ECLI:NL:RBGEL:2026:4851

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
AWB - 23/5098, 24/1564 en 24/1465
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 1:3 AwbArt. 11 ParticipatiewetArt. 17 ParticipatiewetArt. 35 Participatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf en financiële situatie

Eiseres heeft meerdere aanvragen ingediend voor bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten en algemene bijstand bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland. Het college heeft deze aanvragen afgewezen vanwege twijfels over haar hoofdverblijf in de gemeente en onduidelijkheden over haar financiële situatie, waaronder het gebruik van een leaseauto waarvan de betalingen niet aannemelijk waren verantwoord.

De rechtbank heeft het onderzoek van het college beoordeeld, waaronder waarnemingen bij het uitkeringsadres, buurtonderzoeken en huisbezoeken. Hoewel eiseres stelde dat zij wel degelijk haar hoofdverblijf had in de gemeente Montferland en bewijs aanleverde, vond de rechtbank dat zij onvoldoende duidelijkheid en volledige opening van zaken had gegeven. De waarnemingen en verklaringen van buren ondersteunden het college, terwijl de door eiseres overgelegde Google Maps-tijdlijn onvolledig en onbetrouwbaar was.

Ook de financiële situatie van eiseres was onduidelijk, met name de leaseovereenkomsten voor dure auto's op haar naam, terwijl zij niet aannemelijk had gemaakt dat derden de betalingen verrichtten. De rechtbank volgde het college in de conclusie dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld en verklaarde de beroepen ongegrond. Eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd niet teruggegeven.

Uitkomst: De rechtbank wijst de beroepen af en bevestigt de afwijzing van de aanvragen voor bijzondere en algemene bijstand wegens onvoldoende bewijs van hoofdverblijf en financiële situatie.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummers: ARN 23/5098, 24/1564 en 24/1565

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaken tussen

[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres

(gemachtigde: mr. Y. Seyran),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland, het college
(gemachtigde: A.J.C. Jonkman).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzingen door het college van:
  • de aanvraag van eiseres van 11 januari 2023 om bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten op grond van de Participatiewet (Pw) (zaaknummer 23/5098);
  • de bijstandsaanvraag van eiseres van 15 maart 2023 (zaaknummer 24/1564);
  • de aanvraag van eiseres van 7 maart 2023 om bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten (zaaknummer 24/1565).
Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvragen. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvragen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvragen van eiseres terecht heeft afgewezen
.Eiseres krijgt daarom geen gelijk en de beroepen zijn ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 tot en met 6 beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand van 11 januari 2023. Onder 7 tot en met 10 beoordeelt de rechtbank de afwijzingen van de bijstandsaanvraag van eiseres van 15 maart 2023 en haar aanvraag om bijzondere bijstand van 7 maart 2023. Aan het eind staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 11 januari 2023 een aanvraag ingediend voor verhuis- en inrichtingskosten voor een bedrag van € 3.050. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 6 maart 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit I van 20 juni 2023 op het bezwaar van eiseres is het college bij deze afwijzing gebleven.
2.1.
Eiseres heeft op 5 maart 2023 een aanvraag ingediend voor algemene bijstand. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 25 april 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit II van 4 mei 2023 is het college bij deze afwijzing gebleven.
2.2.
Eiseres heeft op 7 maart 2023 een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten voor een bedrag van € 2.820. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 25 april 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit III van 9 mei 2023 is het college bij deze afwijzing gebleven.
2.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
2.4.
De rechtbank heeft de beroepen op 22 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college deelgenomen. Eiseres is niet verschenen.
2.5.
De voor deze uitspraak belangrijk wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.

Beoordeling door de rechtbank

De afwijzing van de aanvraag van 11 januari 2023 om bijzondere bijstand (zaaknummer 23/5098)
De totstandkoming van het bestreden besluit I
3. Op 2 januari 2023 heeft eiseres zich bij het college gemeld voor het aanvragen van bijstand. Zij geeft daarbij aan dat zij in haar huidige gemeente (Nijmegen) een aantal jaren bijstand ontvangt. Zij verhuist nu naar de gemeente Montferland en vraagt daarom bijstand aan. Op 11 januari 2023 heeft zij een aanvraag voor algemene bijstand ingediend per 3 januari 2023. Als uitkeringsadres geeft zij het adres [locatie] [huisnummer 1] in [plaats 1] (het uitkeringsadres) op. Eiseres huurt met ingang van 3 januari 2023 een woning op het uitkeringsadres. Zij heeft één dochter (geboren [geboortedag] 2016).
Op 11 januari 2023 heeft eiseres ook een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand. Bij deze aanvraag geeft zij aan dat zij deze bijzondere bijstand aanvraagt, omdat zij zonder woonruimte kwam te zitten en niets voor zichzelf heeft kunnen opbouwen. Eiseres is vanuit een andere gemeente naar Montferland verhuisd. Zij vraagt bijzondere bijstand voor een bedrag van € 3.050 aan verhuis- en inrichtingskosten.
3.1.
Omdat het college twijfels heeft over het verblijf van eiseres in de gemeente Montferland is besloten een onderzoek in te stellen naar de rechtmatigheid van het recht op bijstand.
3.2.
