ECLI:NL:RBGEL:2026:5230

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
K/5001/11180266
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.J. Weerkamp - Beens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:101 BWArt. 7:230a BWArt. 7:224 BWArt. 843a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid voor gebrekkige oplevering bedrijventerrein en schadevergoeding

Op 6 juli 2018 sloten Montea Nederland en De Kellen B.V. een koopovereenkomst voor een terrein te Tiel, gevolgd door een huurovereenkomst met Recycling Tiel voor een deel van het terrein. Recycling Tiel was verplicht het terrein bouwrijp op te leveren, zonder milieubelastende materialen en met verwijdering van oude funderingspalen en gebouwen zoals het Hardmaasgebouw.

Bij oplevering op 2 april 2024 bleek het terrein niet bouwrijp: er waren depots met ecofiller en ander materiaal aanwezig, het Hardmaasgebouw was niet gesloopt, funderingspalen waren niet verwijderd, en er was bodemverontreiniging. Recycling Tiel had onvoldoende tijdig gehandeld en was aansprakelijk voor deze gebreken.

Montea vorderde schadevergoeding voor kosten van verwijdering, sanering, vertraging en gevolgschade. De rechtbank oordeelde dat Recycling Tiel aansprakelijk is voor alle schade door opleveringsgebreken en kende een voorschot en schadevergoeding toe. Overige schade wordt verwezen naar schadestaatprocedure. Recycling Tiel moet ook proceskosten betalen. De vorderingen tot inzage van bepaalde stukken werden deels afgewezen.

De uitspraak bevestigt dat de huurder aansprakelijk is voor gebrekkige oplevering en dat de verhuurder aanspraak kan maken op vergoeding van herstelkosten en gevolgschade, ook als de oplevering later dan de contractuele datum plaatsvindt. De aanwezigheid van milieubelastende stoffen zoals ecofiller zonder vergunning leidt tot opleveringsgebrek en aansprakelijkheid.

Uitkomst: Recycling Tiel is aansprakelijk voor opleveringsgebreken en moet Montea een schadevergoeding en voorschot betalen, overige schade wordt verwezen naar schadestaatprocedure.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11180266 \ CV EXPL 24-5337
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van

