Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4463

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
AWB-24_5441
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 475dc RvWet vereenvoudiging beslagvrije voetParticipatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling wijziging wijze van beslaglegging op bijstand en vakantiegeldreservering

Eiseres ontvangt bijstand en er is beslag gelegd op haar uitkering vanwege een schuld. Het college heeft per 1 juni 2024 de wijze van beslaglegging gewijzigd, waardoor eiseres maandelijks 95% van haar bijstand ontvangt in plaats van 90%, maar geen vakantiegeld meer apart krijgt uitgekeerd.

Eiseres verzet zich tegen deze wijziging en verzoekt dat naast de betaling aan de beslaglegger ook 5% van haar bijstand wordt gereserveerd voor vakantiegeld, dat jaarlijks wordt uitgekeerd. Het college stelt dat eiseres maandelijks zelf 5% kan reserveren en dat de beslagvrije voet wettelijk is vastgesteld op 95% van het netto-inkomen inclusief vakantiebijslag.

De rechtbank stelt vast dat het college de beslaglegging uitvoert conform de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en dat de systematiek geen ruimte biedt voor een jaarlijkse vakantiegeldreservering naast de beslaglegging. Maatwerk is niet mogelijk. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De rechtbank adviseert het college om eiseres te verwijzen naar hulpinstanties voor financiële ondersteuning.

Uitkomst: Het beroep tegen de wijziging van de beslaglegging op de bijstand wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/5441