Op 6 februari 2023 heeft er een intakegesprek plaatsgevonden. Daarbij heeft eiseres, voor zover hier van belang, het volgende verklaard. Zij verblijft sinds twee weken in haar woning op het uitkeringsadres. Ze slaapt met haar dochter op een opblaasbaar bed. Haar dochter gaat op dit moment nog in [plaats 2] naar school. Zij vertrekt om 7:15 uur naar de school. Eiseres is nog op zoek naar een school. Haar auto is kapot en staat bij de garage. Ze mag een auto van een kennis lenen, een Volvo.
3.3.
In de periode van 3 februari 2023 tot 1 maart 2023 heeft de afdeling Preventie van de gemeente Montferland waarnemingen verricht bij het uitkeringsadres op verschillende tijdstippen. Daarbij is op twee waarnemingen na (3 en 14 februari 2023) niets waargenomen in of bij het uitkeringsadres.
3.4.
Op 13 en 26 februari 2023 heeft het college een buurtonderzoek afgelegd bij het uitkeringsadres. Daarbij is gesproken met de buren van [locatie] [huisnummer 2] en [huisnummer 3] . De bewoner van nummer [huisnummer 2] verklaarde dat hij niet weet wie naast hem woont. De vorige bewoonster is in december 2022 vertrokken. Hij heeft nooit een kind gezien op het uitkeringsadres. De flat is heel gehorig. Als er iemand had gewoond, had hij het zeker gehoord. Hij herkende de vrouw op de foto die hem getoond wordt van eiseres niet. De bewoonster van nummer [huisnummer 3] heeft verklaard dat de vorige bewoner van het uitkeringsadres in december 2022 is vertrokken en dat ze niet weet wie er nu woont. Er wordt heel af en toe wel geklust overdag, maar er woont niemand. De bewoonster heeft weleens een blonde vrouw gezien bij het uitkeringsadres, maar geen kind.
3.5.
Op 1 maart 2023 heeft het college een onaangekondigd huisbezoek afgelegd op het uitkeringsadres. Bij aanbellen kreeg men geen gehoor. Vervolgens is eiseres gebeld. Zij was onderweg naar [plaats 2] om haar dochter van school te halen en daarom niet in de gelegenheid om naar het uitkeringsadres te komen. Tijdens het telefoongesprek heeft eiseres verklaard sinds eind januari 2023 op het uitkeringsadres te wonen. De avond daarvoor was zij om 20:00 uur thuis. Eiseres slaapt daar met haar dochter. Overdag is ze er niet. Haar zus brengt eiseres heen en weer naar [plaats 2]. Zij woont in [plaats 3] en werkt in [plaats 2]. Overdag is eiseres bij haar ex-schoonmoeder of bij een vriendin of kennis. Daar eten ze wat en rijden daarna terug naar [plaats 1] . Die dag twijfelde eiseres of ze het licht wel uit had gedaan en goed had afgesloten. Daarom is ze heen en weer gereden. Zij rijdt momenteel in de auto van haar zus. Op zaterdag en zondag is eiseres met haar dochter wel in [plaats 1] . Het klopt niet dat de buren zeggen dat zij er niet woont. Omdat haar dochter haar leven in [plaats 2] heeft, is zij daar vaak. Door het college is eiseres meegedeeld dat het niet willen terugkeren naar de woning om mee te werken aan het huisbezoek, gezien wordt als een schending van de medewerkingsplicht. Ook is haar meegedeeld dat ze de inlichtingenplicht heeft geschonden, onder meer omdat zij verandering van vervoermiddel en wijze van vervoer niet heeft meegedeeld en haar verklaring niet overeenkomt met de onderzoeksresultaten. Later die dag heeft eiseres telefonisch contact opgenomen met een consulent van het college. Daarbij heeft ze aangegeven dat ze overdag niet op het uitkeringsadres is, omdat het huis erg leeg is en dat ze er alleen slaapt. Eiseres wilde haar dochter langzaam laten wennen aan de nieuwe situatie en als alles goed zou gaan zou ze na de zomervakantie in [plaats 1] naar school gaan. De vader van eiseres heeft een vloer gelegd en gordijnen opgehangen. Dat zijn dikke gordijnen. Haar vader heeft ook een luchtbed voor eiseres gekocht.
3.6.
De onderzoeksbevindingen zijn vastgelegd in het rapport Afhandeling fraudeonderzoek van 27 februari 2023. Daarin wordt geconcludeerd dat eiseres niet haar hoofdverblijf heeft in de gemeente Montferland. Dat heeft zij niet gemeld aan het college. Ook niet toen daar expliciet naar gevraagd werd. Daarmee heeft eiseres de inlichtingenplicht geschonden. Ook heeft zij de medewerkingsplicht geschonden door niet mee te werken aan een huisbezoek. Vervolgens is het college overgegaan tot afgifte van het besluit van 6 maart 2023.
3.7.
Bij een tweede besluit van 6 maart 2023 heeft het college de aanvraag om algemene bijstand van eiseres afgewezen. [1] Met zijn uitspraak van 20 april 2023 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank een verzoek van eiseres om een voorlopige voorziening afgewezen. [2] Daarbij heeft de voorzieningenrechter overwogen dat het college de bijstandsaanvraag van eiseres had moeten afwijzen vanwege het feit dat op basis van de, door haar verstrekte, gegevens en de resultaten van het onderzoek niet is vast te stellen waar zij haar hoofdverblijf had in de te beoordelen periode. Niet valt uit te sluiten dat eiseres haar hoofdverblijf gedurende deze periode wel in de gemeente Montferland had, maar dat is aan eiseres om dat aannemelijk te maken. Daarom had het college de afwijzing niet kunnen baseren op artikel 40, eerste lid, van de Pw.
