Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
hij op of omstreeks 9 juli 2025 te Nijmegen [slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer] eenmaal of meermalen met een (deel van een) wandelstok van aluminium, althans een langwerpig voorwerp, tegen het hoofd, in elk geval tegen het lichaam te slaan;
hij op of omstreeks 6 november 2025 te Apeldoorn een parfum, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] (gelegen aan [adres] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
hij op of omstreeks 6 november 2025 te Apeldoorn een of meerdere kledingstukken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.Het onderzoek ter terechtzitting
3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
óndereen ander voorwerp (medaille), maakt dat de rechtbank twijfelt over de gestelde toedracht en conclusies. De rechtbank kan met onvoldoende zekerheid vaststellen dat verdachte een mes heeft weggegooid.
- het proces-verbaal van aangifte namens [bedrijf] , p. 11 en 12;
- de verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 9 juni 2026.
- het proces-verbaal van aangifte namens [bedrijf] , p. 8 t/m 10;
- de verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 9 juni 2026.
- het proces-verbaal van aangifte namens [bedrijf] Nijmegen, p. 7 t/m 9;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 13 en 14;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 20;
- de verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 9 juni 2026.
4.De bewezenverklaring
of omstreeks9 juli 2025 te Nijmegen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer]
eenmaal ofmeermalen met een
(deel van een
)wandelstok van aluminium
, althans een langwerpig voorwerp,tegen het hoofd
, in elk geval tegen het lichaamheeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op
of omstreeks6 november 2025 te Apeldoorn een parfum
, in elk geval enig goed,dat
/die geheel of ten deleaan [bedrijf] (gelegen aan [adres] )
, in elk geval aan een andertoebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
hij op
of omstreeks6 november 2025 te Apeldoorn
een ofmeerdere kledingstukken
, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [bedrijf]
, in elk geval aan een andertoebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
of omstreeks11 december 2025 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,parfum,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [bedrijf] Nijmegen
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
5.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
- het uittreksel justitiële documentatie van 12 mei 2026 (het strafblad),
- het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 3 juni 2026.
9.De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05/338408-24)
parketnummers 05/210624-25, 05/243830-25, 05/297924-25 en 05/345033-25) gevoegd behandeld. Daarmee is in feite sprake geworden van één geheel waardoor de vordering tenuitvoerlegging ook zijn grondslag vindt in alle andere feiten. De rechtbank verwijst daarvoor naar ECLI:NL:HR:2019:677.
10.De toegepaste wettelijke bepalingen
11.De beslissing
spreekt verdachte vrij van het onder parketnummer 05/243830-25 ten laste gelegde feit;
het bewezenverklaarde onder parketnummer 05/210624-25 niet strafbaaren
ontslaat verdachte voor dit feit van alle rechtsvervolging;
een werkstraf van 40 uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen;
verlengt de proeftijdals vermeld in het vonnis van de rechtbank van 17 februari 2025
met één jaar;
wijzigt de bijzondere voorwaardenals volgt: