Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:5029

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
05236353-22
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2:22 SvArt. 6:6:31 SvArt. 88 SrArtikel 5 lid 2 onder b Reglement justitiële jeugdinrichtingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging PIJ-maatregel met 18 maanden wegens recidiverisico en behandeling

Betrokkene is in mei 2023 veroordeeld voor doodslag en poging tot doodslag en kreeg een PIJ-maatregel opgelegd die op 8 juni 2024 inging. De officier van justitie verzocht verlenging van deze maatregel met 18 maanden vanwege de complexe problematiek van betrokkene, waaronder een licht verstandelijke beperking, verstoorde persoonlijkheidsontwikkeling en hardnekkig normoverschrijdend gedrag.

Tijdens de zitting op 9 juni 2026 werd betrokkene gehoord, die aangaf onvoldoende vertrouwen te hebben in het huidige beleid en bezorgd was over het opnieuw moeten opbouwen van verlofopbouw na overplaatsing naar een reguliere afdeling. De raadsman pleitte voor een verlenging van 12 maanden, met het oog op het starten van het scholings- en trainingsprogramma (STP).

Het verlengingsadvies en de deskundigen benadrukten de noodzaak van verlenging vanwege het matige tot hoge recidiverisico zonder de maatregel, de noodzaak van voortzetting en uitbreiding van behandeling, en de tijd die nodig is om een geschikte woon- en werkplek te vinden voor het STP. De rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke vereisten voor verlenging is voldaan en verlengde de PIJ-maatregel met 18 maanden, tot 30 november 2027 voorwaardelijk en 30 november 2028 onvoorwaardelijk.

Uitkomst: De PIJ-maatregel wordt met 18 maanden verlengd vanwege het matige tot hoge recidiverisico en de noodzaak van voortzetting van behandeling en verlofopbouw.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer : 05-236353-22
Datum uitspraak : 9 juni 2026
Beslissing op de vordering tot verlenging plaatsing inrichting voor jeugdigen van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken (ex artikel 6:2:22 jo Pro 6:6:31 Wetboek van Strafvordering)
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] (hierna: betrokkene),

geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] (Dominicaanse Republiek) ,
op dit moment verblijvende in de [verblijfplaats 1] (hierna: [verblijfplaats 1] ) in [plaats] .
Raadsman: mr. Y. ten Tuijnte, advocaat in Arnhem.

De procedure

De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft bij vonnis van 16 mei 2023 aan betrokkene de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: de PIJ-maatregel) opgelegd. Betrokkene is bij dit vonnis veroordeeld voor doodslag en een poging tot doodslag.
De termijn van de maatregel is ingegaan op 8 juni 2024.
De officier van justitie heeft op 7 mei 2026 de vordering ingediend tot verlenging van de PIJ-maatregel met 18 maanden.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de processtukken, waaronder:
- het verlengingsadvies van [behandelcoördinator] , behandelcoördinator [verblijfplaats 1] [plaats] ,
van 23 april 2026;
- een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene.
Tijdens de zitting van 9 juni 2026 zijn gehoord:
- betrokkene;
- zijn raadsman;
- de deskundige, mevrouw M.J. Mulder, psycholoog [verblijfplaats 1] [plaats] ;
- de officier van justitie.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de vordering toegelicht en gehandhaafd.

Het standpunt van betrokkene

Betrokkene heeft onvoldoende vertrouwen in het beleid van [verblijfplaats 1] [plaats] . Hij voelt zich niet altijd gehoord. Volgens betrokkene is de LVB/VIC-status niet passend voor hem. Betrokkene vindt dat hij stappen heeft gezet en van zijn fouten heeft geleerd. Hij is blij met de overstap naar een reguliere afdeling binnen [verblijfplaats 2] . Het zou vervelend zijn als de verlofopbouw in [verblijfplaats 2] weer bij nul (met begeleide verloven) moet beginnen.
De raadsman van betrokkene heeft bepleit dat de PIJ-maatregel wordt verlengd met een termijn van 12 maanden. Hij heeft daarbij gewezen op artikel 5, lid 2, onder b van het Reglement justitiële jeugdinrichtingen. Betrokkene moet kunnen starten met het scholings- en trainingsprogramma (hierna: STP), dat zes maanden zal duren, zodra het mogelijk is. Als het goed gaat in [verblijfplaats 2] moet betrokkene bij een verlenging met 18 maanden mogelijk onnodig wachten op de start van het STP.

