ECLI:NL:RBGEL:2026:264

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
05-361760-24 05-035462-25 05-055271-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77m SrArt. 77n Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Werkstraf opgelegd voor brandstichting en vernieling met vrijspraak levensgevaar

De rechtbank Gelderland heeft op 13 januari 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen een minderjarige verdachte die werd verdacht van brandstichting, vernieling en wederrechtelijke binnendringing. De verdachte heeft bekend brand te hebben gesticht bij een voormalig zwembad in Ermelo, waarbij geen levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel kon worden vastgesteld. Daarnaast heeft zij samen met een medeverdachte eigendommen van de Gemeente Ermelo en Action besmeurd en vernield. Ook heeft zij een winkelverbod bij een supermarkt overtreden.

De rechtbank oordeelde dat de feiten wettig en overtuigend bewezen zijn, maar sprak verdachte vrij van het bestanddeel levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel. De verdediging voerde dwaling aan voor het winkelverbod, maar dit werd verworpen. Gezien de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een ASS-diagnose en gesloten jeugdhulp, en de mediation met de gemeente, legde de rechtbank een geheel voorwaardelijke werkstraf van 50 uur op, met een proeftijd van twee jaar en een vervangende jeugddetentie van 25 dagen bij niet-naleving.

De vordering van de Gemeente Ermelo tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbrekende machtiging en onduidelijke kostenposten. Verdachte blijft onder toezicht en verdere hulpverlening wordt als voldoende geacht. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.

Uitkomst: Verdachte krijgt een geheel voorwaardelijke werkstraf van 50 uur met proeftijd en vervangende jeugddetentie van 25 dagen opgelegd, met vrijspraak voor levensgevaar en niet-ontvankelijkheid van schadevordering.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/361760-24; 05/035462-25; 05/055271-25 (gev. ttz.)
Datum uitspraak : 13 januari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres 1] .
Raadsman: mr. W.L.M. Fleuren, advocaat in Apeldoorn.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is onder parketnummer 05/361760-24 ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 12 november 2024 te Ermelo,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk
brand heeft gesticht in/bij het voormalig zwembad gelegen aan de [adres 2]
( [bedrijf] ) door papieren bekers in een omgekeerde pion te deponeren en/of die
bekers met behulp van brandgel en een aansteker in brand te steken, althans open
vuur in aanraking te brengen met een brandbare stof waardoor brand is ontstaan bij
het electriciteitshuisje en/of een regenpijp welke direct aangrenzend zijn naast de
machinekamer het het pand [bedrijf] , een voormalig zwembad gelegen aan de
[adres 2] , terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten het voormalig zwembad en/of een
electriciteitshuisje en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten,
de bewoner van het voormalig zwembad, [slachtoffer] te duchten was.
Onder parketnummer 05/035462-25 is aan verdachte ten laste gelegd:
zij op of omstreeks 3 oktober 2024 te Ermelo
openlijk, te weten op de Markt, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een
voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere goederen, te weten een prullenbak
en/of een (stoep)bord en/of tegels en/of een of meerdere muren en/of (betonnen)
borders,
door (met een vloeistof en/of make-up) voornoemde goederen te besmeuren en/of
te bekladden en/of (daarmee) tekens en/of teksten op voornoemde goederen aan te
brengen,
terwijl zij, verdachte deze goederen opzettelijk heeft vernield.
Onder parketnummer 05/055271-25 is aan verdachte ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 20 februari 2025 te Ermelo
in het besloten lokaal aan de [adres 3] bij Plus,
althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik
wederrechtelijk is binnengedrongen
immers was haar, verdachte, met ingang van 24-10-2024 schriftelijk de
toegang tot die Plus ontzegd voor de duur van 24 maanden.

