2.3.De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, de gemachtigde van het college en de derde-partij.
Beoordeling door de rechtbank
3. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente.Dat omgevingsplan bestaat voor nu uit een tijdelijk deel, waarin onder meer alle bestemmingsplannen zijn opgenomen die vóór 1 januari 2024 golden alsook de bestemmingsplannen die na 2024 zijn vastgesteld, maar waarvan het ontwerp vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd. Ook bestaat het tijdelijke deel van het omgevingsplan uit enkele gemeentelijke verordeningen en de bruidsschat. De bruidsschat bevat regels die eerst op Rijksniveau geregeld waren, maar nu (in ieder geval tijdelijk) onderdeel uitmaken van het omgevingsplan.
Het perceel [locatie] in [plaats] ligt binnen het voormalig bestemmingsplan “Nijmegen Bottendaal Galgenveld” en heeft de bestemming “Wonen”.
Totstandkoming van het bestreden besluit
4. De derde-partij heeft op 17 april 2024 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen van een gedeelte van de garage tot een studio aan de [locatie] in [plaats].Het college heeft de omgevingsvergunning in het besluit van 7 oktober 2024 verleend met de onderbouwing dat sprake is van een verbouwing voor een interne wijziging en dat dit binnen de bestemming “Wonen” past.
Eisers wonen op de eerste en tweede verdieping boven de te verbouwen garage.
Eisers hebben een bezwaarschrift ingediend tegen de omgevingsvergunning. Daarin hebben zij, kort samengevat, aangevoerd dat zij van mening zijn dat ten onrechte een bijgebouw bewoond gaat worden en dat niet aan de parkeernormen wordt voldaan. Daarnaast is volgens eisers sprake van evidente privaatrechtelijke belemmeringen.
In de beslissing op bezwaar van 3 juni 2025 heeft het college het bezwaarschrift van eisers gegrond verklaard en de omgevingsvergunning herroepen. Dit heeft het college gedaan omdat in de bezwaarfase is gebleken dat de omgevingsvergunning volgens het college is verleend op basis van een onjuiste of onvolledige opgave van gegevens. De aangeleverde gegevens van de daadwerkelijke situatie komen volgens het college niet overeen met de laatst vergunde situatie. Dat komt omdat de civielrechtelijke splitsing van het perceel in twee appartementsrechten in 2009 volgens het college nooit publiekrechtelijk is vergund en dat had volgens het college wel gemoeten.
In de laatst vergunde situatie, zoals bij het college bekend, bevond zich op het perceel een bierbrouwerij met daarboven een bedrijfswoning. Dat betekent volgens het college dat de splitsing, zoals deze in 2009 is uitgevoerd, toentertijd op grond van artikel 2.112, derde lid van het Bouwbesluit 2003 dan wel de Woningwet (indien de wijziging al eerder is uitgevoerd) niet zonder vergunning verwezenlijkt had kunnen en mogen worden. Dit omdat een nieuwe brandcompartimentering gerealiseerd had moeten worden tussen de toen nieuw gecreëerde woning van eisers en het voormalig pakhuis (nu de garage).
Verder heeft het college in de beslissing op bezwaar nog overwogen:
“Voor de volledigheid merken wij op dat, indien uw cliënten de bestaande situatie willen legaliseren, zij hiervoor gezamenlijk met vergunninghouder een aanvraag voor een omgevingsvergunning in moeten dienen.”
Hebben eisers procesbelang?
5. De rechtbank stelt voorop dat de bestuursrechter een bij hem ingediend beroep alleen inhoudelijk hoeft te beoordelen als de indiener van het beroep procesbelang heeft bij de uitkomst van de procedure. Er is sprake van procesbelang als het resultaat dat een indiener met het instellen van het beroep nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat voor hem feitelijk betekenis kan hebben.Met andere woorden, de indiener moet een actueel en reëel belang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.