Eiseres, werkgever en eigen risicodrager, betwistte de voortzetting van de WGA-vervolguitkering aan haar werknemer in de arbeidsongeschiktheidsklasse 45 tot 55%. De rechtbank oordeelt dat het UWV-besluit van 10 april 2024 niet deugdelijk is gemotiveerd, met name op de medische gronden van urenbeperking wegens verminderde beschikbaarheid, preventie en stoornis in de energiehuishouding.
De rechtbank stelt vast dat de urenbeperking niet adequaat is onderbouwd, omdat niet is aangetoond dat de bijeenkomsten in de avonduren als noodzakelijke medische behandeling kunnen worden aangemerkt, noch is inzichtelijk gemaakt hoe het aandeel van preventie en stoornis in de energiehuishouding in de totale urenbeperking is meegewogen. Ook de arbeidsdeskundige beoordeling van passende functies wordt door eiseres bestreden, maar de rechtbank wijst deze bezwaren af.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb en draagt het UWV op binnen zes weken na afloop van de beroepstermijn een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het griffierecht en een bedrag van €3.188,25 aan proceskosten aan eiseres toegekend.