ECLI:NL:RBGEL:2026:3199
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzuimboete inkomstenbelasting 2022 en beroep op gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende heeft voor het jaar 2022 te laat aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen gedaan, ondanks twee keer uitstel en een aanmaning met een uiterste datum. De inspecteur legde daarom een verzuimboete van €385 op. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze boete, maar de inspecteur verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank heeft het beroep behandeld waarbij belanghebbende niet is verschenen. De rechtbank concludeert dat de aanmaning terecht is verzonden en ontvangen, en dat de boete daarom terecht is opgelegd. De hoogte van de boete is passend en in lijn met het beleid, mede omdat het een eerste verzuim betreft. De rechtbank constateert wel een overschrijding van de redelijke termijn, maar dit leidt niet tot matiging van de boete.
Belanghebbende stelde dat sprake is van ongelijke behandeling ten opzichte van haar echtgenoot, die geen aanmaning ontving en geen boete kreeg. De rechtbank oordeelt dat dit beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat er geen sprake is van begunstigend beleid of een schending van de meerderheidsregel. Belanghebbende heeft geen bewijs geleverd van vergelijkbare gevallen die gunstiger zijn behandeld.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de uitspraak op bezwaar in stand blijft. Belanghebbende krijgt geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de verzuimboete van €385 wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.