Wat vindt het college?
4. Het college heeft aan het bestreden besluit I – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Het college kan niet vaststellen of eiseres recht heeft op bijzondere bijstand. Uit onderzoek blijkt volgens het college dat er veel vraagtekens zijn bij vooral het verblijf van eiseres. Eiseres is bijna niet aangetroffen in de periode van onderzoek. Ook legt zij verschillende (en deels tegenstrijdige) verklaringen af. Het Google Maps-tijdlijn-overzicht dat zij heeft ingeleverd, neemt deze vragen niet weg. Het overzicht is onvolledig op meerdere manieren. Niet alle dagen zijn ingeleverd en de dagen die wel zijn ingeleverd zijn niet altijd volledig. Met name valt op dat de kaart (met de reisbewegingen) in alle
gevallen ontbreekt. Ook staat er een aantal reisbewegingen op dat niet te verklaren is. Om een einde te maken aan de ontstane twijfel over de door eiseres ingeleverde Google-maps-tijdlijn is haar tijdens de hoorzitting van 11 mei 2023 gevraagd de volledige tijdlijn over de bestreden periode te overleggen, inclusief kaart. Dat heeft zij niet gedaan. De tijdlijn die wel door eiseres is ingeleverd over de bestreden periode is voor het college niet betrouwbaar als bewijs. Daarom neemt het college deze niet mee in de besluitvorming als bewijs voor haar aanwezigheid op het adres in [plaats 1] . Zonder deze tijdlijn kan het college met de wel aanwezige gegevens en de door eiseres afgelegde (tegenstrijdige) verklaringen het recht op bijstand niet vaststellen.
Wat vindt eiseres?
5. Eiseres voert tegen het bestreden besluit I – samengevat – het volgende aan. Zij betwist het standpunt van het college dat zij niet haar hoofdverblijf heeft in de gemeente Montferland en dat haar sociale leven zich afspeelt in [plaats 2]. Het college heeft dit onvoldoende aannemelijk gemaakt. Op 1 maart 2023 is overgegaan tot het afleggen van een huisbezoek zonder dat daaraan een redelijke grond ten grondslag lag. Eiseres heeft het college alle gegevens verstrekt die nodig zijn om het recht op bijstand vast te stellen. Daarom waren er geen feiten of omstandigheden om een redelijk vermoeden van fraude aanwezig te achten. Opmerkelijk is dat tijdens het intakegesprek op 9 januari 2023 is geconcludeerd dat er aanleiding is voor een onderzoek, terwijl het feitelijk moment van verhuizen voor eiseres nog moet plaatsvinden en zij hiervoor tot en met 31 januari 2023 de tijd heeft. Dit geeft sterk de indruk dat het college vooringenomen heeft gehandeld jegens eiseres. Het college had moeten onderzoeken of het belang van het college bij een effectieve en efficiënte controle van de woonsituatie van eiseres kon worden gediend op een voor eiseres minder belastende manier. Dit betekent dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat het huisbezoek voldeed aan het subsidiariteitsvereiste. Eiseres heeft de medewerkers gevraagd om te wachten. Dat verzoek is afgewezen. Het kan eiseres daarom niet worden tegengeworpen dat ze niet mee wilde werken aan het huisbezoek.
De waarnemingen zijn in strijd met artikel 8 van Pro het EVRM. In het onderhavige geval kan gezien de duur, frequente en intensiteit gesproken worden van stelselmatige observatie. De woning van eiseres is gedurende een lange periode intensief in dc gaten gehouden,
waardoor niet gerechtvaardigd inbreuk is gemaakt op het privéleven van eiseres. De waarnemingen voldoen niet aan het proportionaliteitsvereiste en het subsidiariteitsvereiste. Daarom dienen de waarnemingen aangemerkt te worden als onrechtmatig verkregen bewijs. Ze kunnen daarom niet ten grondslag worden gelegd aan het bestreden besluit.
Eiseres stelt dat zij begin februari 2023 al in de woning verbleef. Vanwege omstandigheden ging de dochter van eiseres nog naar haar school in [plaats 2]. Mede daardoor was ze voor langere tijd onderweg, dan wel afhankelijk van vervoer om weer thuis te komen met haar dochter. Eiseres heeft herhaaldelijk aangegeven dat zij doorgaans tussen 20:00 en 21:00 uur naar bed gaat. Het ontbreken van verlichting in de woning tijdens de waarnemingen die tussen 21:00 en 23:45 uur zijn verricht is dan ook niet ongebruikelijk en onbegrijpelijk. Ook is het niet vreemd dat de medewerkers bij de waarnemingen geen auto hebben aangetroffen. Eiseres heeft namelijk herhaaldelijk verklaard dat zij geen auto tot haar beschikking had, waardoor ze voor vervoer afhankelijk is van anderen. Ook heeft eiseres verklaard dat haar zusje haar thuis ophaalt en afzet. Volgens eiseres is geenszins voldoende feitenonderzoek gedaan naar de bewoning van eiseres op het uitkeringsadres. Het dossier bevat geen enkel bewijsmiddel dat enigszins uitsluit dat eiseres niet haar hoofdverblijf op dit adres heeft. Eiseres heeft contact gehad met de bewoner van nummer [huisnummer 2] . Volgens hem was de getoonde foto uitermate onduidelijk, waardoor hij eiseres niet herkende op de foto. Hij heeft verklaard dat eiseres wel woont op het uitkeringsadres en dat zij elkaar regelmatig hebben gezien. Ook heeft eiseres nauw contact met de buurman op nummer [huisnummer 4]. Hij verklaart dat eiseres sinds begin februari 2023 op het uitkeringsadres woont en dat zij regelmatig contact hebben met elkaar. De Google-tijdlijn die eiseres heeft overgelegd vormt steunbewijs voor het feit dat eiseres het centrum van haar belangen en haar sociale leven in de gemeente Montferland heeft.