1.MONTEA TIEL B.V.,

te Tilburg,
2.
MONTEA PANOVEN I B.V.,
te Tilburg,
3.
MONTEA PANOVEN II B.V.,
te Tilburg,
4.
MONTEA PANOVEN III B.V.,
te Tilburg,
5.
MONTEA PANOVEN IV B.V.,
te Tilburg,
6.
MONTEA PANOVEN V B.V.,
te Tilburg,
7.
MONTEA PANOVEN VI B.V.,
te Tilburg,
eisende partijen in de hoofdzaak en in het incident ex artikel 223 Rv Pro,
gedaagde partijen in het incident ex artikel 843a Rv,
hierna te noemen: gezamenlijk Montea c.s., dan wel apart Montea, Panoven I, Panoven II, Panoven III, Panoven IV, Panoven V en Panoven VI,
gemachtigden: mrs. S. van der Kamp en N. van Tamelen,
tegen
RECYCLING TIEL B.V.,
te Tiel,
gedaagde partij in de hoofdzaak en in het incident ex artikel 223 Rv Pro,
eisende partij in het incident ex artikel 843a Rv,
hierna te noemen: Recycling Tiel,
gemachtigden: mrs. D.J.A. van den Berg en P.J.C. van Twaalfhoven.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 juni 2025 met de daarin genoemde stukken;
- de akte overlegging aanvullende producties met productie 133 tot en met 138 van
6 oktober 2025 van de zijde van Recycling Tiel.
1.2.
Op 16 oktober 2025 is een regiezitting gehouden, waarvan een proces-verbaal is opgemaakt.
1.3.
Voorafgaande aan de regiezitting is door de gemachtigde van Recycling Tiel een akte met producties 133 tot en met 138 in het geding gebracht. Deze is in eerste instantie geweigerd. De akte is tijdens de regiezitting alsnog toegestaan en Montea c.s. is in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Dit heeft zij gedaan met een akte met (wederom) productie 57.
1.4.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 6 juli 2018 is tussen Montea Nederland N.V. (Montea Nederland) en De Kellen B.V. (hierna: De Kellen - de moedermaatschappij van Recycling Tiel) een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot meerdere kadastrale percelen gelegen aan de Panovenweg te Tiel (hierna: de koopovereenkomst). Het verkochte betreft het terrein dat tot 2013 in gebruik was als glasfabriek. De Kellen heeft de percelen in Tiel op 30 november 2012 in eigendom gekregen, nadat bekend werd dat de glasfabriek zou gaan sluiten. De Kellen en Recycling Tiel hebben sinds het 2e kwartaal 2018 de sloop van de glasfabriek en de afvoer van de materialen ter hand genomen. De fabriek was al gedeeltelijk door De Kellen gesloopt, toen Montea Nederland het terrein aankocht. Op het terrein bevonden zich nog wel enkele opstallen.
2.2.
Montea Nederland behoort tot de Belgische beursgenoteerde Montea-groep die zich bezighoudt met het ontwikkelen van en beleggen in logistiek vastgoed in onder andere Nederland. Montea Nederland kocht het terrein aan om het op termijn te kunnen ontwikkelen. Op 6 juli 2018 is tussen Montea Nederland en Recycling Kombinatie REKO B.V. (hierna: REKO – eveneens gelieerd aan De Kellen en Recycling Tiel) een huurovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot een deel van het terrein (verkochte II).
2.3.
In de koopovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen:
“5.2. Verplichtingen inzake illegale bomenkap
Verkoper garandeert alle nodige maatregelen te zullen treffen, uitsluitend op eigen verantwoordelijkheid, kosten en risico, opdat tijdig en correct, en uiterlijk op het ogenblik waarop de huurtermijn van de Huurovereenkomst Verkochte II wordt beëindigd overeenkomstig de voorwaarden en bepalingen uiteengezet in de Huurovereenkomst Verkochte II, zal zijn voldaan aan alle verplichtingen opgelegd in (i) het handhavingsbesluit van het College van B&W van de gemeente Tiel d.d. 18 januari 2017, met kenmerk 021469077, en (ii) het handhavingsbesluit van Gedeputeerde Staten van Gelderland d.d. 18 januari 2017, met kenmerk 021469079, beide inzake de illegale kap van bomen, beide betekend door Omgevingsdienst Rivierenland aan Recycling Tiel B.V., en beide in kopie opgenomen in de Data Room, en Verkoper zal Koper integraal schadeloosstellen, vergoeden en vrijwaren voor elke door Koper geleden schade, kosten en uitgaven welke voortvloeien uit die handhavingsbesluiten, en/of enige niet-tijdige of niet-correcte naleving van verplichtingen die in die handhavingsbesluiten zijn uiteengezet.
Voor alle duidelijkheid; de verplichtingen van Verkoper uiteengezet in dit Art. 5.2. van deze Overeenkomst kunnen geenszins afbreuk doen aan de verplichtingen van de Huurder Verkochte II om overeenkomstig de voorwaarden en bepalingen uiteengezet in de Huurovereenkomst Verkochte II, het Verkochte II in ‘Bouwrijpe Staat’ (zoals nader omschreven en gedefinieerd in Art. 11.4. van de Huurovereenkomst Verkochte II) te brengen.
Verkoper garandeert aansluitend dat indien uit hoofde van één of beide van voormelde handhavingsbesluiten, bomen dienen te worden her-aangeplant op het Verkochte, zulks uitsluitend zal gebeuren na voorafgaand overleg met, en overeenkomstig de instructies van Koper, zonder dat Koper daarbij enige verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid op zich neemt.
Zodra aan alle bovenstaande verplichtingen van de Verkoper uiteengezet in dit Art. 5.2. van deze Overeenkomst is voldaan, zal Verkoper alle documenten en informatie overhandigen aan de Koper ter staving van het zijn voldaan aan al die verplichtingen, waaronder doch niet beperkt tot een schriftelijke bevestiging van de Omgevingsdienst Rivierenland waaruit volgt dat het College van B&W van de gemeente Tiel respectievelijk Gedeputeerde Staten van Gelderland van oordeel zijn dat Verkoper tijdig en correct aan de verplichtingen die in de handhavingsbesluiten uiteen zijn gezet, heeft voldaan.
5.3.
Verplichtingen inzake archeologie
Verkoper garandeert alle nodige maatregelen te zullen treffen, uitsluitend op eigen verantwoordelijkheid, kosten en risico, opdat terzake van het Verkochte II, en uiterlijk op het ogenblik waarop de huurtermijn van de Huurovereenkomst Verkochte II wordt beëindigd overeenkomstig de voorwaarden en bepalingen uiteengezet in de Huurovereenkomst Verkochte II, er geen enkele verplichting inzake archeologie (…) meer zal gelden uit hoofde van enige wet- en/of regelgeving, en/of enig besluit van het terzake bevoegde gezag inzake archeologie (waaronder doch niet beperkt tot enig selectiebesluit van de Gemeente Tiel), zodat uiterlijk vanaf dat ogenblik, er dadelijk op het Verkochte II zal kunnen worden gestart met een standaard fundering middels heipalen (voor structuur).
Zodra aan alle bovenstaande verplichtingen van de Verkoper uiteengezet in dit Art. 5.3. van deze Overeenkomst is voldaan, zal Verkoper alle documenten en informatie overhandigen aan de Koper ter staving van het zijn voldaan aan al die verplichtingen, waaronder doch niet beperkt tot een schriftelijke bevestiging van het College van B&W van de gemeente Tiel, althans van het bevoegd gezag, waaruit volgt dat het Verkochte II onvoorwaardelijk en zonder beperkingen is vrijgegeven voor gebruik en bebouwing op en in de bodem van het Verkochte II.
(…)
9. Verplichtingen inzake illegale bomenkap
Uiterlijk op het ogenblik waarop de huurtermijn van de Huurovereenkomst Verkochte II wordt beëindigd, zal er zijn voldaan aan alle verplichtingen opgelegd in (i) het handhavingsbesluit d.d. 18 januari 2017, met kenmerk 021469077, en (ii) het handhavingsbesluit d.d. 18 januari 2017, met kenmerk 021469079, beide inzake de illegale kap van bomen, beide betekend door Omgevingsdienst Rivierenland aan Recycling Tiel B.V, en beide in kopie opgenomen in de Data Room.
Indien uit hoofde van één of beide van voormelde handhavingsbesluiten, bomen dienen te worden her-aangeplant op het Verkochte, zal zulks uitsluitend zijn gebeurd na voorafgaand overleg met, en overeenkomstig de instructies van Koper (zonder dat Koper daarbij enige verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid op zich neemt).
10. Verplichtingen inzake archeologie
Uiterlijk op het ogenblik waarop de huurtermijn van de Huurovereenkomst Verkochte II wordt beëindigd, overeenkomstig de voorwaarden en bepalingen uiteengezet in de Huurovereenkomst Verkochte II, zal er, terzake het Verkochte II, geen enkele verplichting inzake archeologie (…) meer gelden uit hoofde van enige wet- en/of regelgeving, en/of enig besluit van het terzake bevoegde gezag inzake archeologie (waaronder doch niet beperkt tot enige selectiebesluit van de Gemeente Tiel), en er zal uiterlijk vanaf dat ogenblik, dadelijk op het Verkochte II kunnen worden gestart met een standaard fundering middels heipalen (voor structuur).”
2.4.
Situatietekening van het Verkochte I en het Verkochte II
2.5.
In de huurovereenkomst staat onder meer:
(…)
1.5
In afwijking op artikelen 4.1. en 4.2. van de algemene bepalingen komen Partijen overeen dat Huurder verantwoordelijk is voor het verkrijgen van alle vergunningen, ontheffingen en toestemmingen, alsmede dat (a) alle kosten verbonden aan het verkrijgen van die vergunningen , ontheffingen en toestemmingen en (b) de kosten van aanpassingen van het gehuurde om aan de voorwaarden van die vergunningen, ontheffingen en toestemmingen te voldoen voor rekening zijn van Huurder.
(…)
9.2
Aan Verhuurder is niet bekend dat in, op of aan het Gehuurde een verontreiniging aanwezig is die van dien aard is dat op grond van de geldende wetgeving ten tijde van het tekenen van de huurovereenkomst het nemen van maatregelen noodzakelijk is, behoudens indien op enigerlei wijze anders uiteengezet in de Koopovereenkomst en/of in enige bijlage aan de Koopovereenkomst (…) De onbekendheid van Verhuurder met aanwezigheid van een verontreiniging in, op of aan het Gehuurde ten tijde van het tekenen van de huurovereenkomst houdt uitdrukkelijk geen garantie in van Verhuurder dat er geen verontreiniging aanwezig is. Partijen erkennen en aanvaarden uitdrukkelijk dat onderhavig Art. 9.2. van deze huurovereenkomst, op generlei wijze afbreuk doet aan de verplichtingen van de Huurder inzake Bouwrijke Staat uiteengezet in Art. 11.4. van deze huurovereenkomst.
(…)
11.2
Gebruik
Het Gehuurde zal door of vanwege Huurder worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten welke zijn toegestaan binnen het kader van het vigerende bestemmingsplan, onverminderd evenwel hetgeen hierna uiteengezet.
op of in de directe omgeving van het Gehuurde enige milieugevaarlijke zaken in de ruimste zin des woords op te (doen) slaan, waaronder stank verspreidende, brandgevaarlijke of ontplofbare zaken, en/of om;
het Gehuurde zodanig te (doen) gebruiken dat door dit gebruik enige waardevermindering in de meest ruime zin van het Gehuurde kan ontstaan (waaronder doch niet beperkt tot enige bodem- of andere milieuverontreiniging, schade aan het Gehuurde of aan het aanzien van het Gehuurde, en/of om;
het Gehuurde voor fabricage-, montage-, of reparatiewerkzaamheden te (doen) gebruiken of om aldaar olie te (doen) verversen, en/of om;
enige materialen en/of goederen in en/of op het Gehuurde in, en/of op enigerlei wijze op te slaan (zelfs kortstondig), te recycleren en/of enigerlei andere wijze te bewerken of de aanwezigheid ervan in en/of op het Gehuurde te dulden, indien deze naar het oordeel van Verhuurder resulteert in hetgeen bepaald hiervoor onder (a), (b) en/of (c).
Onverminderd enige andere verplichtingen van Huurder uiteengezet in, en/of op enigerlei wijze voortvloeiend uit deze huurovereenkomst, zal Huurder ten aanzien van diens gebruik van het Gehuurde, te allen tijde, en uitsluitend op diens kosten, risico en verantwoordelijkheid, verzekeren dat:
  • i)
  • ii)
  • iii)
(…)
Onverminderd enige andere rechten en vorderingen van Verhuurder, zal Huurder Verhuurder volledig schadeloos stellen, vergoeden en vrijwaren voor enige schade, kosten en gevolgen welke voortvloeien uit de niet-, niet-correcte, en/of niet-tijdige naleving door Huurder, van enige van diens verplichtingen uiteengezet in dit artikel 11.2. van deze huurovereenkomst.
11.3
Goederen en materialen in en/of op het Gehuurde
Verhuurder kan nooit worden aangesproken/ aansprakelijk worden gesteld voor het gebruik van het Gehuurde door Huurder, noch voor enige goederen en materialen die zich in en/of op het Gehuurde bevinden.
11.4
Oplevering aan het einde van de huurtermijn
Huurder is verplicht om, uitsluitend op kosten, risico en verantwoordelijkheid, en uiterlijk tegen de datum waarop de huurtermijn van deze huurovereenkomst wordt beëindigd overeenkomstig de voorwaarden en bepalingen uiteengezet in deze huurovereenkomst, het Gehuurde in Bouwrijpe Staat te hebben gebracht.
Bouwrijpe Staat
Onder “Bouwrijpe Staat wordt verstaan dat:
de grond van het Gehuurde is opgeschoond (...), en;
de grond van het Gehuurde is geëffend en op juiste hoogte ligt nl. op een gemiddeld hoogteniveau van 6,2 meter NAP richting zuiden tot 5,5 meter NAP (ivm afschot afwatering), en dat die grond voldoende draagkracht heeft om daarop onmiddellijk een standaard fundering middels heipalen (voor structuur) te starten op de aanwezige grondlagen zonder enige voorafgaande sloop, vereiste sanering, en/of aanvoeren en/of vervangen van grond, (...), en;
er in en/of op de grond van het Gehuurde geen bodem- en grondwatervervuiling (...) en/of milieubelastende materialen aanwezig zijn, die een beperking inhoudt voor de geschiktheid van de beoogde toekomstige ontwikkelingen op die grond, met name het oprichten op die gronden van logistieke panden met kantoor- en parkeervoorzieningen, en waaronder onder meer wordt begrepen dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem minstens gelijk moet zijn aan de kwaliteitsklasse industrie zoals bedoeld in het Besluit Bodemkwaliteit (zoals desgevallend nadien gewijzigd. (…)
Partijen komen overeen dat in afwijking van hetgeen hiervoor uiteengezet onder (a), de bestaande ondergrondse funderingspalen van de te slopen en gesloopte gebouwen in de grond van het Gehuurde (waarvan de precieze ligging van die funderingspalen op kosten van Huurder zal worden in kaart gebracht op een plan dat zal worden overhandigd aan Verhuurder uiterlijk binnen 3 (drie) maanden te rekenen vanaf de ingangsdatum, bij gebreke waarvan het Verhuurder zal zijn toegestaan om kosten van Huurder voormeld plan te laten opstellen), slechts tot op een diepte van 1,5 (anderhalve) meter onder het hoogteniveau van 5,5 meter NAP dienen te worden afgeknipt en te verwijderd door de huurder, met dien verstande evenwel dat zo één of meerdere van die funderingspalen naar het oordeel van Verhuurder hinder (zullen) veroorzaken voor de door de Verhuurder eventueel beoogde ontwikkeling van het Gehuurde, die hinderende funderingspalen alsnog integraal en uitsluitend op kosten, risico en verantwoordelijkheid van Huurder zullen worden verwijderd. Zolang Huurder niet aan deze verplichting heeft voldaan zal het Gehuurde derhalve niet kunnen worden aanzien als zijnde in Bouwrijpe Staat gebracht. (…)”
2.6.
Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Bepalingen Huurovereenkomst Kantoorruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW (hierna: Algemene Bepalingen) van toepassing verklaard. Daarin staat onder meer het volgende:
“(…)
4.3
Zowel bij als na het aangaan van de huurovereenkomst is Huurder verantwoordelijk voor het verkrijgen en het behouden van alle overige vereiste, niet onder artikel 4.1 vallende vergunningen, ontheffingen en toestemmingen die benodigd zijn voor het gebruik van het gehuurde in overeenstemming met de in artikel 1.2 van de huurovereenkomst overeengekomen bestemming die Huurder daaraan moet geven. Hieronder vallen tevens alle meldingen die van overheidswege verplicht zijn/worden gesteld ter zake van het gebruik van het gehuurde in overeenstemming met de hiervoor bedoelde overeengekomen bestemming. Met de hiervoor bedoelde meldingen van overheidswege worden onder meer verstaan meldingen die op grond van het meest recente Bouwbesluit en het meest recente Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) verplicht zijn.
5.1
Huurder zal het gehuurde - gedurende de gehele duur van de huurovereenkomst - daadwerkelijk, geheel, behoorlijk en zelf gebruiken uitsluitend overeenkomstig de in de huurovereenkomst aangegeven bestemming. Huurder zal hierbij bestaande beperkte rechten, kwalitatieve verplichtingen en de van overheidswege en vanwege de nutsbedrijven gestelde of nog te stellen eisen (waaronder eisen ten aanzien van het bedrijf van Huurder, ten aanzien van het gebruik van het gehuurde, alsmede ten aanzien van alles wat in of aan het gehuurde aanwezig is) in acht nemen. (…)
7.1
Huurder en Verhuurder zullen richtlijnen, voorschriften of aanwijzingen van de overheid of andere bevoegde instanties ten aanzien van het (gescheiden) aanbieden van afvalstoffen nauwgezet naleven. Bij de niet of niet volledige nakoming van deze verplichting is de nalatige partij aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende financiële, strafrechtelijke en mogelijke andere consequenties.
7.2
Het is Huurder niet toegestaan:
a. in, op, aan of in de directe omgeving van het gehuurde milieugevaarlijke zaken te hebben, waaronder stankverspreidende, brandgevaarlijke of ontplofbare zaken;
b. het gehuurde zodanig te gebruiken dat door dit gebruik bodem- of andere milieuverontreiniging optreedt.
7.3
Verhuurder vrijwaart Huurder niet tegen overheidsbevelen tot het uitvoeren van een milieuonderzoek ter zake van het gehuurde dan wel het treffen van maatregelen in geval onder, in, aan of rondom het gehuurde verontreiniging wordt aangetroffen. (…)
8.1
Huurder zal bij het gebruik van het gehuurde geen hinder of overlast veroorzaken, noch schade veroorzaken in, op, aan of onder het gehuurde of complex van gebouwen waarvan het gehuurde deel uit maakt. Onder schade aan het gehuurde wordt onder andere verstaan het gebruiken van transportmiddelen waardoor vloeren en wanden (kunnen) worden beschadigd. Huurder zal er voor zorgdragen dat vanwege hem aanwezige derden dit evenmin doen. Dit geldt eveneens ten aanzien van het gebouw of complex van gebouwen waarvan het gehuurde deel uitmaakt.
8.2
Het is Huurder niet toegestaan:(…)b. wijzigingen of voorzieningen aan te brengen in, op of aan het gehuurde die in strijd zijn met voorschriften van de overheid en van de nutsbedrijven dan wel met de voorwaarden waaronder de eigenaar van het gehuurde de eigendom van het gehuurde heeft verworven of met andere beperkte rechten, of die voor andere Huurders of omwonenden tot overlast leiden dan wel deze hinderen in hun gebruik.
(…)
10.1
Huurder is jegens Verhuurder aansprakelijk voor alle schade aan het gehuurde, tenzij Huurder bewijst dat de schade hem en de personen waarvoor Huurder verantwoordelijk is, niet is toe te rekenen.
10.2
Huurder vrijwaart Verhuurder tegen boetes die Verhuurder worden opgelegd door gedragingen of nalatigheden van Huurder.
(…)
22.1
Tenzij schriftelijk anders is overeengekomen zal Huurder het gehuurde bij het einde van de huurovereenkomst of bij het einde van het gebruik van het gehuurde, aan Verhuurder opleveren in de staat die bij aanvang van de huur in het proces-verbaal van oplevering is beschreven, behoudens normale slijtage en veroudering.
22.2
Mocht er bij aanvang van de huur geen proces-verbaal van oplevering zijn opgemaakt, dan wordt het gehuurde geacht, behoudens tegenbewijs door Huurder bij aanvang van de huurovereenkomst te zijn opgeleverd in goed onderhouden staat, zonder gebreken en vrij van schade en dient Huurder het gehuurde, behoudens normale slijtage en veroudering, in die staat aan het einde van de huurovereenkomst aan Verhuurder op te leveren. Het gestelde in de laatste zin van artikel 7:224 lid 2 Burgerlijk Pro Wetboek is niet van toepassing.
22.3
Huurder dient in aanvulling op artikel 22.2 het gehuurde aan het einde van de huurovereenkomst leeg en ontruimd, vrij van gebruik en gebruiksrechten, behoorlijk schoongemaakt en onder afgifte van alle sleutels, keycards e.d. aan Verhuurder op te leveren.
22.4
Huurder is verplicht alle zaken die door hem in, aan of op het gehuurde zijn aangebracht of door hem van de voorgaande Huurder of gebruiker zijn overgenomen op eigen kosten te verwijderen, tenzij Verhuurder op enig moment schriftelijk anderszins aangeeft of heeft aangegeven. Voor niet verwijderde zaken is Verhuurder geen vergoeding verschuldigd, tenzij schriftelijk anders overeengekomen.
(…)
22.6
Alle zaken waarvan Huurder kennelijk afstand heeft gedaan door deze in het gehuurde achter te laten bij het daadwerkelijk verlaten van het gehuurde, kunnen door Verhuurder, naar Verhuurders inzicht, zonder enige aansprakelijkheid zijnerzijds, op kosten van Huurder worden verwijderd, verkocht en/of vernietigd.
22.7
Tijdig voor het einde van de huurovereenkomst of het gebruik, dient het gehuurde door partijen gezamenlijk te worden geïnspecteerd. Van deze inspectie wordt door partijen een rapport opgemaakt, waarin de bevindingen ten aanzien van de staat van het gehuurde worden vastgelegd. Tevens wordt in dit rapport vastgelegd welke werkzaamheden ter zake van de bij de inspectie noodzakelijk gebleken reparaties en ten laste van Huurder komend achterstallig onderhoud, nog voor rekening van Huurder dienen te worden uitgevoerd alsmede de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit zal dienen te geschieden.
22.8
Indien Huurder of Verhuurder, na daartoe deugdelijk in de gelegenheid te zijn gesteld middels een aangetekende brief, niet binnen redelijke termijn meewerkt aan de inspectie en/of de vastlegging van de bevindingen en afspraken in het inspectierapport, is de partij die op vastlegging aandringt bevoegd de inspectie buiten aanwezigheid van de nalatige partij uit te voeren en het rapport bindend voor partijen vast te stellen en onverwijld een exemplaar van dit rapport ter hand stellen.
22.9
Huurder is gehouden de door hem op basis van het inspectierapport uit te voeren werkzaamheden binnen de in het rapport vastgelegde - of nader tussen partijen overeengekomen - termijn op een deugdelijke wijze uit te voeren c.q. te doen uitvoeren. Indien Huurder geheel of gedeeltelijk nalatig blijft in de nakoming van zijn uit het rapport voortvloeiende verplichtingen, is Verhuurder gerechtigd zelf deze werkzaamheden te laten uitvoeren en de daaraan verbonden kosten op Huurder te verhalen onverminderd de aanspraak van Verhuurder op vergoeding van de verdere schade en kosten.
22.1
Over de tijd die met het herstel is gemoeid, gerekend vanaf de datum van het einde van de huurovereenkomst, is Huurder aan Verhuurder een bedrag verschuldigd, berekend naar de laatst geldende huurprijs en vergoeding voor bijkomende levering van zaken en diensten, onverminderd Verhuurders aanspraak op vergoeding van de verdere schade en kosten. (…)”
2.7.
Op 18 september 2018 is tussen partijen een addendum op de koopovereenkomst en de huurovereenkomst tot stand gekomen waarbij afspraken zijn gemaakt over garanties en gedeeltelijke onderverhuur.
2.8.
Op 20 september 2018 is het terrein aan Montea Nederland geleverd en is de huurovereenkomst ingegaan.
2.9.
In maart 2019 is tussen partijen een addendum tot stand gekomen waarbij de huurovereenkomst wordt overgedragen op Montea als verhuurder.
2.10.
Op 15 december 2020 is tussen partijen een addendum tot stand gekomen waarbij het terrein van het gehuurde is verkleind met ca 31.775 m2 omdat Montea op dat gedeelte een logistiek object wilde ontwikkelen (en later ook heeft ontwikkeld en verhuurd aan
Re-Match B.V.).
2.11.
Op 17 augustus 2021 is tussen partijen een addendum tot stand gekomen waarin een optie tot gedeeltelijke beëindiging van de huurovereenkomst is opgenomen ten behoeve van de mogelijke ontwikkeling van een distributiecentrum voor Ahold. Ook zijn nadere afspraken gemaakt over de garanties.
2.12.
Op 20, 24 en 25 oktober 2022 is een optieovereenkomst gesloten tussen SFG
(de Nederlandse ontwikkelvennootschap van Montea), Montea en REKO (hierna: de optieovereenkomst). In de optieovereenkomst is overeengekomen dat SFG/Montea het recht heeft de huurovereenkomst tegen betaling van een optievergoeding tussentijds te doen beëindigen, indien een huurder wordt gevonden voor de door haar beoogde ontwikkeling (hierna: de optie).
2.13.
In een door REKO, De Kellen, Recycling Tiel en REKO Holding op 11 augustus 2023 en op 2 oktober 2023 door Montea en SPG ondertekend addendum op de koopovereenkomst, de huurovereenkomst en de optieovereenkomst is de huurovereenkomst overgedragen op Recycling Tiel en zijn afspraken gemaakt ten aanzien van de garanties.
In het addendum is onder punt 2.4 het volgende opgenomen:
“Partijen erkennen en aanvaarden dat SFG inmiddels de Optie heeft uitgeoefend op1 juli 2023en dat de Huurovereenkomst tussentijds zal worden beëindigd op31 december 2023.
Recycling Tiel zal derhalve uiterlijk op die einddatum het Gehuurde opleveren conform de verplichtingen van de Huurovereenkomst.”
2.14.
Bij e-mailbericht van 3 oktober 2023 heeft Montea Recycling Tiel onder meer als volgt bericht:
“Bijgaand het door jouw getekende addendum door ons getekend retour.
Wij hebben de afgelopen 2 maanden veelvuldig geprobeerd om uitwerkingsafspraken te maken over het opleveringsniveau en het leek ons praktisch om dat te doen door het addendum nog wat aan te vullen. Dat is tot op heden helaas niet gelukt zodat we dan maar zijn uitgegaan van de oorspronkelijke tekst. Dat betekent dat we qua afspraken daarvan uitgaan. (…)”
2.15.
Bij brief van 10 oktober 2023 heeft REKO Montea onder meer als volgt bericht:
“(…) Eerder hebben wij gezamenlijk de inhoud van dit addendum met elkaar besproken, waarna ik het addendum heb ondertekend op 11 augustus 2023. Voorts bleken er onduidelijkheden te bestaan en hebben wij o.a. gesprekken gevoerd over afwijkende opleverhoogten van het terrein, waarbij ik heb aangegeven dit voor u te willen realiseren. Gedurende de voorbereiding van de door u voorgenomen ontwikkeling hebben wij u steeds vrij toegang verschaft tot alle betreffende terreinen. Op basis van de door u aan ons beschikbaar gestelde ontwerpgegevens en opleverhoogten zijn wij zoals door u gevraagd uitgegaan van de opleverhoogten van het terrein zoals in die gegevens is weergegeven. Een en ander is als zodanig met u besproken in enkele bijeenkomsten, waarbij een aantal keren ook uw opdrachtnemer aanwezig was.
Gedurende de periode dat wij die gesprekken gevoerd hebben en deze uitgangspunten gezamenlijk hebben uitgewerkt en vastgesteld , heeft u het door mij op 11 augustus 2023 getekende addendum niet bevestigd en ook niet getekend teruggestuurd. Dit omdat er nog diverse onduidelijkheden waren en derhalve het addendum nog niet in werking was getreden. Ook op grond van diverse zaken is door u blijk gegeven dat er vanuit uw zijde geen instemming bleek met dat addendum. Zo heeft u bijvoorbeeld reeds betaalde huur teruggestort.
Eerst op 3 oktober 2023 hebben wij van u een ondertekend addendum ontvangen, waarbij u benadrukt dat u, ondanks diverse overleggen nu alsnog vasthoudt aan de opleverhoogten uit de huurovereenkomst. Aangezien deze hoogten fors afwijken van de ontwerphoogten die u mij gedurende het voortraject kenbaar gemaakt heeft, en waarop wij op uw verzoek en op verzoek van uw opdrachtnemer gestuurd hebben zullen wij het terrein op uw verzoek dan toch opleveren op de door u nu definitief vastgestelde opleverhoogten. Echter hierbij moeten wij dan wel vasthouden aan de oorspronkelijke oplevertermijn van 6 maanden. Eerdere oplevering is technisch namelijk niet mogelijk. Wij zullen dan ook de overeengekomen termijn van 6 maanden aanhouden nadat definitief van beide zijden overeenstemming is bereikt over het addendum, zijnde 3 oktober jl., de datum waarop ik van u het ook door u ondertekende addendum terug heb ontvangen. Derhalve laat ik u weten dat wij het terrein op 3 april 2024 zullen opleveren en overdragen.
Nu u uitgaat van de opleverhoogte zoals die in de huurovereenkomst is opgenomen, is een vervroegde oplevering niet haalbaar. Indien gewenst is het voor ons nog wel steeds mogelijk om een belangrijk deel van het terrein eerder op te leven, maar alleen dan wanneer wij uitgaan van de eerder besproken en overeengekomen opleverhoogten van 7.10 m + NAP – 5.80 m + NAP, een en ander zoals opgenomen en de door u aangeleverde tekening. In dit geval komt de door u aangegeven planning (start heiwerk op het deelterrein “Intergamma” in week 18/2023) niet in gevaar. Indien dat alsnog gewenst is, dienen we daarover gezamenlijk op zeer korte termijn definitieve afspraken te maken. Een conceptvoorstel daarvoor heb ik u reeds aangereikt.
Indien wij binnen een week na heden geen definitieve afspraken hebben kunnen maken over opleverhoogten die afwijken van de huurovereenkomst zullen wij aanvangen met de werkzaamheden voor het over 6 maanden kunnen opleveren volgens de afspraken uit de huurovereenkomst. Vanaf dat moment is er sprake van een onomkeerbare situatie omdat de bouwgrondstoffen dan worden afgevoerd. U heeft aangegeven hiertoe op vrijdag aanstaande om 13:30 uur met mij een overleg te willen voeren voor de verder uitwerking daarvan. (…)”
2.16.
Montea heeft op 13 november 2023 een memo aan de Gemeente Tiel en de Omgevingsdiensten regio Arnhem en Nijmegen gestuurd met een toelichting op de toepassing van ecofiller.
2.17.
Omdat er twijfels bestonden over de kwaliteit van ecofiller heeft Tauw in opdracht van de Omgevingsdienst regio Arnhem een keuring uitgevoerd. Daarbij is op
20 november 2023 een monster genomen.
2.18.
Bij e-mailbericht van 23 november 2023 heeft Montea Recycling Tiel als volgt bericht:
“Zoals afgesproken, bijgaande de offerte van [bedrijf 1] en de tekening met de juist hoogtes. Graag ontvangen we van jullie een voorstel voor wat betreft:
  • Timing (wanneer is welk deel gereed);
  • Offerte;
  • Risico ecofiller. Als de ecofiller niet mag worden toegepast zal deze voor jullie rekening en risico afgevoerd moeten worden.
Mocht er iets niet duidelijk zijn horen we het graag.”
2.19.
Civil Support heeft op 28 november 2023 een advies uitgebracht met betrekking tot de vloerpeilen van Tiel Noord, Tiel Midden en Tiel Zuid.
In dit advies staat onder meer (ten aanzien van elk van de drie terreinen):
“(…)Met dit vloerpeil wordt het volgende bereikt:
(...)
Nagenoeg een neutrale grondbalans, hergebruik van beschikbare ophoogmaterialen onder de vloer
(...)”
2.20.
Montea heeft Recycling Tiel op 19 december 2023 een e-mailbericht gestuurd:
“(…) Zoals net besproken, bij deze een korte opsomming van wat we dit jaar nog moeten regelen;
Oplevering bouwrijp hele terrein voor 1 april 2024, hoogtes en afwerkingen conform afspraken met [bedrijf 1] .
Indien ecofiller niet voldoet aan de eisen van de provincie zal deze voor rekening en risico van Recycling Tiel vóór 1 maart 2024 weg moeten worden gehaald zodat Montea nog 4 weken de tijd heeft om nieuw ophogingsmateriaal aan te brengen. Dit kan evt. gefaseerd waarbij in ieder geval het bij Intergamma uiterlijk 1 maart weg moet zijn.
Vooruitlopend op afgiftes vergunningen en uitsluitsel over kwaliteit ecofiller geeft Recycling Tiel voor eigen rekening en risico opdracht aan [bedrijf 1] teneinde het terrein voor 1 april 2024 op te kunnen leveren.
(...)
We zullen dit dit jaar nog moeten overeenkomen, anders blijft het getekende addendum van toepassing. (...)”
2.21.
Recycling Tiel heeft daarop op 29 december 2023 geantwoord als volgt:
“(…) Zoals gistermiddag besproken en refererend aan onderstaand bericht zullen wij zorgen voor bouwrijp opleveren voor 1 april 2024 overeenkomstig wet- en regelgeving en overeenkomstig de besproken uitgangspunten (hoogtes en afwerking) . (...)”
2.22.
Op 27 december 2023 heeft Montea het gehuurde in gedeelten overgedragen aan de overige eisers, zoals hieronder weergegeven.
2.23.
Bij e-mailbericht van 15 januari 2024 heeft Montea Recycling Tiel onder meer als volgt bericht:
“Zoals bij jullie bekend had het terrein uiterlijk op 31 december 2023 bouwrijp moeten zijn opgeleverd conform artikel 11.4 van de huurovereenkomst. Ook had de issue met betrekking tot de illegale bomenkap uiterlijk 31 december 2023 moeten zijn opgelost (zie artikel 5.2 van de koopovereenkomst). Dat betekent dat jullie formeel in verzuim zijn.
In goed overleg hebben wij besloten dat wij jullie drie maanden langer de tijd geven voor bovenstaande en wel tot 1 april 2024 om het terrein bouwrijp op te leveren conform (i) geldende wet- en regelgeving, (ii) artikel 11.4 van de huurovereenkomst en (iii) de nader besproken uitgangspunten voor zover die van de huurovereenkomst afwijken alsmede de kwestie omtrent de illegale bomenkap op te lossen conform de huurovereenkomst.
We onderschrijven dan we de komende maanden intensief contact zullen (moeten) hebben over de uitvoering van het bovenstaande waarbij de volgende milestones zijn overeengekomen;
  • Start resterende sonderingen Intergamma 1 februari 2024
  • Start akoestisch doormeten aanwezige heipalen 1 februari 2024
  • Oplevering bouwterrein Intergamma 1 maart 2024
  • Oplevering hele terrein 1 april 2024
Bij de oplevering van het bouwterrein van Intergamma zal dit terrein vrij en goed toegankelijk zijn (zonder obstakels) voor bouwverkeer teneinde hier direct te kunnen starten met de funderingswerkzaamheden, een en ander zoals bovenstaand omschreven.
Zoals we constateerden tijdens de rondgang met [naam 1] van de ODRN op 9 januari jl. zijn nog niet alle activiteiten in zijn optiek beëindigd. Zo haalde hij onder andere de berg gips, tanks en andere zaken aan. Als de omgevingsdienst daadwerkelijk stelt dat er activiteiten zijn die het proces met de provincie vertragen zullen deze per direct moeten worden verwijderd/beëindigd. (…)”
2.24.
Bij e-mailbericht van 22 februari 2024 heeft Montea Recycling Tiel onder meer als volgt bericht:
“Afgelopen vrijdag was ik op de Panovenweg . Ik was blij om te zien dat er vorderingen zijn.
Ik ga aanstaande vrijdag tweeën een halve week naar het buitenland en wilde daarom toch even deze mail sturen.
Ik zag dat er nog heel veel moet gebeuren om het terrein bouwrijp (zoals overeengekomen) te kunnen opleveren op 31 maart aanstaande.
Ook is er nog geen steeds geen oplossing voor de illegale bomenkap. Dit heeft al heel veel problemen en vertragingen gegeven bij de benodigde vergunningen en tot op heden hebben jullie nog steeds geen locatie aangedragen waar het bevoegd gezag mee akkoord is. Als dit niet opgelost is betekent dit voor ons een hele grote schade/waardevermindering. Ik wil jullie daarom nogmaals vragen alle urgentie hieraan te geven.
Een volgende week, 1 maart, hebben we afgesproken dat het terrein voor Intergamma bouwrijp (conform afspraak) opgeleverd zal worden. Het Intergamma plot moet vrij en goed toegankelijk zijn (zonder obstakels) voor bouwverkeer. Ook hebben we afgesproken dat al het gips voor 1 maart weg zou zijn. Afgelopen maandag zag ik dat er nog steeds twee bergen gips aanwezig zijn. [naam 1] van de ODRN gaf begin januari aan dat nog niet alle activiteiten naar zijn mening zijn beëindigd (berg gips, tanks ect). Wij gaan ervan uit dat er na volgende week geen activiteiten meer zijn. (…)”
2.25.
Op 6 maart 2024 mailt Montea aan Recycling Tiel:
“(...)Tussen Montea enerzijds en Reko/Recycling Tiel anderzijds zijn duidelijke contractuele afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in een koopovereenkomst, huurovereenkomst, optieovereenkomst en bijbehorende allonges. De belangrijkste afspraak is dat bij het einde van de huurovereenkomst (dus 31 december 2023) het gehele terrein bouwrijp door Recycling Tiel aan Montea moet zijn opgeleverd en dat ook het ‘bomenissue’ uiterlijk per die datum is opgelost.
Omdat al ruim voor 31 december 2023 duidelijk was dat Recycling Tiel niet tijdig aan de verplichtingen zou gaan voldoen, en per 1 januari 2024 dus effectief al in verzuim verkeerde, heeft overleg plaatsgevonden waarbij Montea uitstel van de opleververplichtingen heeft gegeven tot 1 april 2024 (…). Hoewel conform de huurovereenkomst wij een bedrag gelijk aan de huur in rekening kunnen brengen over de periode dat het terrein nog niet conform de verplichtingen uit de huurovereenkomst aan Montea is opgeleverd, hebben wij daar vooralsnog vanaf gezien.
Begin januari hebben we verder gesproken en zijn de afspraken concreter uitgewerkt en milestones bepaald (…). We hebben concreet het volgende afgesproken (in hoofdlijnen):
Oplevering bouwrijp hele terrein voor 1 april 2024, hoogtes en afwerkingen conform afspraken met [bedrijf 1] .
Indien ecofiller niet voldoet aan de eisen van de provincie zal deze voor rekening en risico van Recycling Tiel voor 1 maart 2024 weg moeten worden gehaald zodat Montea nog 4 weken de tijd heeft om het ophogingsmateriaal aan te brengen. Dit kan evt. gefaseerd waarbij in ieder geval het bij Intergamma uiterlijk 1 maart weg moet zijn.
Vooruitlopend op afgiftes vergunningen en uitsluitsel over kwaliteit ecofiller geeft Recycling Tiel voor eigen rekening en risico opdracht aan [bedrijf 1] teneinde het terrein voor 1 april 2024 op te kunnen leveren.
Ook zal er gegarandeerd moeten worden dat er geen andere zaken zijn die de bouw kunnen belemmeren (bv. stortplaatsen).
Wij zijn geregeld op het terrein aanwezig dus kunnen goed de voortgang van de werkzaamheden monitoren. Eind februari had ik de indruk dat de werkzaamheden niet voldoende vorderden zodat ik op 26 februari jl. een e-mail heb verstuurd om mijn zorgen te uiten over de gebrekkige voortgang zodat in onze optiek de afgesproken termijnen weer niet gehaald zouden worden. Op die e-mail is niet gereageerd. (…)
