ECLI:NL:RBGEL:2026:414

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
19 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
C/05/457758
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van bestuurder van een Stichting die de rentevrije munt Florijn exploiteert

In deze zaak heeft de Rechtbank Gelderland op 19 januari 2026 uitspraak gedaan in een verzoek tot ontslag van de bestuurder van de Stichting [verweerder 2], die de rentevrije munt Florijn exploiteert. Verzoeker, die als beleidsmedewerker bij de stichting betrokken was en ook rekeninghouder is, verzocht de rechtbank om [verweerder 1] als bestuurder te ontslaan op grond van verwaarlozing van zijn taak en andere gewichtige redenen, en om nieuwe bestuurders te benoemen. De rechtbank oordeelde dat [verweerder 1] zijn verantwoordelijkheden als bestuurder niet naar behoren had vervuld, onder andere door het niet voldoen aan statutaire verplichtingen en het aanwenden van gelden voor privédoeleinden. De rechtbank heeft het verzoek tot ontslag van [verweerder 1] toegewezen en [verzoeker] en [belangh 4] benoemd als nieuwe bestuurders. De rechtbank heeft ook geoordeeld dat [verweerder 1] en [verweerder 2] hoofdelijk in de proceskosten van [verzoeker] worden veroordeeld. Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en zal ter inschrijving in het handelsregister worden aangeboden.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer / rekestnummer: C/05/457758 / HA RK 25-138
Beschikking van 19 januari 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. D.M. Lamers,
tegen

1.[verweerder 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [verweerder 1] ,
niet verschenen,
2. de Stichting
[verweerder 2],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [verweerder 2] ,
niet verschenen,
waarin (tevens) belanghebbenden zijn

3.[belangh 3] ,

wonende te [woonplaats] ,
in persoon verschenen,
4.
[belangh 4],
in persoon verschenen,
hierna te noemen: [belangh 4] ,
5.
[belangh 5],
wonende te [woonplaats] ,
6.
[belangh 6],
wonende te [woonplaats] ,
7.
[belangh 7],
wonende te [woonplaats] ,
8.
[belangh 8],
wonende te [woonplaats] ,
9.
[belangh 9],
wonende te [woonplaats] ,
10.
[belangh 10],
wonende te [woonplaats] ,
11.
[belangh 11],
wonende te [woonplaats] ,
12.
[belangh 12],
wonende te [woonplaats] ,
13.
[belangh 13],
wonende te [woonplaats] ,
14.
[belangh 14],
wonende te [woonplaats] ,
15.
[belangh 15],
wonende te [woonplaats] ,
16.
[belangh 16],
wonende te [woonplaats] ,
17.
[belangh 17],
wonende te [woonplaats] ,
18.
[belangh 18],
wonende te [woonplaats] ,
19.
[belangh 19],
wonende te [woonplaats] ,
20.
[belangh 20],
wonende te [woonplaats] ,
21.
[belangh 21],
wonende te [woonplaats] ,
22.
[belangh 22],
wonende te [woonplaats] ,
23.
[belangh 23],
wonende te [woonplaats] ,
24.
[belangh 24],
wonende te [woonplaats] ,
25.
[belangh 25],
wonende te [woonplaats] ,
26.
[belangh 26],
wonende te [woonplaats] ,
27.
[belangh 27],
wonende te [woonplaats] ,
28.
[belangh 28],
wonende te [woonplaats] ,
29.
[belangh 29],
wonende te [woonplaats] ,
30.
[belangh 30],
wonende te [woonplaats] ,
31.
[belangh 31],
wonende te [woonplaats] ,
32.
[belangh 32],
wonende te [woonplaats] ,
33.
[belangh 33],
wonende te [woonplaats] ,
34.
[belangh 34],
wonende te [woonplaats] ,
35.
[belangh 35],
wonende te [woonplaats] ,
36.
[belangh 36],
wonende te [woonplaats] ,
37.
[belangh 37],
wonende te [woonplaats] ,
38.
[belangh 38],
wonende te [woonplaats] ,
39.
[belangh 39],
wonende te [woonplaats] ,
40.
[belangh 40],
wonende te [woonplaats] ,
41.
[belangh 41],
wonende te [woonplaats] ,
42.
[belangh 42],
wonende te [woonplaats] ,
43.
[belangh 43],
wonende te [woonplaats] ,
44.
