ECLI:NL:HR:2020:1778
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- J.A.C.A. Overgaauw
- J. Wortel
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- P.A.G.M. Cools
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt navordering belastingrente bij vermindering IB/PVV na overlijden echtgenoot
De zaak betreft een geschil over de navordering van belastingrente na vermindering van de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) van een overleden echtgenoot. Belanghebbenden, de erfgenamen van de overleden echtgenote, stelden dat zij als één belastingplichtige met de echtgenoot moesten worden gezien, waardoor de terugbetaling van de algemene heffingskorting aan de echtgenoot zou moeten wegvallen tegen de navordering bij hen.
Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de wet uitgaat van geïndividualiseerde belastingheffing en dat vereenzelviging van de erfgenamen met de echtgenoot niet mogelijk is. Tevens werd geoordeeld dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een systeem waarbij geen belastingrente wordt vergoed bij vermindering van de aanslag van de echtgenoot, maar wel belastingrente wordt geheven bij navordering bij de erfgenamen.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel. De rechtbank stelt dat de vermindering en navordering niet betrekking hebben op dezelfde belastingplichtige en dat de wettelijke bepalingen inzake belastingrente geen ruimte bieden om bij de berekening rekening te houden met rechten of aanslagen van andere belastingplichtigen, ook niet als deze met elkaar samenhangen. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de navordering van belastingrente bij de erfgenamen blijft in stand.