Inmiddels is het 1 maart 2024 geweest en had het Intergamma-terrein al geheel bouwrijp opgeleverd moeten zijn. Dat is niet het geval. Immers is in ieder geval het volgende gebleken:
De provincie twijfelt kennelijk aan de toepasbaarheid en de vermengbaarheid van de ecofiller met de bodem. Dat heeft Recycling Tiel niet aan Montea gemeld, maar daar is Montea zelf achter gekomen door op 27 februari en op 5 maart te bellen met de provincie, details zullen door de provincie op 7 maart aan ons worden toegelicht, wij zullen deze aan jullie terugkoppelen. Het is echter aan Recycling Tiel om aan te tonen dat de ecofiller door de provincie is toegestaan en als dat niet het geval is deze weg te halen waarbij als bekend Montea vervolgens minimaal 4 weken nodig heeft om nieuw ophogingsmateriaal aan te brengen.
Er ligt nog steeds gips in het Hardmaasgebouw . Een groot deel is verwijderd, maar alles zou uiterlijk 1 maart 2024 verwijderd zijn.
Het Hardmaasgebouw moet uiterlijk 1 april 2024 gesloopt zijn. Daartoe is een sloopontheffing nodig die kennelijk nog steeds niet is afgegeven. In onze optiek is het niet mogelijk dit het Hardmaasgebouw nog voor 1 april 2024 gesloopt te krijgen.
Het ‘bomenissue’ is nog steeds niet opgelost en door Reko is evenmin concreet aangegeven hoe dat voor 1 april 2024 zal zijn opgelost op een zodanige manier dat gegarandeerd aan alle verplichtingen is voldaan (herplanteisen provincie). Montea heeft nu drie hectare ter beschikking gesteld op eigen terrein om dit opgelost te krijgen, maar dat laat onverlet dat alle kosten die Montea daarvoor moet maken en schade (het betreffende deel van het terrein is effectief onbruikbaar voor Montea) voor rekening van Reko zijn.
Reko heeft (zonder ook maar enig overleg met ons) de grondwerker gesommeerd de grondwerkzaamheden voor Tiel Midden en Zuid te staken vanwege de slechte weersomstandigheden. Hoewel we enig begrip hebben voor de invloed van de weersomstandigheden op de werkzaamheden, is het niet in lijn met onze afspraak om intensief contact met elkaar te hebben dat dit zonder overleg met ons gebeurt. Sterker nog: wij hebben de indruk dat telkens als we proberen over dit onderwerp van jullie helderheid te krijgen, wij niet de volledige informatie krijgen of er zelfs onwaarheden worden gebezigd. Dat ondermijnt ons vertrouwen nogal.
Het moge duidelijk zijn dat we ronduit teleurgesteld zijn dat ook nadat Montea ruimhartig is geweest in het verlenen van uitstel en het meewerken om e.e.a. opgelost te krijgen, Reko/Recycling Tiel op haar beurt opnieuw niet aan de afspraken heeft voldaan en ook op 1 april 2024 het gehele terrein hoogstwaarschijnlijk niet aan Montea zal worden opgeleverd conform de afspraken uit de huurovereenkomst (die nadien op punten concreet zijn uitgewerkt) en ook het ‘bomenissue’ dan niet zal zijn opgelost.
Wij roepen jullie dan ook om de komende weken alles op alles te zetten om alsnog alles voor 1 april 2024 geregeld te krijgen. Daarbij verwachten we dat jullie telkens met ons overleg zoeken en niet eenzijdig beslissingen zullen nemen als de grondwerker sommeren de werkzaamheden te staken. Als het terrein niet op 1 april 2024 is opgeleverd conform de afspraken, dan zal Montea de resterende werkzaamheden zelf doen uitvoeren en alle kosten van deze werkzaamheden en de schade van de extra vertraging op Reko/Recycling Tiel verhalen. (…)”
2.26.
Montea Panoven I heeft een omgevingsvergunning voor het bouwen van een logistiek gebouw met kantoor (op het perceel sectie [sectie] nummers [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] en [nummer 4] ) aangevraagd, welke vergunning is verleend bij besluit van 22 maart 2024. In bijlage 1 bij het besluit is onder meer het volgende vermeld:
“(...) Conclusie
Op basis van het Besluit Bodemkwaliteit (tot 1 januari 2024) en paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving (vanaf 1 januari 2024) mag ECO-filler in dit geval niet als bouwstof worden toegepast. De aanvrager wordt geadviseerd om rekening te houden met bovenstaande opmerkingen, omdat dit mogelijk gevolgen kan hebben voor de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. (...)”
2.27.
Op 26 maart 2024 mailt Montea aan Recycling Tiel:
“(...) Op 1 april 2024 zal een eindoplevering worden gehouden.
(...) Als 1 april 2024 niet mogelijk is omdat het een feestdag betreft, dan (...) zijn wij bereid de eindoplevering te laten plaatsvinden op 2 april (...)
Ten slotte wijzen wij u erop dat wij vooralsnog geen toestemming hebben gekregen om de ecofiller te laten liggen, ook niet op die delen van het terrein die bebouwd zullen worden. (...)”
2.28.
Bij e-mailbericht van 28 maart 2024 heeft Recycling Tiel Montea onder meer als volgt bericht:
“Op maandag 25 maart jl. hebben wij u gesproken inzake de situatie aangaande het bouwrijp maken van het terrein aan de Panovenweg in Tiel. In dit overleg heeft u ons een kopie gegeven van de Omgevingsvergunning voor het bouwen van een logistiek gebouw met kantoor, welke is verleend op 22 maart 2024 (…).
Middels een huurovereenkomst was er sprake van het gebruik van de locatie ten behoeve van voorgenomen recyclingactiviteiten op het terrein door Recycling Tiel B.V.. hiertoe heeft Recycling Tiel een aanvraag omgevingsvergunning ingediend bij de bevoegde autoriteit voor de aspecten bouwen en milieu. Daarnaast beschikte Recycling Tiel over aanlegvergunningen van het bevoegd gezag voor de aanleg van het terrein ten behoeve van de door haar voorgenomen activiteiten, onder andere op- en overslag van puin en secundaire grondstoffen (Eco-ganulaat, Eco-filler). Ten behoeve van deze activiteiten was het aanleggen van een verhardingsconstructie essentieel. Gelet op de omvangrijke depotvorming die daarmee samenhangt was de solide funderingsconstructie onder de definitieve verhardingsconstructie een vereiste. Recycling Tiel is vervolgens aangevangen met de aanleg van het terrein. Dit in overleg met en onder toezicht van de bevoegde autoriteiten.
Na diverse initiatieven van Montea om een ander invulling te geven aan de ontwikkeling van het terrein, in de zin van de bouw van bijvoorbeeld distributiecentra, is uiteindelijk een optieovereenkomst gesloten tussen Recycling Kombinatie REKO B.V. en Montea/SFG, op basis waarvan voor Montea/SFG de mogelijkheid ontstond dergelijke plannen op het terrein te ontwikkelen. Ten tijde van het sluiten van de optieovereenkomst was bij alle betrokken partijen bekend dat de Eco-filler op het terrein was toegepast. Na het sluiten van de optieovereenkomst heeft Recycling Tiel B.V. steeds haar volledige medewerking verleend. Zo heeft Recycling Tiel vergunningen en (vergunning)rechten overgedragen, heeft Recycling Tiel en samenspraak met Montea aan de bevoegde autoriteiten verzocht bestaande vergunningen in te trekken en is de lopende aanvraag omgevingsvergunning ingetrokken.
Ten behoeven van de door Montea/SFG gewenste ontwikkeling heeft Montea een plan uitgewerkt, waarbij de invulling van het terrein (gebouwen, parkeren, infrastructuur en overig) is gepresenteerd. Onderdeel van dit ontwerp zijn ook de peil- en vloerhoogten. Dit plan kent afwijkende (peil)hoogten ten opzichte van de opleverhoogten uit de huurovereenkomst en de peilhoogten waar Recycling Tiel steeds voor de eigen ontwikkeling vanuit is gegaan.
Vanwege het uitblijven van de door Montea aangevraagde omgevingsvergunning(en) voor de gewenste ontwikkeling, en Montea nog geen investeringen kon doen alvorens er sprake was van een onherroepelijke omgevingsvergunning voor de bouw, maar wel een zeer hoge urgentie bleek te hebben met de aanvraag van de bouwwerkzaamheden, heeft Montea opdracht verstrekt voor het bouwrijp maken van het terrein (uitvoering [bedrijf 1] , directievoering Civil Support, [bedrijf 5] ) waarbij Montea aan Recycling Tiel/De Kellen gevraagd heeft in hoeverre zij bereid zou zijn de voorfinanciering voor de bouwrijpfase voor haar rekening te nemen.
Tussen Montea en De Kellen B.V. is vervolgens afgesproken dat De Kellen Montea hierin tegemoet wil komen bij wijze van voorfinanciering. De hiermee gemoeide kosten zullen additioneel door Montea vergoedt worden aan De Kellen B.V., zodra de benodigde vergunning is verleend.
Vervolgens is Montea begonnen met de uitvoering van het bouwrijp maken en heeft hierbij aangegeven gebruik te maken van de reeds aanwezige Eco-filler, waarmee het verhoogde vloerniveua van de gebouwen bereikt zou moeten worden. Alle Eco-filler in het (toekomstige) buitenterrein is nu dan ook grotendeels door [bedrijf 1] binnen de contouren van de gebouwen verwerkt.
Enkele maanden geleden ontstond discussie over de kwaliteit en de toepassingswijze van de Eco-filler. Eerder werd door de provincie Gelderland al aangegeven dat de kwaliteit van de Eco-filler overeenkomstig wet- en regelgeving was en dat de wijze waarop de Eco-filer was toegepast eveneens overeenkomstig wet- en regelgeving was. In de door GS aan u verleende omgevingsvergunning is dat bevestigd, evenals dat de Eco-filler terugneembaar is toegepast. M.A.W. stelt GS dat een bouwstof van de juiste kwaliteit op de juiste wijze is toegepast. De enige opmerking die GS maakt is dat zij de mening heeft dat de bouwstof Eco-filler niet of onvoldoende functioneel is toegepast in de nieuwe opzet. Echter de toepassing hiervan ligt binnen het toekomstige gebruik en daarmee niet binnen de invloedsfeer van Recycling Tiel B.V.
Verder staan zoals u nadrukkelijk bekend, Wet- en regelgeving vooralsnog de sloop van het Hardmaasgebouw in de weg. Dat houdt in dat sloop niet eerder kan plaatsvinden, dan nadat toestemming is verleend op grond van de Wet natuurbescherming. Het nu gaan slopen van dit gebouw zou resulteren in een strafbaar feit. Zodra de vereiste toestemming er is zullen wij deze sloop uitvoeren, waarbij moet worden opgemerkt dat alle voorbereidingswerkzaamheden zoals het verwijderen van asbest en het treffen van mitigerende-/compenserende maatregelen op grond van de Wet natuurbescherming reeds zijn gedaan.
Gelet op het bovenstaande zijn wij van mening dat wij op 2 april aanstaande kunnen opleveren met een 2-tal restpunten. Dit te meer omdat deze restpunten uw geplande werkzaamheden (bouwrijp maken en heiwerkzaamheden) niet in de weg staan. Hierbij bevestigen wij dan ook onze aanwezigheid op 2 april aanstaande om 9:00 uur aan de Panovenweg 21 in Tiel.
Tijdens deze oplevering kunnen wij nadere afspraken maken over de restpunten, waarbij wij vanzelfsprekend voornemens zijn u te blijven faciliteren in het realiseren van de ontwikkeling. (…)”
2.29.
De gemeente Tiel heeft bij besluit van 29 maart 2024 handhavend opgetreden tegen het toepassen van ecofiller op de percelen kadastraal bekend gemeente Tiel, sectie [sectie] , nummers [nummer 5] en [nummer 6] (eigendom van Montea Panoven VI). In dit besluit staat onder meer:
“(...) Tijdens de controle is geconstateerd dat u een bouwstof toepast om de bodem op te hogen voor het verwezenlijken van een bedrijventerrein. Dit is een overtreding (...). De werkzaamheden moeten daarom onmiddellijk stoppen.”
Bij brief van 15 mei 2024 heeft zij laten weten voornemens te zijn een last onder dwangsom op te leggen.
2.30.
Bij e-mailbericht van 5 april 2024 heeft Montea Recycling Tiel de link naar de opnamestaat (en bijlage) met daarin een fotoverslag van 2 april 2024 van de opname van het terrein en de hoogtekaart toegezonden. Zij geeft verder te kennen dat de exacte gegevens van de inmetingen van de depots en de resultaten van het eerste bodemonderzoek van het Intergamma terrein nog worden nagezonden en de overige bodemonderzoeken op korte termijn worden ingepland omdat deze nog niet plaats kunnen vinden vanwege de staat van (de aanwezige depots ophet terrein. Ten slotte geeft zij aan dat zij aanvullingen of opmerkingen graag uiterlijk 12 april 2024 ontvangt en de stukken anders als definitief beschouwt.
2.31.
Bij brief van 18 april 2024 heeft de gemachtigde van Montea Recycling Tiel onder meer als volgt bericht:
“(…) De Huurovereenkomst is geëindigd per 31 december 2023. In de Huurovereenkomst is in artikel 11.4 afgesproken op welke wijze het Gehuurde door Recycling Tiel aan Montea moet worden opgeleverd. Partijen hebben daaromtrent aanvullende afspraken gemaakt. Op 31 december 2023 voldeed het Gehuurde volstrekt niet aan hetgeen is afgesproken in artikel 11.4 en de nadere afspraken, zodat Montea Recycling Tiel de gelegenheid heeft gegeven nog tot 1 april 2024 werkzaamheden op het Gehuurde te verrichten om alsnog aan de afspraken te voldoen (waarbij Tiel Noord – zie hierna – al op 1 maart 2024 aan Montea had moeten worden opgeleverd). (…) Op 2 april 2024 is het Gehuurde aan Montea opgeleverd. Tiel Noord is niet al op 1 maart 2024 aan Montea opgeleverd.
Het gehuurde is opgedeeld in drie delen, die wel worden aangeduid “Tiel Noord”, “Tiel Midden” en “Tiel Zuid”. Als bekend heeft Montea ten aanzien van Tiel Noord al een overeenkomst gesloten om het daar te ontwikkelen distributiecentrum te verhuren aan Intergamma B.V. Tiel Noord is opgehoogd met Eco filler tot aan het afgesproken peil. Op het te bebouwen terrein liggen nog drie depots, waarvan twee van menggranulaat en een depot van ca 21.543 m3 Eco filler (…).
Het is gelet op de gemaakte afspraken volstrekt helder dat het Depot Eco filler door Recycling Tiel had moeten worden verwijderd. Montea hoort op korte termijn ook of de Eco filler die onder de te bouwen distributiecentra ligt al dan niet moet worden verwijderd op last van het bevoegd gezag en komt daar nog op terug. Het Depot Eco filler moet hoe dan ook op heel korte termijn worden verwijderd op last van de provincie omdat het de bouwwerkzaamheden die op korte termijn zullen moeten aanvangen in ieder geval in de weg staat en vertraging oplevert als het niet zo spoedig mogelijk wordt verwijderd.
Montea kan het Depot Eco filler niet afvoeren want kan het effectief nergens kwijt buiten het terrein van het (voormalige) Gehuurde en zal derhalve genoodzaakt zijn het Depot Eco filler te verplaatsen naar terreindeel Tiel Midden. Van Tiel Midden zal de Eco filler uiteindelijk moeten worden afgevoerd zodat de tijdelijke verplaatsing aanzienlijke extra kosten met zich mee zal brengen die voor rekening van Recycling Tiel zullen worden gebracht. Die extra kosten kunnen worden voorkomen als het Depot Eco filler direct kan worden afgevoerd met een schip of schepen vanaf de kade.
Indien uuiterlijk morgen vrijdag 19 aprilschriftelijk bevestigt dat het Depot Eco Filler door u uiterlijk op 10 mei 2024 volledig zal zijn afgevoerd vanaf de kade (waarbij Montea de werkzaamheden zal laten verrichten om het Depot Eco Filler) naar het schip/de schepen te verplaatsen, dan zal Montea het Depot Eco Filler niet verplaatsen naar Tiel Midden. Ik merk op dat de kade het gewicht van het Depot Eco Filler niet kan dragen dus u zult er zorg voor moeten dragen dat het Depot Eco Filler al vanaf begin volgende week – als de werkzaamheden aanvangen – rechtstreeks in een schip kan worden geladen. Het Depot Eco Filler dient dusuiterlijk 10 mei 2024verwijderd te zijn. Alle transportkosten om het Depot Eco Filler naar het schip / de schepen te vervoeren en het laden van het schip / de schepen worden bij Recycling Tiel in rekening gebracht.
Als ik niet tijdig van u de gevraagde bevestiging ontvang, dan gaat Montea er vanuit dat het Depot Eco Filler zal moeten worden verplaatst naar Tiel Midden als tijdelijk oplossing en zullen alle daarmee gepaard gaande extra kosten voor rekening van Recycling Tiel worden gebracht. (…)”
2.32.
Bij e-mailbericht van 24 april 2024 heeft de gemachtigde van Montea
Recycling Tiel onder meer als volgt bericht:
“(…) Op 18 april 2024 heb ik u reeds bericht over het depot Eco-filler op het terreindeel Tiel Noord met het verzoek uiterlijk vrijdag 19 april 2024 aan te geven of Recycling Tiel het betreffende depot voor 10 mei 2024 zal afvoeren. U heeft dat niet gedaan en ook niet op de brief gereageerd. Ik kom nu meer in algemene zin terug op de Eco-filler. In deze brief wordt u gesommeerd om alle Eco-filler van het terrein van het Gehuurde te verwijderen en af te voeren. (…)
In de Huurovereenkomst is in artikel 11.2 bepaald dat u in of op het gehuurde geen milieugevaarlijke zaken “in de ruimste zin des woords” mag opslaan, altijd moet handelen conform alle wet- en regelgeving en alle vereiste vergunningen, ontheffingen en toestemmingen tijdig moet aanvragen, verkrijgen en behouden. U had alle documenten daaromtrent moeten verstrekken en elke overtreding van artikel 11.2 geldt “als een grove niet-naleving door Huurder van diens verplichtingen uiteengezet in de Huurovereenkomst”. Ook is bepaald dat Recycling Tiel Montea volledig schadeloos moet stellen en alle kosten moet vergoeden en haar moet vrijwaren voor elke schade, kosten en gevolgen die voortvloeien uit de niet-, niet-correcte en/of niet-tijdige naleving” van artikel 11.2.
In dit verband wordt ook verwezen naar onder meer de artikelen 4.3, 5.1, 7, 8 en 10 van de op de Huurovereenkomst van toepassing zijnde Algemene Bepalingen.
Voorts is in artikel 11.4 van de Huurovereenkomst opgenomen dat Recycling Tiel het Gehuurde aan het einde van de Huurovereenkomst moet opleveren in Bouwrijpe Staat (…).
De Huurovereenkomst is geëindigd per 31 december 2023. Partijen hebben over de wijze van oplevering nader met elkaar gesproken.
Ik verwijs naar de e-mail van Montea van 19 december 2023 waarin nog eens expliciet is opgenomen dat als de Eco-filler niet aan de eisen van de Provincie voldoet, dat alle Eco-filler verwijdert moet worden (hetgeen door Recycling Tiel is bevestigd in de mail van 29 december 2023). Ik verwijs in dat verband ook naar de mail vanuit Montea van 15 januari 2024. Het bevoegd gezag heeft niet bevestigd dat de Eco-filler aan alle voorwaarden voldoet, integendeel.
Op 31 december 2023 voldeed het Gehuurde nog lang niet aan hetgeen is afgesproken in artikel 11.4 van de Huurovereenkomst en de nadere afspraken, zodat Montea Recycling Tiel de gelegenheid heeft gegeven nog tot 1 april 2024 werkzaamheden op het Gehuurde te verrichten om alsnog aan de afspraken te voldoen (waarbij Tiel Noord (…) al op 1 maart 2024 aan Montea had moeten worden opgeleverd).
Eco-filler
Het is Montea bekend dat REKO (…) asfalt verwerkt (…). Daarbij komt Eco-filler vrij als restproduct. (…)
Eco-filler wordt door het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland beschouwd als een afvalsstof, waarvan naar Montea tevens is gebleken minimaal ca. 260.000 m3 door Recycling Tiel op het Gehuurde is gestort en nog niet is verwijderd. (…)
Montea heeft aanwijzingen dat zelfs de bestaande bodem van/onder het Gehuurde die bestond uit zand gedeeltelijk is afgegraven, het zand mogelijk is verwijderd en daarvoor Eco-filler in de plaats is gestort. Montea doet daar thans nog nader onderzoek naar. Het staat in ieder geval vast dat het grootschalig storten van Eco-filler op en in het Gehuurde in strijd is met artikel 11.2 van de Huurovereenkomst.
Ook de betrokken bestuursorganen, het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland (Provincie) en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel (Gemeente), alsmede de hen ondersteunende omgevingsdiensten zijn al geruime tijd ervan op de hoogte geraakt dat er grootschalig Eco-filler op het terrein van het Gehuurde is gestort.
De bevoegde gezagen van de Provincie (bevoegd voor Tiel Noord en Tiel Midden) en de Gemeente (bevoegd voor Tiel Zuid) hebben reeds aangekondigd handhavend te zullen optreden tegen aanwezigheid van Ecofiller. De Gemeente heeft daartoe reeds een handhavingsbesluit genomen op 29 maart 2024 en een last onder dwangsom opgelegd, zoals u bekend. Met het bevoegd gezag van de Provincie is recent een discussie gevoerd of Eco-filler als bouwstof zou kunnen worden gekwalificeerd die nuttig wordt toegepast bij de bouw van de distributiecentra op Tiel Noord en Tiel Midden. Het enkel ophogen van het terrein met Eco-filler is niet toegestaan, maar indien de door Recycling Tiel met Eco-filler gerealiseerde opvulling zou kwalificeren als ‘functionele toepassing’ (ten behoeve van een civieltechnisch goede constructie) en ook aan de andere eisen en regels voldoet, dan zou de Eco-filler die onder de footprint van de op te terrein van het Gehuurde te ontwikkelen distributiecentra ligt, wellicht niet hoeven te worden verwijderd.
N.B.: de Eco-filler die buiten de footprint van de nog te ontwikkelen distributiecentra ligt, moest in ieder geval al worden verwijderd. (…).
Hoewel de Gemeente haar standpunt al kenbaar heeft gemaakt in het handhavingsbesluit van 29 maart 2024 (de Eco-filler is uitsluitend gebruikt als ophoging en dus moet alle Eco-filler weg), hebben er meerdere gesprekken met de Provincie plaatsgevonden waarbij Montea – ook in het belang van Recycling Tiel – de Provincie ervan heeft proberen te overtuigen dat de Eco-filler wel degelijk (ten dele) functioneel/nuttig is/wordt toegepast. De Provincie heeft inmiddels aangekondigd dat op korte termijn een handhavingsbesluit wordt genomen.
Het is gelet op de verplichtingen uit de Huurovereenkomst en de aanvullende afspraken evident dat niet is voldaan aan – in ieder geval – de verplichtingen uit artikel 11.2 van de Huurovereenkomst en dat evenmin het Gehuurde bouwrijp aan Montea is opgeleverd op de wijze als in artikel 11.4 bepaald.
Gevolgen en sommatie
De gevolgen voor Montea zijn enorm. Effectief zal er ca. 260.000 m3 Eco-filler op korte termijn moeten worden afgevoerd, mogelijk meer als blijkt dat er meer zand en/of grond door Eco-filler is vervangen dan Montea nu weet. Als bekend moet de bouw van Tiel Noord op zeer korte termijn aanvangen waarbij Montea de nu aanwezige Eco-filler geheel zal moeten laten afgraven en vervangen door andere materialen die wel voldoen aan de wet- en regelgeving. Montea kan de Eco-filler echter niet kwijt en het is niet toegestaan om depots te vormen op het Terrein. Montea heeft ook geen afzetkanaal voor de Eco-filler. Het leidt tot enorme kosten en tot verdere vertraging van de bouw en de bouwplanning waarbij inmiddels zelfs het risico bestaat dat Intergamma als huurder voor Tiel Noord afhaakt omdat de tussen Montea en Intergamma overeengekomen ‘Long Stop Date’ voor oplevering niet wordt gehaald.
Recycling Tiel, althans een aan haar gelieerde vennootschap, heeft de Eco-filler geproduceerd. Recycling Tiel heeft in strijd met de Huurovereenkomst grootschalig op en mogelijk in het Gehuurde Eco-filler gestort en verwerkt in de bodem. Recycling Tiel heeft verzuimd de Eco-filler bij het einde van de Huurovereenkomst te verwijderen. Als gezegd zijn de daaruit voortvloeiende kosten en schade voor Montea enorm en zullen die geheel voor rekening van Recycling Tiel worden gebracht.
Op korte termijn is het echter zaak datalleEco filler die thans nog op of in het Gehuurde aanwezig is, zal worden verwijderd en afgevoerd. Ik sommeer u daarom omuiterlijk maandag 29 april a.s. om 12.00schriftelijk aan mij te bevestigen dat Recycling TielalleEco filler die thans nog op of in het Gehuurde aanwezig is onder volledige regie van Montea zal afvoeren hetgeen op31 mei 2024volledig moet zijn voltooid. Effectief zal Montea de Eco-filler afgraven en moeten verplaatsen naar een schip of schepen die door Recycling Tiel word(t)(en) georganiseerd. Recycling Tiel zal op zeer korte termijn voldoende scheepscapaciteit en mankracht moeten organiseren om de Eco-filler tijdig af te kunnen voeren.
Indien ik niet uiterlijk maandag 27 april a.s. om 12.00 van u de onvoorwaardelijke bevestiging heb ontvangen als hiervoor omschreven, zal ik onmiddellijk een datum aanvragen voor een kort geding bij de rechtbank Gelderland waarbij ik zal vorderden dat Recycling Tiel op straffe van dwangsommen wordt veroordeeld alle Eco-filler af te voeren. (…)”
2.33.
Op 26 april 2024 heeft Montea een memo met als onderwerp ‘Oplevering Panovenweg Tiel’ aan Recycling Tiel gezonden. In deze memo is een overzicht van de opleverafspraken en een weergave van de oplevering opgenomen en is een opsomming gegeven van de opleveringsgebreken. Als opleveringsgebreken worden genoemd:
Aanwezigheid depots met grond, industriezand en bouwstoffen
Hardmaasgebouw
Ondergrondse funderingspalen
Boven- en ondergrondse infrastructuur
Los materiaal en materieel
Eco-filler onder footprint ontwikkeling tussen Struyk Verwo en Re-Match
Bodemafgraving, verandering bodemgesteldheid
Het ophogen van het terrein tussen de Panovenweg en Struyk Verwo
Verontreinigingen en sanering
2.34.
Bij brief van 3 mei 2024 heeft de gemachtigde van Recycling Tiel de gemachtigde van Montea onder meer als volgt bericht:
“(…) Hierbij reageren wij op het memo “Oplevering Panovenweg Tiel” dat mijn cliënte op 26 april jl. rechtstreeks van uw cliënte ontving.
Voordat wij ingaan op dat memo merken wij op dat voor zover wij hebben kunnen nagaan —
de voorinspectie door partijen gezamenlijk, zoals overeengekomen in artikel 22.7 van de AB
niet heeft plaatsgevonden. Dit is relevant, nu cliënte na 2 april jl. geen toegang meer heeft
gekregen tot het terrein, en dus niets heeft kunnen doen aan de opleverpunten voor zover deze
terecht als zodanig zijn aangemerkt.
Ad 1. Inleiding
Ten onrechte wordt hier — zonder verdere toelichting — vermeld dat Recycling Tiel per 31
december “nog niet aan de opleververplichtingen uit de huurovereenkomst [kon] voldoen”. Cliënte hecht eraan te vermelden dat Montea ‘gaandeweg’ andere wensen over de oplevering kenbaar heeft gemaakt dan die in de huurovereenkomst zijn bepaald. Verder is van belang dat Montea pas op 2 oktober 2023 het addendum waarmee de optie is ingeroepen, heeft ondertekend.
De door Montea verzochte wijzigingen hebben betrekking op de gewenste hoogte van de Eco
filler, een en ander zoals uw cliënte bekend. Deze wijzigingen zijn echter niet relevant bij de
bepaling of cliënte aan haar opleververplichtingen heeft voldaan. Montea heeft voor deze
wijzigingen immers zelf opdracht gegeven aan [bedrijf 1] , althans heeft [bedrijf 1]
alle instructies voor deze werkzaamheden gegeven. De betrokkenheid van cliënte ging niet
verder dan dat zij deze werkzaamheden zou financieren. In verband hiermee zijn de facturen
van [bedrijf 1] aan De Kellen B.V. gericht en zijn deze door haar betaald. Dat maakte cliënte of De Kellen BV. — echter geen opdrachtgever voor de werkzaamheden, noch maakt dat haar onder de gegeven omstandigheden verantwoordelijk voor de (wijze van uitvoering van de) werkzaamheden.
N.B. In de bouwverslagen is cliënte verschillende keren ten onrechte als opdrachtgever van deze
werkzaamheden aangeduid. Tussen partijen is immers slechts afgesproken dat cliënte de
werkzaamheden zou voorfinancieren.
Ad 2. Opleverafspraken
Ten aanzien van hetgeen is vermeld onder 2.2. geldt (nogmaals) dat cliënte niet de opdrachtgever was/is van [bedrijf 1] . Dat was/is Montea dan wel Civil Support onder verantwoordelijkheid van Montea. Voor zover cliënte toch als opdrachtgever zou moeten worden gezien, is relevant dat Montea c.q. Civil Support alle instructies aan [bedrijf 1] gaf. Verder zijn de in Bijlage 1 opgenomen hoogtes later door Montea weer gewijzigd.
Ook is anders dan aangegeven in dit memo de bomenkap geen issue dat nog voor rekening van cliënte komt. Wij verwijzen naar onze brief van dinsdagmiddag jl. in antwoord op uw sommatie van 18 april jl. Daarnaast betwist cliënte dat tussen partijen is overeengekomen dat het terrein uiterlijk op 31 december 2023 bouwrijp zou zijn. Dat kon qua tijd ook helemaal niet, nu Montea eerst op 2 oktober 2023 de optie heeft ingeroepen.
Onderaan blad 4 wordt opgemerkt dat tijdens de rondgang met de heer [naam 1] van ODRN op 9 januari jl. zou zijn geconstateerd dat nog niet alle activiteiten van cliënte zouden zijn beëindigd. Indien en voor zover de heer [naam 1] daar iets over heeft gezegd, betreft dat blijkbaar zijn eigen mening en niet die van GS. Cliënte heeft hierover van GS/ODRN ook nooit enig bericht ontvangen.
Ad 3. Weergave oplevering
Ad a.
Op 2 april 2024 is de feitelijke situatie opgenomen door een groot aantal, onaangekondigde, personen van (of namens) Montea. Cliënte had, in antwoord op de uitnodigingsbrief van 26 maart jl., tevoren laten weten dat van haar kant de heren [naam 2] en [naam 3] aanwezig zouden zijn. [naam 2] en [naam 3] hebben die ochtend slechts gesproken met [naam 4] en [naam 5] , terwijl alle andere namens Montea aanwezige personen zich hebben verspreid over het terrein. Verdere aanwezigen zijn niet aan cliënte voorgesteld en de heren [naam 2] en [naam 3] konden onmogelijk alle personen vergezellen.
Cliënte betwist dat in aanwezigheid van beide partijen een opnamestaat is gemaakt. Cliënte heeft kennis genomen van het 396 pagina’s tellende document met daarin een fotoreportage van de feitelijke situatie van dat moment.
Ad c.
Cliënte heeft de volumes op een (iets) eerder moment ook ingemeten. Tussen de als Bijlage 4 meegezonden inmeting en die van cliënte bestaan geringe verschillen.
Ad e.
Cliënte bestrijdt de saneringsvisie van [bedrijf 6] (Bijlage 6). Cliënte zal haar commentaar nog laten weten. Zij heeft daarvoor meer tijd nodig.
Ad f.
Cliënte betwist dat zij de verharding aangegeven op Bijlage 7 had moeten verwijderen. Dit is de weg die zowel door [bedrijf 5] en [bedrijf 2] , als door Struyk Verwo wordt gebruikt.
Cliënte betwist verder dat er aanleiding is om (nader) bodemonderzoek te doen. Cliënte heeft diverse onderzoeken en saneringen uitgevoerd. Montea beschikt over al deze gegevens; deze zijn meerdere keren al aan Montea toegestuurd. Cliënte heeft geen activiteiten uitgevoerd die zouden kunnen leiden tot bodemverontreiniging.
Ad 4. Oplevergebreken
Cliënte betwist dat de meeste van de hier sub i. t/m ix. genoemde “oplevergebreken” werkelijk
oplevergebreken zijn en licht dat als volgt toe.
Ad i. Depots
Ten aanzien van de Eco-filler geldt dat deze is overgenomen door Montea. Wij verwijzen naar onze reactie op uw sommatie van 24 april jl. Ten aanzien van ca. 50.000 m3 Eco-filler heeft cliënte uit coulance toegezegd deze nog weg te (laten) halen na herberekening van de grondstoffenbalans voor het project van Montea. Aanvankelijk was op basis van de berekening van Civil Support sprake van een gesloten materialenbalans (er zou niets over en ook niets te kort zijn), maar later bleek er 50.000 m3 over te zijn.
Alle overige depots met uitzondering van het “zand 0/4” zijn door [bedrijf 1] overgenomen met het doel deze depots toe te passen bij het bouwrijp maken van het terrein voor Montea. [bedrijf 1] zou ook het depot zand 0/4 overnemen maar daar is geen concreet gevolg meer aan gegeven.
Montea heeft de kwaliteitsgegevens van alle partijen ontvangen. Welke bedoeling heeft Montea met het zand 0/4?
Ad ii. Hardmaasgebouw
De reden waarom het Hardmaasgebouw tot op dit moment niet kon worden gesloopt is bij Montea bekend. Het is niet aan cliënte te wijten dat de sloop nog niet heeft plaatsgevonden. De sloop van het Hardmaasgebouw is ook niet kritisch met betrekking tot (de planning van) de bouwwerkzaamheden. Montea is overigens bij de ontheffingsaanvraag ingevolge de Wet natuurbeheer betrokken. Dit was een ‘gezamenlijk dossier’ en daarmee een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Ad iii. Ondergrondse funderingspalen
Over het inmeten van funderingspalen zijn tussen partijen afzonderlijke afspraken gemaakt. In onderling overleg met Montea en [bedrijf 5] heeft [bedrijf 5] van de reeds lang geleden gesloopte gebouwen de funderingspalen in laten meten met grondradar. De overige funderingspalen (onder de recent gesloopte betonvloeren/gebouwen) zijn in opdracht van cliënte ingemeten. Deze gegevens zijn gedeeld met [bedrijf 5] en Montea. Het meetbureau heeft deze gegevens rechtstreeks naar de uitvoerende partijen gestuurd. Wij verwijzen naar de vermeldingen hierover in de verslagen van de bouwvergaderingen.
Verwijdering van funderingspalen was verder niet nodig voor het plan. Ook dit blijkt uit de verslagen van de bouwvergaderingen.
Ad iv. Boven- en ondergrondse infrastructuur
Montea heeft uitdrukkelijk verzocht om de wegen vooralsnog intact te laten, zodat deze wegen kunnen worden gebruikt als (tijdelijke) bouwweg.
Datzelfde geldt voor de nog beschikbare nutsvoorzieningen, zodat deze indien nodig zouden kunnen worden gebruikt voor de bouwstroom indien de nieuwe aansluitingen niet tijdig gereed zouden zijn.
Op de “openliggende stroompunten” staat geen spanning. Met betrekking tot de “gaskasten” heeft cliënte steeds van Montea vernomen dat zij de aansluiting wilde overnemen.
[bedrijf 5] heeft de “hekwerken en intercom” overgenomen en zou deze verplaatsen naar de ingang van het Intergamma-terrein (Noord).
Cliënte is bereid de “lantaarnpalen en camera’s” te verwijderen. Wenst Montea dat cliënte dit doet?
De (water-) putten zijn op verzoek van Montea blijven zitten vanwege het kunnen afwateren van het terrein door de enorme hoeveelheden regen die de afgelopen periode zijn gevallen. Hiervoor was het noodzakelijk deze voorzieningen in stand te houden, hetgeen cliënte vervolgens heeft gedaan. Ook dit ligt vast in het verslag van de betreffende bouwvergadering.
De “stelcon- en industrieplaten” zijn vorige week opgehaald.
Ad v. Materieel
De kraanbaan is inmiddels opgehaald. Dat geldt ook voor de stalen balken.
Ad vi. Eco-filler
Cliënte heeft al aangegeven dat de Eco-filler niet meer haar eigendom is, met uitzondering van de bekende —50.000 m3. Voor de aan Montea overgedragen Eco-filler volgt een factuur.
Ad vii. Veranderen bodemgesteldheid
Dit zand is vrijgekomen bij ontgraving voor archeologie en betreft antropogene ophoging. Dit moest gescheiden ontgraven worden en de aanleg heeft vervolgens plaatsgevonden op basis van de verleende aanlegvergunningen. Cliënte heeft steeds van Montea en haar(onder) aannemers begrepen dat dit zand zal worden toegepast op het terrein zelf omdat dat nog nodig is voor de aanleg. Verwezen wordt naar de artikelen 1.5 en 11.2 van de huurovereenkomst.
[bedrijf 1] heeft het zand overgenomen. Cliënte betwist uitdrukkelijk de laatste alinea van dit onderdeel. Cliënte heeft volledig gehandeld conform de uitspraak van de Raad van State.
Ad viii.
Van een natuurlijke wadi is geen sprake (geweest). Het probleem is ontstaan doordat Montea bij de realisatie van Re-match een grote toename van het bebouwde en verharde oppervlak heeft gecreëerd en de afwatering daarvan niet goed heeft ontworpen. Dit is dus niet de verantwoordelijkheid van cliënte.
Ad ix.
Cliënte bestrijdt hetgeen hier wordt gesteld. Verwezen wordt naar artikel 9.2 van de huurovereenkomst. Cliënte zal dit per locatie nog nader onderbouwen. In algemene zin kan worden gesteld dat uit artikel 11.4 van de huurovereenkomst onder b en c volgt dat geen sprake is van een saneringsnoodzaak. Dan wel volgt daaruit dat de Wet bodembescherming hierop niet van toepassing is. Zoals hiervoor aangegeven heeft cliënte meer tijd nodig om dit in detail te becommentariëren.
Tot slot
Cliënte behoudt zich het recht voor om nog nader te reageren. Gelet op de door Montea gestelde
reactietermijn van heden, 3 mei 2024, wordt nu, vooralsnog, volstaan met het bovenstaande. (…)”
2.35.
Bij brief van 3 mei 2024 met als onderwerp “Waarschuwing & voornemen last onder dwangsom” heeft de provincie eisers 1 tot en met 5 en 7, alsmede gedaagde bericht dat zij verwacht dat Montea en Recycling Tiel gezamenlijk zorgdragen voor het verwijderen van de toegepaste ecofiller op het noordelijke deel van het terrein, te weten de percelen Tiel, sectie [sectie] , nummers [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 7] (voor zover gelegen naast [nummer 3] ), [nummer 4] , [nummer 8] en [nummer 9] . Uitgezonderd van deze plicht is de ecofiller die precies ligt onder het te bouwen bouwwerk, waarvoor op 22 maart 2024 een omgevingsvergunning is verleend.
Daarnaast verwacht zij dat de ecofiller die is toegepast op het middelste deel van het terrein, te weten de percelen Tiel, sectie [sectie] , nummers [nummer 10] , [nummer 7] (voor zover gelegen naast [nummer 11] ), [nummer 11] , [nummer 12] , [nummer 12] en [nummer 13] wordt verwijderd uiterlijk 22 september 2024.
2.36.
Bij besluit van 27 mei 2024 is Panoven I ontheffing verleend voor herplant van eerder gekapte houtopstand/bomen op een andere dan de kaplocatie.
2.37.
Op 19 juni 2024 mailt de gemachtigde van Montea aan de gemachtigde van Recycling Tiel:
“(...) Omdat Montea een van de huurovereenkomst afwijkende hoogte wenste is afgesproken dat dat (hogere) niveau conform de tekening van Civil Support d.d. 12 september 2023 zou worden aangehouden. Dat was alleen maar in het voordeel van Recycling Tiel omdat er daardoor minder eco-filler en ander materiaal hoefde te worden afgevoerd. Niettemin heeft Montea zich bereid verklaard om voor het extra materiaal dat benodigd zou zijn voor de extra hoogte verwerken van de Eco-filler voor de extra hoogte (sic) een prijs van Euro 2,50 per m3 te betalen, dit zou achteraf worden verrekend. Het ging om een geschatte hoeveelheid van 115.000m3. (...)”

3.De geschillen

3.1.
Montea c.s. vordert na vermeerdering van eis, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
in de hoofdzaak:
a. te verklaren voor recht dat Recycling Tiel aansprakelijk is voor alle schade die het
gevolg is van de opleveringsgebreken zoals genoemd in de dagvaarding, waaronder de kosten die verband houden met de aanwezigheid van ecofiller en de overige gebreken als genoemd in het Opleveringsrapport;
Recycling Tiel te veroordelen tot betaling aan eiseres Montea van een bedrag van
€ 11.900.972,50 aan voorlopig geraamde schade;
Recycling Tiel te veroordelen tot betaling aan Montea van een bedrag van
€ 2.926.429,47 gelijk aan de huurpenningen en btw over de periode 1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024;
Recycling Tiel te veroordelen tot vergoeding van overige schade, nader op te maken bij staat;
Recycling Tiel te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding, het salaris van de gemachtigde en nakosten daaronder begrepen;
in het incident ex artikel 223 Rv Pro:
onder de voorwaarde dat het gevorderde sub a in de hoofdzaak wordt toegewezen
Recycling Tiel te veroordelen tot betaling van een voorschot op het gevorderde in de hoofdzaak ter grootte van € 14.900.000,00, althans een in goede justitie te bepalen voorschot.
3.2.
Recycling Tiel voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Montea, dan wel tot afwijzing van haar vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Montea c.s. in de kosten van deze procedure te vermeerderen met de wettelijke rente.
in het incident ex artikel 843 Rv Pro:
Verder vordert Recycling Tiel in het incident ex artikel 843a Rv om, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad Montea c.s. te veroordelen om binnen drie dagen na dagtekening van het vonnis in dit incident, aan Recycling Tiel afschrift te verstrekken van:
de bouwplanning en de gewijzigde bouwplanning(en) tussen gedaagden in het incident en haar aannemer waarin in de huurovereenkomst tussen Montea c.s. als verhuurder en Intergamma als huurder naar wordt verwezen, met inachtneming van het bepaalde in 20.15 onder I;
de bouwverslagen van de bouwvergaderingen waarin de gebeurtenissen die geleid hebben tot wijzigingen van de bouwplanning worden besproken;
te bepalen dat gedaagden in het incident hoofdelijk een dwangsom verbeuren van €10.000,00 voor elke dag dat niet volledig aan het gevorderde onder a. en b. zal zijn voldaan, met een maximum van €1.000.000,00;
e met de bevoegde gezagen getroffen regeling(en) zoals beschreven in de brief van 6 februari 2025 en de bijlagen daarbij, inclusief de daarover gevoerde
(e-mail)correspondentie;
de onderliggende notities, zowel van Montea c.s. als van door Montea c.s. ingeschakelde derden, en bouwplannen die in dat kader (als bedoeld onder d.) zijn gedeeld met de bevoegde gezagen;
de notulen c.q. verslagen van de (bouw)vergaderingen waarin de in de brief van
6 februari 2025 omschreven plannen aan de orde zijn geweest;
gespreksverslagen en/of notulen van de met de bevoegde gezagen in het kader als bedoeld onder d. gevoerde (telefoon)gesprekken;
begrotingen en offertes (concept en definitief) van de door Montea c.s. gestelde kosten voor de realisatie van haar bouwplannen op Tiel Zuid alsmede op Tiel Midden zoals gesteld in de brief van 6 februari 2025;
te bepalen dat gedaagden in het incident hoofdelijk een dwangsom verbeuren van
€ 10.000,00 voor elke dag dat niet volledig aan het gevorderde onder d., e., f., g., en h. zal zijn voldaan, met een maximum van € 1.000.000,00.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Niet-ontvankelijkheid
4.1.
Tijdens de regiezitting van 16 oktober 2025 heeft Montea c.s. toegezegd dat alle als eisende partij in deze procedure optredende vennootschappen zich hoofdelijk verbinden voor een eventuele terugbetalingsverplichting. De ontvankelijkheid van Montea staat daarmee niet langer ter discussie.
Hoofdzaak
Opleveringsgebreken
4.2.
Montea c.s. vordert in de eerste plaats te verklaren voor recht dat Recycling Tiel aansprakelijk is voor alle schade die het gevolg is van de opleveringsgebreken zoals genoemd in de dagvaarding, waaronder de kosten die verband houden met de aanwezigheid van ecofiller en de overige gebreken als genoemd in het Opleveringsrapport.
4.3.
De kantonrechter stelt voorop dat, indien sprake is van schade als gevolg van opleveringsgebreken, Recycling Tiel in beginsel aansprakelijk is voor de daaruit voorvloeiende schade aan de zijde van Montea c.s. Recycling Tiel betwist echter dat sprake is van opleveringsgebreken, althans dat deze opleveringsgebreken aan haar toe te rekenen zijn.
4.4.
Dat, zoals Recycling Tiel heeft aangevoerd, geen voorinspectie heeft plaatsgevonden en zij niet in de gelegenheid is gesteld te herstellen doet daaraan niet af. Immers, in de huurovereenkomst zijn duidelijke afspraken gemaakt over hoe er opgeleverd diende te worden. In de aanloop naar de opleveringsdatum is Recycling Tiel er herhaaldelijk op aangesproken wat er nog allemaal moest gebeuren en na beëindiging van de huurovereenkomst heeft zij drie maanden extra de tijd gekregen om alsnog aan haar opleveringsverplichtingen te kunnen voldoen. De kantonrechter is van oordeel dat Recycling Tiel daarmee voldoende in de gelegenheid is gesteld om op de juiste wijze op te leveren. Dat Montea c.s. en SPG het addendum, waarin wordt bevestigd dat SFG de optie heeft uitgeoefend, pas op 2 oktober 2023 hebben ondertekend maakt niet dat Recycling Tiel te weinig tijd heeft gehad. In dit addendum (dat door Recycling Tiel zelf al op 11 augustus 2023 is ondertekend) is immers opgenomen dat SFG de optie heeft uitgeoefend op 1 juli 2023 en de huurovereenkomst tussentijds zal worden beëindigd op 31 december 2023 (rov. 2.13.). Recycling Tiel was hier aldus al geruime tijd van op de hoogte. Dat zij na de oplevering geen toegang meer had tot het gehuurde maakt evenmin dat zij niet aansprakelijk is voor de opleveringsgebreken. Het door Recycling Tiel gedane bewijsaanbod, terzake de gang van zaken rond de oplevering op 2 april 2024 en de ontzegging van de toegang tot het gehuurde door Montea c.s., wordt gepasseerd. Het is, gelet op het hiervoor overwogene, niet relevant.
4.5.
Uit de dagvaarding en het Opleveringsrapport blijkt dat het gaat om de volgende opleveringsgebreken:
aanwezigheid van ecofiller;
aanwezigheid van depots materiaal;
niet slopen Hardmaasgebouw ;
niet inmeten en verwijderen bestaande ondergrondse funderingspalen;
niet juist opleveren boven- en ondergrondse infrastructuur;
aanwezigheid van allerhande materiaal;
dieper afgegraven;
ophoging terrein tussen de Panovenweg en Struyk Verwo;
niet saneren van verontreinigingen;
4.6.
Recycling Tiel heeft in dit kader nog aangevoerd dat niet meer of andere gebreken aan de vordering ten grondslag kunnen worden gelegd dan in het opleveringsrapport vermeld. In tegenstelling tot hetgeen Recycling Tiel heeft betoogd, komen voornoemde gebreken alle naar voren in het opleveringsrapport, zodat de kantonrechter deze gebreken achtereenvolgens zal dienen te bespreken.
a.
aanwezigheid van ecofiller
4.7.
Recycling Tiel betwist dat sprake is van een opleveringsgebrek. Volgens haar is het Opleveringsrapport in dit verband niet doorslaggevend, omdat daarin staat dat Recycling Tiel de in dat rapport genoemde ecofiller in en op de terreinen Tiel Noord, Midden en Zuid dient te verwijderen, terwijl Montea c.s. zich anderzijds op het standpunt stelt dat uitsluitend de ecofiller moet worden verwijderd voor zover het bevoegd gezag dat bepaalt. De ecofiller onder de footprint van Tiel Noord mocht na toestemming van het bevoegd gezag blijven liggen.
4.8.
De kantonrechter is van oordeel dat wel degelijk sprake is van een opleveringsgebrek. Montea c.s. en Recycling Tiel waren overeengekomen dat Recycling Tiel het terrein op bepaalde hoogtes zou opleveren. Daarbij is tevens bepaald (artikel 11 van Pro de huurovereenkomst – rov. 2.5.) dat de grond:
a. a) opgeschoond diende te zijn,
b) voldoende draagkracht moest hebben om onmiddellijk een standaard fundering met behulp van heipalen op de aanwezige grondlagen aan te brengen zonder enige voorafgaande sloop, vereiste sanering en/of het aanvoeren en/of vervangen van grond, en
c) geen bodem- en grondwatervervuiling en/of milieubelastende materialen aanwezig mochten zijn die een beperking zouden inhouden voor de geschiktheid van de beoogde toekomstige ontwikkelingen op die grond, waaronder onder meer werd begrepen dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem minstens gelijk moest zijn aan de kwaliteitsklasse industrie zoals bedoeld in het Besluit Bodemkwaliteit (zoals eventueel nadien gewijzigd).
4.9.
Hoewel Montea c.s. heeft ingestemd met gebruik van de ecofiller kan dit, overeenkomstig de door haar daaraan gegeven uitleg, niet anders worden begrepen dan dat zij dat heeft gedaan omdat zij, door de uitlatingen van Recycling Tiel daarover, in de veronderstelling verkeerde dat dat was toegestaan en slechts onder de voorwaarde dat dit het geval was. Het risico van het gebruik van de ecofiller om te voldoen aan de verplichting om ‘bouwrijp’ op te leveren is daarmee niet overgegaan op Montea c.s. Zij heeft Recycling Tiel ook vanaf het moment dat zij bekend werd met de bezwaren tegen het gebruik van ecofiller steeds te kennen gegeven dat deze door Recycling Tiel verwijderd diende te worden. Dit volgt uit de tussen partijen gevoerde correspondentie. Hiertegen is door Recycling Tiel, behoudens in de brief van haar gemachtigde van 3 mei 2024 (r.ov. 2.33.), nimmer bezwaar gemaakt. Het had, indien Recycling Tiel van mening was geweest dat het risico voor het gebruik van ecofiller op Montea c.s. was overgegaan, wel voor de hand gelegen dat zij eerder bezwaar zou hebben gemaakt. Dat is aangevoerd noch gebleken. Door de eco-filler te gebruiken, terwijl het bevoegd gezag daar niet mee akkoord ging en aldus gebruik te maken van een ondeugdelijk product en dit niet te verwijderen voor de opleverdatum, heeft Recycling Tiel in strijd met artikel 11 van Pro de huurovereenkomst opgeleverd. Aldus is sprake van een opleveringsgebrek.
4.10.
Dat Montea c.s. het bevoegd gezag ervan heeft proberen te overtuigen dat het gebruik van ecofiller aan de regels zou voldoen, doet daaraan niet af. Dit moet worden gezien in het licht van de verplichting van Montea c.s. om de schade te beperken. Dat het bevoegd gezag slechts beperkt en onder voorwaarden akkoord is gegaan met het gebruik van de ecofiller komt voor rekening en risico van Recycling Tiel. Dit maakt niet dat zij op de juiste wijze heeft opgeleverd. Dat geldt temeer nu ten tijde van de oplevering in het geheel nog geen toestemming was verkregen voor het gebruik van de ecofiller.
4.11.
Daar komt nog bij dat Recycling Tiel naar aanleiding van de e-mailberichten van Montea c.s. van 23 november 2023 (rov. 2.18.) en 19 december 2023 (rov. 2.20.), waarin zij Recycling Tiel erop wijst dat als de ecofiller niet toegepast mag worden c.q. niet voldoet aan de vereisten van de provincie en deze voor rekening en risico van Recycling Tiel afgevoerd zal moeten worden en Recycling Tiel nieuw ophogingsmateriaal dient aan te brengen, heeft toegezegd te zullen zorgen voor bouwrijp opleveren voor 1 april 2024 overeenkomstig wet- en regelgeving en overeenkomstig de besproken uitgangspunten met betrekking tot hoogtes en afwerking (rov. 2.21.). Dat deze toezegging, zoals Recycling Tiel betoogt, alleen zag op het verwijderen van de ecofiller indien deze qua samenstelling voldeed aan de daaraan te stellen eisen, blijkt nergens uit. Montea c.s. heeft dit ook niet zo hoeven begrijpen. Ook als Recycling Tiel het wel zo bedoeld zou hebben, mocht Montea c.s. er, gelet op deze toezegging, van uit gaan dat Recycling Tiel de ecofiller zou verwijderen. Montea c.s. heeft Recycling Tiel daar nadien, maar vóór de oplevering, nog herhaaldelijk op gewezen. Dat Recycling Tiel de ecofiller vervolgens niet heeft verwijderd, komt voor haar rekening en risico. Dat zij de toezegging mogelijk anders heeft bedoeld, maakt dit niet anders. Dit is nergens uit af te leiden. Aan het aangeboden bewijs wordt daarom niet toegekomen.
b.
aanwezigheid van depots materiaal;
4.12.
Uit het opleveringsrapport blijkt dat op het moment van oplevering nog de volgende depots aanwezig waren op het gehuurde:
  • 16.157 m3 industriezand 0/2 mm
  • 12.035 m3 zand
  • 6.064 m3 betonzand 0/4 mm
  • 7.393 m3 grove korrel
  • 49.667 m3 ecofiller
  • 7.859 m3 menggranulaat
  • 21.452 m3 ecofiller
  • 8.802 m3 menggranulaat
  • 7.154 m3 menggranulaat