[belangh 44],
wonende te [woonplaats] ,
45.
[belangh 45],
wonende te [woonplaats] ,
46.
[belangh 46],
wonende te [woonplaats] ,
47.
[belangh 47],
wonende te [woonplaats] ,
48.
[belangh 48],
wonende te [woonplaats] ,
49.
[belangh 49],
wonende te [woonplaats] ,
50.
[belangh 50],
wonende te [woonplaats] ,
51.
[belangh 51],
wonende te [woonplaats] ,
52.
[belangh 52],
wonende te [woonplaats] ,
53.
[belangh 53],
wonende te [woonplaats] ,
gemachtigde belanghebbenden sub 5 tot en met 53: [naam 1]
advocaat belanghebbenden sub 5 tot en met 53: mr. D.M. Lamers.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 26 september 2025, met 47 producties,
- de brief van 13 oktober 2025 van [verzoeker] , met bijgevoegd een gecorrigeerde versie van het verzoek,
- de mondelinge behandeling van 8 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Verschenen zijn [verzoeker] , bijgestaan door mr. Lamers, [belangh 4] , [belangh 3] en [naam 2] . Tevens is verschenen [naam 1] namens belanghebbenden sub 5 tot en met 53, eveneens bijgestaan door mr. Lamers. [verweerder 1] en [verweerder 2] zijn niet verschenen, hoewel zij behoorlijk zijn opgeroepen.
- de spreekaantekeningen van mr. Lamers.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De zaak in het kort

2.1.
[verweerder 2] is opgericht op 20 mei 2025 en exploiteert de Florijn , een rentevrije munt die in biljetten wordt uitgegeven en ook online kan worden gekocht of verkocht, waarmee betalingen kunnen worden verricht binnen het netwerk van rekeninghouders en waarvan bij [verweerder 2] betaalrekeningen kunnen worden aangehouden. [verweerder 1] is sinds de oprichting bestuurder van [verweerder 2] en is thans nog haar enig bestuurder, nadat eind 2024 de overige bestuursleden ontslag hebben genomen.
2.2.
In deze zaak heeft [verzoeker] , die lang als beleidsmedewerker bij [verweerder 2] was betrokken en ook rekeninghouder is van een door [verweerder 2] beheerde Florijn-rekening, de rechtbank onder meer verzocht om [verweerder 1] als bestuurder van [verweerder 2] te ontslaan, op de grond dat hij zijn taak heeft verwaarloosd en om andere gewichtige redenen als bedoeld in artikel 2:298 BW, en in zijn plaats [verzoeker] en nieuwe bestuurders te benoemen (bij voorkeur [belangh 4] en [verzoeker] ). De overige belanghebbenden (allen houders van Florijnrekeningen) hebben door het afgeven van machtigingen het ontslagverzoek ondersteund. [verweerder 1] en [verweerder 2] zijn niet verschenen in de procedure en hebben geen verweer gevoerd. De rechtbank wijst het verzoek tot ontslag van Mighels als bestuurder toe, omdat zij tot het oordeel komt dat hij, door niet goed te zorgen voor het vermogen van [verweerder 2] en er niet voor te zorgen dat de Florijn naar behoren kon blijven functioneren als betaalmiddel, inderdaad zijn taak als bestuurder van [verweerder 2] heeft verwaarloosd. Ook overigens oordeelt de rechtbank dat er gewichtige redenen zijn om hem als bestuurder te ontslaan, onder meer omdat voldoende aannemelijk is dat [verweerder 1] geld van [verweerder 2] heeft gebruikt voor privé-uitgaven. Omdat [verweerder 2] wel een bestuur nodig heeft en de rechtbank [belangh 4] en [verzoeker] daarvoor geschikt acht, worden zij benoemd als nieuwe bestuurders.

3.De feiten

3.1.
[verweerder 2] is opgericht bij notariële akte van 20 mei 2015 en heeft volgens artikel 2 van haar statuten tot doel het faciliteren en bevorderen van een rentevrije economie door het aanbieden van de Florijn en eventueel additionele diensten. In de statuten is ook bepaald dat de Florijn bedrijfsmatig, maar not-for-profit, wordt geëxploiteerd.
3.2.
