ECLI:NL:RVS:2019:4404
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beëindiging schuldhulpverlening wegens ontbreken actueel belang
Appellant heeft zich in september 2017 gemeld voor schuldhulpverlening bij de ISD. Na een intakegesprek en toelating tot de fase informatie en advies, werd de schuldhulpverlening beëindigd per 7 maart 2018 vanwege het ontbreken van een vaste woonplaats binnen het werkgebied van de ISD, nadat zijn woning was ontruimd.
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, dat door de ISD is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De ISD stelde dat appellant geen procesbelang had omdat hij inmiddels was toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling en geen financieel nadeel had ondervonden.
De Raad van State overwoog dat een bestuursrechter een beroep alleen inhoudelijk hoeft te beoordelen indien het belang van appellant actueel en reëel is. Gezien de toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling en het ontbreken van aannemelijk gemaakte schade door de beëindiging van de schuldhulpverlening, ontbrak dit belang.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel en reëel belang.