Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3438

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
C/05/443906 / FA RK 24-3808
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot terugverhuizing en vaststelling hoofdverblijfplaats bij moeder met uitgebreide zorgregeling

De rechtbank Gelderland behandelde een geschil tussen ouders over de hoofdverblijfplaats, zorgregeling, verhuizing en vervangende toestemmingen voor hun twee kinderen. De vader verzocht om terugverhuizing van de kinderen naar zijn woonplaats en een co-ouderschapsregeling, terwijl de moeder haar woonplaats in een andere regio had gekozen vanwege veiligheidsredenen en stabiliteit voor de kinderen.

De rechtbank oordeelde dat de moeder noodzaak had om te verhuizen en dat zij dit voldoende had voorbereid. De verhuizing naar de huidige woonplaats werd als een feitelijke verhuizing beschouwd, maar gezien de belangen van de kinderen en de situatie van de ouders werd terugverhuizing afgewezen. De rechtbank stelde vast dat co-ouderschap op dit moment niet haalbaar is vanwege de verstoorde communicatie tussen ouders en de draagkracht van de kinderen.

De hoofdverblijfplaats werd bij de moeder vastgesteld, met een uitgebreide zorgregeling waarbij de kinderen om de week bij de vader verblijven, inclusief een uitbreiding van het weekendverblijf tot dinsdagochtend. De vakanties en feestdagen werden verdeeld volgens een gedetailleerd schema. Vervangende toestemmingen werden verleend voor inschrijving van de kinderen in de Basisregistratie Personen, op school en bij de huisarts, alsmede voor een familiebezoek aan Zwitserland.

De rechtbank hield de beslissing over kinderalimentatie en proceskosten aan in afwachting van nadere stukken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.

Uitkomst: Verzoek tot terugverhuizing afgewezen, hoofdverblijfplaats bij moeder vastgesteld en zorgregeling uitgebreid.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zaakgegevens: C/05/443906 / FA RK 24-3808
Datum uitspraak: 1 mei 2026
beschikking over verhuizing, hoofdverblijfplaats, zorgregeling en vervangende toestemming
in de zaak van
[naam vader](nader te noemen: de vader),
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. E. Gubbens in Arnhem,
tegen
[naam moeder](nader te noemen: de moeder),
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. B. Anik in Arnhem,
over
  • [naam kind 1], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , hierna: [kind 1] ;
  • [naam kind 2] ,geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , hierna: [kind 2] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
  • de beschikking van deze rechtbank van 23 juli 2025;
  • het bericht van Buurtteams Jeugd en Gezin / Wijkatelier [naam] van 15 oktober 2025;
  • een nieuw verzoek van de vader van 14 november 2025 met producties 64 tot en met 75;
  • het verweerschrift van de moeder op het aanvullende verzoek van 11 december 2025 met producties 39 tot en met 45;
  • de brief van mr. Gubbens van 8 januari 2026;
  • de brief van mr. Anik met nieuwe verzoeken van 9 april 2026 met producties 46 tot en met 57;
  • het aanvullende raadsrapport van 10 april 2026;
  • de brief van mr. Gubbens met nieuwe verzoeken van 10 april 2026 met producties 76 tot en met 92;
  • de brief van mr. Gubbens van 16 april 2026 met gewijzigde verzoeken en producties 93 tot en met 98;
  • het bericht van mr. Gubbens 20 april 2026;
  • het bericht van mr. Anik van 20 april 2026;
  • het bericht van mr. Gubbens van 20 april 2026.
1.2.
De rechtbank verwijst voor het eerdere procesverloop naar de beschikking van
23 juli 2025. Daarin heeft de rechtbank onder meer een voorlopge verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [kind 1] en [kind 2] vastgesteld en de beslissingen over de hoofdverblijfplaats van de kinderen, de definitieve zorgregeling, de vervangende toestemming voor inschrijving op [de basisschool 1] en de kinderalimentatie aangehouden, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) is verzocht ten minste twee weken voorafgaand aan de nadere mondelinge behandeling aanvullend te rapporteren over de stand van zaken en te adviseren over de nog te nemen beslissingen.
1.3.
Op 21 april 2026 heeft een nieuwe zitting plaatsgevonden. Gehoord zijn:
- de vader, bijgestaan door mr. Gubbens;
- de moeder, bijgestaan door mr. Anik;
- een vertegenwoordigster van de Raad.
1.4.
Zoals besproken op de mondelinge behandeling, zijn partijen in de gelegenheid gesteld nadere stukken voor de kinderalimentatie in te dienen. Hierover zal de rechtbank afzonderlijk beslissen.

