Eiseres, gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, verzocht de minister van Financiën om overname van diverse private schulden. De minister wees dit verzoek af op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), omdat de schulden niet voldeden aan de voorwaarden voor overname, zoals opeisbaarheid vóór 1 juni 2021, het karakter van de schuld en onderbouwing.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de besluiten van 16 oktober 2023 en 11 februari 2025 niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Het beroep tegen het besluit van 19 september 2025 werd ongegrond verklaard. De minister had een deel van de schuld bij Dierenartsenpraktijk Deil en een klein bedrag bij Bosveld Gerechtsdeurwaarders overgenomen, maar de overige schulden, waaronder zakelijke schulden van rechtspersonen, hypothecaire lening, verjaarde schulden en schulden zonder vaststelling van opeisbaarheid, werden terecht geweigerd.
Eiseres voerde diverse beroepsgronden aan, waaronder onjuiste toepassing van de Wht, onterecht niet toepassen van de hardheidsclausule en onjuiste beoordeling van de aard en opeisbaarheid van schulden. De rechtbank verwierp deze gronden, onder meer omdat zakelijke schulden van B.V.'s en stichtingen niet voor overname in aanmerking komen, verjaring niet leidt tot overnameplicht, en de hypothecaire lening niet voldoet aan de voorwaarden.
De rechtbank oordeelde dat de hardheidsclausule niet van toepassing was, omdat de financiële situatie van eiseres onvoldoende schrijnend was om af te wijken van de wettelijke regels. De minister werd opgedragen het griffierecht te vergoeden aan eiseres, maar een aanvullende proceskostenvergoeding werd afgewezen.