De Florijn is een munt. Via een door [verweerder 2] beheerde online wisselbeurs kan (althans kon) de munt tegen euro’s worden gekocht of verkocht. Het bedrijf CURO verleende de daarvoor benodigde betaaldiensten, zijnde iDeal, waarmee rekeninghouders Florijnen kunnen kopen en verkopen, en Cardgate, dat [verweerder 2] inzicht geeft in de transacties die door rekeninghouders zijn verricht. [verweerder 2] laat daarnaast
Florijn-biljetten afdrukken, waarna de biljetten worden ondergebracht in verschillende speciaal daarvoor opgerichte geldkantoren, waar de Florijnen contant kunnen worden opgenomen van en gestort op een betaalrekening. Vanaf de betaalrekeningen, die worden aangehouden bij [verweerder 2] kunnen betalingen in Florijnen worden verricht door en aan personen met een dergelijke betaalrekening. Ook per post kunnen verzoeken worden gericht aan [verweerder 2] om Florijnen contant op te nemen van een betaalrekening, welke verzoeken worden behandeld door [verweerder 1] . De Florijn is om te wisselen in euro’s bij [verweerder 2] . [verweerder 2] houdt voor dat doel een betaalrekening aan in euro’s bij de Triodos bank. Thans beschikken 867 bedrijven en zelfstandigen en ongeveer 4750 particuliere gebruikers over een betaalrekening voor Florijnen bij [verweerder 2] .
3.3.
[verweerder 1] is sinds de oprichting van [verweerder 2] voorzitter van het bestuur van [verweerder 2] , en is thans nog haar enige bestuurder. Behalve [verweerder 1] hebben ook [naam 2] (hierna: [naam 2] ) als secretaris en [naam 3] ( [naam 3] ) als penningmeester onderdeel uitgemaakt van het bestuur. [verzoeker] was sinds december 2015 bij [verweerder 2] betrokken als beleidsmedewerker en houdt daar tevens een betaalrekening aan. Op 30 december 2024 hebben [naam 2] , [naam 3] en [verzoeker] ontslag genomen uit hun respectievelijke functies bij [verweerder 2] .
3.4.
Aan het aftreden als bestuurders van [naam 2] en [naam 3] ging een lange periode van discussies met [verweerder 1] over zijn functioneren als voorzitter en het verrichten van in de ogen van de andere bestuursleden noodzakelijke bestuurshandelingen vooraf. Uiteindelijk hebben [naam 2] en [naam 3] aan [verweerder 1] een aantal voorwaarden gesteld waaronder zij bereid zouden zijn aan te blijven als bestuurders. Die hielden in dat het vetorecht en het eenhoofdig vertegenwoordigingsrecht van [verweerder 1] zouden worden opgeheven (door een statutenwijziging), dat ten minste twee leden zouden worden benoemd in de Raad van Toezicht (waarin tot op dat moment nog niemand door [verweerder 1] was benoemd) en dat de bevoegdheid tot het benoemen van leden van de Raad van Toezicht zou worden toegekend aan het bestuur (in plaats van alleen aan de voorzitter). [verweerder 1] weigerde met deze voorwaarden akkoord te gaan, waarna [naam 2] en [naam 3] hun bestuurslidmaatschap hebben beëindigd.
3.5.
[verweerder 2] houdt een betaalrekening in euro’s aan bij de Triodos Bank (hierna: de bankrekening van [verweerder 2] ), waarop de betalingen in euro’s voor de aankoop van Florijnen worden ontvangen. Met betrekking tot deze door de verkoop van Florijnen ontvangen inkomsten heeft [verweerder 1] benadrukt dat het geld eigendom is van [verweerder 2] en door [verweerder 2] niet wordt gebruikt voor zichzelf, maar alleen om eventueel overaanbod van Florijnen op de wisselkantoren terug te kopen, ter stabilisatie van de munt. Dit principe is door [verweerder 1] (en in de diverse uitingen van [verweerder 2] ) steeds aangeduid als “het stabilisatiefonds”. In de eerder genoemde notitie aan de Triodos Bank, waarin “de werking van de Florijn ” wordt uiteengezet, staat ook dat De Nederlandse Bank schriftelijk heeft verklaard dat de Florijn niet binnen de werkingssfeer van de Wet op het financieel toezicht (Wft) valt. Dat hangt er volgens de notitie mee samen dat [verweerder 2] geen euro schept, geen euro uitleent en geen opvorderbare gelden beheert.
3.6.