2.De nog te bespreken verzoeken en aanvullende verzoeken van de vader

2.1.
De verzoeken van de vader waarover de rechtbank nog moet beslissen betreffen kort gezegd het volgende:
  • bepaling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem;
  • vaststelling van een zorgregeling, primair in de vorm van een week-op-week-afregeling, subsidiair met verblijf van een weekend per veertien dagen bij de moeder, en vaststelling van een vakantie- en feestdagenregeling overeenkomstig zijn voorstel, met bepaling van een dwangsom als de moeder de regeling niet nakomt;
  • een bijdrage van € 39 per kind per maand voor de kosten van de verzorging en opvoeding van de kinderen;
  • vervangende toestemming om de kinderen te herinschrijven op basisschool [de basisschool 1] in [plaatsnaam 1] , dan wel voorwaardelijk, als de rechtbank oordeelt dat de moeder niet met de kinderen hoeft terug te verhuizen vervangende toestemming voor inschrijving op [basisschool 2] of [basisschool 3] in [plaatsnaam 2] ;
  • bepaling dat de moeder binnen zes maanden moet terugverhuizen naar de regio [plaatsnaam 1] op een adres binnen 20 minuten reisafstand van de vader, eveneens op straffe van een dwangsom;
  • voor het geval de rechtbank het de moeder toestaat in [plaatsnaam 3] te blijven wonen en bepaalt dat de kinderen waar op school worden ingeschreven vergoeing van zijn reiskosten, primair doordat de moeder die maandelijks achteraf vergoedt, subsidiair door hiermee rekening te houden in de draagkrachtberekening;
  • veroordeling van de moeder in de kosten van de procedure.

3.De (aanvullende) verzoeken van de moeder

3.1.
De verzoeken van de moeder waarop de rechtbank nog moet beslissen komen kort gezegd op het volgende neer:
  • bepaling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar;
  • vaststelling van een zorgregeling waarbij de kinderen om de week in het weekend, met een verblijf van twee aaneengesloten nachten, bij de vader verblijven en waarbij na bijvoorbeeld zes maanden een evaluatie kan plaatsvinden;
  • verdeling van de vakanties en feestdagen volgens haar voorstel;
  • vervangende toestemming voor:
inschrijving van de kinderen in de Basisregistratie Personen in de gemeente [gemeentenaam] ;
inschrijving van de kinderen op de basisschool [basisschool 4] in [plaatsnaam 3] ;
inschrijving van de kinderen bij Dokterscentrum [plaatsnaam 3] als huisarts;
deelname van [kind 1] aan turnlessen bij Gymnastiek- en Turnvereniging [sportvereniging] te [plaatsnaam 3] ;
en weekendbezoek aan hun tante in Zwitserland van 29 tot en met 31 mei 2026.

4.Het advies van de Raad

4.1.
De Raad heeft in het aanvullende rapport van 10 april 2026 geadviseerd om de hoofdverblijfplaats van de kinderen vast te stellen bij de moeder en het verzoek van de vader af te wijzen. Daarnaast adviseert de Raad om als zorgregeling vast te stellen dat de vader de ene week [kind 1] en [kind 2] op vrijdagmiddag om 14:00 uur ophaalt uit school, waarna de moeder de kinderen op vrijdag om 18:30 uur bij de vader ophaalt, in de andere week haalt de vader de kinderen op vrijdagmiddag om 14:00 uur op uit school en brengt hij de kinderen op maandagochtend naar school. De Raad adviseert om het verzoek van de vader voor vervangende toestemming voor inschrijving van [kind 1] en [kind 2] op basisschool [de basisschool 1] af te wijzen.
4.2.
De Raad vindt dat de kinderen het zowel bij vader als bij moeder goed hebben. Omdat de ouders wat verder uit elkaar wonen is co-ouderschap, zoals de vader wil, niet goed haalbaar. Er dient er een keuze gemaakt te worden waardoor er duidelijkheid komt voor de kinderen. Gelet op de huidige situatie is de Raad van mening dat de hoofdverblijfplaats van [kind 1] en [kind 2] bij de moeder het meest in hun belang is. De kinderen gaan inmiddels een jaar naar school in [plaatsnaam 3] en hebben er hun sport en sociale netwerk gekregen. De Raad ziet co-ouderschap nog steeds als een zeer gewenste optie voor de toekomst. Mogelijk ziet vader in de toekomst mogelijkheden om in de richting van [plaatsnaam 3] te verhuizen, zodat gedeeld ouderschap gerealiseerd kan worden. Voorwaarde hiervoor is ook dat het de ouders lukt om met inzet van hulpverlening (Parallel Solo Ouderschap) beter met elkaar te communiceren en samen te werken. De ouders dienen zich bij PSO te richten op hun eigen ouderschap.