Wat vindt de rechtbank?
6. Bij een aanvraag om bijstand loopt de te beoordelen periode vanaf de datum van de melding tot en met de datum van het primaire besluit. Dat betekent dat de te beoordelen periode in dit geval loopt van 2 januari 2023 tot en met 6 maart 2023, de datum van het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag van eiseres.
6.1.
De rechtbank stelt vast dat volgens vaste rechtspraak een aanvrager om bijstand in het algemeen de feiten en omstandigheden aannemelijk moet maken die moeten leiden tot inwilliging van die aanvraag. Daarbij dient de aanvrager de nodige duidelijkheid te verschaffen en volledige opening van zaken te geven. Vervolgens is het aan het bijstandverlenend orgaan om in het kader van de onderzoeksplicht deze inlichtingen op juistheid en volledigheid te controleren. Indien de betrokkene niet aan de wettelijke inlichtingen- of medewerkingsverplichting voldoet, is dit een grond voor weigering van de bijstand indien als gevolg daarvan het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
6.2.
Omdat het huisbezoek, dat door het college op 1 maart 2023 getracht is af te leggen op het uitkeringsadres, een resultaat is van de waarnemingen die daar in de periode van 3 februari tot 1 maart 2023 zijn afgelegd, zal de rechtbank eerst beoordelen of het college op goede gronden gebruik heeft kunnen maken van het onderzoeks- en controlemiddel van het verrichten van waarnemingen bij het uitkeringsadres.
6.2.1.
De rechtbank stelt vast dat de voorzieningenrechter in rechtsoverwegingen 8 tot en met 8.3 van zijn uitspraak van 20 april 2023 [3] tot het (voorlopig) oordeel is gekomen dat de waarnemingen geen ongerechtvaardigde inbreuk vormden op het recht van eiseres op privéleven als neergelegd in artikel 8 van Pro het EVRM. Ook zijn de waarnemingen volgens de voorzieningenrechter niet onzorgvuldig, onzorgvuldig of gebrekkig gedocumenteerd, of oncontroleerbaar. De voorzieningenrechter was daarom van oordeel dat het college de bevindingen van de waarnemingen aan het besluit van 6 maart 2023, tot afwijzing van de bijstandsaanvraag van eiseres van 11 januari 2023 ten grondslag mocht leggen.
6.2.2.
De rechtbank ziet in de door eiseres tegen de waarnemingen aangevoerde gronden geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen over de waarnemingen en de bevindingen daarvan, dan het (voorlopig) oordeel van de voorzieningenrechter. Naar het oordeel van de rechtbank mocht het college de bevindingen aan de tijdens de periode van 3 februari tot 1 maart 2023 bij het uitkeringsadres afgelegde waarnemingen ten grondslag leggen aan het bestreden besluit I.
6.3.
Aan het niet meewerken aan een huisbezoek kunnen pas gevolgen worden verbonden – in de vorm van het weigeren, beëindigen of intrekken van de bijstand – als voor dat huisbezoek een redelijke grond bestaat en (mede) als gevolg van niet meewerken het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Dit is vaste rechtspraak. [4]
6.3.1.
Een redelijke grond voor een huisbezoek bestaat als voorafgaand aan – dat wil zeggen: vóór of uiterlijk bij aanvang van – het huisbezoek duidelijk is dat redelijkerwijs kan worden getwijfeld aan de juistheid of volledigheid van de door de betrokkene verstrekte gegevens die van belang zijn voor het vaststellen van het recht op bijstand én duidelijk is op grond van welke concrete objectieve feiten en omstandigheden daaraan kan worden getwijfeld. Ook moeten deze gegevens niet op een andere effectieve en voor de betrokkene minder belastende wijze kunnen worden geverifieerd.
6.3.2.
