Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 24 juni 2026
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Eindhoven, de inspecteur.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
2. De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
2. De belastingrente wordt enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt 6 maanden te rekenen vanaf het einde van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven en eindigt op de dag voorafgaand aan de dag waarop de aanslag, (…), invorderbaar is ingevolge artikel 9 van Pro de Invorderingswet 1990 en heeft als grondslag het te betalen bedrag aan belasting.
3. Ingeval de aanslag is vastgesteld overeenkomstig de ingediende aangifte, eindigt het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend in afwijking in zoverre van het tweede lid, uiterlijk 19 weken na de datum van ontvangst van de aangifte.
4. Geen belastingrente wordt in rekening gebracht ingeval de aanslag inkomstenbelasting (…) is vastgesteld overeenkomstig een ingediende aangifte die is ontvangen voor de eerste dag van de vijfde, (…), maand na afloop van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven.
(…).
a. aanpassing van het percentage, indien nodig, jaarlijks per 1 januari geschiedt;
b. afronding van het percentage plaatsvindt op halve procentpunten;
c. het percentage ten minste 4,5 bedraagt; en
d. aanpassing van het percentage is beperkt tot maximaal 2 procentpunt per wijziging.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 53 aan belanghebbende moet vergoeden.