5.De verdere beoordeling

De verhuizing, hoofdverblijfplaats en zorgregeling
5.1.
De eerste vraag die beantwoord moet worden is of de moeder met de kinderen moet terugverhuizen naar [plaatsnaam 1] , zoals de vader heeft verzocht.
5.2.
De vader heeft aangevoerd dat de moeder de beslissing om te verhuizen heeft genomen zonder overleg met hem, en zonder zijn toestemming. Hij knoopt voor de onderbouwing van zijn verzoek aan bij de criteria die in de rechtspraak worden aangelegd in zaken waarin het gaat om vervangende toestemming voor verhuizing. De vader vindt de verhuizing niet in het belang van de kinderen. De moeder had geen noodzaak om te verhuizen naar [plaatsnaam 3] , omdat er in [plaatsnaam 1] ook voldoende aanbod is voor een woning. Ook vindt de vader dat de moeder de verhuizing onvoldoende heeft doordacht. Door de verhuizing is het beoogde co-ouderschap praktisch onmogelijk. De vader vindt het voor de kinderen van groot belang dat zij kunnen opgroeien bij hun beide ouders en dat de ouders in gelijke mate de zorg dragen voor de kinderen. De kinderen zijn geworteld in [plaatsnaam 1] . Primair wil de vader daarom dat de kinderen terugverhuizen naar [plaatsnaam 1] . Subsidiair verzoekt de vader om vervangende toestemming voor een basisschool in [plaatsnaam 2] , zodat een co-ouderschap wel haalbaar kan zijn.
5.3.
De moeder heeft aangegeven dat zij tijdelijk bij Moviera verbleef. Zij had er geen invloed op dat zij in [plaatsnaam 4] terechtkwam. Dit was slechts een tijdelijke oplossing. Het was niet een vrijwillige keuze van de moeder om uit te stromen en er is dus geen sprake van een echte verhuizing. Daarom is zij van mening dat de criteria die daarvoor gelden hier niet kunnen worden toegepast. De vrouw is destijds niet vrijwillig verhuisd uit [plaatsnaam 1] ; van het begin af aan heeft de moeder aangegeven dat zij vanwege haar veiligheid niet in de buurt van de vader wil wonen. De moeder heeft gekozen voor [plaatsnaam 3] , omdat de kinderen daar naar school gaan sinds zij met de moeder in [plaatsnaam 4] verbleven en zij niet nogmaals naar een andere school hoeven te gaan. De moeder wil stabiliteit voor de kinderen en het uitgangspunt was dan ook zo min mogelijk verandering. De moeder was zeer beperkt in haar keuze voor een woning. Zo was er bijvoorbeeld een huurwoning in [plaatsnaam 5] waarop zij had kunnen reageren, maar als zij die woning had geaccepteerd moesten de kinderen van hun huidige school af en kwam zij nog verder van [plaatsnaam 1] te wonen. De moeder heef via haar netwerk haar huidige woning kunnen kopen. Zij heeft de vader meegenomen in het proces en heeft hem tijdig geïnformeerd. De kinderen hebben hun draai gevonden in [plaatsnaam 3] . De verhuizing naar [plaatsnaam 3] heeft geen impact op de huidige zorgregeling.
5.4.
De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:253a lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechter worden voorgelegd.
5.5.
Hoewel de situatie in twee stappen is gewijzigd, ziet de rechtbank het vertrek van de moeder met de kinderen uit [plaatsnaam 1] wel degelijk als een verhuizing. Daarom zal de rechtbank aansluiten bij de rechtspraak hierover. Bij de beantwoording van de vraag of de moeder terug moet verhuizen met de kinderen, dienen alle betrokken belangen in acht genomen te worden. De belangen van de kinderen zijn daarbij een eerste overweging. Dit neemt niet weg dat, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, andere belangen zwaarder kunnen wegen. [1]
5.6.
Volgens vaste rechtspraak neemt de rechtbank met name de volgende omstandigheden en belangen mee in de te maken afweging:
  • de noodzaak om te verhuizen;
  • de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
  • de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de kinderen en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
  • de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
  • de rechten van de andere ouder en de kinderen op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
  • de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
  • de frequentie van het contact tussen de kinderen en de andere ouder voor en na de verhuizing;
