ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsongeschiktheidspercentage en WGA-vervolguitkering na herbeoordeling
Appellant, voormalig leerkracht basisonderwijs, verloor zijn baan en ontving een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Na ziekmelding wegens psychische klachten werd vastgesteld dat hij een verlies aan verdienvermogen had van meer dan 80%, waarna hij aanspraak maakte op een loongerelateerde WGA-uitkering (LGU). Een herbeoordeling leidde tot een verlies van 49,81% vanaf 4 juni 2008. Vervolgens kreeg appellant een WGA-loonaanvullingsuitkering (LAU) en later een WGA-vervolguitkering (VVU) berekend naar de arbeidsongeschiktheidsklasse van 45 tot 55%.
De rechtbank stelde in 2010 vast dat appellant procesbelang had bij de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid per 16 juni 2009 en vernietigde het besluit van het UWV omdat appellant niet was gehoord. Het UWV handhaafde daarop het arbeidsongeschiktheidspercentage van 52,1%. In hoger beroep bestreed appellant alleen de instandhouding van de rechtsgevolgen van dit besluit en voerde aan dat zijn beperkingen werden onderschat.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant zijn procesbelang niet had verloren omdat hij niet meer dan twee maanden een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% had gehad tijdens de LAU-periode. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het door het UWV vastgestelde verlies aan verdienvermogen en verwierp het betoog dat de belasting in de functies kartonnagebewerker en samensteller metaalwaren de belastbaarheid van appellant te boven ging. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het arbeidsongeschiktheidspercentage van 52,1% en handhaaft de WGA-vervolguitkering van appellant.