Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
Per 1 februari 2026 stopt [stichting (voorheen)] met al haar bedrijfsactiviteiten. Rekening houdende met 1 maand opzegtermijn zeggen wij jouw contract per 31 januari 2026 hierbij schriftelijk op”
Rechtbank Gelderland
De kantonrechter van de Rechtbank Gelderland heeft op 30 april 2026 geoordeeld over de vraag of de opzegging van de arbeidsovereenkomst van verzoekster door verweerster rechtsgeldig was en of verweerster gehouden is tot nakoming van de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst.
Verzoekster was sinds november 2021 in dienst bij verweerster, met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en was sinds mei 2025 arbeidsongeschikt. Verweerster zegde de arbeidsovereenkomst op per 31 januari 2026 wegens beëindiging van haar bedrijfsactiviteiten. Verzoekster stelde dat de opzegging niet rechtsgeldig was vanwege het opzegverbod tijdens ziekte en het ontbreken van een ontslagvergunning van het UWV. Tevens stelde zij dat sprake was van een overgang van onderneming naar een andere stichting.
De kantonrechter oordeelde dat de opzegging niet rechtsgeldig was en vernietigde deze. Tevens werd vastgesteld dat per 1 maart 2026 een overgang van onderneming had plaatsgevonden, waardoor verzoekster van rechtswege bij de nieuwe stichting in dienst trad. Hierdoor werd alleen het loon over februari 2026 toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging. De overige verzoeken, waaronder voortzetting van re-integratieverplichtingen en toelating tot arbeid na herstel, werden afgewezen. Verweerster werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en een gematigde vergoeding van buitengerechtelijke kosten wegens schending van goed werkgeverschap.
Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst is vernietigd en verweerster is veroordeeld tot betaling van loon over februari 2026 met wettelijke rente en verhoging.