Het verlengingsadvies van [verblijfplaats 1] [plaats]

Uit het adviesrapport komt, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren.
Bij betrokkene is kort gezegd sprake van een complexe problematiek waarin de licht verstandelijke beperking, de verstoorde persoonlijkheidsontwikkeling en hardnekkig normoverschrijdend gedrag elkaar wederzijds versterken. Nader diagnostisch onderzoek is aangewezen om de persoonlijkheidsproblematiek verder te differentiëren.
Betrokkene heeft een positieve ontwikkeling laten zien in [verblijfplaats 1] [plaats] . In december 2025 is de onbegeleide verlofstatus afgegeven. Middels semi-begeleide afbouw werd stapsgewijs gewerkt aan het vergroten van de verantwoordelijkheid van betrokkene. Door een terugval in middelengebruik en incidenten is de verlofgang vervolgens gestagneerd. Inmiddels is betrokkene in afwachting van een externe plaatsing naar een bijzondere zorgafdeling. De LVB/VIC-status zal worden opgeheven.
Het recidiverisico wordt binnen de huidige kaders als matig ingeschat. Als de huidige kaders wegvallen wordt het recidiverisico ingeschat als matig tot hoog. Op basis van de afgelopen periode zijn de kaders van de PIJ-maatregel nog noodzakelijk voor het verder verminderen van het aanwezige recidiverisico. Het middelengebruik, met name het dagelijks blowen, vormt naar verwachting een groot risico, aangezien het de agressiedrempel kan
verlagen, impulsief gedrag kan versterken en wantrouwende kerncognities kan vergroten, waardoor de kans op verbaal en fysiek agressief gedrag toeneemt. Betrokkene is gemotiveerd om aan zijn ontwikkeling te werken, maar heeft nog onvoldoende inzicht in eigen problematiek. Hij ziet niet altijd de noodzaak van verdere behandeling en de stappen die hij nog moet zetten.
Het advies is om de PIJ-maatregel met 18 maanden te verlengen. De PIJ-maatregel bevindt zich nog in het beginstadium van (semi-)onbegeleid verlof, waardoor er nog beperkte informatie beschikbaar is over zijn belastbaarheid. Betrokkene heeft twee keer meegedraaid bij de Buitenloods, een arbeidstrainingscentrum, waardoor nog weinig kan worden gezegd over zijn arbeidsvaardigheden. Wanneer er meer informatie is op deze gebieden zal onderzocht kunnen worden op welke wijze het STP kan worden ingezet, en kan het risicomanagementplan verder vormgegeven worden Verder moet de ingezette behandeling (verminderen van middelengebruik, versterken van de sociale- en arbeidsvaardigheden en het versterken van emotieregulatievaardigheden) worden voortgezet en later eventueel worden uitgebreid (met behandeling voor persoonlijkheidsproblematiek en mogelijk voor middelengebruik). Binnen het behandeltraject moet voldoende ruimte blijven voor vallen en opstaan. Betrokkene zal binnenkort gaan verblijven op een nieuwe afdeling met meer sociale uitdaging. Deze overstap kan gepaard gaan met verhoogde spanning en moet goed gemonitord worden. Bij een gunstig behandelverloop wordt verwacht dat betrokkene op zijn vroegst over 12 maanden kan starten met het STP, dat minimaal 6 maanden zal duren. Voorwaarden hierbij zijn dat een passende woonvoorziening en een geschikte, gestructureerde dagbestedingsplek zijn gerealiseerd.

De toelichting van de deskundige tijdens de zitting

Betrokkene verdient complimenten voor de stappen die hij de afgelopen twee jaar heeft gezet. Betrokkene zal worden overgeplaatst naar [verblijfplaats 2] . Hij komt terecht op een groep met bijzondere zorg, maar het LVB kader komt te vervallen. Dit tot grote tevredenheid van betrokkene zelf. In [verblijfplaats 2] zal nader diagnostisch onderzoek naar de persoonlijkheidsproblematiek van betrokkene plaatsvinden. Het betreft een actualisatie van het rapport dat er al ligt. Het advies is om in [verblijfplaats 2] het verloftraject weer op te pakken. Betrokkene moet zich dan wel aan de gestelde voorwaarden houden, waaronder het onthouden van drugsgebruik. [verblijfplaats 2] is voornemens om eerst begeleide verloven in te zetten en daarna toe te werken naar onbegeleid verlof. Een verlenging van 18 maanden is nodig. Er moet geen druk liggen op het traject; er moet ruimte zijn om fouten te maken.

