Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
de auditu-verklaringen, zijn grotendeels onbetrouwbaar en kunnen niet voor het bewijs worden gebruikt. Mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen, heeft hij verzocht een beperkte pleegperiode (vanaf 1 januari 2023 tot 9 augustus 2023) bewezen te achten. De raadsman heeft van feit 3 eveneens vrijspraak bepleit vanwege onvoldoende bewijs. De informatie uit de telefoon kan niet worden gebruikt voor het bewijs, omdat sprake is van een vormverzuim, nu aan het onderzoek aan de telefoon een machtiging van de rechter-commissaris aan ten grondslag had moeten liggen. De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd ten aanzien van feiten 4 en 5. De raadsman heeft (voorwaardelijk) verzocht een aantal getuigen te horen (indien de rechtbank neigt tot een bewezenverklaring), te weten [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en [naam 2] .
.Van een dergelijk beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is echter al geen sprake meer als op voorhand te voorzien is dat door het onderzoek aan de smartphone inzicht wordt verkregen in verkeers- en locatiegegevens, maar ook in andersoortige gegevens (zoals foto’s, de browsergeschiedenis, de inhoud van via die smartphone uitgewisselde communicatie, en gevoelige gegevens). Bij elke vorm van onderzoek aan een elektronische gegevensdrager of een geautomatiseerd werk die een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer meebrengt, is - behalve in spoedeisende gevallen - een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris vereist. [2]
(de rechtbank begrijpt: [gedetineerde 3] en (een deel van) zijn medegedetineerden)altijd op voorhand wisten welke acties (zoekingen en spitacties) er op de afdeling gingen plaatsvinden. Verdachte gaf dat aan hen door. Zijn doel daarmee was zijn eigen handel beschermen. Met handel bedoelt hij “alles wat binnen in de P.I. is wat niet mag”, van broodjes döner tot telefoons en drugs. Dat gedrag van verdachte is in elk geval na november 2022 begonnen. [8] Bij de rechter-commissaris heeft [gedetineerde 3] verklaard dat hij bij de directrice heeft genoemd dat er veel gaande was in de P.I. en dat daar personeel bij betrokken was. Hij heeft benoemd dat [verdachte] telefoons, alcohol, drank en ijs binnenbracht. Hij heeft meerdere keren gezien dat [verdachte] dingen mee had. Hij heeft gezien dat [verdachte] spullen in de etenskarren, prullenbakken en schoonmaakmachines deed. Ook zat hij een keer in de cel bij een jongen toen die jongen en verdachte het met elkaar bespraken. Op een ander moment hoorde hij dat een andere jongen en verdachte erover spraken op de afdeling. [9]
- 50 gram hasj = 300 euro
de auditu-karakter ook onvoldoende betrouwbaar zijn en daarom uitgesloten moeten worden van het bewijs.
(het systeem waarmee telefonisch contact kan worden gelegd tussen iemand van buiten de P.I. en een gedetineerde, rechtbank)beluisterd en als volgt uitgewerkt:
[gedetineerde 7] wil weten of [gedetineerde 5] iets met ‘die zwarte hier’ heeft afgesproken. [gedetineerde 5] bevestigt dit. [gedetineerde 7] vraagt of ze morgen om twaalf uur bij de vader van [gedetineerde 5] zijn. Dit gaat wel lukken volgens [gedetineerde 5] . [gedetineerde 7] zegt het nummer van [gedetineerde 5] te gaan geven. Later in het gesprek zegt [gedetineerde 7] dat hij koppijn krijgt van die zwarte, waarop [gedetineerde 5] zegt dat hij nog niet achter dat ding van ‘hem’ is aangegaan. Wanneer [gedetineerde 7] vraagt of hij het wel kan regelen zegt [gedetineerde 5] het thuis te hebben. [gedetineerde 7] geeft aan dat ‘hij’ [gedetineerde 5] alleen nog maar moet betalen. [gedetineerde 5] geeft aan dat het wel goed komt. Het gesprek gaat verder over een dikke Turk waar niks aan gebracht gaat worden. [gedetineerde 7] zegt dat het beter is dat ze het zelf gaan betalen. [gedetineerde 7] voegt hier aan toe ‘alleen maar die zwarte’, waarop [gedetineerde 5] antwoordt dat het geen probleem is en dat ‘hij’ het morgen op kan halen. [gedetineerde 7] zegt dat ‘hij’ morgen naar [gedetineerde 5] toe komt.” [15]
