Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van
in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats 1] , verzoeker
De Minister van Veiligheid en Justitie
Samenvatting
Procesverloop
.Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4.1. Op 22 januari 2026 heeft de korpschef kenbaar gemaakt voornemens te zijn de erkenning tot het bedrijfsmatig hanteren van wapens en munitie, met de daarbij behorende bevoegdheid tot het vervoeren van de in de bedrijfsvoorraad opgenomen wapens en/of munitie en het verlof tot vervoer van een (vuur)wapen in te trekken. Verzoeker heeft tegen dit voornemen een zienswijze ingediend.
4.2. Met het bestreden besluit heeft de korpschef het beheerderschap van verzoeker op de erkenning van [naam bedrijf], alsmede zijn verlof tot vervoer ingetrokken op grond van artikel 12, aanhef en onder b van de Wet Wapens en Munitie (Wwm). De korpschef stelt zich op het standpunt dat sprake is van vrees voor misbruik van wapens en munitie, dan wel dat verzoeker het onder zich hebben van wapens en munitie niet langer kan worden toevertrouwd.
Op de zitting heeft de korpschef gesteld dat hij, gelet op de zienswijze, in de gevolgen die de intrekking heeft voor het bedrijf van verzoeker aanleiding heeft gezien niet de gehele erkenning in te trekken, maar alleen het beheerderschap van verzoeker.
Toetsingskader5. Op grond van het bepaalde in artikel 9, eerste lid, van de Wwm is het verboden zonder erkenning een wapen of munitie te vervaardigen, te transformeren of in de uitoefening van een bedrijf uit te wisselen, te verhuren of anderszins ter beschikking te stellen, te herstellen, te beproeven of te verhandelen. Dit verbod is ook van toepassing op het onderhandelen over of regelen van transacties voor de aankoop, verkoop of levering van wapens of munitie of het organiseren van de overbrenging van wapens of munitie binnen, naar of vanuit een lidstaat van de Europese Unie.
Op grond van artikel 9, tweede lid van de Wwm is de korpschef bevoegd tot het verlenen en intrekken van een erkenning. Voorts kan de korpschef, indien een redelijk belang dit vordert, bepalen dat de erkenning tevens inhoudt het vervoer van wapens en munitie van de categorieën ll en lll.
Ingevolge het derde lid heeft een erkenning uitsluitend betrekking op de daarin genoemde handelingen, soorten wapens en munitie en bedrijfseenheden. Indien de handelingen worden verricht in de uitoefening van een bedrijf, strekt de werking van de erkenning zich mede uit tot de beheerder.
Heeft de korpschef kunnen concluderen dat sprake is van vrees voor misbruik?
Verzoeker heeft op de zitting toegelicht dat er op dit moment nog twee mensen zijn die als beheerder op de erkenning zijn aangewezen. Drie beheerders is ook het maximum dat op een erkenning wordt vermeld. Een van deze twee mensen is nu met zwangerschapsverlof, waardoor in de praktijk maar een persoon de beheerderstaken kan uitvoeren. Als die persoon niet op kantoor aanwezig is, liggen de bedrijfsactiviteiten in feite stil. Er wordt wel aan gewerkt om meer mensen als beheerder aan te wijzen, maar daar is veel tijd voor nodig omdat zij eerst een opleiding moeten volgen. Op korte termijn is dat dan ook geen oplossing. Bovendien wijst verzoeker erop dat het bedrijf hierdoor imagoschade oploopt. Hij heeft er verder op gewezen dat de bedrijfsprocessen al zijn aangepast, waardoor een dergelijke fout niet meer zal kunnen voorkomen.
Conclusie en gevolgen
11. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet de korpschef het griffierecht aan verzoeker vergoeden en krijgt hij ook een vergoeding van zijn proceskosten. De korpschef moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een verzoekschrift ingediend en aan de zitting van de voorzieningenrechter deelgenomen. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,00. Dat brengt het totaal op
€ 1.868,-.