[verweerder 1] heeft met geld van de bankrekening van [verweerder 2] voor een bedrag van € 79.000,00 aan goud en ook zilver gekocht, zowel op naam van [verweerder 2] als op eigen naam. Het is niet bekend waar [verweerder 1] dit edelmetaal heeft opgeslagen en hij heeft dit desgevraagd niet aan de (voormalige) penningmeester van [verweerder 2] willen meedelen.
3.7.
In de periode januari tot augustus 2025 heeft [verweerder 1] bedragen van de bankrekening van [verweerder 2] overgeboekt naar bankrekeningen van derden. Het betreft ten minste € 120.000,00 aan betalingen met als omschrijving “lening”, “krediet” , “aflossing” of “terugbetaling” en soms geheel zonder omschrijving, en daarnaast ongeveer € 8.000,00 voor betaling van huur van zijn privé woonruimte, maaltijden, testosteronpillen, seksdatingsites en een hotelovernachting.
3.8.
CURO heeft [verweerder 1] herhaaldelijk, voor het eerst op 27 augustus 2024, verzocht om een kopie van zijn legitimatiebewijs en eveneens herhaaldelijk, voor het eerst op 5 november 2025, verzocht om jaarrekeningen van [verweerder 2] te verstrekken. [verweerder 1] heeft niet aan deze verzoeken voldaan. CURO heeft daarom op 2 januari 2025 de overeenkomst met [verweerder 2] opgezegd, waarna de overeenkomst op 3 maart 2025 is geëindigd. [verweerder 2] kan daardoor (vooralsnog) geen gebruik meer maken van de iDeal-betaaldienst.
3.9.
[verweerder 1] heeft vanaf 1 februari 2025 geen verzoeken tot het opnemen van contante Florijnen meer in behandeling genomen. De in verband met verkochte Florijnen aan rekeninghouders verschuldigde bedragen zijn vanaf het stopzetten van de dienstverlening door CURO grotendeels onbetaald gebleven.
3.10.
[verweerder 2] heeft sinds haar oprichting geen jaarrekeningen gepubliceerd.

4.Het verzoek

4.1.
[verzoeker] verzoekt de rechtbank, na vermindering van het verzoek, om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking
Als voorlopige voorziening:
primair
I. [verweerder 1] gedurende de looptijd van dit geding met onmiddellijke ingang te schorsen als bestuurder van [verweerder 2] ;
II. [belangh 4] en [verzoeker] gedurende de looptijd van dit geding met onmiddellijke ingang te benoemen tot (interim-)bestuurders van [verweerder 2] ;
subsidiair
III. [verweerder 1] gedurende de looptijd van dit geding met onmiddellijke ingang te schorsen als bestuurder van [verweerder 2] ;
IV. een door de rechtbank in goede justitie te bepalen partij gedurende de looptijd van dit geding met onmiddellijke ingang te benoemen tot (interim-)bestuurder(s) van [verweerder 2] ;
In de hoofdzaak:
primair
V. [verweerder 1] met onmiddellijke ingang te ontslaan als bestuurder van [verweerder 2] ;
VI. [belangh 4] en [verzoeker] met onmiddellijke ingang te benoemen tot bestuurders van [verweerder 2] ;
subsidiair
VII. [verweerder 1] met onmiddellijke ingang te ontslaan als bestuurder van [verweerder 2] ;
VIII. een door de rechtbank in goede justitie te bepalen partij te benoemen tot bestuurder(s) van [verweerder 2] ;
primair en subsidiair
IX. gerekwestreerden te veroordelen in de kosten van dit geding.
4.2.
[verzoeker] stelt dat [verweerder 1] zijn taak als bestuurder van [verweerder 2] heeft verwaarloosd, en dat er ook andere gewichtige redenen zijn voor zijn ontslag, en dat [verweerder 1] daarom uit die functie moet worden ontslagen. Meer concreet bestaat het wanbestuur van [verweerder 1] volgens [verzoeker] uit het volgende.
