Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4207

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
BR 26-299/12087918, 12087926, 12087933, 12087941, 12087944, 12087958, 12087970, 12087976, 12087978, 12087983, 12087985, 12087991, 12088101, 12088111
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 Boek 3 BWArt. 15 Boek 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroepen wegens misbruik van recht bij niet tijdig beslissen officier van justitie

De rechtbank Gelderland behandelde op 20 april 2026 een zitting waarin 33 beroepen werden ingediend tegen het niet tijdig nemen van beslissingen door de officier van justitie. De kantonrechter oordeelde in deze uitspraak over 14 van deze beroepen. De gemachtigde had namens betrokkenen beroepen ingesteld tegen het uitblijven van beslissingen op administratief beroep, terwijl de officier van justitie stelde dat in alle zaken tijdig was beslist en deze beslissingen aan betrokkenen en gemachtigde waren verzonden.

De rechtbank overwoog dat ingevolge artikel 13 en Pro 15 van Boek 3 BW het instellen van beroep niet kan worden misbruikt. In deze zaken was duidelijk dat de beroepen werden ingesteld terwijl al beslissingen waren genomen en dit ook aan de gemachtigde was meegedeeld. De gemachtigde had ondanks ingebrekestellingen en mededelingen dat er al was beslist, toch beroepen ingesteld, wat de rechtbank kwalificeerde als misbruik van recht.

De kantonrechter verklaarde daarom de beroepen niet-ontvankelijk en wees ook de verzoeken tot vaststelling van dwangsommen af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onder voorwaarden.

Uitkomst: De beroepen tegen het niet tijdig beslissen door de officier van justitie worden niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.

Uitspraak

proces-verbaal/uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zitting 20 april 2026
zaakgegevens 12087918, 12087926, 12087933, 12087941, 12087944, 12087958,
12087970, 12087976, 12087978, 12087983, 12087985, 12087991,
12088101, 12088111
cjib-nrs 264802469, 258428635, 259631465, 266726798, 261332048, 262328623, 258992774, 259955231, 260004935, 260549828, 260522093, 238994570, 252123332, 252123383
beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaken van

[betrokkene 1]

[betrokkene 2]
[betrokkene 3]
[betrokkene 4]
[betrokkene 5]
[betrokkene 6][betrokkene 7][betrokkene 8][betrokkene 9][betrokkene 10][betrokkene 11][betrokkene 12]
[bedrijf]
gemachtigde mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl
tegen

de officier van justitie

De beroepen zijn behandeld op de openbare zitting van 20 april 2026 door de kantonrechter
mr. G.W.B. Heijmans, bijgestaan door H. Jansen als griffier.
Namens de officier van justitie is aanwezig [medewerker CVOM] , medewerker van de Centrale Verwerkingseenheid Openbaar Ministerie (CVOM) als zittingsvertegenwoordiger, hierna te noemen de officier van justitie.
Betrokkenen en de gemachtigde zijn niet ter zitting verschenen.
De kantonrechter vat kort samen wat tussen partijen in geschil is en deelt mede dat op deze zitting 33 beroepen worden behandelend waarin de gemachtigde tegen het niet tijdig nemen van beslissingen door de officier van justitie beroepen heeft ingediend.
De kantonrechter oordeelt in deze uitspraak over 14 van de 33 beroepen.
Voorafgaand aan de zitting zijn door de gemachtigde nog aanvullende beroepsgronden ingediend in de zaken [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [betrokkene 5] , [betrokkene 6] , [betrokkene 9] , [betrokkene 10] , [betrokkene 11] , [betrokkene 12] en [bedrijf] (met het CJIB nr 252123332).
De officier van justitie verklaart zakelijk weergegeven het volgende:
Ik verzoek alle beroepen niet-ontvankelijk te verklaren primair vanwege misbruik van recht. In deze zaken is door de officier van justitie tijdig beslist en zijn die beslissingen ook aan betrokkenen en indien van toepassing aan de gemachtigde gezonden. Via MAPS zijn de beslissingen verzonden of anders blijkt dat uit de verzendadministratie. In de zaken waarin betrokkenen in persoon procedeerden zijn de ingebrekestellingen met toelichtingsbrieven aan de gemachtigde retour gezonden. De gemachtigde heeft ook geen contact opgenomen met zijn cliënten om te checken of er inderdaad geen beslissingen door de officier van justitie zijn genomen. Mede doordat er ook nog aanvullende gronden in kantonberoepen zijn ingediend, vraag ik me af of de gemachtigde zijn administratie geheel op orde heeft.
Subsidiair verzoek ik de beroepen niet-ontvankelijk te verklaren vanwege het onredelijk laat in gebreke stellen dan wel omdat er al op de beroepen is beslist.
De kantonrechter sluit het onderzoek en bepaalt schriftelijk uitspraak.