Ecofiller
4.13.
Volgens Recycling Tiel is deze overgenomen door Montea c.s.. Ter onderbouwing verwijst zij naar een op 17 juni 2024 door De Kellen aan Montea Tiel gezonden factuur met betrekking tot onder meer de levering van 115.000 m3 ecofiller voor € 287.500,00 (productie 60 bij antwoord) en het e-mailbericht van [naam 4] van 20 september 2023 (productie 24 bij antwoord).
4.14.
Uit de processtukken blijkt dat partijen hebben gesproken over de oplevering van het gehuurde op andere hoogtes (hoger) dan aanvankelijk in de huurovereenkomst was opgenomen, dat deze ophoging met ecofiller zou plaatsvinden en dat Montea c.s. voor het gebruik van de extra ecofiller zou betalen. Dat partijen hier uiteindelijk overeenstemming over hebben bereikt wordt echter door Montea c.s. betwist en is niet gebleken. Sterker nog: in het door Montea c.s. op 2 oktober 2023 ondertekende addendum komt deze afspraak niet terug en wordt verwezen naar de oorspronkelijke opleverhoogten. Daar komt nog bij dat Montea c.s. er nadien van op de hoogte is geraakt dat deze toepassing van de ecofiller, in tegenstelling tot hetgeen Recycling Tiel daarover tegen haar had verklaard, door het bevoegd gezag niet werd toegestaan en partijen juist waren overeengekomen dat in dat geval alle ecofiller verwijderd zou worden. Voor zover er al sprake is geweest van de beweerde afspraak, had de ecofiller verwerkt moeten worden bij de ophoging van het terrein en niet in depots. Bovendien is deze eventuele afspraak door de nadien tussen partijen overeengekomen afspraak komen te vervallen. Ondanks meerdere toezeggingen om de ecofiller te verwijderen, heeft Recycling Tiel dit nagelaten. Aan het aangeboden bewijs ten aanzien van deze afspraak wordt dan ook voorbij gegaan.
4.15.
Uit het voorgaande volgt dat ten tijde van de oplevering in strijd met de opleververplichtingen depots ecofiller aanwezig waren. Daar komt nog bij dat later is gebleken dat deze op veel meer plekken was gebruikt en dat er -in strijd met de vergunningsvoorwaarden- sprake was van vermenging, niet geëgaliseerd was en een nuttige toepassing ontbrak. Dit blijkt uit de door Montea c.s. in het geding gebrachte ‘Samenvatting handhavingsproject: Panovenweg Tiel’ (productie 56) en de onderzoeken van Certicon Bodemexperts (productie 56a), Civil Support, [bedrijf 6] (productie 56b en 56c) en Medusa Exporations (productie 56d), die alle door Recycling Tiel niet, althans onvoldoende gemotiveerd, zijn betwist. Aldus is sprake van een opleveringsgebrek.

Zand 0/4
4.16.
Recycling Tiel voert aan dat [bedrijf 1] het voornemen had deze partij zand over te nemen, maar dat daar geen definitieve afspraken over zijn gemaakt. Omdat zij sinds 2 april 2024 geen toegang meer heeft tot het gehuurde, is haar onbekend wat de huidige omvang en locatie van het depot zijn. Montea c.s. heeft eerder meegedeeld dat zij de partij zand zou gaan gebruiken bij de bouwwerkzaamheden, maar Recycling Tiel heeft na oplevering geen concrete verzoeken met betrekking tot deze partij zand ontvangen.
4.17.
Daarmee erkent Recycling Tiel dat het desbetreffende depot bij oplevering nog aanwezig was, terwijl geen afspraken tot overname daarvan tot stand waren gekomen. Aldus heeft zij op dit punt niet aan haar opleveringsverplichtingen voldaan en is zij schadeplichtig ten aanzien van eventueel hieruit voortvloeiende schade. Dat zij niet bekend is met de huidige omvang en locatie van het depot, doet daar niet aan af. Zij heeft het daar immers zelf achtergelaten.

