ECLI:NL:RVS:2021:97
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- H.G. Sevenster
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Intrekking wapenverlof wegens onjuiste gegevens en twijfel aan psychische geschiktheid niet zorgvuldig gemotiveerd
Appellante kreeg aanvankelijk een wapenverlof, dat in mei 2017 werd verlengd tot 31 mei 2018. De korpschef trok het verlof in april 2018 in op grond van onjuiste gegevens verstrekt bij de aanvraag en twijfel aan haar psychische geschiktheid, gebaseerd op verklaringen van haar ex-partner en brieven die hij overlegd had.
De minister handhaafde dit besluit, en de rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden en dat de verklaringen van haar ex-partner niet betrouwbaar waren. Zij ontkende antidepressiva te hebben gebruikt en overhandigde positieve verklaringen van haar werkgever.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister onvoldoende onderzoek had verricht naar de betrouwbaarheid van de verklaringen en de brieven, en dat deze niet zonder meer als objectief bewijs konden dienen. De minister had ook niet de actuele situatie van appellante beoordeeld en haar niet in de gelegenheid gesteld te reageren.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister vernietigd. De minister moet een nieuw besluit nemen, waarbij nader onderzoek en hoor en wederhoor worden toegepast. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van het wapenverlof wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen na nader onderzoek en hoor en wederhoor.