Gronden voor de beslissing

De kantonrechter overweegt als volgt.
1. Alle beroepen zijn ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op administratief beroep. In deze zaken ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of het instellen van deze beroepen misbruik van recht oplevert.
2. Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat ingevolge artikel 13, gelezen in verbinding met artikel 15, van Boek 3 van het BW, de bevoegdheid om beroep in te stellen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze artikelen verzetten zich tegen inhoudelijke behandeling van een beroep dat misbruik van recht behelst, en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig beroep. Daartoe zijn zwaarwichtige gronden vereist., die onder meer aanwezig zijn als rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw. [1]
3. In alle zaken heeft de gemachtigde beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op administratief beroep terwijl er al een beslissing op het administratief beroep was genomen. De beslissingen op administratief beroep zijn aan betrokkenen gezonden voor zover zij in de administratieve beroepsfase in persoon procedeerden. In de zaken waarin de gemachtigde in de administratieve beroepsfase al namens de betrokkene optrad is de beschikking ook aan de gemachtigde bekendgemaakt. De gemachtigde heeft vervolgens in deze zaken CVOM in gebreke gesteld en heeft daarna verzocht om toekenning van dwangsommen. Ook heeft de gemachtigde klachten ingediend tegen het uitblijven van een beslissing. Hij heeft uiteindelijk deze beroepen tegen het uitblijven van een besluit ingediend.
4. In alle zaken is voorafgaand aan het instellen van het beroep aan de gemachtigde te kennen gegeven dat door de officier van justitie al op het administratief beroep was beslist. In de zaken [betrokkene 1] en [betrokkene 4] heeft de officier van justitie de gemachtigde medegedeeld dat betrokkenen in persoon hebben geprocedeerd, dat al een beslissing op het (administratief) beroep was genomen. In de overige zaken is de beslissing op administratief beroep ruimschoots vóór het indienen van de beroepen niet tijdig aan de gemachtigde zelf gezonden en is na de ontvangst van ingebrekestellingen telkens aan hem bericht dat er al een beslissing was genomen. Er is geen enkele aanwijzing dat deze berichten de gemachtigde niet hebben bereikt.
5. De kantonrechter overweegt dat de gemachtigde de beroepen heeft ingesteld terwijl hij wist of had moeten weten dat er al een beslissing was genomen. Na het versturen van de ingebrekestellingen is hij daar ook op gewezen. Daarmee is de conclusie gerechtvaardigd dat de beroepen zodanig evident zijn ingesteld zonder redelijk doel dat het instellen van beroep blijk geeft van kade trouw. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk.
6. Met verwijzing naar het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 juni 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:3767) worden de verzoeken tot vaststelling van de verschuldigdheid en hoogte van dwangsommen in verband met het niet tijdig beslissen op het administratief beroep niet-ontvankelijk verklaard.
7. Nu de beroepen niet-ontvankelijk worden verklaard, bestaat er geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Er zal daarom als volgt worden beslist.

Beslissing

De kantonrechter:
- verklaart de beroepen niet-ontvankelijk;
- verklaart de verzoeken tot vaststelling van de verschuldigdheid en hoogte van dwangsommen in verband met het niet tijdig beslissen, door de officier van justitie, op de administratieve beroepen niet-ontvankelijk;
- wijst de verzoeken om vergoeding van proceskosten af.
Waarvan proces-verbaal,
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. G.W.B. Heijmans, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier, De kantonrechter,
Rechtsmiddel:
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, doch alleen indien:
a. de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. het beroepschrift niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.
Het beroepschrift dient schriftelijk te worden ingediend bij de rechtbank Gelderland, Team strafrecht, Mulderzaken, kamer C.1.06, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem en dient door degene die beroep heeft ingesteld, of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Beroepschriften die per e-mail worden ingediend, kunnen gezien de wettelijke regeling niet in behandeling worden genomen.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarbij u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Een afschrift van deze uitspraak is aan betrokkene en de officier van justitie verzonden op:

Voetnoten

1.ABRS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3447.