Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van de vrouw, met bijlagen, ontvangen op 28 maart 2025;
- het betekeningsexploot van 4 april 2025;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken van de man, met bijlagen, ontvangen op 8 augustus 2025;
- het verweerschrift van de vrouw op de zelfstandige verzoeken van de man, tevens aanvulling van de verzoeken van de vrouw, met bijlagen, ontvangen op 2 oktober 2025;
- het bericht van mr. Ritsma-Hartman, met bijlage, ontvangen op 6 oktober 2025;
- het verweerschrift van de man op de aanvullende verzoeken van de vrouw en een brief van mr. De Bont, met bijlagen, ontvangen op 30 maart 2026;
- de brief van mr. Van den Boom, met bijlagen, tevens houdende aanvullende verzoeken van de vrouw, ontvangen op 30 maart 2026;
- het journaalbericht van mr. De Bont, met bijlage, ontvangen op 1 april 2026;
- het journaalbericht van mr. Van den Boom, met bijlagen, ontvangen op 1 april 2026;
- de brief van mr. Van den Boom, met bijlage, ontvangen op 7 april 2026;
- de brief van mr. De Bont, ontvangen op 8 april 2026.
2.Wat vaststaat
- [naam kind 1], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), hierna te noemen [kind 1] ,
- [naam kind 2], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), hierna te noemen [kind 2] .
3.Wat ligt voor?
4.De beoordeling
- Welke mogelijkheden zijn er voor een zorgregeling tussen [kind 2] met haar moeder en de vader?
- Welke mogelijkheden zijn er voor contactherstel tussen [kind 1] en haar moeder?
- Zijn er omstandigheden die een zorgregeling c.q. contactherstel belemmeren? Zo ja, welke komen vanuit het kind en welke vanuit de ouder(s)? Hoe en op welke termijn zijn deze omstandigheden op te heffen?
- Hoe zou een zorgregeling (vorm en frequentie) er in het belang van de kinderen uit moeten zien?
tot een nader te plannen zitting in de maand januari 2027. Omdat de rechtbank op dit moment geen concrete aanknopingspunten heeft dat de huidige zorgregeling niet langer in het belang van [kind 2] zou zijn en partijen het erover eens zijn dat de regeling doorloopt, zal de rechtbank voor de tussenliggende periode een voorlopige zorgregeling vastleggen gelijk aan de zorgregeling die is bepaald in de beschikking voorlopige voorzieningen, te weten:
- dat [kind 2] de ene week van maandagochtend uit school tot maandagochtend in de daaropvolgende week naar school bij de vrouw verblijft en de andere week van maandagochtend uit school tot de maandag daarop naar school bij de man verblijft
- alsmede dat [kind 2] gedurende de ene helft van de schoolvakanties en feestdagen bij de vrouw verblijft en gedurende de andere helft bij de man.
- de vrouw € 250 per maand aan de man zal betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 1] ;
- de vrouw de aanvrager is van de kinderbijslag voor [kind 1] en [kind 2] en dat zij het gedeelte van de kinderbijslag dat bestemd is voor [kind 1] aan de man zal overboeken;
- de vrouw de aanvrager is van het kindgebonden budget voor [kind 1] en [kind 2] en dat zij jaarlijks (achteraf) de helft van het kindgebonden budget aan de man zal overboeken op het moment dat zij de definitieve beschikking over het kindgebonden budget heeft ontvangen. Op het moment dat er na de definitieve beschikking een terugvordering van het kindgebonden budget komt, zijn partijen daar ieder voor de helft voor draagplichtig.
€ 415, de door de man betaalde eigenaarslasten van de echtelijke woning van € 1.190 en de te hoge bijdrage van de man in de kosten van de huishouding van € 7.682.
€ 333,33 per maand. De rechtbank zal bepalen dat de man deze gebruiksvergoeding moet betalen vanaf de datum van de beschikking tot de datum van de notariële overdracht van de woning. De rechtbank ziet op basis van hetgeen de vrouw heeft aangevoerd geen reden om van een eerdere ingangsdatum uit te gaan.
5.De beslissing
nader te plannen zitting in de maand januari 2027 bij mr. C.M. Koopmanwaar partijen en de Raad nog een uitnodiging voor zullen ontvangen, en verzoekt de Raad om het raadsrapport uiterlijk twee weken voor deze nader te plannen zitting aan de rechtbank en partijen toe te sturen.