[eiseres] vordert na eiswijziging, uitvoerbaar bij voorraad, om [stichting] te veroordelen tot:
I. betaling van het loon van € 3.715,53 bruto per maand inclusief vakantietoeslag en eindejaarsuitkering, vanaf 1 februari 2026 totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd;
II. naleving van de re-integratieverplichtingen op grond van de Wet Poortwachter op straffe van een dwangsom van € 500,- voor elke dag of een deel daarvan dat [stichting] na betekening van het te wijzen vonnis in gebreke blijft aan een zodanige veroordeling te voldoen;
III. toelating van [eiseres] , na hersteld verklaring, tot het verrichten van de bedongen arbeid op de gebruikelijke overeengekomen wijze, op straffe van een dwangsom van € 500,- voor elke dag of een deel daarvan dat [stichting] na betekening van het te wijzen vonnis in gebreke blijft aan een zodanige veroordeling te voldoen;
IV. betaling van al het overige dat [stichting] uit hoofde van de arbeidsovereenkomst, wet, CAO GGZ of andere regeling verschuldigd is of nog zal zijn, zulks op de gebruikelijke wijze en tijdstippen, over en na 1 februari 2026, zolang de tussen partijen geldende arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd;
V. betaling van de wettelijke verhoging van 50% over het loon genoemd onder I;
VI. betaling van € 810,78 aan buitengerechtelijke incassokosten;
VII. betaling van de wettelijke rente over de onder I, IV, V, VI genoemde posten vanaf het opeisbaar worden van die bedragen tot de dag der algehele voldoening;
VIII. primair betaling van (een voorschot op) de werkelijke kosten rechtsbijstand aan de zijde van [eiseres] in de procedure tussen [eiseres] en [stichting] en in de procedure tussen [eiseres] en [stichting (voorheen)] ter hoogte van € 11.835,- exclusief btw, en subsidiair betaling van (een voorschot op) de werkelijk gemaakte kosten van rechtsbijstand in de procedure tussen [eiseres] en [stichting] ter hoogte van € 5.400,- exclusief btw, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag aan proceskosten;
IX. overlegging van een bruto/netto-specificatie van de onder I en IV tot en met VIII genoemde vorderingen, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag of een deel daarvan dat [stichting] na betekening van het te wijzen vonnis in gebreke blijft aan een zodanige veroordeling te voldoen.