[verweerder 1] heeft nagelaten te voldoen aan verschillende verplichtingen uit de statuten, zoals het benoemen van een accountant die toezicht houdt op de in- en uitgaande geldstromen, het benoemen van leden voor de Raad van Toezicht, voorzien in openstaande vacatures in het bestuur en het bijhouden van een deugdelijke financiële administratie en het opstellen en publiceren van jaarrekeningen. Voorts wordt [verweerder 1] verweten middelen van [verweerder 2] te hebben aangewend voor privédoeleinden in de periode van 21 mei 2023 tot en met 9 december 2024, en later opnieuw vanaf januari tot augustus 2025 door circa € 128.000,00 aan betalingen te verrichten zoals genoemd in rechtsoverweging 3.7. Deze betalingen lijken niet direct verband te houden met de doelstelling van [verweerder 2] , gelet op de omschrijvingen bij diverse overboekingen. Voor deze uitgaven zijn geen declaraties of facturen verstrekt. [verweerder 1] heeft later, onder druk van de noodzaak om de administratie sluitend te krijgen met het oog op het opstellen van jaarrekeningen, bij zijn medebestuurders afgedwongen dat de voornoemde betalingen uit 2023 en 2024 deels zouden gelden als vergoeding voor door hem verrichte werkzaamheden of door de ontvanger van de gelden verrichte werkzaamheden en deels als geldlening aan hem. Dit alles is in strijd met de statuten, die voorschrijven dat alleen de Raad van Toezicht mag beslissen over kostenvergoedingen. Verder wordt [verweerder 1] verweten dat hij het gekochte edelmetaal heeft opgeslagen en desgevraagd aan de voormalig penningmeester niet heeft verteld waar dit is. Daarnaast had [verweerder 1] het edelmetaal niet op eigen naam mogen kopen; [verzoeker] vermoedt dat [verweerder 1] het edelmetaal voor zichzelf heeft gekocht. Voorts heeft [verweerder 1] volgens [verzoeker] bepaalde veiligheidsnormen overtreden. Allereerst doordat hij contante Florijn biljetten heeft laten drukken zonder die te voorzien van unieke serienummers, wat opsporing bij verlies, diefstal of vervalsing onmogelijk maakt. Daarnaast heeft [verweerder 1] eenvoudig te raden wachtwoorden gebruikt, de voormalig helpdeskmedewerkers niet afgesloten van het mailadres info@betalenmetflorijn.nl en het niet onmogelijk gemaakt dat de voormalig bestuurders toegang hebben tot de bankrekening van [verweerder 2] en als systeemadministrator tot alle Florijn-rekeningen. Verder is [verweerder 1] volgens [verzoeker] nalatig geweest in de contacten met CURO door niet aan haar verzoeken tot het verstrekken van zijn legitimatiebewijs en jaarstukken te voldoen, met als gevolg de opzegging van de overeenkomst waardoor er geen Florijnen meer gekocht en verkocht kunnen worden. Ook heeft hij vanaf 1 februari 2025 verzuimd om verzoeken per post tot het opnemen van Florijnen in contanten in behandeling te nemen en hebben rekeninghouders die in de periode van 1 februari tot 3 maart 2025 Florijnen verkochten hun geld niet uitbetaald gekregen. [verweerder 1] wordt ook nog verweten dat hij afspraken met medebestuurders niet nakwam en bij herhaling beslissingen nam zonder deze te overleggen met en instemming te verkrijgen van zijn medebestuurders. [verzoeker] stelt dat [verweerder 1] niet transparant is geweest in zijn communicatie met derden door vaak vanaf zijn eigen e-mailadres of zijn eigen X account met derden te communiceren in plaats van de e-mailadressen en het X account van [verweerder 2] . Ten slotte wordt [verweerder 1] verweten dat hij de taken die zijn voormalig medebestuurders en beleidsmedewerker [verzoeker] in het belang van [verweerder 2] en haar rekeninghouders nog hebben verricht na hun ontslag, zelf niet naar behoren heeft uitgevoerd.

5.De beoordeling

[verzoeker] is belanghebbende bij de verzoeken
5.1.