Overige depots
4.18.
Volgens Recycling Tiel zijn de overige depots door [bedrijf 1] overgenomen met het doel deze toe te passen bij haar werkzaamheden voor Montea c.s. Recycling Tiel onderbouwt dit met facturen van De Kellen aan [bedrijf 1] van 1 maart 2024 en
3 april 2024 (productie 61 en 62 bij conclusie van antwoord) en de e-mailberichten van
[bedrijf 1] aan [naam 2] van 18 januari 2024 en van [naam 6] aan [naam 2] van 23 februari 2024. Indien en voor zover op 2 april 2024 depots met materiaal aanwezig waren op het gehuurde, betreft dat materiaal dat door [bedrijf 1] is overgenomen ten behoeve van de bouw van de door Montea c.s. te ontwikkelen distributiecentra. Volgens Recycling Tiel had zij op 2 april 2024 voor deze depots geen verantwoordelijkheid meer.
4.19.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de overgelegde stukken inderdaad lijkt te volgen dat [bedrijf 1] depots van De Kellen wilde overnemen. Of dit daadwerkelijk is gebeurd, en zo ja, om welke depots met welke omvang het ging blijkt echter niet uit de stukken, zodat onvoldoende gesteld is dat alle depots zijn overgenomen. Uit de correspondentie blijkt dat Recycling Tiel de depots zou laten opmeten en [bedrijf 1] van de benodigde documenten zou voorzien. Dat dit is gebeurd, is aangevoerd noch gebleken. De inmeetrapporten en overige benodigde documenten zijn niet in het geding gebracht. Daartegenover staat dat Montea c.s. stelt dat zij alle werkzaamheden die Recycling Tiel niet was nagekomen alsnog heeft uitgevoerd, waaronder het laten inmeten, laten keuren en verplaatsen van de depots. Montea c.s. stelt verder dat tijdens de bouw meerdere verontreinigingen zijn aangetroffen, variërend van oliespot-verontreinigingen tot stortplaatsen. Het opstellen van saneringsplannen, het verkrijgen van de benodigde goedkeuringen van het bevoegd gezag en het daadwerkelijke saneren hebben voor de nodige aanvullende kosten en vertragingen gezorgd. Zo had Recycling Tiel ook een vuilstort afgedekt met ecofiller en moest deze afgegraven worden om de vuilstort te verwijderen. Uit het voorgaande blijkt niet dat overeenstemming bestond over de in het geding zijnde depots. Recycling Tiel heeft meer dan genoeg tijd gehad om documenten ter ondersteuning van haar beweringen in het geding te brengen, maar heeft daar vanaf gezien. Het door haar gedane bewijsaanbod wordt om die reden gepasseerd. Ook op dit punt heeft zij niet aan haar opleveringsverplichtingen voldaan; zij is daarom schadeplichtig ten aanzien van eventueel hieruit voortvloeiende schade.
c.
niet slopen Hardmaasgebouw ;
4.20.
Volgens Recycling Tiel lag en ligt de sloop van het Hardmaasgebouw binnen de invloedssfeer van Montea c.s. Vanwege de aanwezigheid van vleermuizen in het Hardmaasgebouw kon het gebouw niet gesloopt worden vóór de oplevering op 2 april 2024. Voor de sloop diende een ontheffing van soortenbescherming te worden verkregen. Nadat in augustus 2023 duidelijk werd dat Montea c.s. de optie uit de Optieovereenkomst zou inroepen, heeft Recycling Tiel (nog voordat Montea c.s. het addendum VI ook daadwerkelijk had ondertekend) op 31 augustus 2023 een ontheffingsaanvraag ingediend bij de provincie. De compenserende en mitigerende maatregelen die vereist zijn voor de ontheffingsaanvraag, had Recycling Tiel al begin en medio 2023 uitgevoerd. Voor deze maatregelen had zij toestemming van Montea c.s. nodig, omdat deze grote impact zouden kunnen hebben op het toekomstige gebruik van het gehuurde. Montea c.s. was volgens Recycling Tiel leidend bij het contact over de voorbereiding van de ontheffingsaanvraag. Daarnaast heeft Montea c.s. Recycling Tiel op 11 april 2024 verzocht om de ontheffingsaanvraag op haar naam te zetten, zodat Recycling Tiel geen invloed meer had op de bij de Provincie lopende procedure met betrekking tot de benodigde ontheffingen voor de sloop van het Hardmaasgebouw . Montea c.s. wist ook dat het Hardmaasgebouw op het moment van de oplevering nog niet gesloopt kon zijn. Daarnaast zijn op 27 december 2023 de percelen waarop het Hardmaasgebouw is gelegen overgedragen aan Montea c.s. Zij wist op dat moment dat het Hardmaasgebouw er nog was en niet op tijd gesloopt zou zijn en heeft dus geen schade geleden. Recycling Tiel kan bovendien niet voor meer worden aangesproken dan het haar zelf zou hebben gekost om het gebouw te slopen indien daarvoor tijdig een vergunning zou zijn verkregen.
4.21.
De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een opleveringsgebrek en oordeelt daartoe als volgt. Al op het moment waarop de koopovereenkomst en de huurovereenkomst op 6 juli 2018 tot stand kwamen, was tussen partijen duidelijk dat Recycling Tiel het Hardmaasgebouw diende te slopen vóór de oplevering. Recycling Tiel was er op dat moment al van op de hoogte dat daarvoor een ontheffing vereist was. Zij heeft de ontheffing echter niet meteen aangevraagd en geen haast gemaakt met het slopen van het Hardmaasgebouw omdat het ‘mogelijk in de toekomst nog van pas kon komen’. Daarnaast was de optie in juli 2023 al mondeling ingeroepen. Al met al heeft Recycling Tiel voldoende tijd gehad om ervoor te zorgen dat zij tijdig aan haar opleveringsverplichtingen kon voldoen. Dat Montea c.s. uiteindelijk wist dat Recycling Tiel dit niet op tijd zou doen (15.18 verweerschrift – blz 71) maakt nog niet dat geen sprake is van een opleveringsgebrek of dat het Recycling Tiel niet toe te rekenen valt. Dat de ontheffingsaanvraag na oplevering door Montea c.s. is overgenomen, maakt nog niet dat Recycling Tiel het Hardmaasgebouw niet vóór oplevering had moeten slopen. Zij hoefde ook niet te wachten tot SFG de optie inriep. Dat Recycling Tiel lang heeft gewacht met het aanvragen van de ontheffing is een eigen keuze geweest die voor haar rekening en risico komt. Dat Montea c.s. haar na oplevering de toegang tot het terrein heeft geweigerd, doet daaraan niet af. Dit was immers na de oplevering. Op dat moment had het Hardmaasgebouw al gesloopt moeten zijn. Aldus heeft Recycling Tiel op dit punt niet aan haar opleveringsverplichtingen voldaan en is zij schadeplichtig ten aanzien van eventueel hieruit voortvloeiende schade.
d.
niet inmeten en verwijderen bestaande ondergrondse funderingspalen;
4.22.
Recycling Tiel stelt dat tussen partijen in afwijking van de huurovereenkomst een nadere overeenkomst tot stand is gekomen, inhoudende dat [bedrijf 5] , de aannemer die door Montea c.s. is ingeschakeld, de funderingspalen van de al eerder gesloopte gebouwen door Euroradar met een grondradar zou laten inmeten, zodat Recycling Tiel hier niet langer verantwoordelijk voor was. Dit blijkt uit de verslagen van de bouwvergaderingen van 17 januari, 31 januari, 14 februari, 29 februari en 13 maart 2024 (productie 74 bij conclusie van antwoord). In het verslag van 13 maart 2024 staat:
“Euroradar heeft 21-2 gemeten echter kon niet overal terecht. Er zijn nog steeds een aantal “blinde vlekken”. Ontgraven en visuele inspectie is vanwege de diepte van de palen (ca 4.00+NAP) niet mogelijk. Euroradar opnieuw inplannen. Kosten Euroradar 2750 euro voor extra fase (…).
13-3 Euroradar heeft op 7 maart opnieuw gemeten. De locatie die reeds eerder was onderzocht en geen goede meetresultaten gaf door verstoringen in de ondergrond was niet goed op tekening aangegeven (arcering en geen punten). Daardoor was deze locatie niet toegankelijk. Palen in dit vlak zijn door Euroradar geïnterpoleerd obv van de naast gelegen inmetingen. Afgehandeld.”
Het inmeten is dus voor de opleveringsdatum afgehandeld, aldus Recycling Tiel.
4.23.
Montea c.s. stelt dat de bestaande funderingspalen niet waren ingemeten en verwijderd, zodat zij dit moest laten uitvoeren. Om te voorkomen dat er bij het heien vermenging van ecofiller met de bodem zou optreden, diende er daarnaast ook te worden voorgeboord en aangevuld met schoon zand, aldus Montea c.s.
4.24.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de verslagen van de bouwvergaderingen niet blijkt dat het inmeten van de funderingspalen en het verwijderen daarvan niet langer de verantwoordelijkheid van Recycling Tiel was. Daarnaast eindigt het verslag van 13 maart 2024 weliswaar met ‘afgehandeld’, maar blijkt daaruit juist ook dat geen goede meetresultaten tot stand waren gekomen. Dat Recycling Tiel de funderingspalen heeft verwijderd, is aangevoerd noch gebleken. Voor zover Recycling Tiel meent dat er een nadere afspraak tot stand is gekomen, heeft zij het bestaan daarvan onvoldoende onderbouwd. Ook op dit punt is aldus sprake van een opleveringsgebrek. Aldus heeft Recycling Tiel op dit punt niet aan haar opleveringsverplichtingen voldaan en is zij schadeplichtig ten aanzien van eventueel hieruit voortvloeiende schade.
e.
niet juist opleveren boven- en ondergrondse infrastructuur;
4.25.
Recycling Tiel voert aan dat Montea c.s. haar heeft verzocht om (een gedeelte van de Panovenweg intact te laten, zodat de weg gebruikt kon worden als (tijdelijke) weg voor bouwverkeer. Dat geldt eveneens voor de nutsleidingen. Volgens Recycling Tiel heeft Montea c.s. te kennen gegeven de stroompunten te willen gebruiken bij de bouwwerkzaamheden voor het geval de nieuwe aansluitingen nog niet gebruikt zouden kunnen worden. Recycling Tiel verwijst daarvoor naar het verslag van de bouwvergadering van 13 maart 2024, waarin staat:
“13- Bouwplaats toegang terrein IG is gepland voor kantoor Zuid (niet tpv de definitieve inrit Glasweg). Bestaande weg langs kantoor Reko doortrekken naar bouwplaats toegang [bedrijf 5] . Hiervoor moet het Ecofiller depot verwijderd worden. 80% van het Ecofiller depot wordt afgevoerd vanaf 12 april t/m 25 april – actie Reko.
Aanleg tijdelijke bouwweg door [bedrijf 4] kan vanaf 26 april – actie Montea
(Nagekomen bericht: positie bouwweg volgens tekening Civil Support wijkt af van hetgeen besproken, zie bijlage)
13-3 Huidige bouwweg handhaven tot dat de nieuwe gereed is. Zorgdragen dat deze minimaal 8m breed is zodat verkeer elkaar kan passeren – actie [bedrijf 1] .”
De tekening waarop is aangegeven welk gedeelte van de weg Montea c.s. intact wilde houden is overgelegd als productie 75.
Onderdeel van de volgens Montea c.s. nog te verwijderen gedeelten van de Panovenweg is bovendien de toegangsweg voor Struyck Verwo. Indien Recycling Tiel deze had verwijderd was Struyck Verwo onbereikbaar geweest totdat de definitieve weg was aangelegd.
In het Opleveringsrapport is onder “Boven- en ondergrondse infrastructuur” nog een achttal punten opgenomen waarover Montea c.s. in de dagvaarding niets heeft vermeld. Recycling Tiel gaat er dan ook van uit dat Montea c.s. heeft bedoeld deze punten buiten beschouwing te laten.
4.26.
De kantonrechter is van oordeel dat uit het verslag van de bouwvergadering en productie 75 bij de conclusie van antwoord niet volgt dat de (gehele) weg, zoals die in het opleveringsrapport is genoemd, in stand diende te blijven of dat het verwijderen daarvan niet langer de verantwoordelijkheid van Recycling Tiel was. Daarnaast blijkt hieruit evenmin van een nadere afspraak om de nutsvoorzieningen te laten liggen, zodat dit niet komt vast te staan. Ook op dit punt is dus sprake van een opleveringsgebrek. Aldus heeft Recycling Tiel op dit punt niet aan haar opleveringsverplichtingen voldaan en is zij schadeplichtig ten aanzien van eventueel hieruit voortvloeiende schade.
f.
aanwezigheid allerhande materiaal;
4.27.
Recycling Tiel voert aan dat uit het opleveringsrapport blijkt dat sinds de oplevering nog materiaal en materieel is verwijderd. Zij heeft de kraanbaan, stalen balken en de stelconplaten (foto’s 1, 2 en 3 onder punt v in het Opleveringsrapport) opgehaald. Waar het nu nog om zou gaan is onduidelijk, terwijl hiervoor evenmin een kostenpost of schade in het door Montea c.s. ingebrachte overzicht is opgenomen.
4.28.
De kantonrechter stelt vast dat Montea c.s. niet heeft gesteld en evenmin is gebleken welk materiaal en materieel verder nog afgevoerd dient te worden, zodat er vanuit gegaan dient te worden dat dit opleveringsgebrek inmiddels is verholpen.
g.
dieper afgegraven;
4.29.
Volgens Recycling Tiel gaat het hier om zand dat op last van het bevoegd gezag is afgegraven omdat er archeologisch onderzoek moest plaatsvinden. Daarna is het bodemprofiel hersteld overeenkomstig de verleende aanlegvergunningen. Bovendien hebben Montea c.s. en haar (onder)aannemers steeds laten weten dat dit zand zou worden gebruikt op het terrein zelf omdat dat nodig was voor de aanleg. Verwezen wordt naar artikel 1.5 en 11.2 van de huurovereenkomst. Volgens Recycling Tiel heeft [bedrijf 1] het zand overgenomen. Zij verwijst daarvoor naar productie 61 en 62 bij de conclusie van antwoord. Voor Tiel Noord geldt volgens Recycling Tiel bovendien dat het gehuurde volgens
Montea c.s. op 1 mei 2024 bouwrijp was.
4.30.
Montea c.s. heeft ter onderbouwing van het standpunt dat Recycling Tiel grond heeft afgegraven en heeft opgevuld met ecofiller de ‘Samenvatting handhavingsproject: Panovenweg Tiel’ en rapporten van Certicon Bodemexperts, Civil Support, [bedrijf 6] en Medusa Exporations in het geding gebracht. De kantonrechter is van oordeel dat Montea c.s. haar stellingen daarmee voldoende heeft onderbouwd. In het licht van deze rapportages heeft Recycling Tiel het voorgaande onvoldoende gemotiveerd betwist. Dat het enkel gaat om op last van het bevoegd gezag wegens archeologisch onderzoek afgegraven delen die hersteld zijn overeenkomstig de verleende aanlegvergunningen, is hiermee onaannemelijk. Dat Montea c.s. het afgegraven zand nog zou kunnen gebruiken voor de verdere aanleg van het terrein doet er niet aan af dat Recycling Tiel door de grond op deze manier op te leveren niet heeft voldaan aan haar verplichtingen en dus sprake is van een opleveringsgebrek. Aldus heeft Recycling Tiel op dit punt niet aan haar opleveringsverplichtingen voldaan en is zij schadeplichtig ten aanzien van eventueel hieruit voortvloeiende schade.
h.
ophogen terrein tussen de Panovenweg en Struyk Verwo;
4.31.
Recycling Tiel betwist dat het terrein tussen de Panovenweg en het Struyk Verwo terrein door haar is opgehoogd met ecofiller, terwijl dit niet had gemogen, en dat daardoor een natuurlijke wadi ten behoeve van afwatering is dichtgelegd met afwateringsproblemen tot gevolg. Volgens Recycling Tiel is van een natuurlijke wadi geen sprake geweest. Montea c.s. heeft tussen april 2021 en maart 2022 het Re-match-terrein geheel verhard en daarop gebouwen geplaatst. Door de toename van het verharde oppervlak, is de infiltratie in de bodem onmogelijk geworden. Dit is niet aan Recycling Tiel toe te rekenen en staat los van de aanleg van het terrein tussen de Panovenweg en het Struyk Verwo-terrein door Recycling Tiel. Dit terrein is door Recycling Tiel aangelegd volgens de daartoe verleende aanlegvergunning.
4.32.
De kantonrechter stelt vast dat uit de processtukken blijkt dat [bedrijf 6] onderzoek heeft uitgevoerd door middel van boringen en in haar rapport ten aanzien van Tiel Zuid (zowel het gedeelte dat Tiel Zuid wordt genoemd waar wordt ontwikkeld als het terrein tussen Struyk Verwo en Re-Match dat ook wel wordt aangeduid als Tiel zuid west) concludeert:
“Beide terreindelen zijn aangevuld en opgehoogd met Eco-filler. Op het noordoostelijke terreindeel is de dikte veelal 2,0 meter. Plaatselijk zijn in- of onder de ophoging lagen puingranulaat gevonden. Er bestaan aanwijzingen dat dit terreindeel voor het ophogen is ontgrond. Op het zuidwestelijke terreindeel is de laag Eco-filler veelal 0,6 meter dik. De Eco-filler hier aan de bovenzijde bedekt door een dunne laag grindig recyclinggranulaat. Voor dit terreindeel zijn geen aanwijzingen voor ontgronding gevonden.”In het licht van dit onderzoek heeft Recycling Tiel onvoldoende gemotiveerd betwist dat zij het terrein heeft opgehoogd met ecofiller terwijl dit niet was toegestaan. Gelet hierop is sprake van een opleveringsgebrek. Aldus heeft Recycling Tiel op dit punt niet aan haar opleveringsverplichtingen voldaan en is zij schadeplichtig ten aanzien van eventueel hieruit voortvloeiende schade.
i.
niet saneren verontreinigingen;
4.33.
Recycling Tiel betwist dat er op het gehuurde nog moet worden gesaneerd en dat Montea c.s. dit zal (laten) doen. Uit de dagvaarding en het opleveringsrapport blijkt niet om welke verontreinigingen en saneringen het gaat.
4.34.
Montea c.s. stelt dat tijdens de bouw meerdere verontreinigingen zijn aangetroffen, variërend van oliespot-verontreinigingen tot stortplaatsen. Daarnaast kwam bij de sloop van het Hardmaasgebouw aan het licht dat er nog asbest in het gebouw aanwezig was. Het opstellen van saneringsplannen, de benodigde goedkeuringen van het bevoegd gezag en het daadwerkelijke saneren hebben voor de nodige aanvullende kosten en vertragingen gezorgd, aldus Montea c.s.. Ter onderbouwing van haar stellingen verwijst zij naar het opleveringsrapport, waarin verwezen wordt naar de saneringsvisie van [bedrijf 6] , en de brief van Omgevingsdienst Regio Nijmegen van 31 januari 2025, waarin meerdere locaties worden genoemd waar sterke grondverontreiniging, waterbodemverontreiniging en grondwaterverontreiniging zijn aangetroffen. De kantonrechter is van oordeel dat Recycling Tiel in het licht hiervan onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat sprake is van (ernstige) verontreiniging en dat op het terrein daarom nog gesaneerd moet worden. Dat zij wellicht een en ander gesaneerd heeft, doet daar niet aan af. Kennelijk is door of namens haar niet (volledig) of niet juist gesaneerd.
Bezien in het licht van het gemotiveerde standpunt van Montea c.s. heeft Recycling Tiel haar verweer, ter zake van het saneren en de aangetroffen verontreinigingen, te weinig onderbouwd om tot (nadere) bewijslevering toegelaten te worden. Aan het gedane bewijsaanbod wordt daarom voorbij gegaan. Ook op dit punt is er, gelet op al het voorgaande, sprake van een opleveringsgebrek. Aldus heeft Recycling Tiel op dit punt niet aan haar opleveringsverplichtingen voldaan en is zij schadeplichtig ten aanzien van eventueel hieruit voortvloeiende schade.
Conclusie
4.35.
De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van meerdere opleveringsgebreken. Voor zover Montea c.s. schade lijdt als gevolg van deze opleveringsgebreken is Recycling Tiel daarvoor aansprakelijk en dient zij deze te vergoeden. De gevorderde verklaring voor recht zal daarom in zoverre worden toegewezen.
Vergoeding gedurende periode van herstel
4.36.
Montea c.s. vordert een vergoeding gedurende de periode van herstel op grond van artikel 22.10 van de algemene bepalingen. Zij stelt in dit kader dat de ontwikkeling van de terreinen niet kon worden gestart vanwege de problematiek met ecofiller en de niet nagekomen herplant door De Kellen B.V. (waarvoor een aparte procedure loopt), terwijl de percelen overigens ook niet bouwrijp waren. Montea c.s. heeft een berekening (productie 51) voor de vergoeding gedurende de periode van herstel in het geding gebracht. De delen Noord/Intergamma en de weg waren respectievelijk op 29 april 2024 en 19 augustus 2024 bouwrijp gereed. Voor deze delen loopt de vergoeding dan ook per genoemde data af. De vergoeding voor de andere delen (uitgaande van bouwrijp gereed op 1 juli 2025) bedraagt
€ 2.926.429,47.
4.37.
Volgens Recycling Tiel gaat Montea c.s. eraan voorbij dat de uitleg van artikel 22.10 van de algemene bepalingen meebrengt dat een vergoeding gedurende het herstel slechts verschuldigd kan zijn, indien de herstelwerkzaamheden verhinderen dat een nieuwe huurder het gehuurde huurt en gebruikt. Montea c.s. heeft voor Tiel Middel en Tiel Zuid nog geen nieuwe huurder. Een grondslag voor een vergoeding voor deze terreinen ontbreekt daarom, aldus Recycling Tiel. Ten aanzien van Tiel Noord is wel sprake van een huurder, Intergamma. In de huurovereenkomst tussen Montea c.s. en Intergamma is als streefdatum voor de oplevering het vierde kwartaal van 2024 opgenomen. Tiel Noord is op 1 mei 2024 bouwrijp, zodat dit niet heeft geleid tot een latere opleveringsdatum voor Intergamma, aldus Recycling Tiel. Zij betwist dan ook het causaal verband tussen de gestelde gebreken en een eventuele latere ingangsdatum van de huurovereenkomst met Intergamma.
Daarnaast is volgens Recycling Tiel in artikel 22.9 van de algemene bepalingen geregeld dat een verhuurder zelf herstelwerkzaamheden verricht wanneer een huurder dat niet doet. Hierbij geldt dat daar niet langer over gedaan mag worden dan nodig is. Een redelijke uitleg van dit artikel brengt mee dat de bepaling ziet op de tijdsperiode die de herstelwerkzaamheden vergen, waaronder begrepen de redelijke termijn die aan een huurder moet worden geboden om daadwerkelijk tot herstel over te gaan en niet op de periode dat herstel is uitgebleven. De in artikel 22.9 van de algemene bepalingen bedoelde vergoeding is een schadevergoeding. Dat is gekozen voor een gefixeerde schadevergoeding doet aan dit karakter niet af. Op de verhuurder rust volgens Recycling Tiel op grond van artikel 6:101 BW Pro een schadebeperkingsplicht. Het is verder aan de verhuurder om de termijn, die nodig is voor herstel, te onderbouwen. Recycling Tiel heeft betwist dat Montea c.s. het herstel binnen een redelijke hersteltermijn (voortvarend en zonder onderbrekingen) heeft uitgevoerd. Behalve de sloop van het Hardmaasgebouw waren alle resterende opleverpunten binnen één maand op te lossen, aldus Recycling Tiel. Kennelijk was Montea c.s. zelf ook van oordeel dat het verwijderen van alle ecofiller binnen één maand mogelijk was. Recycling Tiel verwijst in dit verband naar de sommatie van Montea c.s. van 29 april 2024, waarin aan haar een termijn van een maand wordt gegeven om de ecofiller af te voeren (productie 39 van Montea c.s.). Recycling Tiel heeft toegezegd om 50.000 m3 ecofiller te verwijderen. Daarvoor heeft zij ook zorggedragen. Niet omdat zij daartoe was gehouden, maar om haar goede wil te tonen, terwijl zij daarvoor ook een bestemming wist. Gelet hierop komt Montea c.s., indien en voor zover haar de vergoeding (gelijk aan de laatste geldende huurprijs) überhaupt toekomt, op zijn hoogst vergoeding van maximaal één maand toe, aldus Recycling Tiel.
4.38.
De kantonrechter kan Recycling Tiel niet volgen in de door haar aan artikel 22.10 van de algemene bepalingen gegeven uitleg. Dit artikel luidt:
“Over de tijd die met het herstel is gemoeid, gerekend vanaf de datum van het einde van de huurovereenkomst, is Huurder aan Verhuurder een bedrag verschuldigd, berekend naar de laatst geldende huurprijs en vergoeding voor bijkomende levering van zaken en diensten, onverminderd Verhuurders aanspraak op vergoeding van de verdere schade en kosten.”
Hieruit volgt niet dat de verhuurder al een nieuwe huurder gevonden moet hebben. Anders dan Recycling Tiel betoogt, ziet de vergoedingsplicht op de tijd die ervoor nodig is om de gebreken te herstellen en hoeft daarbij geen sprake te zijn van een nieuwe huurder (die daardoor later opgeleverd krijgt).
4.39.
Artikel 22.9 van de algemene bepalingen bepaalt:
Huurder is gehouden de door hem op basis van het inspectierapport uit te voeren werkzaamheden binnen de in het rapport vastgelegde - of nader tussen partijen overeengekomen - termijn op een deugdelijke wijze uit te voeren c.q. te doen uitvoeren. Indien Huurder geheel of gedeeltelijk nalatig blijft in de nakoming van zijn uit het rapport voortvloeiende verplichtingen, is Verhuurder gerechtigd zelf deze werkzaamheden te laten uitvoeren en de daaraan verbonden kosten op Huurder te verhalen onverminderd de aanspraak van Verhuurder op vergoeding van de verdere schade en kosten.
Recycling Tiel merkt terecht op dat het aan de verhuurder is om de termijn die nodig is voor herstel te onderbouwen (Gerechtshof Den Haag, 11 februari 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1757). Montea c.s. heeft dit gedaan door gemotiveerd toe te lichten dat veel vertraging is opgelopen en hoeveel.
4.40.
De kantonrechter is van oordeel dat Recycling Tiel in het licht van de door Montea c.s. gegeven onderbouwing onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat Montea c.s. bedoelde termijn nodig heeft (gehad) om te herstellen. Immers, zoals hiervoor reeds is overwogen, staat vast dat Recycling Tiel de ecofiller niet functioneel had toegepast en de bodem verontreinigd was. Hierdoor verkreeg Montea c.s. niet de vereiste vergunningen. Ook moest er, gelet op de verontreinigingen, bodemonderzoek plaatsvinden. Verder kon, door de depots die Recycling Tiel op het gehuurde had achtergelaten, niet direct met de bouw gestart worden. Daarbij komt dat de depots nog in kaart gebracht en verplaatst moesten worden. Hierdoor kon ook het bodemonderzoek niet direct en volledig plaatsvinden en konden niet alle metingen plaatsvinden. Voorts neemt de kantonrechter daarbij in aanmerking dat nog een vergunning verkregen moest worden voor de sloop van het Hardmaasgebouw . De sloop is daarna ook nog stilgelegd, omdat Recycling Tiel het gebouw niet volledig had gesaneerd. Ten slotte moesten ook de ondergrondse funderingspalen nog ingemeten en verwijderd worden en moesten de ondergrondse, de bovengrondse infrastructuur en de nutsvoorzieningen nog verwijderd worden. Het voorgaande volgt uit de door Montea c.s. overgelegde stukken. Daarnaast heeft Montea c.s tijdens de regiezitting toegelicht dat nog geen sprake is van een eindsituatie. Daarbij heeft zij (onweersproken) gesteld dat zij afhankelijk is van derden. Zo konden de gasleidingen pas eind 2025 worden verwijderd.
Dat Montea c.s. Recycling Tiel een sommatie met een termijn van een maand voor het verwijderen van de ecofiller heeft gezonden, doet aan al het voorgaande niet aan af. Hieruit valt immers niet op te maken dat Montea c.s. (al) het herstel ook binnen deze termijn kon uitvoeren. Zo kan Recycling Tiel de ecofiller in tegenstelling tot Montea c.s. naar elders laten afvoeren. Dit kan zij dus, gelet op al het voorgaande, niet aan Montea c.s. tegenwerpen.
4.41.
Recycling Tiel heeft zich verder op de schadebeperkingsplicht van Montea c.s. beroepen. Zonder nadere onderbouwing, welke ontbreekt, valt echter niet in te zien waarom Montea c.s. hier niet aan voldaan zou hebben. Dit geldt temeer nu uit de processtukken blijkt dat zij het bevoegd gezag ervan getracht heeft te overtuigen dat de ecofiller wel gebruikt kon worden. Dat het bevoegd gezag daar niet in mee is gegaan, kan Montea c.s. niet worden tegengeworpen. Desondanks heeft zij wel afspraken met het bevoegd gezag weten te maken, die voordeliger waren dan het volledig verwijderen en afvoeren van de ecofiller. Hieruit volgt naar het oordeel van de kantonrechter dat Montea c.s. juist wel aan haar schadebeperkingsplicht heeft voldaan. Dat de uitloop vooral voortvloeit uit het feit dat Montea c.s. langer op vergunningen moest wachten, zoals Recycling Tiel aanvoert, doet aan voorgaande niet af. Recycling Tiel gaat er daarbij bovendien aan voorbij dat zij de vergunning voor het slopen van het Hardmaasgebouw al had moeten regelen vóór oplevering en dat het uitblijven van overige vergunningen veelal is gelegen in de wijze waarop zij het terrein heeft opgeleverd.
4.42.
De kantonrechter is gelet op hetgeen hiervoor is overwogen van oordeel dat
Montea c.s. voldoende heeft onderbouwd dat Tiel Noord/Intergamma op 29 april 2024 bouwrijp was, de weg op 19 augustus 2024 gereed was en de overige delen op 1 juli 2025 nog niet. Om die reden zullen de verzochte vergoedingen over deze periodes van totaal
€ 2.926.429,00 worden toegewezen.
Vergoeding over 1 januari tot en met 31 maart 2024
4.43.
Montea c.s. gaat er volgens Recycling Tiel aan voorbij dat tussen partijen is overeengekomen dat de oplevering op 2 april 2024 zou plaatsvinden en dat de periode tussen 1 januari en 1 april 2024 niet kwalificeert als tijd die met het herstel is gemoeid. Omdat Montea c.s. op een zeer laat tijdstip (2 oktober 2023) heeft aangegeven de huurovereenkomst per 1 januari 2024 te willen beëindigen en in de optieovereenkomst een opzegtermijn van zes maanden is overeengekomen, heeft Recycling Tiel de afspraken zo begrepen dat zij over de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2024 geen huur verschuldigd zou zijn (de huurovereenkomst was immers geëindigd), noch een vergoeding gelijk aan de laatst betaalde huur, omdat Recycling Tiel in ieder geval tot en met 31 maart 2024 niet met de oplevering in gebreke was. Daarbij had Montea c.s. na beëindiging van de huurovereenkomst op 31 december 2023 te allen tijde toegang tot het (voormalige) gehuurde en kon zij vanaf 1 januari 2024 starten met de werkzaamheden ten behoeve van haar ontwikkeling. Daarom ontbreekt voor deze periode een grondslag voor de vordering tot betaling van een vergoeding op grond van artikel 22.10 van de algemene bepalingen.
Over de eventueel verschuldigde gebruiksvergoeding vanaf 1 januari 2024 is bovendien geen btw verschuldigd omdat dit geen huur maar een schadevergoeding betreft. (16.12 tot en met 16.14 cva), aldus Recycling Tiel.
4.44.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen staat vast dat de huurovereenkomst per 31 december 2023 is geëindigd, terwijl het gehuurde pas op
2 april 2024 is opgeleverd, zij het gebrekkig. Als uitgangpunt heeft te gelden dat de huurder, die het gehuurde na afloop van de huurovereenkomst blijft gebruiken, daarvoor een gebruiksvergoeding aan de verhuurder verschuldigd is.
Uit de correspondentie tussen partijen volgt dat partijen over deze periode hebben gesproken. REKO heeft Montea c.s. bij brief van 10 oktober 2023 bericht dat zij, nu
Montea c.s. het addendum pas op 3 oktober 2023 heeft ondertekend en er op dat moment ook nog geen duidelijkheid was over de aan te houden opleverhoogten, meer tijd nodig had voor de oplevering. Zij heeft daarbij toegezegd de oorspronkelijke oplevertermijn aan te houden en het terrein op 3 april 2024 te zullen opleveren. Daarbij wordt niet gesproken over een gebruiksvergoeding. Vervolgens heeft Montea c.s. Recycling Tiel op 15 januari 2024 als volgt bericht:

In goed overleg hebben wij besloten dat wij jullie drie maanden langer de tijd geven voor bovenstaande en wel tot 1 april 2024 om het terrein bouwrijp op te leveren conform (i) geldende wet- en regelgeving, (ii) artikel 11.4 van de huurovereenkomst en (iii) de nader besproken uitgangspunten voor zover die van de huurovereenkomst afwijken alsmede de kwestie omtrent de illegale bomenkap op te lossen conform de huurovereenkomst.”Ook hier wordt niet gesproken over een gebruiksvergoeding over de periode tussen het einde van de huurovereenkomst en de datum van oplevering. Ten slotte heeft Montea c.s. Recycling Tiel op 6 maart 2024 het volgende bericht:
Omdat al ruim voor 31 december 2023 duidelijk was dat Recycling Tiel niet tijdig aan de verplichtingen zou gaan voldoen, en per 1 januari 2024 dus effectief al in verzuim verkeerde, heeft overleg plaatsgevonden waarbij Montea uitstel van de opleververplichtingen heeft gegeven tot 1 april 2024 (…). Hoewel conform de huurovereenkomst wij een bedrag gelijk aan de huur in rekening kunnen brengen over de periode dat het terrein nog niet conform de verplichtingen uit de huurovereenkomst aan Montea is opgeleverd, hebben wij daar vooralsnog vanaf gezien.”
Montea c.s. heeft Recycling Tiel aldus op 6 maart 2024 bericht dat zij (vooralsnog) afziet van een gebruiksvergoeding over de bedoelde periode. Recycling Tiel mocht er daarom (gerechtvaardigd) op vertrouwen dat zij over deze periode geen gebruiksvergoeding hoefde te betalen. Montea c.s. kan niet zonder meer eenzijdig op deze toezegging terugkomen. De vordering wordt daarom in zoverre afgewezen.
Hoogte schade
4.45.
Montea c.s. vordert een schadevergoeding van € 11.516.653,50 in verband met schadeposten die zij al heeft kunnen begroten. Recycling Tiel betwist dat zij gehouden is enige schade te vergoeden: de schadeposten en de bedragen die Montea c.s. in haar overzicht (productie 36 bij dagvaarding, productie 49 en stukken mondelinge behandeling
4 maart 2025) heeft opgenomen zijn niet onderbouwd met facturen of andere stukken. Recycling Tiel betwist daarom dat deze kosten zijn gemaakt en meent dat niet duidelijk is op basis waarvan zij deze zou moeten vergoeden. Verder betwist Recycling Tiel ook een aantal posten, die thans nog niet gevorderd worden maar als nog nader te bepalen in het overzicht zijn opgenomen. Nu deze posten thans nog niet in geding zijn, laat de kantonrechter deze buiten beschouwing. Verder heeft als uitgangpunt te gelden dat gelet op hetgeen hiervoor is overwogen vast staat dat er sprake is van opleveringsgebreken, en dat voor zover Montea c.s. daardoor schade heeft geleden deze toe te rekenen is aan Recycling Tiel. Anders dan Recycling Tiel meent is zij is daarom aansprakelijk voor alle schade die Montea c.s. daardoor lijdt. Dus niet alleen de schade door het gebrek zelf, maar ook de gevolgschade.
Montea c.s. vordert vergoeding van de volgende posten:
a.
aanwezigheid van depots materiaal;
4.46.
Gelet op hetgeen hiervoor onder rov. 4..8. en verder is overwogen betreft de aanwezigheid van diverse depots materiaal en de ecofiller een opleveringsgebrek en is Recycling Tiel aansprakelijk voor de daardoor geleden schade. Montea c.s. vordert diverse schadeposten die hierna achtereenvolgend zullen worden behandeld.

