ECLI:NL:RBGEL:2026:4947
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Eiser, werkzaam als junior procesoperator, meldde zich ziek vanwege een COVID-infectie en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV kende hem aanvankelijk een uitkering toe op basis van volledige arbeidsongeschiktheid, maar stelde later de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 50,42% per 4 september 2023 na afronding van traumatherapie.
Eiser betwistte deze vaststelling en voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen, waaronder post-exertionele malaise en geheugenproblemen, onvoldoende waren meegenomen. Hij overhandigde een deskundigenrapport dat een grotere arbeidsongeschiktheid onderbouwde.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij ook psychische klachten en medicatiegebruik waren betrokken. De bezwaararts concludeerde dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat het deskundigenrapport onvoldoende verband legde tussen de klachten en de COVID-infectie.
De rechtbank vond dat eiser wel procesbelang had, maar dat zijn beroep ongegrond was omdat de vastgestelde beperkingen en urenbeperking adequaat waren gemotiveerd. Het beroep werd afgewezen, en eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid op 50,42% is ongegrond verklaard.