  • de leeftijd van de kinderen, hun mening en de mate waarin zij geworteld zijn in hun omgeving of juist gewend zijn aan verhuizingen;
  • de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.
5.7.
De ouders woonden toen zij samen waren in [plaatsnaam 1] . [kind 1] zat daar op school, [kind 2] was destijds nog niet leerplichting. Door het verbreken van de relatie was er in zoverre een noodzaak voor de moeder om te verhuizen. Zij voelde zich niet veilig in de buurt de vader. Zij is in oktober 2024 op advies van Moviera met de kinderen vertrokken naar een geheime locatie. Hoewel partijen van mening verschillen over de ernst van de situatie, heeft de rechtbank begrip voor de keuze van de moeder om vanwege de spanningen tussen partijen letterlijk en figuurlijk afstand te nemen. De moeder heeft daarbij geen invloed gehad op de precieze plek waar zij terecht zou komen. In zoverre heeft zij de eerste stap van de verhuizing niet kunnen voorbereiden of doordenken. Wel heeft zij ervoor gekozen [kind 1] en vervolgens ook [kind 2] op de school in [plaatsnaam 3] in te schrijven, wat in wezen de ontstaansbron van de huidige situatie is. Deze keuze heeft de moeder ook toegelicht. Vanwege veiligheidsafspraken kon [kind 1] in die periode niet naar haar eigen basisschool in [plaatsnaam 1] . Omdat [kind 1] wel leerplichtig was, heeft de moeder uiteindelijk de keuze gemaakt om de kinderen in te schrijven op de school in [plaatsnaam 3] . Dit is niet met de vader overlegd, maar de situatie was daar op dat moment ook niet naar, gelet op enerzijds de spanningen tussen partijen en anderzijds het feit dat de vader lange tijd volhardend is geweest in zijn wens dat de kinderen terugkeren naar hun oude school in [plaatsnaam 1] , wat feitelijk geen optie was op dat moment. Onderlinge communicatie was niet goed mogelijk in de periode waarin de moeder bij Moviera verbleef. De rechtbank acht het daarom voorstelbaar dat het voor de moeder niet mogelijk was om met de vader in overleg te treden. Uit de stukken blijkt dat de moeder de vader wel heeft geïnformeerd.
5.8.
Omdat de moeder en de kinderen niet voor een langere tijd bij Moviera konden verblijven, moest de moeder zoeken naar een nieuwe woonplek voor haar en de kinderen. Voor de moeder was het vanwege haar gevoel van onveiligheid geen optie om terug te gaan naar [plaatsnaam 1] . Er was naar het oordeel van de rechtbank dan ook een noodzaak voor haar om elders een woonplek te vinden. De moeder heeft tijdens de zitting uitgelegd dat een woning via urgentie niet mogelijk was, en dat de woning in [plaatsnaam 5] waarop ze had kunnen reageren nog verder van [plaatsnaam 1] en de school zou liggen. Ook had de moeder enige tijdsdruk om eventueel een woning te kopen, omdat zij anders geen gebruik meer kon maken van haar oude rentecontract. De rechtbank is van oordeel dat de moeder de tweede stap van de verhuizing voldoende heeft doordacht en voorbereid. Zij heeft aangegeven dat het belang van de kinderen vooropstaat en dat rust en stabiliteit voor hen heel belangrijk is. Door de verhuizing naar [plaatsnaam 3] hoeven zij niet te wisselen van school en blijven ze in een al vertrouwde omgeving. Dat zorgt voor rust voor de kinderen. De moeder vond dat erg belangrijk, juist omdat de kinderen de afgelopen jaren veel onrust hebben meegemaakt in de periode dat de ouders uit elkaar gingen.
5.9.
De vader voelt zich door de verhuizing voor een voldongen feit gesteld en kan hier met name niet mee instemmen omdat een co-ouderschapsregeling gelet op de reisafstand nu niet goed mogelijk is. De rechtbank heeft er begrip voor dat de vader het gevoel heeft dat hij geen inspraak heeft gehad bij deze belangrijke beslissingen voor de kinderen. Dat leidt echter niet zonder meer tot toewijzing van het verzoek van de vader, omdat het argument ook kan worden omgedraaid: alleen als de verhuizing daadwerkelijk de oorzaak is dat een co-ouderschapsregeling niet mogelijk is, kan worden toegekomen aan een eventuele terugverhuisplicht. Immers, als er uitgebreid contact mogelijk is en de verhuizing ook voor het overige niet in strijd is met het belang van de kinderen, is er geen directe noodzaak tot terugverhuizing. De Raad ziet weliswaar een belemmering voor co-ouderschap juist in de verhuizing, de vader heeft daar een mogelijke oplossing voor gevonden met zijn voorstel dat de kinderen in [plaatsnaam 2] naar school gaan. De verhuizing naar [plaatsnaam 3] vormt daarom niet zonder meer een belemmering voor een co-ouderschap.