Verwerken ecofiller op locatie
4.47.
Montea c.s. vordert een bedrag van € 3.546.903,66 aan kosten voor het verwerken van ecofiller op locatie. Zij legt hieraan ten grondslag dat zij in overleg met de Gemeente Tiel tot een akkoord gekomen met betrekking tot Tiel Zuid (productie 40). Dit komt neer op het weggraven van de ecofiller, het scheiden van materialen, het egaliseren van de onderliggende bodem, het aanbrengen van een scheidingsdoek en het vervolgens weer aanbrengen van een laag ecofiller onder de footprint van 1,4 meter. Deze oplossing betekent dat er in totaal voor Tiel Zuid 29.570 m3 ecofiller mag worden toegepast. De kosten voor deze operatie worden begroot op € 179.069,00 (productie 41 + 10% opslag hoofdaannemer).
Daarnaast is zij is in overleg met de Provincie tot een oplossing gekomen met betrekking tot Tiel Midden. De Provincie heeft op 22 januari 2025 een omgevingsvergunning verleend, waarvan onderdeel is een plan van aanpak voor de ondergrond, waarbij een groot deel van de aanwezige ecofiller (83.745 m3) wordt aangewend volgens de notitie van Socotec ‘grondverbetering d.m.v. Jacbo betonzuilen’ van 11 november 2024 (productie 42 en 43). De extra kosten worden begroot op € 2.969.834,00 (productie 44 – de kosten bedragen
€ 8.066.985.35, de oorspronkelijke kosten zouden € 5.385.903,24 zijn, de meerkosten zijn dus € 2.969.834,24).
Verder vordert Montea c.s. € 180.000,00 in verband met het afvoeren van ecofiller naar Haps en € 164.000,00 voor het afvoeren van ecofiller naar Oosterhout.
4.48.
Recycling Tiel betwist de gevorderde schadevergoeding. Volgens haar is deze niet gebaseerd op een opleveringsgebrek, omdat Montea c.s. haar zelf heeft geïnstrueerd om de ecofiller op de door haar aangegeven plaatsen achter te laten en in dat kader die ecofiller ook heeft overgenomen. Zij heeft weliswaar toegezegd de ecofiller alsnog te verwijderen als deze niet zou voldoen aan de daaraan te stellen kwaliteitseisen, maar inmiddels is duidelijk dat het bevoegd gezag van oordeel is dat de ecofiller niet alleen voldoet aan de kwaliteitseisen maar dat deze ook functioneel wordt toegepast, zodat Montea c.s. ook voor Tiel Midden en Tiel Zuid onherroepelijke bouwvergunningen heeft gekregen. Voor zover Montea c.s. meent dat zij als gevolg van de aanwezigheid van de ecofiller genoodzaakt is geweest om duurdere bouwmethoden toe te passen dan zij oorspronkelijk van plan was, ontgaat het Recycling Tiel op grond waarvan zij deze kosten dient te vergoeden. Montea c.s. zal in ieder geval nooit meer op haar kunnen verhalen dan de kosten die voortvloeien uit de verwijdering die in deze onherroepelijke handhavingsbesluiten wordt opgelegd. Recycling Tiel voert voorts aan dat Montea c.s. in een voorkomend geval inzichtelijk zal moeten maken en Recycling Tiel in staat zal moeten stellen te controleren dat Montea c.s. niet meer kosten in rekening brengt dan de kosten die verband houden met verwijdering overeenkomstig onherroepelijke handhavingsbesluiten. Montea c.s. geeft volgens Recycling Tiel geen informatie over hoe zij gekomen is tot de nu voorliggende bouwplannen voor Tiel Midden en Tiel Zuid. Recycling Tiel voert verder aan dat er geen rapporten van deskundigen en verslagen van bouwvergaderingen zijn overgelegd, waarin onderbouwd wordt dat de beweerdelijke meerkosten (1) noodzakelijk zijn en (2) het gevolg zijn van feiten en omstandigheden die zijn toe te rekenen aan Recycling Tiel. Dit klemt volgens Recycling Tiel met name omdat zij nauwkeurig uitvoering heeft gegeven aan de hiervoor bedoelde instructies van Montea c.s.
Hierbij komt nog dat Montea c.s. in haar brief van 6 februari 2025 (productie 45
Montea c.s.) in haar akte eiswijziging en tijdens de mondelinge behandeling de zaken zo voorstelt dat zij kort voor die brief had moeten vernemen dat zij als gevolg van de aanwezigheid van Eco-filler genoodzaakt was op Tiel Midden de bouwmethode met Jacbo betonzuilen toe te passen, aldus Recycling. Volgens Montea c.s. is dit een duurdere bouwmethode dan die zij in de basis had begroot. De noodzaak voor deze funderingsconstructie op Tiel Midden blijkt Volgens Recycling Tiel echter niet uit de notitie van 11 november 2024 van Socotec of uit de toelichting van Montea c.s. daarop. Bovendien heeft Montea c.s. in haar brief van 6 februari 2025 nog aan Recycling Tiel de mogelijkheid gegeven om binnen 14 dagen te laten weten dat zij de ecofiller toch nog wilde afvoeren omdat dat goedkoper zou zijn dan deze te laten liggen. Als het afvoeren goedkoper is, zou Montea c.s. daar volgens Recycling Tiel sowieso voor moeten kiezen in het kader van haar schadebeperkingsplicht. Zij betwist dat de bouwmethode met Jocbo betonzuilen op Tiel Midden noodzakelijk is en onderbouwt dit aan de hand van een memo van de heer
[adviseur] van ABT Adviseurs. Zij meent daarnaast dat Montea c.s. dient uit te leggen waarom zij genoodzaakt is deze bouwwijze op Tiel Midden toe te passen, maar dat op Tiel Noord en Tiel Zuid niet het geval is. De ondergrond (bodem met ecofiller) is immers bij de drie bouwpercelen identiek.
Daarnaast betwist Recycling Tiel dat Montea c.s. genoodzaakt is om een scheidingsdoek toe te passen op Tiel Zuid. De bodem is daar gelijk aan die op Tiel Noord en Tiel Midden en de ecofiller is op exact dezelfde wijze aangebracht. Voor Tiel Noord, noch voor Tiel Midden is het aanbrengen van een dergelijk doek als eis gesteld om de terugneembaarheid van de ecofiller te garanderen. Daarbij komt dat de twijfels bij het bevoegd gezag volgens
Montea c.s. betrekking hadden op de functionele toepassing van ecofiller. Het aanbrengen van een dergelijk doek heeft bouwkundig geen functie. In alle gevallen dienen de kosten voor rekening van Montea c.s. te blijven, aldus Recycling Tiel. Ten slotte voert zij nog aan dat als zij uitvoering had gegeven aan het opleveringsrapport zij alle in de footprint van Tiel Noord aanwezige ecofiller onnodig had verwijderd.
Verder merkt Recycling Tiel nog op dat het totaal van de gevorderde bedragen
€ 3.492.903,66 betreft en niet het gevorderde bedrag van € 3.546.903,66 en dat blijkens de factuur het afvoeren van de ecofiller naar Oosterhout (productie 57.1A.1.8) € 8,20 per ton bedroeg, terwijl Montea c.s. in haar brief van 6 februari 2025 (productie 45 Montea c.s.) nog een bedrag van € 22,00 per ton claimde.
4.49.
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Recycling Tiel miskent met haar verweer dat, indien zij de ecofiller niet had toegepast, dan wel tijdig (dus voor de oplevering) had verwijderd en op de juiste wijze had opgeleverd, Montea c.s. ook niet was gedwongen om met het bevoegd gezag in overleg te treden om te komen tot een oplossing voor de aanwezigheid van de ecofiller. De kantonrechter verwijst voor het overige naar hetgeen in rov. 4.8. en verder reeds is overwogen.
Dat ten aanzien van de diverse terreinen tot een andere oplossing is gekomen, kan naar het oordeel van de kantonrechter niet aan Montea c.s. worden tegengeworpen. Zij heeft immers enerzijds te maken met de Provincie en anderzijds met de Gemeente. Beide organisaties zien de mogelijkheden om de ecofiller toe te passen kennelijk anders, zoals Montea c.s. ook heeft toegelicht. Dat Recycling Tiel de ecofiller wellicht goedkoper af had kunnen voeren, betekent nog niet dat Montea c.s. dit ook kan. Zij beschikt immers niet over een afzetmarkt voor dit materiaal. Uit de toelichting van Montea c.s. volgt verder dat de toepassing van de scheidingsdoek door de Gemeente Tiel werd vereist om vermenging te voorkomen. De kantonrechter is van oordeel dat Recycling Tiel in het licht van deze motivering de in verband daarmee gevorderde schade onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Deze vordering wordt daarom toegewezen.
Voor zover het verweer van Recycling Tiel ziet op de toepassing van de Jacbo betonzuilen blijkt uit de akte van Montea c.s. van 5 november 2025 dat zij ten aanzien van Tiel Midden alsnog tot een goedkopere oplossing is gekomen. De ecofiller zal worden afgegraven en afgevoerd. Zij geeft daarbij aan dat zij van de Gemeente Tiel een vergunning heeft ontvangen om de ecofiller tijdelijk, zolang er geen afvoer mogelijk is, op te slaan op een strook grond. Deze strook kan daardoor voorlopig niet bebouwd worden. Door deze planwijziging nemen de bouwkosten met circa 3 miljoen af, omdat niet meer de dure bouwmethode met Jacbo betonzuilen hoeft te worden toegepast. Wel nemen daarbij de kosten voor de afvoer van ecofiller en aankoop van zand toe. Montea c.s. heeft echter gesteld dat volgens de berekening door Civil Support de verwachting is dat de totale kosten ongeveer € 750.000,00 lager uit zullen vallen. Ten aanzien van de aanwezigheid van de ecofiller voert Recycling Tiel in haar akte van 6 oktober 2025 niets anders aan dan het reeds verworpen standpunt dat dit geen schending van de opleveringsverplichtingen oplevert.
Dat Montea c.s. wellicht tot (nog) een goedkopere oplossing had kunnen komen, blijkt nergens uit, zodat aan dit standpunt voorbij kan worden gegaan. De vordering ten aanzien van Tiel Midden wordt daarom vooralsnog begroot op een bedrag van (€ 2.969.834,66 -
€ 750.000,00 =) € 2.219.834,66.
Recycling Tiel heeft de vorderingen voor de afvoer van de ecofiller naar Haps en Oosterhout, anders dan met het reeds verworpen standpunt dat Montea c.s. de ecofiller heeft overgenomen en haar op geen enkele wijze onderbouwde aanname dat Montea c.s. hier een vergoeding voor zou hebben ontvangen, niet betwist. Deze vorderingen worden dan ook toegewezen. Dat Montea c.s. in haar brief van 6 februari 2025 uitging van een hoger bedrag per ton doet daaraan niet af. Dit hogere bedrag wordt immers niet gevorderd.

Kosten afvoer overige ecofiller
4.50.
Montea c.s. vordert een bedrag van € 2.629.184,98 aan kosten voor de afvoer van de overige ecofiller. Zij geeft aan dat dit bedrag is gebaseerd op een inschatting in combinatie met een offerte van [bedrijf 3] .
4.51.
Recycling Tiel betwist de verschuldigdheid van dit bedrag. Zij voert aan dat onduidelijk is wat Montea c.s. met deze post bedoelt, waar deze ecofiller vandaan zou komen en waar het naartoe zou moeten worden vervoerd. Bovendien heeft Montea c.s. de ecofiller van haar overgenomen en heeft zij zich aan de afspraken met Montea c.s. gehouden en de instructies van Montea c.s. opgevolgd. Zij ziet daarom niet in waarom zij gehouden zou zijn de kosten voor het afvoeren van de overige ecofiller aan Montea c.s. te vergoeden. Recycling Tiel betwist ten slotte dat Montea c.s. de ecofiller heeft verwijderd of zal verwijderen, alsmede de genoemde hoeveelheden die zouden moeten worden afgevoerd.
4.52.
Gelet op hetgeen hiervoor onder rov. 4..8. en verder is overwogen, vloeien deze kosten voort uit een opleveringsgebrek. De kantonrechter is echter van oordeel dat, hoewel aannemelijk is dat Montea c.s. nog kosten zal moeten maken voor de afvoer van de resterende ecofiller en zij aldus schade lijdt, zij de hoogte daarvan vooralsnog onvoldoende heeft onderbouwd. Een onderbouwing van haar inschatting en de offerte van [bedrijf 3] waarnaar zij in haar overzicht verwijst zijn niet in het geding gebracht. Deze vordering wordt daarom vooralsnog afgewezen.

Kosten inmeting depots
en

Verplaatsen depots menggranulaat van plot Intergamma naar Tiel Midden
4.53.
Montea c..s. vordert een bedrag van € 2.336,00 voor het inmeten van depots en een bedrag van € 35.000,00 aan schade in verband met het moeten verplaatsen van depots menggranulaat van het plot Intergamma naar Tiel Midden. Zij stelt dat de verplaatsing van deze depots nodig was om de voortgang van de bouw van het distributiecentrum Intergamma niet te stagneren. Ter onderbouwing overlegt zij een kostenraming van Civil Support voor het inmeten van de depots en de inschrijving en factuur van [bedrijf 1] voor het verplaatsen van de depots.
4.54.
Recycling Tiel betwist de verschuldigdheid van deze vorderingen. Zij voert aan dat de depots zijn overgenomen door [bedrijf 1] met het doel om deze toe te passen bij haar werkzaamheden voor Montea c.s.
4.55.
Gelet op hetgeen hiervoor onder rov, 4.19. reeds is overwogen, is niet vast komen te staan dat de depots zijn overgenomen door [bedrijf 1] . Er is dus sprake van een opleveringsgebrek en is Recycling Tiel aansprakelijk voor de daardoor ontstane schade. Nu Recycling Tiel de vorderingen voor het overige niet heeft betwist, worden deze bedragen toegewezen.

Stagnatiekosten
4.56.
Montea c.s. vordert een bedrag van € 36.875,00 aan stagnatiekosten. Ter onderbouwing van dit bedrag heeft zij een factuur van [bedrijf 1] overlegd.
4.57.
Recycling Tiel betwist dat Montea c.s. aanspraak kan maken op vergoeding van deze kosten. Volgens de omschrijving op de factuur gaat het om ‘Stagnatiekosten door REKO, belemmering/stilgelegd op Midden en Zuid op 14-02-2024’. Het is Recycling Tiel niet duidelijk waar deze kosten op zien. Zij is niet bekend met enige stillegging en betwist dat zij de werkzaamheden van [bedrijf 1] heeft belemmerd op 14 februari 2024. Een grondslag voor vergoeding van deze kosten ontbreekt. Zij wijst er verder op dat bij de door Montea c.s. zelf veroorzaakte stagnatiekosten wel een omschrijving van de oorzaak van de stagnatie is gegeven, terwijl deze voor de gevorderde kosten ontbreekt. De gevorderde kosten betreffen bovendien een vele malen hoger bedrag. Ten slotte zijn de stagnatiekosten dubbelop, omdat ook een vergoeding van vertragingsschade gelijk aan de laatst geldende huurprijs is gevorderd over de periode van herstel.
4.58.
De kantonrechter is van oordeel dat Montea c.s. haar vordering, in het licht van de gemotiveerde betwisting daarvan, onvoldoende heeft onderbouwd. Gesteld noch gebleken is wat de oorzaak van de stagnatie was en hoe deze kosten tot stand zijn gekomen. De vordering wordt daarom vooralsnog afgewezen.

AP04 keuring 0/4 betonzand
4.59.
Montea c.s. vordert een bedrag van € 5.336,00 aan kosten voor het laten keuren van een depot 0/4 betonzand.
4.60.
Recycling Tiel betwist de verschuldigdheid van deze vordering. Zij voert aan dat het de bedoeling was dat het depot overgenomen zou worden door [bedrijf 1] , maar dat daarover geen definitieve afspraken tot stand zijn gekomen. Na oplevering heeft zij geen toegang meer gehad tot het gehuurde, waardoor voor haar onbekend is wat na die datum de omvang en locatie is geweest van het depot. Zij heeft na oplevering evenmin het verzoek ontvangen om het depot te verwijderen. Bovendien heeft het keuren van een depot niet als gebrek te gelden in de oplevering van het gehuurde. Daarnaast heeft zij het depot ook al laten keuren, zodat niet duidelijk is waarom Montea c.s. dit opnieuw heeft gedaan. Ten slotte zal Montea c.s. voor dit depot moeten betalen, indien zij dit gaat gebruiken.
4.61.
De kantonrechter is van oordeel dat nu Recycling Tiel de noodzaak voor het maken van deze kosten betwist en Montea c.s. dit (nog) niet (nader) heeft toegelicht, deze vordering vooralsnog afgewezen dient te worden.

Depotkeuring 0/2 mm industriezand
4.62.
Montea c.s. vordert een bedrag van € 10.360,63 aan depotkeuring 0/2 mm industriezand. Ter onderbouwing van haar vordering heeft zij een factuur van
[bedrijf 1] overgelegd.
4.63.
Recycling Tiel betwist de verschuldigdheid van deze vordering. Zij voert aan dat het depot is overgenomen door [bedrijf 1] met het doel deze toe te passen bij haar werkzaamheden. Bovendien heeft het keuren van een depot niet als gebrek te gelden in de oplevering van het gehuurde. Daarnaast heeft zij het depot ook al laten keuren, zodat niet duidelijk is waarom Montea c.s. dit opnieuw heeft gedaan.
4.64.
De kantonrechter is van oordeel dat, nu Recycling Tiel de noodzaak voor het maken van deze kosten betwist en Montea c.s. dit (nog) niet heeft toegelicht, deze vordering vooralsnog afgewezen dient te worden.

Uren Montea
4.65.
Montea c.s. vordert een bedrag van € 50.000,00 aan uren Montea c.s. Zij heeft toegelicht dat dit een schatting betreft van de extra uren die zij heeft moeten investeren door de aanwezigheid van de depots.
4.66.
Recycling Tiel betwist de verschuldigdheid van deze vordering. Volgens haar ontbreekt een toelichting op deze kostenpost en de daarbij horende werkzaamheden.
4.67.
De kantonrechter is van oordeel dat, hoewel deze schade in beginsel voor vergoeding in aanmerking komt, de vordering vooralsnog afgewezen dient te worden. Montea c.s. heeft haar vordering op dit punt op geen enkele wijze nader onderbouwd. Het is aan Montea c.s. om deze kosten, nu deze vordering door Recycling Tiel wordt betwist, in de schadestaatprocedure nader te onderbouwen.
Conclusie
4.68.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, komt in verband met de aanwezigheid van depots met grond, industriezand en bouwstoffen thans een bedrag van € 2.383.834,66 aan meerkosten in verband met afgraven en afvoeren ecofiller en aankopen en plaatsen zand op Tiel Midden, € 179.069,00 aan meerkosten in verband met het aanbrengen van een scheidingsdoek op Tiel Zuid, € 180.000,00 voor het afvoeren van ecofiller naar Haps,
€ 164.000,00 voor het afvoeren van ecofiller naar Oosterhout, € 2.336,00 voor het inmeten van depots en € 35.000,00 voor het verplaatsen depots menggranulaat van plot Intergamma naar Tiel Midden voor toewijzing in aanmerking.
b.
niet slopen Hardmaasgebouw ;
4.69.
Montea c.s. vordert diverse schadeposten in verband met het niet slopen door Recycling Tiel van het Hardmaasgebouw .
Montea c.s. stelt dat zij ondertussen is begonnen met de sloop van het Hardmaasgebouw . Daarvoor diende zij eerst vergunningen te verkrijgen, waaronder in het kader van Flora en Fauna (steenuilen en vleermuizen). Een harde eis hierbij is de aanleg van een steenuilenbiotoop. Los van de aanlegkosten kan Montea c.s. ook een aanzienlijk deel van het perceel niet gebruiken voor de ontwikkeling waarvoor het beoogd was (en waarvoor zij de grondprijs heeft betaald).
Bij aanvang van de daadwerkelijke sloop van het Hardmaasgebouw kwam verder nog aan het licht dat er nog asbest aanwezig was (asbestrapportage - productie 47). De sloop is tijdelijk stilgelegd, doordat het door Recycling Tiel aangeleverde asbestrapport na controle ter plaatse door het bevoegd gezag niet voldeed. Montea c.s. heeft het rapport moeten laten aanpassen en zij heeft een nieuwe sloopmelding moeten doen bij het bevoegd gezag. De stillegging is op 17 februari 2025 opgeheven.
4.70.
Recycling Tiel erkent dat zij de (redelijke) kosten van de sloop van het Hardmaasgebouw moet dragen. Dat heeft zij nooit ontkend en daarvoor was deze procedure dus in het geheel niet nodig. Recycling Tiel betwist wel de hoogte van de vordering, nu deze volgens haar ongedocumenteerde posten betreft.
Recycling Tiel voert bovendien aan dat zij door Montea c.s. niet voor meer kan worden aangesproken dan het haar zelf zou hebben gekost om het gebouw te slopen, indien daarvoor tijdig een vergunning zou zijn verkregen.
4.71.
De kantonrechter verwijst allereerst naar hetgeen hiervoor onder 4.21. is overwogen. Nu Recycling Tiel niet tijdig is overgegaan tot de sloop van het Hardmaasgebouw is zij aansprakelijk voor de gemaakte kosten. Zij kan zich er dan ook niet op beroepen dat zij voor meer wordt aangesproken dan het haar zelf zou hebben gekost. Immers, zij heeft de vergunning voor de sloop daarvoor niet tijdig aangevraagd. Dit kan zij niet aan Montea c.s. tegenwerpen en staat toewijzing van deze kosten in beginsel derhalve niet weg.
De vordering van Montea c.s. bestaat uit diverse posten die hierna achtereenvolgend behandeld zullen worden.

Sloopkosten vast
4.72.
Montea c.s. vordert een bedrag van € 225.000,00 aan vaste sloopkosten. Zij onderbouwd dit bedrag met e-mailcorrespondentie tussen haar en [bedrijf 1] van
1 november 2024.
4.73.
Recycling Tiel betwist de hoogte van dit bedrag. Zij heeft begin 2024 zelf een offerte aangevraagd voor het lopen van het kleine gebouw aan de Panovenweg 20 en het Hardmaasgebouw . Metaalhandel De Horne B.V. heeft daarvoor een vast bedrag van
€ 100.000,00 geoffreerd. Metaalhandel De Horne B.V. heeft vervolgens het gebouw aan de Panovenweg 20 gesloopt en een factuur gezonden voor de betaling van de 1e termijn sloop Tiel van € 25.000,00. Doordat Montea c.s. Recycling Tiel de toegang tot het gehuurde heeft ontzegd en haar buiten de verdere ontwikkelingen rondom de sloop heeft gehouden, heeft Metaalhandel De Horne B.V. een aanbetaling ontvangen voor werkzaamheden die zij nooit heeft kunnen verrichten. Met de sloop van de Panovenweg 20 was de aanbetaling immers niet volledig gebruikt.
Recycling Tiel betwist de hoogte van het thans gevorderde bedrag omdat dit ruim twee keer zo hoog is als het aan haar geoffreerde bedrag, terwijl daarin ook nog eens het reeds gesloopte gebouw aan de Panovenweg 20 was meegenomen.
4.74.
De kantonrechter is van oordeel dat Recycling Tiel de vordering van Montea c.s. onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Recycling Tiel heeft de door haar gestelde offerte van Metaalhandel De Horne B.V., ondanks haar toezegging deze op te vragen en alsnog toe te zenden, niet in het geding gebracht. Uit de factuur voor de aanbetaling valt niet op te maken waar deze aanbetaling op ziet, behalve de sloop van iets in Tiel. Evenmin volgt daaruit hoe hoog de totaalsom bedraagt. Aldus heeft zij onvoldoende gemotiveerd betwist dat de sloop voor een lager bedrag plaats had kunnen vinden. Dit deel van de vordering wordt daarom toegewezen.