De beoordeling door de rechtbank

Voor een verlenging van de PIJ-maatregel is vereist dat:
- de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de maatregel eist;
- de verlenging van de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van betrokkene.
Op basis van het verlengingsadvies en de toelichting van de deskundigen ter zitting is de rechtbank van oordeel dat aan de vereisten is voldaan en dat verlenging van de PIJ-maatregel is geïndiceerd.
De maatregel is aan betrokkene opgelegd voor het plegen van doodslag en een poging tot doodslag. Dit zijn misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.
Het recidiverisico wordt zonder de kaders van de PIJ-maatregel als matig tot hoog ingeschat. De kaders van de PIJ-maatregel zijn nog nodig om het recidiverisico verder te verminderen. Dit maakt dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de maatregel eist.
De rechtbank vindt een verlenging van de PIJ-maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van betrokkene. Betrokkene heeft een grotendeels positieve ontwikkeling doorgemaakt, maar moet nog verschillende fasen van de PIJ-maatregel doorlopen. Ook heeft betrokkene nog baat bij verdere behandeling. Betrokkene gaat een overstap maken naar [verblijfplaats 2] waar hij, gezien de andere groepsdynamiek en de opgeheven LVB/VIC-status, mogelijk voor nieuwe uitdagingen komt te staan. De ingezette behandeling zal worden voortgezet en de behandeling wordt mogelijk uitgebreid, waarbij er ruimte moet zijn voor fouten en terugval. Daarbij komt dat in [verblijfplaats 2] opnieuw diagnostisch onderzoek zal plaatsvinden. Betrokkene zal in [verblijfplaats 2] naar alle waarschijnlijkheid zijn verlofgang snel oppakken, maar er is tijd nodig voor betrokkene en de begeleiding bij [verblijfplaats 2] om elkaar te leren kennen en te bouwen aan een relatie en vertrouwen. Bovendien zal hiervoor een voorwaarde zijn dat betrokkene zich weer zal onthouden van middelengebruik, hetgeen afhangt van de inzet en motivatie van betrokkene. Daarnaast kost het tijd om voor betrokkene een geschikte woon- en werkplek te vinden, wat voorwaarden zijn om te starten met het STP. De rechtbank vindt de inschatting dat het minstens 18 maanden zal duren voordat betrokkene in aanmerking komt voor een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel reëel.
De rechtbank is van oordeel dat de PIJ-maatregel conform het advies moet worden verlengd met een termijn van 18 maanden.
Op grond van artikel 6:6:31, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet de rechtbank in de beslissing tot verlenging van de maatregel aangeven wanneer de maatregel (na verlenging) onvoorwaardelijk eindigt. De maatregel begon op 8 juni 2024 en eindigt zonder verlenging voorwaardelijk op 8 juni 2026. De rechtbank verlengt de maatregel nu met 18 maanden. Als de maatregel daarna niet opnieuw wordt verlengd en zich geen situaties voordoen waardoor de termijn van de maatregel tijdelijk wordt stopgezet (bijvoorbeeld weglopen), eindigt de maatregel voorwaardelijk op 30 november 2027 en onvoorwaardelijk op 30 november 2028.
De rechtbank merkt op dat zij bij de berekening van deze data heeft aangesloten bij artikel 88 van Pro het Wetboek van Strafrecht, waaruit volgt dat onder een maand wordt verstaan 30 dagen en dat zij zich bij die berekening heeft gebaseerd op de stukken die zich nu in het dossier bevinden.
De rechtbank neemt bij haar beslissing de desbetreffende wetsartikelen in aanmerking.

De beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van
[betrokkene], voornoemd, voor een periode van
18 (achttien) maanden.
Deze beslissing is gegeven door mr. E.M. van Poecke, voorzitter, tevens kinderrechter,
mr. M.G.J. Post en mr. A. Bril als kinderrechters in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 juni 2026.
Mrs. Bril en Van Poecke zijn buiten staat
deze beslissing te ondertekenen.