3.De bewezenverklaring
een of meertijdstip
(pen
)in of omstreeks de periode van 1
december2022 tot en met 9 augustus 2023 te [werkplaats] en/of Nijmegen, in elk geval in Nederland, als ambtenaar (in de functie van Afdelingshoofd van de penitentiaire inrichting in [werkplaats] )
(een)gift
(en
) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en),heeft aangenomen, te weten
één of meerderegeldbedrag
(en
) althans enige gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en), verleend en/of aangeboden en/ofgedaan door één of meer gedetineerde(n) van voornoemde penitentiaire inrichting en/of één of meer familieleden en/of kennissen van die gedetineerde(n) terwijl hij, verdachte, (telkens) wist
of redelijkerwijs vermoeddedat dat deze gift
(en
) en/of belofte(n) en/of dienst(en)hem, verdachte,
verleend en/ofgedaan en/of aangeboden werd(en) teneinde hem te bewegen om al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten, en/of (telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat dat deze gift
(en
) en/of belofte(n) en/of dienst(en)hem, verdachte,
verleend en/ofgedaan en/of aangeboden werd
(en
)ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn bediening is gedaan of nagelaten, te weten het (telkens) binnenbrengen van contrabande (te weten één of meer
deremobiele telefoons, één of meer
derehoeveelheden cocaïne, een waterpijp, Bacardi en
/oféén of meer
derehoeveelheden hasj) en/of andere goederen, terwijl het bezit en het binnenbrengen van voornoemde contrabande binnen die penitentiaire inrichting verboden was
(zie zaaksdossier ‘Ambtelijke corruptie / binnenbrengen contrabande’);
of omstreeksde periode van 1
december2022 tot en met 9 augustus 2023 te [werkplaats]
en/of Nijmegen, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, meerdere malen,
in elk geval eenmaal, één of meerderevoorwerpen en/of goederen, te weten:
deremobiele telefoons;
en/of een instellingwaarop de Penitentiaire beginselenwet
, de Beginselenwet verpleging ter beschikking gesteld en/of de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingenvan toepassing was, namelijk de
P.I.[werkplaats] heeft gebracht en/of heeft getracht te brengen, terwijl het bezit van die voorwerpen en/of goederen binnen die (afdeling van die)
inrichting en/ofinstelling verboden was
(zie zaaksdossier ‘Ambtelijke corruptie / binnenbrengen contrabande’);
in ofomstreeks de periode van 27 januari 2023 tot
en met13 juli 2023 te Huissen en/of [werkplaats] en/of Nijmegen, in ieder geval in Nederland, meerdere malen
, in elk geval eenmaal, (telkens
)opzettelijk, aan een persoon genaamd [kooper] , heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt
en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een hoeveelheid 4-mmc (4-methylmethcathinone), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-mmc (4-methylmethcathinone), (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet (zie zaaksdossier ‘Handel in verdovende middelen’;
of omstreeks9 augustus 2023 te
Huissen,
in ieder geval in Nederland,opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 192 gram hasj
, althans een hoeveelheid hasj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet (zie zaaksdossier ‘Handel in verdovende middelen’);
opof omstreeks9 augustus 2023 te Huissen en/of [werkplaats] ,
in elk geval in Nederland,opzettelijk aanwezig heeft gehad in totaal (circa) 25 XTC-pillen (MDMA) en
/of0,24 gram MDMA-poeder en
/of2,33 gram MDMA kristallen
, in elk geval telkens een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMAen
/of0,32 gram cocaïne, MDMA en cocaïne zijnde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet (zie zaaksdossier ‘Handel in verdovende middelen’).
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf
8.De toegepaste wettelijke bepalingen
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
11 (elf) maanden;