De rechtbank is van oordeel dat het college wel een redelijke grond had voor het afleggen van het huisbezoek op het uitkeringsadres. Tijdens de waarnemingen is namelijk geen enkele keer de auto van eiseres of de zwarte Volvo, waarvan zij tijdens het intakegesprek op 6 februari 2023 heeft aangegeven gebruik te maken, bij het uitkeringsadres waargenomen. Het is correct dat een aantal waarnemingen, zoals eiseres stelt, na 20:00 uur zijn verricht. Maar diverse waarnemingen zijn ook voor 20.00 uur verricht. Bovendien mag aangenomen worden dat als, zoals eiseres stelt, zij reeds om 20 uur naar bed ging, haar auto of de auto waarvan zij gebruik maakte bij of in de directe omgeving van het uitkeringsadres aangetroffen moeten worden. Wat niet gebeurd is. Ook is tijdens geen van de verrichte waarnemingen waargenomen dat er licht brandde in de woning van eiseres. Ook is tijdens een aantal waarnemingen, zowel voor als na 20 uur, aangebeld bij de woning van eiseres. Daarop is vanuit de woning niet gereageerd. Verder acht de rechtbank van belang dat een aantal waarnemingen is afgelegd tussen 6.15 en 7.00 uur en daarbij niemand in of bij het uitkeringsadres is waargenomen. Dat weerspreekt de verklaring van eiseres tijdens het intakegesprek dat zij ’s ochtends om 7.15 uur vertrekt om haar dochter naar school in [plaats 2] te brengen.
6.3.3.
Gelet op bovengenoemde bevindingen van de waarnemingen is de rechtbank van oordeel dat er gerede twijfel was of eiseres tijdens de te beoordelen periode wel hoofdverblijf had op het uitkeringsadres. Naar het oordeel van de rechtbank kon deze twijfel op geen andere, voor eiseres minder belastende, wijze worden weggenomen dan met het afleggen van een huisbezoek op het uitkeringsadres. Dat leidt tot de conclusie dat er daarom wel sprake was van een redelijke grond voor het college voor het afleggen van het huisbezoek op het uitkeringsadres op 1 maart 2023.
6.4.
Het college heeft op 13 en 26 februari 2023 een buurtonderzoek afgelegd bij het uitkeringsadres, waarbij is gesproken met de bewoners van [locatie] [huisnummer 2] en [huisnummer 3] . De verklaringen van deze bewoners komen erop neer dat zij eiseres niet kennen en niet hebben gezien bij het uitkeringsadres. De rechtbank hecht aan die verklaringen meer waarde aan de verklaringen van de bewoners van [locatie] [huisnummer 2] en [huisnummer 4] die eiseres in beroep heeft overgelegd, omdat deze laatste achteraf en op verzoek van eiseres zijn opgesteld. Ook aan het door eiseres overgelegde overzicht van haar Google-maps-tijdlijn hecht de rechtbank, evenals het college, niet de waarde die eiseres daaraan hecht. Dit overzicht is namelijk niet compleet, er ontbreekt een aantal data en van niet alle data is een volledig overzicht overgelegd. Ook staat er een aantal reisbewegingen op dat niet te verklaren is, zoals reizen over een lange afstand met een zeer korte tijdsduur en reizen over een zeer korte afstand met een lange tijdsduur.
6.5.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het college niet heeft kunnen vaststellen of eiseres recht op bijzondere bijstand had. Het college heeft daarom haar aanvraag om bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten terecht afgewezen.
De afwijzing van de bijstandsaanvraag van 15 maart 2023 (zaaknummer 24/1564) en van de aanvraag om bijzondere bijstand van 7 maart 2023 (zaaknummer 24/1565)
De totstandkoming van de bestreden besluit II en III
7. Op 5 maart 2023 heeft eiseres zich opnieuw gemeld bij het college voor het aanvragen van bijstand. Op 13 maart 2023 heeft er een gesprek plaatsgevonden over deze melding. Daarbij heeft eiseres aangegeven dat er niets in haar situatie veranderd is. Haar dochter wordt elke ochtend door haar zus opgehaald om naar school te gaan in [plaats 2]. Zij zou rond 7:00-7:15 uur opgehaald worden bij het uitkeringsadres. Eiseres slaapt iedere nacht op het uitkeringsadres en is daar iedere dag. Naar aanleiding van dit gesprek is aan eiseres de link gestuurd voor het doen van een bijstandsaanvraag. In de toelichting wordt daarbij aangegeven dat, indien eiseres van mening is dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden ten opzichte van haar eerdere aanvraag, zij dan vanaf 13 maart 2023 een gedetailleerde administratie bij dient te houden van wanneer zij in [plaats 1] verblijft, of haar dochter in [plaats 1] verblijft, hoe laat en wanneer zij opgehaald wordt om naar school te gaan en door wie, hoe laat zij weer terug is, enzovoort. Deze administratie moet controleerbaar zijn. Indien eiseres gebruik maakt van voertuigen van derden dient zij het college daarvan onmiddellijk op de hoogte te stellen.
7.1.
Op 7 maart 2023 heeft eiseres een nieuwe aanvraag voor bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten ingediend voor een bedrag van € 2.820.
7.2.
Op 15 maart 2023 heeft eiseres opnieuw een bijstandsaanvraag ingediend bij het college. Als gewenste ingangsdatum van het recht op bijstand geeft zij 5 maart 2023 aan. Als medebewoner geeft eiseres haar dochter op. Bij haar aanvraag heeft zij, onder meer, de bankafschriften over de periode van 15 december 2022 tot en met 14 maart 2023 overgelegd.
7.3.