2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Parketnummer 05/361760-24: [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit, met uitzondering van het onderdeel van de tenlastelegging dat ziet op levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel. Daarvan moet verdachte worden vrijgesproken.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank verzocht verdachte partieel vrij te spreken van het bestanddeel levensgevaar en/of zwaar lichamelijk letsel.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank overweegt dat verdachte heeft bekend brand te hebben gesticht zoals ten laste is gelegd. Er is daarom sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van dhr. [aangever 1] , p. 11 – 12.
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 december 2025.
Levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel
De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is geweest van levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen. Het proces-verbaal hierover in het dossier is beperkt en geeft onvoldoende specifieke informatie over de brand en de concrete risico’s voor de persoon/personen die zich (mogelijk) aan de andere kant van het pand bevonden. Daarom spreekt de rechtbank verdachte van dit bestanddeel vrij.
Parketnummer 05/035462-25: [2]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , p. 11;
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , p. 13;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 december 2025.
Parketnummer 05/055271-25: [3]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte het feit heeft bekend maar dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging vanwege dwaling.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank overweegt dat verdachte het feit heeft bekend. Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] met bijlagen, p. 10 en 11;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 december 2025.
De rechtbank zal bij de strafbaarheid van de verdachte ingaan op het door de raadsman gevoerde verweer over dwaling.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:
Parketnummer 05/361760-24:
zij op
of omstreeks12 november 2024 te Ermelo,
tezamen en in vereniging met een
of meerander
en,
althans alleen,opzettelijk
brand heeft gesticht
in/bij het voormalig zwembad gelegen aan de [adres 2]
( [bedrijf] ) door papieren bekers in een omgekeerde pion te deponeren en
/ofdie
bekers met behulp van brandgel en een aansteker in brand te steken,
althans openvuur in aanraking te brengen met een brandbare stofwaardoor brand is ontstaan bij
het elektriciteitshuisje en
/ofeen regenpijp welke direct aangrenzend zijn naast de
machinekamer het pand [bedrijf] , een voormalig zwembad gelegen aan de
[adres 2] , terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten het voormalig zwembad en
/ofeen
elektriciteitshuisje
en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten,de bewoner van het voormalig zwembad, [slachtoffer]te duchten was.
Parketnummer 05/035462-25:
zij op
of omstreeks3 oktober 2024 te Ermelo
openlijk, te weten op de Markt,
in elk geval op of aan de openbare weg en/of op eenvoor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen
een ofmeerdere goederen, te weten een prullenbak
en
/ofeen (stoep)bord en
/oftegels en
/of een ofmeerdere muren en
/of(betonnen)
borders,
door (met een vloeistof en
/ofmake-up) voornoemde goederen te besmeuren en
/ofte bekladden en
/of(daarmee) tekens en
/ofteksten op voornoemde goederen aan te
brengen,
terwijl zij, verdachte deze goederen opzettelijk heeft vernield.
Parketnummer 05/055271-25:
zij op
of omstreeks20 februari 2025 te Ermelo
in het besloten lokaal aan de [adres 3] bij Plus,
althans bij een ander of anderen dan bij verdachte,in gebruik
wederrechtelijk is binnengedrongen
immers was haar, verdachte, met ingang van 24-10-2024 schriftelijk de
toegang tot die Plus ontzegd voor de duur van 24 maanden.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Parketnummer 05/361760-24:
medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is
Parketnummer 05/035462-25
openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen, terwijl de schuldige opzettelijk goederen vernield
Parketnummer 05/055271-25:
in een besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat zij heeft gedwaald. Verdachte meende dat het winkelverbod slechts een maand zou duren.
De beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij het winkelverbod persoonlijk uitgereikt heeft gekregen en dat zij vergeten wat dat zij de winkel niet in mocht. [4] De rechtbank is daarom van oordeel dat bij verdachte geen sprake is geweest van een verontschuldigbare dwaling.
De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat verdachte strafbaar is, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 uren, te vervangen door 40 dagen jeugddetentie bij het niet verrichten van die straf. De officier van justitie heeft daarbij een proeftijd van twee jaar geëist onder de algemene voorwaarde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat ten aanzien van de brandstichting artikel 9a Wetboek van Strafrecht moet worden toegepast. In deze zaak hebben de verdachten en Gemeente Ermelo een slotovereenkomst na mediation ondertekend. Daarnaast heeft de raadsman de rechtbank verzocht rekening te houden met de jonge leeftijd van verdachte, de begeleiding en hulpverlening die zij vanuit het civiele kader krijgt, haar beperkte strafblad en de gesloten plaatsing.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:
  • het uittreksel Justitiële Documentatie van 17 november 2025 (het strafblad),
  • het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 19 december 2025.
In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie strafbare feiten. Zij heeft op 3 oktober 2024 samen met een medeverdachte eigendommen van de Gemeente Ermelo en de Action besmeurd met make-up en nepbloed. De verdachten hebben niet alleen namen en (grove) teksten op de eigendommen geschreven maar ook symbolen lijkend op hakenkruizen. Zowel de gemeente als de Action hebben kosten moeten maken om hun eigendommen weer schoon te krijgen. Enkele weken later heeft verdachte met dezelfde medeverdachte zich schuldig gemaakt aan een brandstichting. Na het kopen van bekertjes en brandgel bij de Action, zijn zij naar het voormalig zwembadpand gegaan. Dit pand werd antikraak bewoond. Daar hebben zij de bekertjes en brandgel in een pion gedaan, deze tegen het elektriciteitshuisje van het zwembad aangezet en in brand gestoken. Beide feiten zijn vervelende feiten en veroorzaken kosten voor de eigenaren van de goederen en de maatschappij. Een brandstichting veroorzaakt bovendien ook grote angst en onrust in de samenleving in het algemeen, zeker als het pand waar brand bij wordt gesticht bewoond is.
Tot slot heeft verdachte haar winkelverbod bij een supermarkt overtreden.
Persoon van verdachte
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft over verdachte gerapporteerd. Bij verdachte is ASS vastgesteld. Ook houdt verdachte zich niet aan regels, laat zich negatief beïnvloeden door anderen en maakt impulsieve keuzes. Het risico op recidive is hoog. De ervaring is dat een straf het gedrag van verdachte niet zal beïnvloeden. Verdachte is onder toezicht gesteld. In augustus 2025 is zij uithuisgeplaatst en eind oktober 2025 geplaatst in een instelling voor gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden. De verwachting is dat deze plaatsing bijdraagt aan het verlagen van het risico op recidive. De Raad adviseert de rechtbank een geheel voorwaardelijke werkstraf op te leggen. Het moeten uitvoeren van een onvoorwaardelijke werkstraf geeft haar een mogelijkheid om weg te lopen. Verdere begeleiding door de jeugdreclassering is niet nodig. Verdachte staat onder toezicht in het civiele kader en pleegt geen strafbare feiten meer.
De straf
Volgens de LOVS-richtlijnen die rechtbanken hanteren staan op deze strafbare feiten onvoorwaardelijke werkstraffen. De rechtbank is het echter met de Raad eens dat verdachte begeleiding en behandeling moet blijven krijgen in het kader van de gesloten plaatsing en dat dit prioriteit moet hebben. De rechtbank zal de werkstraf daarom geheel voorwaardelijk aan verdachte opleggen. Voor de hoogte van de werkstraf kijkt de rechtbank eerst naar de LOVS- oriëntatiepunten. Ook houdt de rechtbank rekening met het tijdsverloop (de feiten zijn meer dan een jaar geleden gepleegd) en de geslaagde mediation die verdachte heeft doorlopen met de gemeente over de brandstichting. Dit laatste maakt echter niet dat de rechtbank artikel 9a Wetboek van Strafrecht passend vindt. De rechtbank vindt de brandstichting voor toepassing van artikel 9a een te ernstig strafbaar feit. Ook vindt de rechtbank dat verdachte, weliswaar een voorwaardelijke, consequentie moet ervaren van haar gedrag. Gelet op dit alles komt de rechtbank uit op een geheel voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 50 uren, te vervangen door 25 dagen jeugddetentie. De rechtbank legt daarnaast een proeftijd op voor de duur van twee jaar onder de algemene voorwaarde dat verdachte geen strafbare feiten mag plegen. Verdere begeleiding of hulpverlening vindt de rechtbank niet nodig gelet op de hulpverlening die betrokken is in het kader van de ondertoezichtstelling en de gesloten plaatsing van verdachte.
De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