De wet vermeldt niet in het algemeen wie tot de belanghebbenden zijn te rekenen bij een verzoek tot ontslag en benoeming van bestuurders van een Stichting op grond van artikel 2:298 lid 1 BW. Wie belanghebbende zijn moet uit de aard van de procedure en de daarmee verband houdende wetsbepalingen worden afgeleid. Bij de beantwoording van de vraag of iemand belanghebbende is, zal een rol spelen in hoeverre deze door de uitkomst van de desbetreffende procedure zodanig in een eigen belang kan worden getroffen dat deze daarin behoort te mogen opkomen ter bescherming van dat belang, of in hoeverre deze anderszins zo nauw betrokken is of is geweest bij het onderwerp dat in de procedure wordt behandeld, dat daarin een belang is gelegen om in de procedure te verschijnen. [1]
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] belanghebbende is bij de door hem gedane verzoeken. Hij is namelijk houder van een betaalrekening en ondervindt er daarom nadeel van dat, zoals onweersproken is gesteld, het betaalsysteem niet meer functioneert doordat de Florijn niet meer kan worden gekocht en verkocht en er geen Florijnen meer van de betaalrekening kunnen worden opgenomen. Dat heeft tot gevolg dat [verzoeker] feitelijk geen gebruik meer kan maken van de op zijn betaalrekening aanwezige Florijnen. Bij het aanmerken van [verzoeker] in zijn hoedanigheid van rekeninghouder als belanghebbende hecht de rechtbank er mede belang aan dat [verweerder 2] een door een (inmiddels) weliswaar groot aantal personen gebruikt, maar nog steeds niet algemeen aanvaard betaalmiddel exploiteert en beheert (althans geacht wordt dat te doen) en daarbij niet, althans niet voor de rechtbank kenbaar, aan enig feitelijk toezicht lijkt te zijn onderworpen. Dat maakt dat haar rekeninghouders de bescherming die bijvoorbeeld houders van “reguliere” bankrekeningen zouden moeten genieten lijken te ontberen. Het voorgaande geldt, om dezelfde redenen, ook voor de belanghebbenden sub 5 tot en met 53.
[verweerder 1] wordt ontslagen; [verzoeker] en [belangh 4] worden benoemd als bestuurders
5.3.
De rechtbank zal het primaire verzoek onder V. tot het ontslaan van [verweerder 1] als bestuurder van [verweerder 2] toewijzen. Zoals primair verzocht onder VI., zal de rechtbank [verzoeker] en [belangh 4] in plaats van [verweerder 1] als bestuurders van [verweerder 2] benoemen. Hierna zal worden toegelicht op grond waarvan de rechtbank tot deze beslissingen komt. Nu de primaire verzoeken in de hoofdzaak zullen worden toegewezen, bestaat geen belang meer bij het treffen van de onder I. tot en met IV. verzochte voorlopige voorzieningen, zodat die verzoeken zullen worden afgewezen. Tevens heeft toewijzing van deze primaire verzoeken in de hoofdzaak tot gevolg dat niet meer wordt toegekomen aan hetgeen subsidiair in de hoofdzaak is verzocht onder VII. en VIII.
5.4.
Een bestuurder van een Stichting kan op verzoek van het OM of een belanghebbende worden ontslagen wegens verwaarlozing van zijn taak, andere gewichtige redenen, of ingrijpende wijzigingen van omstandigheden op grond waarvan het voortduren van het bestuurderschap in redelijkheid niet kan worden geduld. [2]
5.5.
De rechtbank is van oordeel dat [verweerder 1] zijn taak als bestuurder heeft verwaarloosd en dat er ook andere gewichtige redenen zijn op grond waarvan hij niet langer kan aanblijven als bestuurder.
5.6.
[verzoeker] heeft onweersproken gesteld dat [verweerder 1] de gelden op de bankrekening van [verweerder 2] heeft aangewend om edelmetaal te kopen en dat hij dit edelmetaal niet aan [verweerder 2] heeft afgedragen, maar dat het er veeleer op lijkt dat hij het zich heeft toegeëigend. Hij heeft het edelmetaal namelijk op een voor [verweerder 2] onbekende locatie opgeslagen en desgevraagd niet aan de toenmalige penningmeester, die uit hoofde van zijn functie eindverantwoordelijk was voor het beheer over de financiële middelen en het vermogen van [verweerder 2] , willen verklaren waar dat is. Hierin is een gewichtige reden gelegen voor ontslag van [verweerder 1] als bestuurder van [verweerder 2] .
5.7.
