Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
zolang [het kind] niet naar school gaat:
vanaf het moment dat [het kind] naar school gaat:
vakanties:
feestdagen volgens het door de moeder voorgestelde schema.
4.Het verweer
5.Het standpunt van de Raad
6.De beoordeling
- de noodzaak om te verhuizen;
- de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
- de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor het kind en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
- de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
- de rechten van de andere ouder en het kind op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
- de frequentie van het contact tussen het kind en de andere ouder voor en na de verhuizing;
- de leeftijd van het kind, zijn/haar mening en de mate waarin het kind geworteld is in zijn omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen;
- de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.
- de ene week van donderdag 10.00 uur (de vader haalt [het kind] op bij de moeder) tot vrijdag 15.30 uur (de moeder haalt [het kind] op bij de vader);
- de andere week van donderdag 10.00 uur (de vader haalt [het kind] op bij de moeder) tot zondagochtend 10.00 uur (de moeder haalt [het kind] op bij de vader).
7.De beslissing
totdat zij naar school gaatbij de vader verblijft:
vanaf het moment dat zij naar school gaatbij de vader verblijft volgens het volgende driewekelijkse schema: