Eiser ontving bijstand naast een WIA-uitkering die halfjaarlijks geïndexeerd wordt. Het college herzag het recht op bijstand over 2023 en vorderde €1.813,88 terug wegens het niet doorgeven van de indexering van de WIA-uitkering door eiser, wat een schending van de inlichtingenplicht inhoudt.
Eiser voerde aan dat de zesmaandenjurisprudentie terugvordering beperkt en dat hij niet in gebreke was omdat zijn bewindvoerder jaaropgaven had overgelegd. De rechtbank oordeelde dat het college terecht de inlichtingenplicht schending aannam, dat de jaaropgaven te laat en onvoldoende waren en dat de zesmaandenjurisprudentie niet van toepassing is bij schending van de inlichtingenplicht.
Het college had de herziening en terugvordering beperkt tot 2023 vanwege het verbod op reformatio in peius. De rechtbank bevestigde dat eiser verplicht was wijzigingen onverwijld door te geven en dat het nalaten van het college om inkomstenformulieren te sturen niet ontslaat van die plicht.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiser kreeg het griffierecht niet terug. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.