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, het college
(gemachtigde: mr. A.J.F Widdershoven).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de wijze waarop het college de beslaglegging op de bijstand die eiseres ontvangt op grond van de Participatiewet (Pw) uitvoert. Het college heeft vanaf 1 juni 2024 de wijze van beslaglegging gewijzigd. Eiseres is het daarmee niet eens en heeft beroep ingesteld bij de rechtbank. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de wijze van beslaglegging door het college op eiseres haar bijstand.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de wijze van beslaglegging op eiseres haar bijstand juist uitvoert. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 29 april 2024 heeft het college aan eiseres meegedeeld dat er vanaf 1 juni 2024 een verandering komt in hoe de beslaglegging op haar bijstand wordt uitgevoerd. Eiseres heeft daar bezwaar tegen gemaakt. Met het bestreden besluit van 28 juni 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij dat besluit gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 3 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: gemachtigde van het college. Eiseres is zonder afmelding voorafgaande aan de zitting niet verschenen.
2.3.
Bij brief van 27 februari 2026 heeft de rechtbank partijen bericht dat de rechter in deze zaak, mr. N.D.Z.R. Mohamed Hoesein, op dit moment niet beschikbaar is. De zaak is daarom overgenomen door een andere rechter, mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na verzending van deze brief te laten weten of zij gebruik willen maken van hun recht om op een (nadere) zitting te worden gehoord. Eiseres heeft op 13 maart 2026 aangegeven dat zij op een nadere zitting wil worden gehoord.
2.4.
De rechtbank heeft daarop het beroep op 28 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: eiseres. De gemachtigde van het college is met afmelding voorafgaande aan de zitting niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres ontvangt bijstand naar de norm voor een alleenstaande. In verband met een schuld is er door een derde beslag gelegd op haar bijstand. Het college is gehouden de afdracht aan de beslaglegger te verrichten. Vóór 1 juni 2024 ontving eiseres maandelijks 90% van haar bijstand. Het college hield 10% van de bijstandsnorm in op de bijstand van eiseres. Deze inhouding werd gebruikt voor een maandelijkse afdracht aan de beslaglegger van 5% en een maandelijkse reservering van vakantiegeld van 5% die eiseres jaarlijks ontving in mei.
3.1.
Met het besluit van 29 april 2024 deelt het college aan eiseres mee dat met ingang van 1 juni 2024 een verandering plaatsvindt in de wijze waarop het beslag op haar bijstand wordt uitgevoerd. Per die datum ontvangt eiseres maandelijks 95% van haar bijstand. Gevolg is dat zij maandelijks een hoger bedrag krijgt, 95% in plaats van 90%. Dit betekent dat eiseres geen vakantiegeld krijgt in mei. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
3.2.
Met het bestreden besluit heeft het college het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.
Wat vindt eiseres?
4. Eiseres voert aan dat door de wijziging in de uitvoering van de beslaglegging haar financiële situatie ernstig uit evenwicht is geraakt. Eiseres wil dat het college 5% vakantiegeld voor haar reserveert en dit uitbetaalt aan haar in mei en dat de beslaglegger daarnaast 5% van haar bijstand ontvangt van het college. Eiseres is van mening dat het college dan kan kiezen of hij dit maandelijks of jaarlijks doet.
Wat vindt het college?
5. Eiseres ontvangt meer bijstand, namelijk niet langer 90% maar 95% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande. Dat is ook de hoogte van de beslagvrije voet en is in de wet zo geregeld. [1] Het college stelt dat eiseres maandelijks zelf 5% van de bijstand die zij ontvangt, kan reserveren ten behoeve van vakantiegeld.
Wat vindt de rechtbank?
Procesbelang
6. De rechtbank stelt allereerst vast dat eiseres belang heeft bij een beoordeling van het bestreden besluit. Het besluit tot inhouding strekt zich immers uit over de periode totdat eiseres de vordering van de beslaglegger volledig heeft voldaan en dat is een reëel en actueel belang. De rechtbank zal het beroep dan ook inhoudelijk beoordelen. [2]
Uitvoering beslaglegging
6.1.
Vanaf 1 januari 2021 is de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbv) in werking getreden. [3] De beslagvrije voet voor eiseres is hierdoor 95% van het netto-inkomen inclusief vakantiebijslag geworden. Met deze wet heeft het college als uitvoerder van de beslaglegging twee manieren om de beslaglegger te betalen. Het college kan elke maand 5% van de bijstand betalen aan de beslaglegger of het college kan de reservering voor het vakantiegeld reserveren voor de betaling aan de beslaglegger en dit bedrag eens per jaar afdragen. Het college kan zelf bepalen hoe hij de uitvoering inricht.
6.2.
De rechtbank begrijpt dat eiseres verzoekt om behalve de betaling aan de
beslaglegger, ook 5% van haar bijstand te reserveren voor haar vakantiegeld, zodat eiseres een jaarlijkse vakantiereservering ontvangt. Op de zitting heeft eiseres toegelicht dat zij de vakantiereservering gebruikt om haar fysiotherapie te kunnen betalen. Naar het oordeel van de rechtbank maakt de uitvoeringssystematiek het niet mogelijk een dergelijke inhouding maandelijks uit te voeren en jaarlijks uit te keren naast de inhouding ten behoeve van de betaling aan de beslaglegger. De wetsystematiek geeft het college de mogelijkheid te bepalen op welke manier het beslag wordt ingehouden op de bijstand van eiseres en wordt uitbetaald aan de beslaglegger. Voor een jaarlijkse vakantiegeldreservering daarnaast, zoals eiseres verzoekt, is geen ruimte omdat uit de wet volgt dat eiseres zelf 95% van haar bijstand naast de beslaglegging dient te ontvangen. Maatwerk, zoals eiseres op de zitting heeft gevraagd, is dan ook niet mogelijk. De beroepsgrond van eiseres slaagt niet.
6.3.
Ten overvloede geeft de rechtbank het college mee om eiseres te verwijzen naar hulpinstanties om haar te ondersteunen in haar financiën. Eiseres heeft op de zitting aangegeven dat zij moeite heeft om maandelijks 5% te reserveren voor het betalen van haar rekeningen ten behoeve van haar gezondheid.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas, rechter, in aanwezigheid van mr. C.G.A.J. van der Wielen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Het college verwijst naar Kamerstukken II 2016/17, 34 628 en de parlementaire geschiedenis bij de totstandkoming van de 5%-regel beslagvrije voet (art 475dc Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
2.Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 14 januari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:135.
3.Kamerstukken II 2016/17, 34 628.