5.10.
De rechtbank heeft echter andere zorgen die maken dat een co-ouderschapsregeling nu niet aan de orde kan zijn, ongeacht de woonplaats van de moeder en de kinderen. Op dit moment verblijven de kinderen de ene week op vrijdag van 14.00 uur tot 18.30 bij de vader en de andere week van vrijdag 14.00 uur tot zondag 18.00 uur. Die zorgregeling kan ondanks de reisafstand worden uitgevoerd en zou zelfs kunnen worden uitgebreid. De rechtbank is van oordeel dat een co-ouderschap op dit moment niet haalbaar en niet in het belang van de kinderen is. Vooropgesteld wordt dat de rechtbank zich geen zorgen maakt over de opvoedingssituatie bij de vader. Het is duidelijk dat de vader goed voor de kinderen kan zorgen en dat de kinderen een goede band met hun vader hebben. Tegelijkertijd hebben de kinderen bij de Raad aangegeven dat zij liever één nachtje in plaats van twee nachtjes bij de vader zouden slapen. Naar de rechtbank begrijpt, is dit met name een signaal dat zij de moeder missen als zij langere tijd bij de vader zijn. Dat volgt het duidelijkst uit wat [kind 2] heeft verteld. Hoewel [kind 1] hier minder duidelijk in is, lijkt voor haar hetzelfde te gelden. De kinderen hebben de afgelopen twee jaren veel onrust en wisselingen meegemaakt. Gelet hierop vreest de rechtbank dat een bij helfte gedeelde zorgregeling op dit moment de draagkracht van de kinderen te boven gaat. Daarbij weegt mee dat de communicatie tussen de ouders nog steeds verstoord is. Een co-ouderschap vereist dat de ouders met elkaar kunnen overleggen als er iets met de kinderen is. Tijdens de zitting is gebleken dat het de ouders op dit moment nog niet eens lukt om samen af te spreken of [kind 2] naar een kinderfeestje kan, enerzijds omdat de vader eerst vragen beantwoord wil hebben en anderzijds omdat de moeder blijft vasthouden aan de afspraak dat er enkel op de maandagavond contact kan zijn tussen de ouders. Beide ouders wijzen daarbij vooral naar de ander. Gevolg is dat [kind 2] niet weet waar zij aan toe is. Bij een co-ouderschap zullen er vele momenten zijn waarop de ouders tussentijds zullen moeten overleggen. Het valt nu al te voorzien dat de kinderen klem zullen raken tussen de ouders vanwege de manier waarop de ouders nu met elkaar (mis)communiceren. Daarin hebben de ouders op hun eigen manier elk een aandeel. In het raadsrapport staat ook dat de kinderen veel veerkracht hebben laten zien, maar dat het belangrijk is dat beide ouders die veerkracht niet uitputten. Dat gevaar ziet de rechtbank al opdoemen. Zij geeft de ouders daarom in overweging om er opnieuw over na te denken hoe zij hun onderlinge communicatie kunnen inrichten op een manier die voor de kinderen zo min mogelijk belastend is. De ouders kunnen in het traject Parallel Solo Ouderschap kijken naar een manier van communiceren die de vader tegemoet kan komen zonder dat de moeder het gevoel krijgt dat hij haar overspoelt met communicatie.
5.11.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de vader tot terugverhuizing afwijzen. De rechtbank zal ook het verzoek om de kinderen weer in te mogen schrijven op [de basisschool 1] en het subsidiaire verzoek van de vader om de kinderen in te mogen schrijven op een school in [plaatsnaam 2] afwijzen. Zoals hiervoor is overwogen, is een co-ouderschap op dit moment niet in het belang van de kinderen. In dat licht acht de rechtbank een wisseling van de kinderen van school nu niet van toegevoegde waarde en ook niet in hun belang, gelet op alle onrust die zij hebben meegemaakt. De school in [plaatsnaam 3] is een vertrouwde plek voor hen en het gaat nu goed met ze daar. Zoals hiervoor is overwogen moet de veerkracht van de kinderen niet worden uitgeput.
5.12.