Een andere gewichtige reden voor ontslag van [verweerder 1] als bestuurder van [verweerder 2] zijn de betalingen van in totaal € 128.000,00 die hij heeft verricht vanaf de bankrekening van [verweerder 2] aan derden in de periode van januari 2025 tot en met augustus 2025. [verzoeker] heeft gesteld dat deze betalingen geen verband houden met het doel van [verweerder 2] en dat het hier om privé-uitgaven van, althans ten behoeve van [verweerder 1] gaat. [verweerder 1] , die niet in de procedure is verschenen en geen verweer heeft gevoerd, heeft dit niet betwist. Gelet op de omschrijvingen (of het gebrek daaraan) bij de betalingen acht de rechtbank dit ook voldoende aannemelijk. Wat betreft de betalingen die zijn aangeduid met “lening”, krediet”, “aflossing” en “terugbetaling” hecht de rechtbank er daartoe mede belang aan dat volgens de hiervoor bij 3.5. genoemde notitie [verweerder 2] geen leningen verstrekt. De betalingen zijn dus niet te verklaren vanuit de normale activiteiten van [verweerder 2] . Dat betaling van de huur van [verweerder 1] en betalingen aan verkopers van testosteronpillen en seksdatingsites niet als betalingen ten behoeve van [verweerder 2] kunnen worden aangemerkt behoeft geen nadere toelichting. Voor het doen van privé-uitgaven zijn de gelden op de hiervoor genoemde bankrekening uiteraard niet bedoeld, nog daargelaten of die alleen zouden mogen worden aangewend in het kader van het zogenaamde stabilisatiefonds, hetgeen door [verzoeker] eveneens onbetwist is gesteld. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat [verweerder 1] door het doen van deze betalingen misbruik heeft gemaakt van zijn positie als bestuurder door deze gelden voor een ander doel te gebruiken dan waarvoor zij zijn bedoeld. Het betreft hier, gelet op de veelheid aan betalingen en het hoge totaalbedrag, bovendien duidelijk geen incidenten, maar een structureel aanwenden van het vermogen van [verweerder 2] ten eigen bate van [verweerder 1] .
5.8.
De rechtbank is daarnaast van oordeel dat [verweerder 1] zijn taak als bestuurder heeft verwaarloosd doordat hij veiligheidsnormen die binnen [verweerder 2] gelden heeft overtreden, zoals [verzoeker] onweersproken stelt. Het betreft in ieder geval het gebruik van eenvoudig te raden wachtwoorden en het niet ervoor zorgdragen dat voormalig bestuurders en helpdeskmedewerkers geen toegang meer hebben tot mailboxen, de bankrekening van [verweerder 2] en de betaalrekeningen waarop de Florijnen bij [verweerder 2] worden aangehouden. Het is naar het oordeel van de rechtbank bij uitstek aan een bestuurder om dergelijke elementaire veiligheidsregels, die beogen om de belangen van bij [verweerder 2] betrokken personen, in dit geval de houders van betaalrekeningen met Florijnen, te beschermen, na te leven en zo ervoor zorg te dragen dat de integriteit van het betalingssysteem van Florijnen en de waarde van de Florijn als munt niet kunnen worden aangetast. Dat heeft [verweerder 1] nagelaten te doen.
5.9.
Tenslotte is de rechtbank van oordeel [verweerder 1] zijn taak als bestuurder ernstig heeft verwaarloosd doordat het als gevolg van zijn nalatigheid niet meer mogelijk is om de Florijn als betaalmiddel te gebruiken. Dit is allereerst, omdat hij er niet voor heeft zorggedragen dat de relatie met CURO werd voortgezet. Dit was noodzakelijk, omdat CURO met het aanbieden van iDeal ervoor zorgde dat Florijnen konden worden gekocht en verkocht. Ten tweede, omdat [verweerder 1] vanaf 1 februari 2025 niet meer heeft voldaan aan verzoeken van rekeninghouders bij [verweerder 2] om Florijnen in contanten op te nemen en er in de periode van 1 februari tot en met 3 maart 2025 niet voor te zorgen de door rekeninghouders verkochte Florijnen werden uitbetaald in euro’s.
5.10.
Omdat het voorgaande reeds voldoende reden is om [verweerder 1] met onmiddellijke ingang als bestuurder te ontslaan, kunnen de overige in het verzoekschrift aangevoerde gronden voor ontslag buiten beschouwing blijven.
5.11.
