Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiseres] B.V., uit [plaats], eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren
[derde-partij 1], uit [plaats].
[derde-partij 2], uit [plaats].
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft twee afzonderlijke lasten onder dwangsom en een invorderingsbesluit opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren aan eiseres, een bedrijf dat recreatieverblijven seizoensgebonden plaatst en opslaat.
De eerste last onder dwangsom werd opgelegd omdat recreatieverblijven buiten de vergunde periode op een perceel met de bestemming Agrarisch - Oeverwalgebied waren opgeslagen, wat volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan. Eiseres voerde aan dat de opslag tijdelijk was en binnen de planregels viel, maar de rechtbank oordeelde dat de opslag niet binnen de agrarische bestemming past en dat handhaving niet onevenredig is. Het beroep tegen deze last en het invorderingsbesluit werd ongegrond verklaard.
De tweede last onder dwangsom werd opgelegd wegens het niet tijdig beëindigen van de overtreding, maar deze last is later ingetrokken door het college. Eiseres stelde beroep in tegen deze last, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, mede omdat de overtreding was beëindigd en een vergunning was verleend.
De rechtbank benadrukte het belang van handhaving en het beginselplicht tot handhaving, en wees erop dat de tijdelijke opslag en de gevolgen daarvan voor ecologie en stikstofdepositie onvoldoende reden zijn om af te zien van handhavend optreden. De griffierechten worden niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de eerste last onder dwangsom en het invorderingsbesluit wordt ongegrond verklaard; het beroep tegen de tweede last onder dwangsom wordt niet-ontvankelijk verklaard.