8.De beoordeling van de civiele vordering

Parketnummer 05/035462-25:
De benadeelde partij Gemeente Ermelo (vertegenwoordigd door [naam] ) heeft in verband een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert
€ 385,39 aan proceskosten. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank verzocht de vordering te matigen. Onduidelijk is waarom een avondtoeslag en extra kosten voor de hogedrukreiniger zijn berekend.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank overweegt het volgende. De vordering is ingediend door dhr. [naam] namens de Gemeente Ermelo. De machtiging ontbreekt. Ook zijn de gevorderde materiële kosten (voor schoonmaak) ingediend onder proceskosten. De rechtbank verklaart de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk in de vordering.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 47, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 138, 141, 157 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
een taakstraf, te weten
een werkstrafvan 50 uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen;
bepaaltdat die
werkstrafvan 50 uur niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
steltdaarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren onder de
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
 beveelt dat de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de werkstraf in mindering wordt gebracht, volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht, twee uren in mindering worden gebracht;

heft ophet – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij
Parketnummer 05/035462-25:
 verklaart de
benadeelde partij Gemeente Ermelo niet-ontvankelijkin de vordering tot schadevergoeding.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.L. Tomassen (voorzitter en kinderrechter), mr. R. Raat en mr. C.E.W. van de Sande, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Duis-van Grol, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 januari 2026.
mrs. Raat en Van de Sande zijn buiten staat
dit vonnis mede te ondertekenen

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024533572, gesloten op 14 november 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024475845, gesloten op 1 november 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
3.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025079415, gesloten op 20 februari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
4.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 30 december 2025.