[verzoeker] heeft omschreven wat een te benoemen bestuurder van [verweerder 2] zal moeten doen. [verzoeker] stelt dat de huidige, volgens hem ontoelaatbare, administratieve en financiële praktijk zal moeten veranderd. Er moet worden onderzocht of de exploitatie van de Florijn door [verweerder 2] kan worden voortgezet; onduidelijk is namelijk of door het wanbestuur van [verweerder 1] [verweerder 2] en de Florijn nog te redden is. Daarbij moet ook worden onderzocht of de wijze waarop [verweerder 2] opereert en de Florijn functioneert niet (toch) in strijd is met toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de Wft. Als uit dit onderzoek blijkt dat de munt niet meer levensvatbaar is, dan zullen de zaken van [verweerder 2] en haar verplichtingen richting de rekeninghouders en eventuele schuldeisers behoorlijk moeten worden afgewikkeld. Als dat blijkt dat er nog wel mogelijkheden zijn tot het op verantwoorde wijze voortzetten van de exploitatie van de Florijn , moeten de statuten worden gewijzigd om te voorkomen dat de voorzitter van het bestuur eigenmachtig kan optreden (onder meer door gebruikmaking van zijn vetorecht) en om te zorgen dat de verplichting ontstaat om ook daadwerkelijk leden te benoemen in de Raad van Toezicht, zodat die Raad er ook feitelijk komt en daadwerkelijk toezicht kan houden op het functioneren van [verweerder 2] . [verzoeker] stelt dat hij mensen kent die hij kan benaderen om plaats te nemen in een Raad van Toezicht. Ook zal dan het betalen met en ruil van Florijnen voor euro’s en andersom moeten worden hersteld. Er zal ook worden onderzocht of [verweerder 2] een vordering heeft op [verweerder 1] en zo ja, of die kan worden geïncasseerd. Bij dit alles zal het bestuur zich waar nodig door een jurist laten bijstaan, aldus [verzoeker] .
5.12.
De rechtbank kan zich op basis van de inhoud van het verzoekschrift vinden in deze visie voor de door een nieuw bestuur te zetten (eerste) stappen. [verzoeker] en [belangh 4] hebben verklaard deze bestuurstaken op zich te willen nemen. De rechtbank acht hen voor deze taak ook geschikt, omdat [verzoeker] onweersproken heeft gesteld dat zij, voor zover mogelijk gelet op de moeizame en recent geheel gestaakte communicatie met [verweerder 1] , actuele kennis hebben van de situatie van [verweerder 2] , zij de Florijn als munt kennen en weten hoe het betalingssysteem werkt en tevens bekend zijn met het sociale netwerk om [verweerder 2] heen, waaronder de voormalig bestuurders en in ieder geval een aantal rekeninghouders. Daarmee acht de rechtbank voldoende redenen aanwezig om hen geschikt te achten als bestuurders.
De proceskosten
5.13.
[verzoeker] heeft verzocht om zowel [verweerder 1] als [verweerder 2] in de proceskosten te veroordelen. De rechtbank ziet in het feit dat [verzoeker] deze procedure (terecht) heeft moeten voeren als gevolg van het hiervoor vastgestelde wanbestuur door Mighels, en in het feit dat [verweerder 2] geen verweer heeft gevoerd tegen toewijzing van het ontslagverzoek en dat het verzoek in feite (ook) in haar belang is gedaan, aanleiding om ook dit onderdeel van het verzoek toe te wijzen. [verweerder 1] en [verweerder 2] zullen dus - hoofdelijk - worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten) van [verzoeker] . De proceskosten van [verzoeker] worden begroot op:
- griffierecht
331,00
- salaris advocaat
1.228,00
(2,0 punt × € 614,00)
- nakosten
132,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.691,00
5.14.
Deze beschikking zal overeenkomstig het bepaalde in artikel 2:302 BW door de griffier worden aangeboden ter inschrijving in het handelsregister.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
ontslaat [verweerder 1] met ingang van de datum van deze beschikking als bestuurder van [verweerder 2] ,
6.2.
benoemt [verzoeker] en [belangh 4] met ingang van de datum van deze beschikking tot bestuurders van [verweerder 2] ,
6.3.
veroordeelt [verweerder 1] en [verweerder 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.691,00, te betalen binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking, te vermeerderen met € 90,00 plus de kosten van betekening als zij niet tijdig aan deze veroordeling voldoen en de beschikking daarna wordt betekend,
6.4.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.5.
wijst af het meer of anders verzochte,
6.6.
bepaalt dat de griffier deze beschikking ter inschrijving zal aanbieden aan het handelsregister.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boerwinkel en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2026.
943 / 1496

Voetnoten

1.Hoge Raad 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1900, r.o. 4.1.2.
2.Artikel 2:298 lid 1 BW.