In de periode van 2 maart 2023 tot 18 april 2023 heeft personeel van Preventie waarnemingen verricht rond het uitkeringsadres, veelal in de (vroege) ochtend en de (late) avond. Bij deze waarnemingen is vanaf 5 maart 2023 geconcludeerd dat wanneer er licht in de woning brandde, er een auto voor de woning stond met kenteken [kenteken 1]. Tijdens de waarnemingen is geen enkele keer waargenomen dat er in de ochtend tussen 6.45 uur en 7.15 uur iemand vertrok vanuit de woning of werd opgehaald bij deze woning. Vanaf 8 maart 2023 is wel geregeld licht in de woning op het uitkeringsadres waargenomen en is de hiervoor genoemde auto gezien. Ook is er vanaf die datum enkele malen iemand gezien in deze woning.
7.4.
Omdat is waargenomen dat eiseres op 11 april 2023 met de Volkswagen Polo met kenteken [kenteken 1] naar een afspraak op het gemeentehuis ging, heeft het college nader onderzoek verricht naar deze auto. Daarbij is gebleken dat deze auto op naam staat van leasemaatschappij Volkswagen Pon Financial Services in Amersfoort. Uit het leasecontract blijkt dat deze auto geleased wordt door autoverhuurbedrijf CareRent in Hoogeveen. Uit het huurcontract blijkt dat eiseres de auto huurt sinds 10 november 2022. De huur wordt betaald vanuit een bankrekening die niet op naam van eiseres staat.
7.5.
Op 18 april 2023 heeft er een tweede gesprek plaatsgevonden met eiseres over haar bijstandsaanvraag. Bij dit gesprek was ook de moeder van eiseres aanwezig. Eiseres heeft daarbij een logboek overgelegd met daarop een overzicht van haar verblijfplaats en de verblijfplaatsen van haar dochter gedurende de periode van 13 maart 2023 tot en met 4 april 2023 en een verklaring van haar zus. Ook heeft zij de bankafschriften over de periode van 14 maart 2023 tot en met 3 april 2023 overgelegd. Tijdens dit gesprek heeft eiseres onder meer het volgende verklaard. Zij is met de auto van haar moeder, de Volkswagen Polo, naar het gesprek gekomen. Eiseres komt vanuit [plaats 2]. De afgelopen twee nachten heeft ze bij haar moeder geslapen. In de periode van 13 maart 2023 tot en met 4 april 2023 heeft eiseres elke nacht op het uitkeringsadres geslapen. Haar dochter verblijft bij haar zusje. Haar zusje heeft één dochter, die zit op dezelfde school in [plaats 2]. Eiseres leeft nu van boodschappen die anderen voor haar doen. Zij heeft geen andere bankrekening. Haar dochter is van vrijdag tot en met zondag bij haar vader en van maandag tot en met donderdag bij de zus van eiseres. De moeder van eiseres heeft verklaard dat zij de Volkswagen Polo leaset en de maandelijkse kosten daarvoor contant betaalt. Eiseres begrijpt niet waarom het leasecontract in december 2022 op haar naam is gezet.
7.6.
De bevindingen van het onderzoek zijn vastgelegd in het rapport ‘Afhandelen fraudeonderzoek’ van 24 april 2023. Daarin wordt geconcludeerd dat eiseres op meerdere vlakken de inlichtingenplicht heeft geschonden. De verschillende verklaringen omtrent verblijf en vervoer komen niet overeen met de waarnemingen en andere onderzoeksresultaten. Geadviseerd wordt de bijstandsaanvraag af te wijzen, omdat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Vervolgens is het college overgegaan tot afgifte van de besluiten van 25 april 2023 tot afwijzing van de aanvragen om algemene en bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten.
7.7.
Met zijn uitspraak van 7 juni 2023 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank een verzoek van eiseres om een voorlopige voorziening afgewezen. Daarbij heeft de voorzieningenrechter het volgende overwogen:
“Het college heeft veel waarnemingen verricht bij het uitkeringsadres. Daarbij is alleen geconcludeerd door het college dat de bevindingen uit deze waarnemingen niet overeenkomen met de verklaringen van verzoekster tijdens de gesprekken op 13 maart 2023 en 18 april 2023. Uit de bevindingen van de waarnemingen moet echter geconcludeerd worden dat verzoekster tijdens meer dan de helft van deze waarnemingen aanwezig was op het uitkeringsadres namelijk óf omdat er iemand is gezien óf omdat het licht brandde en/of omdat de Volkswagen Polo in de buurt stond geparkeerd. Het feit dat verzoekster tijdens het gesprek van 13 maart 2023 niet juist heeft verklaard over de aanwezigheid van haar dochter op uitkeringsadres en dat haar dochter bij het uitkeringsadres ’s ochtends wordt opgehaald om naar school in [plaats 2] te worden gebracht, zegt niets over het verblijf van verzoekster zelf op het uitkeringsadres in de te beoordelen periode. Verzuimd is door het college om een huisbezoek op het uitkeringsadres af te leggen. Het onderzoek kent daarom manco’s en de onderzoeksbevindingen zijn onvoldoende om de conclusie dat het recht op bijstand van verzoekster niet kan worden vastgesteld te kunnen dragen.
