ECLI:NL:RBGEL:2026:3186
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingrente bij voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2023
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de belastingrentebeschikking behorende bij de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2023. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het verzoek om ambtshalve vermindering af. Belanghebbende ging in beroep tegen deze beslissing.
De rechtbank oordeelt dat de voorlopige aanslag binnen de wettelijke termijn van veertien weken is opgelegd en dat belanghebbende geen tijdig verzoek tot oplegging heeft gedaan om belastingrente te voorkomen. De belastingrente is berekend over de juiste periode en het gehanteerde rentepercentage van 7,5% is conform de wettelijke regeling en niet disproportioneel.
Belanghebbende heeft onvoldoende onderbouwd dat de Belastingdienst onvoldoende voortvarend heeft gehandeld of dat de belastingrente in strijd is met het evenredigheidsbeginsel of het eigendomsrecht. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de belastingrentebeschikking in stand blijft en belanghebbende geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de belastingrente terecht en correct is berekend over de voorlopige aanslag 2023.