Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van
in de zaak tussen
Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), uit Den Haag, verzoekster
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe
Samenvatting
1.1. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van het COA.
1.3. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Procesverloop
.Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen en de opgelegde last te schorsen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3.1. Het COA heeft de opvang van asielzoekers in het Fletcher hotel na 20 maart 2026 niet beëindigd. Met het bestreden besluit heeft het college het COA gelast het gebruik van het hotel voor de noodopvang van 276 asielzoekers binnen één week na dagtekening van dit besluit te beëindigen en beëindigd te houden. Voldoet het COA niet of niet tijdig aan deze last, dan verbeurt zij een dwangsom van € 63.480,- per dag met een maximum van
€ 11.426.400,-. Aan dit besluit heeft het college ten grondslag gelegd dat het gebruik van het hotel ten behoeve van de opvang van asielzoekers in strijd is met het Omgevingsplan en verzoekster daarom handelt in strijd met artikel 5.1, eerste lid en onder a, van de Omgevingswet.
3.2. Het COA heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd de last onder dwangsom te schorsen. Daartoe stelt zij dat opvang van asielzoekers niet in strijd is met het Omgevingsplan omdat het gebruik ten behoeve van asielzoekers zich niet onderscheidt van gebruik ten behoeve van hotelgasten. Verder stelt het COA dat handhaving in dit geval onevenredig is. Er is een structureel tekort aan plaatsen voor de opvang van asielzoekers. Er zijn geen andere opvangplekken beschikbaar. Het COA kan de in Epe gehuisveste asielzoekers daarom niet verhuizen. De betrokken belangen zijn bovendien niet kenbaar en op onjuiste wijze afgewogen. Het bestreden besluit bevat geen enkele overweging over de grote gevolgen die dit besluit heeft voor de bewoners van deze opvang, waaronder kinderen en andere kwetsbare personen. Dit is onder meer in strijd met artikel 3 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). De begunstigingstermijn is bovendien onredelijk kort en onuitvoerbaar en de dwangsommen en het gestelde maximum is buitensporig hoog en onvoldoende gemotiveerd.
5.1. Op het perceel waar de opvang gerealiseerd wordt, was vóór 1 januari 2024 het bestemmingsplan 'Buitengebied Epe’ van kracht. Dat bestemmingsplan maakt dus onderdeel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Epe. Volgens het bestemmingsplan Buitengebied Epe geldt op het perceel de enkelbestemming ‘Horeca’ en de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie-6’.
5.2. Het COA betoogt dat de opvang van asielzoekers in het Fletcher hotel binnen de geldende bestemming past. Weliswaar heeft zij destijds een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan gevraagd, maar dat doet zij vaker als het betreffende college dat vraagt, terwijl het beoogde gebruik volgens haar wel in overeenstemming is met het omgevingsplan.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
€ 1.868,-.