De voorzieningenrechter is echter niet van oordeel dat het voorgaande automatisch moet leiden tot de conclusie dat het recht op bijstand van verzoekster wel kan worden vastgesteld. Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat er, gelet op de door verzoekster bij haar bijstandsaanvraag overgelegde gegevens en haar verklaringen, nog altijd onduidelijkheden zijn over haar financiële situatie en verblijfssituatie. Daarbij is bijvoorbeeld niet duidelijk op welke wijze de financiering van de leaseauto is geregeld en roepen de bankafschriften vragen op over de pintransacties van verzoekster. In de periode in geding heeft zij weliswaar meer dan in de periode voorheen gepind in [plaats 1] maar het gaat om een zeer beperkt aantal pintransacties. Dat is nog steeds erg weinig. In ieder geval kan uit de omstandigheid dat (een deel van) haar verklaringen niet overeenkomen met de waarnemingen van het college, evenals de omstandigheid dat haar verklaringen ter zitting ook anders zijn dan haar eerdere verklaringen, worden geconcludeerd dat zij niet de nodige duidelijkheid heeft verschaft en volledige opening van zaken heeft gegeven. Het recent voor de zitting overgelegde Google-tijdlijn leidt vooralsnog niet tot een ander oordeel omdat dit niet compleet is (het bestrijkt niet de hele dag en evenmin alle dagen).”
7.8.
In de bezwaarprocedure heeft het college nader onderzoek verricht naar de financiering van de leaseauto. Vervolgens is het college overgegaan tot afgifte van het bestreden besluit II.
Wat vindt het college?
8. Het college heeft aan het bestreden besluit II – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Omdat het college tijdens de aanvraagprocedure niet meer onderzoek heeft verricht naar de vraag of eiseres haar hoofdverblijf op het uitkeringsadres had, neemt het college voor nu aan, dat eiseres ten tijde van de aanvraag en het onderzoek door het college haar hoofdverblijf in de gemeente Montferland had. Het college kan echter niet bepalen of eiseres in bijstandsbehoeftige omstandigheden verkeert. Daartoe overweegt het college dat:
  • eiseres het huurcontract van de auto waar zij gebruik van maakt niet uit eigen beweging bij het college gemeld heeft;
  • eiseres ook niet heeft gemeld dat zij tijdens de aanvraagprocedure een nieuw contract voor een andere auto heeft afgesloten op 20 april 2023;
  • eiseres, ook nadat het college daarnaar vroeg, daar niet naar waarheid over heeft verklaard;
  • het contract van beide auto's op naam van eiseres als huurder en bestuurder staat en zij haar handtekening hieronder heeft gezet. De handtekening komt overeen met de handtekening op haar paspoort;
  • het kennelijk voor zowel eiseres als voor Care Rent op 20 april 2023 geen belemmering vormt om een overeenkomst te sluiten, waarbij eiseres € 1.000 per maand verschuldigd was aan Care Rent;
  • de betalingen contant worden gedaan en hoewel hier om gevraagd is er geen kwitanties overgelegd zijn;
  • zelfs als de betalingen inderdaad door haar moeder worden gedaan, daaruit niet blijkt dat deze niet in opdracht van eiseres worden gedaan;
  • eiseres op geen enkele manier heeft aangetoond dat het contante geld dat mogelijk door haar moeder wordt betaald niet van haar afkomstig is.
Eiseres vraagt per 5 maart 2023 bijstand aan, dus van haar mag verwacht worden dat zij aantoont dat zij in bijstandsbehoeftige omstandigheden verkeert. Het afsluiten van een huurcontract voor een auto van € 1.000 per maand op eigen naam wijst op het tegendeel. Het in eerste instantie verzwijgen van dit contract en het in tweede instantie geen bewijs leveren dat het geld voor de betalingen niet van haar afkomstig is, versterkt de onzekerheid over de bijstandsbehoeftige omstandigheden alleen maar. Hierdoor kan het college het recht op bijstand niet vaststellen.
8.1.
Aan het bestreden besluit III heeft het college – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Het college neemt voor het verblijf voor nu aan, dat eiseres vanaf de melding van 5 maart 2023 wel haar hoofdverblijf in [plaats 1] had, omdat het college de twijfels hierover niet voldoende onderzocht heeft. Met betrekking tot het vervoer, en dan met name het vervoermiddel, blijft de onzekerheid bestaan ondanks het aanvullende onderzoek in bezwaar. Het blijft onduidelijk hoe eiseres dit dure huurcontract af kon sluiten. Ook blijft onduidelijk hoe de geldstroom rondom de betalingen loopt. Hierdoor is de totale financiële situatie van eiseres voor het college onduidelijk. Zij heeft hier desgevraagd geen duidelijkheid over gegeven. Hierdoor kan het college het recht op bijzondere bijstand niet vaststellen.
Wat vindt eiseres?
