[de verzoeker] verzoekt – samengevat – de kantonrechter bij beschikking, indien en voor zover uitvoerbaar bij voorraad:
I. [de verweerder] te veroordelen om aan hem een gefixeerde schadevergoeding te betalen van € 5.564,73 bruto, dan wel een vergoeding door de kantonrechter in goede justitie te bepalen;
II. [de verweerder] te veroordelen aan hem de transitievergoeding te betalen van € 652,86 bruto, dan wel een vergoeding door de kantonrechter in goede justitie te bepalen;
III. [de verweerder] te veroordelen om aan hem een billijke vergoeding te betalen van € 3.895,82 bruto, dan wel een vergoeding door de kantonrechter in goede justitie te bepalen;
IV. [de verweerder] te veroordelen om aan hem een (aanzeg)vergoeding te betalen van € 3.895,82 bruto, dan wel een (aanzeg)vergoeding door de kantonrechter in goede justitie te bepalen;
V. [de verweerder] te veroordelen om aan hem de eindafrekening te betalen, waaronder het vakantiegeld, openstaande vakantiedagen en overige emolumenten;
VI. op het totaalbedrag van de bedragen, zoals genoemd onder I tot en met V, het reeds door [de verweerder] betaalde bedrag van € 2.370,69 netto in mindering te brengen;
VII. [de verweerder] te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de bedragen zoals genoemd onder I, II, III, IV, en V vanaf 22 oktober 2025, althans de datum van indiening van dit verzoekschrift, althans een datum door de kantonrechter in goede justitie te bepalen;
VIII. [de verweerder] te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van de in deze te wijzen beschikking een deugdelijke loonspecificatie (bruto-netto) te verstrekken over de loonperiode oktober tot en met november 2025, alsmede van de uit te betalen eindafrekening en de genoemde vergoedingen, op straffe van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte van de dag dat [de verweerder] niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 25.000,00;
IX. [de verweerder] te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten van € 1.107,26, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 november 2025, althans de datum van indiening van het verzoekschrift, althans een datum door de kantonrechter in goede justitie te bepalen;
X. [de verweerder] te veroordelen in de kosten van deze procedure met inbegrip van de nakosten, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van de beschikking, en – voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de bedoelde termijn voor voldoening.