeente niet in lijn met de Didam-regels heeft gehandeld en de bouwgrond inmiddels door de gemeente is verkocht aan Ekoma, kan Becedo c.s. zoals eerder al overwogen eventueel aanspraak maken op schadevergoeding. De gemeente hoeft dan ook niet te wachten op de uitkomst van het hoger beroep of het definitief worden van de planologische maatregel voor zij verder gaat en de grond aan Ekoma verkoopt (en levert). Op het voorgaande stuiten ook de vorderingen in voorwaardelijke reconventie af, die strekken tot het - bij wijze van ordemaatregel - verkrijgen van een verbod om (een deel van) de bouwgrond aan Ekoma of een derde te verkopen voordat de planologische maatregel onherroepelijk is geworden, dan wel tot en met vier weken nadat het hof Arnhem-Leeuwarden einduitspraak heeft gedaan in de hoger beroepsprocedure.