Verder zal de rechtbank de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder vaststellen. De kinderen hebben nu een stabiele basis bij haar in [plaatsnaam 3] . Zij gaan hier naar school en het gaat nu in de kern goed met hen. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat zij zo veel mogelijk rust en stabiliteit krijgen en dat zij blijven op hun huidige basisschool. Ook hebben zij daar hun sociale netwerk en sport. Weliswaar maakt de vader zich zorgen of de moeder het contact tussen hem en de kinderen voldoende stimuleert, maar er is geen aanleiding te veronderstellen dat de moeder een door de rechtbank vastgestelde zorgregeling niet zal nakomen. Hoe lang de kinderen ook bij elk van de ouder verblijven, het is altijd van belang dat de ouders positief over elkaar praten en de kinderen ondersteunen in het contact met de anddere ouder.
5.13.
De rechtbank ziet aanleiding om de huidige zorgregeling uit te breiden. Uit het aanvullende raadsrapport blijkt dat de kinderen het goed hebben bij de vader. Dat zij de moeder missen als zij bij de vader zijn, betekent niet dat het niet fijn is bij de vader, maar is een gevolg van het feit dat de ouders uit elkaar zijn en dat zij altijd een van de ouders moeten missen. Dat is niet iets waar de kinderen voor hebben gekozen, maar waaraan ze wel geleidelijk zullen (moeten) wennen. De vader wil meer gelijkwaardigheid in de opvoeding van de kinderen en de rechtbank vindt dat ook belangrijk. Daarom zal de rechtbank de weekendregeling uitbreiden tot de dinsdagochtend naar school.
De basiszorgregeling is dan als volgt:
  • in de ene week verblijven de kinderen van vrijdag 14.00 uur tot 18.30 uur bij de vader, waarbij de vader de kinderen van school haalt en de moeder de kinderen ophaalt bij de vader;
  • in de andere week verblijven de kinderen van vrijdag 14.00 uur tot dinsdag naar school bij de vader, waarbij de vader de kinderen vrijdag van school haalt en dinsdag naar school brengt.
Op die manier heeft de vader ook meer mogelijkheden tot contact met school, waardoor hij meer betrokken kan zijn bij de school. Over een eventuele compensatie voor de extra reiskosten zal de rechtbank bij de vaststelling van de kinderalimentatie nader beslissen. De rechtbank realiseert zich dat dit betekent dat de kinderen om de week vier nachten bij de vader zijn. Als de kinderen de moeder missen, zou het wenselijk zijn dat er een mogelijkheid is met de moeder te videobellen. Dat geldt overigens andersom ook als de kinderen bij de moeder zijn en hun vader missen.
5.14.
De rechtbank zal verder bepalen dat de vakanties en feestdagen bij helfte dienen te worden verdeeld. Gebleken is dat de kinderen het bij beide ouders goed hebben. De rechtbank heeft er dan ook vertrouwen in dat de kinderen ook een langere periode bij de vader kunnen verblijven. Ook dan is het belangrijk dat de ouders afspraken maken over de mogelijkheid van videobellen. De rechtbank zal grotendeels het verzoek van de vader volgen, behalve voor de verjaardagen van de kinderen, de meivakantie en de verdeling van de kerstdagen. De rechtbank acht het erg onrustig als de kinderen op hun verjaardag ineens van ouder zouden moeten wisselen en acht daarom het voorstel van de moeder dat de gewone zorgregeling geldt meer in hun belang. Daarbij zou het fijn zijn als het mogelijk is dat er op die dag contact is tussen het kind en de andere ouder. Wat de meivakantie betreft, overweegt de rechtbank dat die op veel scholen twee weken duurt. In dat geval wordt de vakantie gedeeld en verblijven de kinderen bij elk van de ouders een week. Als de vakantie één week duurt, zijn ze afwisselend het ene jaar bij de vader, het andere jaar bij de moeder. Bij de verdeling van de kerstdagen volgt de rechtbank de moeder, ondanks de extra wisseling. Juist op de kerstdagen is het fijn voor de kinderen als ze beide ouders een deel van de tijd kunnen zien. Voor de zomervakantie geeft de rechtbank de ouders voor nu een verdeling mee van maximaal twee weken aaneengesloten bij elke ouder, gelet op de nog jonge leeftijd van de kinderen. De kinderen hoeven dan een minder lange tijd de andere ouder te missen. Hierbij kan gedacht worden aan een verdeling van twee weken bij de moeder, twee weken bij de vader en afwisselend nog een week bij beide ouders. Als de kinderen wat ouder zijn, is een regeling van drie weken aaneengesloten bij elke ouder beter voor ze te