9. Tegen de bestreden besluiten II en III voert eiseres – samengevat – het volgende aan. Zij is van mening dat zij met objectieve en controleerbare bewijsstukken voldoende inzicht heeft gegeven in haar financiële situatie om het recht op algemene en bijzondere bijstand vast te stellen. Tijdens de verrichte waarnemingen is vastgesteld dat eiseres in eerste instantie een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken 1] bestuurde, geregistreerd op naam van Volkswagen Pon Financial Services te Amersfoort. Vanaf 21 april 2023 reed eiseres in een Polo met kenteken [kenteken 2], geregistreerd op naam van leasemaatschappij Care Rent te Hoogeveen. Hoewel deze leaseovereenkomsten op naam van eiseres stonden, waren de financiële verplichtingen in werkelijkheid voor rekening van haar moeder. De moeder van eiseres heeft tijdens een gesprek bij de gemeente op 18 april 2023 verklaard dat zij de betalingen voor de leaseauto’s verricht en de auto door haar geleased is en zij logischerwijs geen inkomsten heeft om deze auto te kunnen huren bij de leasemaatschappij. Care rent heeft op 26 september 2023 verklaard dat er nimmer betalingen door eiseres zijn gedaan maar via derden. Ten onrechte wordt enkel op grond van dat de huurovereenkomst op naam stond van eiseres de conclusie getrokken dat zij ook de betalingen heeft verricht. Het college heeft niet aangetoond dat eiseres daadwerkelijk deze betalingen heeft verricht. Integendeel, de verhuurder van de leasemaatschappij heeft verklaard dat eiseres nimmer betalingen heeft verricht. Het feit dat de huurovereenkomst op naam van eiseres staat, betekent niet automatisch dat zij de financiële lasten draagt. Eiseres heeft de auto tijdelijk mogen lenen, omdat haar eigen auto defect was, zodat ze haar dochter naar school in [plaats 2] kon brengen. Ze was in de veronderstelling dat zij niet hoefde te melden dat ze in de auto van haar moeder reed, aangezien deze haar de auto tijdelijk uitleende om haar te ondersteunen na een moeilijke periode en vanwege haar medische toestand die haar beperkt in langdurig lopen en staan. Gelet daarop heeft eiseres met voldoende objectieve bewijstukken aangetoond dat ze enkel bestuurder was van de auto en nimmer door haar betalingen zijn verricht. De aangeleverde bewijzen tonen aan dat de financiële situatie van eiseres verkeerd door het college is geïnterpreteerd.
Wat vindt de rechtbank?
10. Bij een aanvraag om bijstand loopt de te beoordelen periode vanaf de datum van melding tot en met de datum van het primaire besluit. Dat betekent dat de te beoordelen periode in dit geval loopt van 5 maart 2023 tot en met 25 april 2023, de datum van het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag van eiseres.
10.1.
Zoals de rechtbank onder 6.1 heeft vastgesteld is het aan eiseres om de feiten en omstandigheden aannemelijk te maken die moeten leiden tot inwilliging van de aanvraag om algemene en bijzondere bijstand.
10.2.
De rechtbank kan met het college volgen in zijn standpunt dat eiseres met de overgelegde gegevens onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij tijdens de te beoordelen periode in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. Hierna zal de rechtbank uitleggen waarom zij dat vindt.
10.3.
De rechtbank acht van belang dat de leaseovereenkomsten voor beide leaseauto’s, waarin eiseres tijdens de te beoordelen periode heeft gereden, op haar naam stonden. De leaseprijzen van deze auto’s bedroegen € 1.000 per maand. Dit rechtvaardigt het vermoeden dat eiseres de leaseprijs uit eigen middelen betaalt. Het ligt op de weg van eiseres aannemelijk te maken dat niet zij, maar een derde de kosten voor zijn rekening neemt. Eiseres stelt dat de betalingen van deze bedragen door derden, waaronder haar moeder, (contant) gedaan zouden zijn. Zij heeft die (contante) betalingen door derden echter niet met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwd. De rechtbank neemt daarbij in ogenschouw dat het bij deze betalingen gaat om grote bedragen van € 1.000 per maand. Daardoor heeft eiseres onvoldoende inzicht gegeven in haar financiële situatie tijdens de te beoordelen periode en daarmee onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij tijdens deze periode in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.
10.4.
Gelet op het overwogene in 10.3 was het voor het college niet mogelijk om per 5 maart 2023 het recht op algemene en bijzondere bijstand van eiseres vast te stellen. Het college is daarom terecht overgegaan tot afwijzing van de bijstandsaanvraag van 15 maart 2023 en de aanvraag om bijzondere bijstand van 7 maart 2023.
Conclusie en gevolgen
11. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Zij krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Klein Egelink, rechter, in aanwezigheid van
mr. H. Peters, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht
Artikel 1:3, eerste tot en met derde lid
1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
2. Onder beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan.
3. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.
EVRM
Artikel 8
1. Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.
2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
Participatiewet
Artikel 11, eerste lid
Iedere in Nederland woonachtige Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien, heeft recht op bijstand van overheidswege.
Artikel 17, eerste lid
De belanghebbende doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het college kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.
Artikel 35, eerste lid
Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, bedoeld in artikel 36, de studietoeslag, bedoeld in artikel 36b, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.
Artikel 40, eerste lid
Het recht op bijstand bestaat jegens het college van de gemeente waar de belanghebbende woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bijstand aan een belanghebbende die niet is ingeschreven als ingezetene met een woonadres of briefadres in de basisregistratie personen wordt verleend door het college van een bij die maatregel aan te wijzen gemeente.

Voetnoten

1.Het college heeft het bezwaar tegen dit besluit ongegrond verklaard. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Dit beroep is bij de rechtbank bekend onder zaaknummer 23/5099 en zal door de rechtbank afzonderlijk behandeld worden.
2.ECLI:NL:RBGEL:2023:2315 (niet gepubliceerd).
3.Zie voetnoot 2.
4.Bijvoorbeeld de uitspraken van 11 april 2007 (ECLI:NL:CRVB:2007:BA2436), 19 maart 2024 (ECLI:NL:CRVB:2024:531) en 25 maart 2025 (ECLI:NL:CRVB:2025:523).