Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek
[derde-partij]., vergunninghouder (gemachtigde: mr. W. van Galen).
Rechtbank Gelderland
In deze uitspraak van de Rechtbank Gelderland, gedateerd 14 januari 2026, staat de omgevingsvergunning voor de bouw van 33 woningen in een nieuwe woonwijk in de gemeente Oldebroek centraal. Eiseres, die zich verzet tegen het bouwplan, heeft een aantal beroepsgronden ingediend. De rechtbank heeft de omgevingsvergunning beoordeeld aan de hand van deze beroepsgronden en komt tot de conclusie dat de vergunning in stand blijft. De rechtbank legt uit dat de vergunning is verleend op basis van een bestemmingsplan dat op 19 november 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld, maar dat na de beslissing op bezwaar door de Afdeling bestuursrechtspraak deels is vernietigd. Ondanks deze vernietiging oordeelt de rechtbank dat het college van burgemeester en wethouders de vergunning terecht in stand heeft gelaten, omdat het bestemmingsplan op het moment van de beslissing nog geldig was.
De rechtbank behandelt ook de beroepsgrond van eiseres dat de omgevingsvergunning in strijd is met het Bouwbesluit. De rechtbank stelt vast dat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 het Bouwbesluit 2012 is vervallen en dat de normen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) niet van toepassing zijn op deze omgevingsvergunning. De rechtbank concludeert dat het beroep van eiseres ongegrond is, wat betekent dat de omgevingsvergunning in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.