overzien. Omdat de vader heeft voorgesteld dat de moeder in de even jaren de eerste keus heeft, en de moeder heeft aangegeven dat zij de eerste drie weken van de zomervakantie wil, zal de rechtbank bepalen dat de kinderen twee van de eerste drie weken bij de moeder verblijven en daarna twee weken bij de vader en dat de overige twee weken gelijkelijk worden verdeeld, waarbij de moeder een voorstel doet aan de vader (omdat de rechtbank niet weet of er wellicht al een vakantie is geboekt). De rechtbank wijst het verzoek van de moeder om uitdrukkelijk te bepalen dat zij de kinderfeestjes van de kinderen in [plaatsnaam 3] organiseert af. Dit is iets wat partijen moeten overleggen. Op dit moment lijkt het voor de hand liggend dat een feestje met klasgenootjes in [plaatsnaam 3] plaatsvindt, maar de rechtbank wil op dit punt niet te ver in de toekomst kijken.
5.15.
De rechtbank ziet geen reden om een dwangsom te verbinden aan de nakoming van de zorgregeling. De zorgregeling wordt op dit moment nagekomen en de rechtbank gaat ervan uit dat de moeder deze zal blijven nakomen, ook nu deze uitgebreid wordt. De rechtbank wijst dit verzoek van de vader daarom af.
Vervangende toestemmingen
5.16.
Op grond van artikel 1:253a BW kan in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag een geschil tussen de ouders hierover op verzoek van de ouders of een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt de beslissing die haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
5.17.
De moeder heeft tijdens de zitting haar verzoek om vervangende toestemming voor [kind 2] voor een intake en voortzetting van de muziektherapie ingetrokken. De rechtbank hoeft hier dus geen beslissing meer op te nemen.
5.18.
Over de voorgenomen vakantie naar Zwitserland heeft de vader aangegeven dat hij dit te prematuur vindt en erg veel reizen in korte tijd. De moeder heeft aangevoerd dat zij graag met de kinderen op bezoek wil bij haar zus in Zwitserland en dat zij dit in het verleden wel vaker heeft gedaan. De rechtbank acht zo’n familiebezoek ook in het belang van de kinderen. Ook gedurende de relatie van de ouders reisden de ouders naar familie in het buitenland en de rechtbank ziet geen aanleiding te veronderstellen dat dit te belastend zou zijn voor de kinderen. De rechtbank wijst dit verzoek daarom toe.
5.19.
De andere verzoeken over de vervangende toestemming betreffen:
  • inschrijving van de kinderen in de Basisregistratie Personen van de gemeente [plaatsnaam 3] ;
  • inschrijving van de kinderen op de basisschool [basisschool 4] in [plaatsnaam 3] ;
  • inschrijving van de kinderen bij Dokterscentrum [plaatsnaam 3] als huisarts;
  • deelname van [kind 1] aan turnlessen bij Gymnastiek- en Turnvereniging [sportvereniging] in [plaatsnaam 3] .
Deze beslissingen hangen samen met de hoofdverblijfplaats, die nu bij de moeder wordt vastgesteld. Om die reden is het ook in het belang van de kinderen dat zij daar worden ingeschreven, dat zij in hun woonplaats een huisarts krijgen en naar school blijven gaan op de school waar zij nu zitten. Tot nu toe was nog onduidelijk waar de hoofdverblijfplaats van de kinderen vastgesteld zou worden, wat de reden is dat de vader (nog) geen toestemming gaf voor deze gezagsbeslissingen. De rechtbank zal de vader gelet hierop de gelegenheid geven om binnen twee weken alsnog toestemming te geven voor deze beslissingen. Indien de vader dit niet binnen twee weken doet, zal de rechtbank vervangende toestemming verlenen aan de moeder. De vader heeft ook verklaard dat als [kind 1] op gym/turnen wil, hij daar achter staat. Omdat dit klaarblijkelijk nog niet uitvoerig is besproken, zal de rechtbank het verzoek van de moeder op dat punt afwijzen. Partijen dienen in overleg te komen tot een keuze voor een eventuele sport en sportvereniging.
Kinderalimentatie
5.20.
De rechtbank heeft de advocaten van de ouders de gelegenheid gegeven om nadere stukken en berekeningen in te dienen en om op elkaars standpunten te reageren. De rechtbank zal de verzoeken over de kinderalimentatie en de compensatie van de reiskosten dan ook aanhouden in afwachting van die nadere stukkenwisseling. Partijen zullen de rechtbank laten weten of zij een schriftelijke afhandeling van de zaak willen of een nieuwe zitting. De rechtbank zal ook de beslissing over de proceskosten aanhouden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
stelt het hoofdverblijf van de kinderen:
  • [naam kind 1] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , en
  • [naam kind 2] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
vast bij de moeder;
6.2.
stelt vast als verdeling van zorg- en opvoedingstaken dat de kinderen bij de vader verblijven:
  • in de ene week op vrijdag van 14.00 uur tot 18.30 uur, waarbij de vader de kinderen van school haalt en de moeder de kinderen ophaalt bij de vader;
  • in de andere week van vrijdag 14.00 uur tot dinsdag naar school, waarbij de vader de kinderen op vrijdag van school haalt en dinsdag naar school brengt;
  • in de voorjaarsvakantie zijn de kinderen in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder;
  • als de meivakantie twee weken duurt, zijn de kinderen in de even jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder, in de oneven jaren andersom, als de vakantie één week duurt zijn ze de eerste keer dat dit aan de orde is die week bij de vader en de volgende keer dat dit aan de orde is bij de moeder, en zo verder;
  • de zomervakantie wordt bij helfte verdeeld, waarbij de kinderen dit jaar niet langer dan twee aaneengesloten weken bij elk van de ouders verblijven, waarbij zij in de eerste drie weken twee aaneengesloten weken bij de moeder verblijven en aansluitend twee aaneengesloten weken bij de vader en de overige twee weken bij helfte worden gedeeld. Vanaf 2027 heeft de vader in de oneven jaren de eerste keuze en de moeder in de even jaren, waarbij zij hun keuze uiterlijk op 1 januari van dat jaar met de ander communiceren;
  • de kinderen verblijven in de herfstvakantie de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;
  • in de kerstvakantie verblijven de kinderen in de oneven jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder, in de even jaren is dit andersom. In de oneven jaren zijn de kinderen Kerstavond en eerste kerstdag bij de vader en tweede Kerstdag bij de moeder, in de even jaren is dit andersom;
  • Goede Vrijdag, Pasen, Pinksteren en Sinterklaas verblijven de kinderen in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder;
  • Hemelvaartsdag en Koningsdag verblijven de kinderen in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;
  • op de verjaardag van de vader en op Vaderdag verblijven de kinderen bij de vader, op de verjaardag van de moeder en Moederdag verblijven zij bij de moeder;
waarbij deze vakantieregeling ingaat vanaf de komende zomervakantie;
6.3.
verleent de moeder vervangende toestemming om de kinderen in te schrijven in de Basisregistratie Personen in de gemeente [plaatsnaam 3] als de vader niet binnen twee weken na deze beschikking toestemming hiervoor verleent;
6.4.
verleent de moeder vervangende toestemming om de kinderen in te schrijven op de basisschool [basisschool 4] in [plaatsnaam 3] als de vader niet binnen twee weken na deze beschikking toestemming hiervoor verleent;
6.5.
verleent de moeder vervangende toestemming om de kinderen in te schrijven bij Dokterscentrum [plaatsnaam 3] als huisarts als de vader niet binnen twee weken na deze beschikking toestemming hiervoor verleent;
6.6.
verleent de moeder vervangende toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, om met de kinderen naar Zwitserland te reizen van 29 mei 2026 tot en met 31 mei 2026;
6.7.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.8.
wijst het meer of anders verzochte af voor zover de beslissing op dat onderwerp niet wordt aangehouden;
6.9.
houdt iedere verdere beslissing over de kinderalimentatie en de proceskosten aan tot
[datum] pro formain afwachting van de nadere berichtgeving van partijen.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Eskes, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Beumer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
-door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
-door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Voetnoten

1.Hoge Raad 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5901.