Sloopkosten verrekenbaar
4.75.
Montea c.s. vordert een bedrag van € 38.300,00 aan sloopkosten verrekenbaar. Blijkens de overgelegd correspondentie ziet deze post op het inmeten en dieper afknijpen van de palen, gebaseerd op 383 palen voor een bedrag van € 100,00 per paal. Meer of minder palen worden verrekend. Montea c.s. legt hieraan ten grondslag dat zich onder het nog de slopen Hardmaasgebouw nog funderingspalen bevinden, die overeenkomstig de huurovereenkomst door Recycling Tiel ingemeten en verwijderd hadden moeten worden.
4.76.
Recycling Tiel voert hiertegen aan dat verrekenbare posten geen onderdeel waren van de prijsafspraak tussen haar en Metaalhandel De Horne B.V en daarom geen onderdeel hoeven te zijn van sloopwerkzaamheden. Bovendien vallen de kosten van de sloop hierdoor nog hoger uit, terwijl onduidelijk is waar deze kosten vandaan komen.
4.77.
De kantonrechter is van oordeel dat Recycling Tiel de vordering, in het licht van de gemotiveerde onderbouwing daarvan door Montea c.s. en bij gebrek aan enige onderbouwing van haar stellingen, onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Ook dit deel van de vordering wordt daarom toegewezen.

Aanbrengen steenuilenbiotoop
en

Waardevermindering door steenuilenbiotoop
en

Leveren en plaatsen paaltops en vleermuizenkasten, plaatsen en aanpassen uilenkasten
4.78.
Montea c.s. vordert een bedrag van € 16.850,00 voor de aanleg van een uilenbiotoop, € 1.764.750,00 aan waardevermindering door de aanleg van de uilenbiotoop en € 4.700 voor het leveren en plaatsen van paaltops en vleermuizenkasten en het plaatsen en aanpassen van uilenkasten. Montea c.s. legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de aanleg van de steenuilenbiotoop en de levering en plaatsing van paaltops, vleermuizenkasten en uilenkasten een verplichting was die is opgelegd bij de vergunning voor de sloop van het Hardmaasgebouw . Omdat Recycling Tiel verantwoordelijk was voor de sloop van het Hardmaasgebouw en daarmee voor het verkrijgen van de vergunning en het voldoen aan de vereisten daarvan, dienen deze kosten voor haar rekening te komen. Montea c.s. verwijst in dat verband naar artikel 1.5 van de huurovereenkomst. Ter onderbouwing van haar vordering heeft Montea c.s. een prijsopgaaf voor de aanleg van de uilenbiotoop door van [bedrijf 1] van € 16.850,00 en een factuur van 21.052,50 overgelegd en een offerte van Jivo voor een bedrag van € 4.700,00 voor het plaatsen van paaltops, vleermuizenkasten en uilenkasten.
4.79.
Recycling Tiel betwist de verschuldigdheid van deze kosten. Zij heeft in het kader van de voorbereidende compenserende en mitigerende maatregelen al steenuilenkasten laten plaatsen, een uilenbiotoop aangelegd en een vleermuizenkelder aangelegd. Deze maatregelen waren aldus al uitgevoerd. Montea c.s. heeft niet onderbouwd dat de door haar gestelde (aanvullende) maatregelen noodzakelijk waren voor het verkrijgen van de ontheffing. Voor zover dat al het geval is, is het voor Recycling Tiel onbegrijpelijk dat de kosten voor deze aanvullende werkzaamheden meer dan de helft bedragen van hetgeen zij al voor de door haar getroffen maatregelen heeft betaald. Recycling Tiel betwist verder de gevorderde waardevermindering. Deze vordering heeft niets te maken met de huurovereenkomst en dit betreft ook geen opleveringsgebrek.
4.80.
De kantonrechter stelt voorop dat, voor zover de aanvullende maatregelen noodzakelijk waren in verband met het verkrijgen van de sloopvergunning voor het Hardmaasgebouw , Recycling Tiel – gelet op het daarover bepaalde in artikel 1.5 van de huurovereenkomst – aansprakelijk is voor deze kosten. De noodzaak van deze maatregelen wordt echter door Recycling Tiel gemotiveerd betwist en is door Montea c.s. op dit moment nog niet (voldoende) onderbouwd. De gevorderde waardevermindering alsmede de grondslag daarvoor is evenmin onderbouwd. Deze vorderingen worden daarom vooralsnog afgewezen.

Leveren en aanbrengen werende voorzieningen
4.81.
Montea c.s. vordert een bedrag van € 2.715,00 voor het leveren en aanbrengen van (vleermuis) werende voorzieningen bij het Hardmaasgebouw . Ter onderbouwing heeft zij een factuur voor dit bedrag overgelegd van 11 november 2024 van Jivo.
Recycling Tiel erkent dat zij deze voorzieningen niet heeft aangebracht en daarvoor ook geen kosten heeft gemaakt. Zij is bereid deze kosten te vergoeden. Dit is echter nooit eerder aan haar verzocht. Nu Recycling Tiel de vordering erkent zal deze worden toegewezen.

Uren Montea c.s.
4.82.
Montea c.s. vordert een bedrag van € 25.000,00 aan uren Montea c.s. Zij heeft toegelicht dat dit een schatting betreft van de extra uren die zij heeft moeten investeren doordat het Hardmaasgebouw niet door Recycling Tiel is gesloopt.
4.83.
Recycling Tiel betwist de verschuldigdheid van deze vordering. Zij erkent dat zij de kosten voor de sloop van het Hardmaasgebouw moet betalen. Echter, Montea c.s. kan haar niet voor een hoger bedrag aanspreken dan zij zelf had moeten maken. Montea c.s. heeft haar buiten het proces van de sloop van het Hardmaasgebouw gehouden, waardoor zij niet in de gelegenheid is gesteld de sloop uit te (laten) voeren. Niet valt in te zien waarom zij de uren van Montea c.s. dan zou moeten betalen. Daar komt nog bij dat een toelichting op deze kostenpost en de daarbij horende werkzaamheden ontbreekt.
4.84.
De kantonrechter stelt, zoals hiervoor reeds is overwogen, vast dat Recycling Tiel niet tijdig is overgegaan tot de sloop van het Hardmaasgebouw . Anders dan Recycling Tiel stelt, is zij is daarom aansprakelijk voor alle schade die Montea c.s. daardoor lijdt. Nu Montea c.s. haar vordering echter op geen enkele wijze (nader) heeft onderbouwd en deze door Recycling Tiel wordt betwist, zal de vordering vooralsnog worden afgewezen. Het is aan Montea c.s. om deze kosten in de schadestaatprocedure nader te onderbouwen.

Kosten aanleg weg in 2 fases
4.85.
Montea c.s. vordert een bedrag van € 42.000,00 aan kosten voor de aanleg van de Glasweg in twee fases. Uit de processtukken volgt dat de aanleg van de Glasweg door de aanwezigheid van het Hardmaasgebouw vertraging heeft opgelopen. Daardoor kan fase 2 van de aanleg daarvan pas later dan gepland worden uitgevoerd. Dit levert meerkosten op. Montea c.s. heeft ter onderbouwing van haar vordering een e-mailbericht van 23 april 2024 van Civil Support in het geding gebracht, waarin die meerkosten worden begroot op
€ 42.000,00.
4.86.
Recycling Tiel betwist dat zij aansprakelijk is voor betaling van deze kosten. De aanleg van de Glasweg is onderdeel van de bouwplannen van Montea c.s. en geen onderdeel van de huurovereenkomst of de opleveringsverplichtingen. Civil Support geeft ook aan dat er geen meerkosten te verwachten zijn. De sloop van het Hardmaasgebouw en daarmee de omvang van de vertraging liggen bovendien binnen de invloedssfeer van Montea c.s. zelf. Ten slotte is een vordering op basis van een verwachting volstrekt onredelijk, aldus Recycling Tiel.
4.87.
De kantonrechter stelt voorop dat de aanleg van de Glasweg weliswaar geen onderdeel uitmaakt van de huurovereenkomst en de opleveringsverplichtingen. Echter, Recycling Tiel is wel aansprakelijk voor de schade die ontstaat door opleveringsgebreken. Dat het Hardmaasgebouw niet was gesloopt ten tijde van de oplevering betreft een opleveringsgebrek en daarmee is Recycling Tiel dus ook aansprakelijk voor de gevolgschade daarvan. Als onweersproken staat vast dat de verwachting is dat de aanleg van de Glasweg vertraging oplevert. Dat geen meerkosten worden verwacht in de zin van wijzigingen in het contract, maakt nog niet dat in het geheel geen meerkosten verwacht kunnen worden. Aannemelijk is dat de materiaalkosten stijgen bij een vertraging van een project. De hoogte van de begrote kosten heeft Recycling Tiel niet, althans onvoldoende gemotiveerd, weersproken. Dat het een begroting, gebaseerd op een verwachting is, doet daaraan niet af. De vordering wordt om die reden toegewezen bij wijze van voorschot.
Conclusie
4.88.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen komt in verband met het niet slopen van het Hardmaasgebouw thans een bedrag van € 225.000,00 aan vaste sloopkosten, € 38.300,00 aan sloopkosten verrekenbaar, € 2.715,00 voor het leveren en aanbrengen van (vleermuis) werende voorzieningen bij het Hardmaasgebouw en een bedrag van € 42.000,00 aan kosten voor de aanleg van de Glasweg in twee fases voor vergoeding in aanmerking.
c.
niet inmeten en verwijderen bestaande ondergrondse funderingspalen;
4.89.
Montea c.s. vordert een bedrag van € 13.251,00 aan niet ingemeten palen ter plaatse van Intergamma, € 4.235,47 aan extra inmetingen Euroradar (terrein niet gereed) en
€ 1.880,00 aan omzetten menggranulaat depot voor Euroradar. Montea c.s. stelt dat de bestaande funderingspalen niet waren ingemeten en verwijderd, zodat Montea c.s. dit heeft moeten laten uitvoeren.
4.90.
Recycling Tiel betwist dat deze palen niet zijn ingemeten. Zij betwist ook dat de (eventueel) nog aanwezige palen tot schade voor Montea c.s. leiden of hebben geleid. Tot slot betwist zij ook de hoogte van deze post.
Voor zover Recycling Tiel bekend is, zijn (of worden) de betreffende funderingspalen door Montea c.s. niet verwijderd. Dit blijkt volgens haar ook uit het verslag van de bouwvergadering van 29 februari 2024 waarin is aangegeven dat door wijzigingen in het rioleringsplan er geen palen weggehaald hoefden te worden. Montea c.s. heeft hiervoor dus geen (extra) kosten gemaakt en heeft dus geen voor vergoeding in aanmerking komende schade geleden (HR 6 juni 1997 ECLI:HR:1997:ZC2387, Ambassador).
Ten aanzien van de posten voert Recycling Tiel nog het volgende aan.
De e-mailwisseling waarnaar Montea c.s. verwijst ter onderbouwing van de vordering van
€ 13.251,00 dateert van mei 2023, de aanbieding voor het meerwerk van € 4.235,47 van
13 oktober 2023 en de factuur voor het omzetten van het menggranulaat voor € 1.880.00 van 7 maart 2024 en dus van ruim voor de oplevering, zodat geen sprake kan zijn van schade door een opleveringsgebrek. Bovendien ontbreek de offerte waarnaar in de berichten wordt verwezen en worden er overigens geen bedragen genoemd.
4.91.
De kantonrechter stelt vast dat de ter onderbouwing ingebrachte stukken allen dateren van voor de opleveringsdatum. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt daarom vooralsnog niet in te zien waarom sprake is van schade wegens opleveringsgebreken. Deze vorderingen worden daarom vooralsnog afgewezen.
d.
niet juist opleveren boven- en ondergrondse infrastructuur;
4.92.
Montea c.s. vordert een bedrag van € 40.975,22 in verband met het door Liander verwijderen van de gasleiding, € 81.228,00 voor de aanleg van een lage druk gasleiding,
€ 46.175,10 voor het opbreken van een deel van de puinfunderingen en het asfalt,
€ 24.232,98 voor het verplaatsen van een depot ecofiller in verband met tracé Glasweg / kosten bestaande leidingen en € 25.000,00 aan uren Montea c.s. Zij legt hieraan ten grondslag dat de grond van het gehuurde opgeschoond had moeten zijn. Daarnaast hadden alle onder- en bovengrondse constructies moeten zijn verwijderd met inbegrip van alle ondergrondse gas-, water- en elektrische leidingen. Door het niet verwijderen van de bestaande wegen (constructie) kon niet direct worden gestart met de fundering en lag de grond ook niet op de juiste hoogte. Waar mogelijk is inmiddels gestart met het verwijderen van ondergrondse infrastructuur en het verwijderen van de weg (puinfunderingen en asfalt). Met name bij Tiel Zuid zijn er aanzienlijke vertragingen in het vooruitzicht doordat de Nutsbedrijven hier de leidingen pas eind 2025, dan wel in het tweede kwartaal van 2026 weg kunnen halen.
4.93.
Recycling Tiel voert hiertegen aan dat de weg nog niet kon worden verwijderd, omdat deze nog nodig was. Voor zowel de weg als de nutstracé’s is afgesproken dat zij deze zou achterlaten, aldus Recycling Tiel. Verder voert zij nog het volgende aan.
De opdracht van Liander ziet niet specifiek op het verwijderen van een gasleiding, maar op het aanpassen van de gasaansluiting op verzoek van Montea c.s.. De gasaansluiting heeft bovendien betrekking op het Struyk Verwo-terrein, dat geen onderdeel was van het gehuurde. Niet valt in te zien waarom Recycling Tiel de kosten voor de nieuwe gasaansluiting voor het Struyk Verwo-terrein zou moeten vergoeden. Ditzelfde geldt voor de aanleg van de lage druk gasleiding. Het aanleggen van nieuwe leidingen valt niet onder de opleveringsverplichtingen.
Een toelichting bij de kosten voor het opbreken van puinfunderingen en asfalt ontbreekt volgens Recycling Tiel eveneens. Bovendien is in de ter onderbouwing overgelegde inschrijving van [bedrijf 4] B.V. geen post of bedrag opgenomen in verband met het bedrag en de werkzaamheden die zijn vermeld in het kostenoverzicht. Ten slotte heeft Montea c.s. zelf uitdrukkelijk verzocht de Panoverweg niet te verwijderen, zodat zij deze kon gebruiken als tijdelijke bouwweg, aldus Recycling Tiel.
Montea c.s. heeft de ecofiller van haar overgenomen. Het is aan Montea c.s. zelf en voor haar rekening en risico wat zij vervolgens met die ecofiller doet en hoe zij deze toepast in haar bouwplannen. Recycling Tiel is daarom niet gehouden de kosten voor het verplaatsen van een depot ecofiller te vergoeden. De kosten in verband met bestaande leidingen zijn niet gespecificeerd. Het is onduidelijk om welke leidingen dit gaat en waar deze leidingen in het gehuurde gelegen zouden zijn. Bovendien zijn deze leidingen niet als opleverpunt betrokken in het opleveringsrapport.
Onduidelijk is waarom Recycling Tiel gehouden zou zijn de uren van Montea c.s. te vergoeden. Zij heeft immers precies gedaan wat Montea c.s. haar heeft gevraagd en derhalve aan haar opleveringsverplichtingen voldaan. Bovendien ontbreekt een specificatie van die uren, aldus Recycling Tiel.
4.94.
De kantonrechter stelt vast dat uit de onderbouwing van de vordering voor de bedragen van € 40.975,22 en € 81.228,00 van Montea c.s. lijkt te volgen dat deze zien op de gasaansluiting van Struyk Verwo Intra B.V. en niet op het gehuurde. Zonder nadere toelichting die ontbreekt, valt niet in te zien waarom deze kosten het gevolg zouden zijn van een oplevergebrek. Dit deel van de vordering wordt daarom vooralsnog afgewezen.
4.95.
Ter onderbouwing van haar vordering van € 46.175,10 heeft Montea c.s. een inschrijvingsstaat van [bedrijf 4] B.V. in het geding gebracht. Deze inschrijvingsstaat ziet op de aanleg van groenvoorzieningen voor een totaalbedrag van
€ 383.000,00. Niet valt uit te sluiten dat voor de aanleg van de groenvoorzieningen werkzaamheden nodig zijn, die bij juiste oplevering van het gehuurde achterwege gelaten hadden kunnen worden. Zonder nadere toelichting of specificatie, welke ontbreekt, kunnen uit deze staat echter slechts rechtstreeks op de oplevergebreken worden teruggevoerd de volgende bedragen:
Verwijderen verhardingen
22.080,00
Uitvoeren asfaltonderzoek DLC-proef
1.050,00
Het verrichten van milieukundig onderzoek
2.500,00
Verwijderen funderingslaag
3.288,00
Fundering verwerken in depot
878,40
Aanbrengen inlage van kunststof
410,40
Verwijderen hek
227,30
Verwijderen teervrije funderingslaag ecofiller
4.925,00
Grond verwerken in depot
1.350,00
Aanbrengen inlage van kunststof
1.596,00
Totaal
38.305,10
Voor het overige kan uit de inschrijvingsstaat niet worden afgeleid welke werkzaamheden op de opleveringsgebreken zien en welke kosten daaraan verbonden dienen te worden. De vordering wordt daarom vooralsnog tot een bedrag van € 38.305,10 toegewezen.
4.96.
Ter onderbouwing van haar vordering van € 24.232,98 heeft Montea c.s. een tweetal opdrachtbonnen van [bedrijf 4] B.V. in het geding gebracht van
€ 17.708,76 in verband met het verplaatsen van een depot ecofiller en van € 18.192,46 waarvan € 6.524,22 in verband met het aantreffen, vrijgeven en stilstand door achtergebleven kabels en overkluizing HWA in verband met een AC waterleiding. Nu reeds is geoordeeld dat Montea c.s. de ecofiller niet heeft overgenomen en de aanwezigheid daarvan een opleveringsgebrek oplevert en de boven- en ondergrondse infrastructuur niet op de juiste wijze zijn opgeleverd, is Recycling Tiel aansprakelijk voor de in verband daarmee gemaakte kosten.
Zij heeft deze naar het oordeel van de kantonrechter voor het overige onvoldoende gemotiveerd weersproken, zodat deze schade voor vergoeding in aanmerking komt en dit deel van de vordering zal worden toegewezen.
4.97.
Nu de uren van Montea c.s., zoals hiervoor reeds is overwogen, op geen enkele wijze zijn onderbouwd en door Recycling Tiel gemotiveerd worden betwist, komen deze thans (nog) niet voor vergoeding in aanmerking. Dit deel van de vordering wordt vooralsnog afgewezen.
e.
aanwezigheid allerhande materiaal;
4.98.
Gelet op hetgeen daarover in rov. 4.28. is overwogen, komt deze schadepost niet voor toewijzing in aanmerking.
f.
Eco-filler onder footprint ontwikkeling Midden en Zuid en tussen Struyk Verwo en Re-Match
4.99.
Deze post is reeds opgenomen onder a. en kan hier dan ook verder buiten behandeling worden gelaten
dieper afgegraven;
4.100. Montea c.s. vordert een bedrag van € 143.311,00 voor het dieper afgraven van de bodem, het afvoeren van ecofiller en het aanvullen met schoonzand op het Intergamma-terrein. Ter onderbouwing heeft zij een opgave van [bedrijf 1] B.V. in het geding gebracht.
4.101. Recycling Tiel betwist deze vordering. Zij betwist dat zij dieper heeft afgegraven. Voor zover de aangebrachte ecofiller niet voldeed aan de bouwplannen van Montea c.s., heeft dat volgens Recycling Tiel gelegen aan haar eigen instructies. Dat in datzelfde cunet extra zand moest worden aangebracht, houdt ook verband met de opbouw van het funderingspakket. De werkzaamheden zijn bovendien niet toegelicht. Onduidelijk is waarom Recycling Tiel de kosten zou moeten betalen voor het aanbrengen van ecofiller in de footprint van Tiel Midden, het uitvoeren van diverse onderzoeken die verband houden met de funderingsconstructie en voor het droog houden van het terrein tijdens de te verrichten werkzaamheden. Volgens Recycling Tiel heeft Montea c.s. nagelaten de werkzaamheden en de kosten toe te lichten, zodat niet duidelijk is waarom zij deze zou moeten betalen.
4.102. De kantonrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat Recycling Tiel dieper heeft afgegraven en de ecofiller ten onrechte niet heeft afgevoerd.
Zij heeft bovendien het terrein niet bouwrijp opgeleverd, terwijl zij het terrein zodanig had moeten opleveren dat Montea c.s. direct met de fundering had kunnen beginnen(zie ook rov. 4.14., 4.15. en 4.30.). Met haar verweer miskent Recycling Tiel dat de kosten die
Montea c.s. heeft moeten maken om de grond alsnog bouwrijp te maken het gevolg zijn van deze opleveringsgebreken. Zij heeft de vordering daarmee onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat deze zal worden toegewezen.
Aanvullende kosten voor het ophogen van het terreinen tussen de Panovenweg en Struyk Verwo
4.103. Montea c.s. vordert een bedrag van € 47.079,70 aan kosten voor de huur van een pomp, aggregaat en de verbruikte diesel en een bedrag van € 3.680,00 voor het graven van nieuwe wadi’s. Ter onderbouwing stelt zij dat de grond van het gehuurde bij oplevering niet was opgeschoond en geëffend en evenmin op de juiste hoogte lag.
4.104. Recycling Tiel betwist de verschuldigdheid van beide kostenposten.
De pomp en de aggregaat zijn gehuurd vanaf 1 januari 2024, dus voor de oplevering. Het huren van deze machines houdt daarom geen verband met een opleveringsgebrek.
Het graven van de nieuwe wadi’s heeft al in 2023 plaatsgevonden, dus ruim voor de oplevering en houdt dus evenmin verband met een opleveringsgebrek. Deze wadi’s zijn bovendien gegraven in verband met wateroverlast op het Rematch-terrein, dat op dat moment geen onderdeel meer uitmaakte van de huurovereenkomst.
4.105. De kantonrechter is van oordeel dat, nu dit verweer niet weersproken is, vooralsnog niet is gebleken van een verband tussen de opleveringsgebreken en deze gestelde schadeposten. Deze komen daarom vooralsnog niet voor vergoeding in aanmerking.
i.
niet saneren van verontreinigingen;
4.106. Montea c.s. vordert een bedrag van € 9.000,00 aan kostenopstelling [bedrijf 6] CS PvA bodemsanering, € 44.300,00 aan verwijderen stortlaag in cunet rioolsleuf en voorboren funderingspalen, € 126.768,34 aan afvoer stortafval vanuit sanering DC Intergamma Tiel, € 2.262,00 aan ontgraven fonderingssleuf in sanering en afvoeren stort materiaal week 32, € 4.848,00 aan ontgraven en transporteren ecofiller tbv vuilstort en proeven zetten tpv stortplaats week 33 en 34, € 4.389,50 aan ecofiller dichtmaken 500 m2, € 17.901,00 aan toepassen dubbele voetplaat MV-panelen (vuilspots unit 3+4), € 6.815,64 aan kosten sanering vuilstort unit 3 en 4, € 63.154,80 aan Olie-sanering Intergamma, € 30.301,97 aan Olie-sanering kosten [bedrijf 5] , € 237.740,00 aan afvoeren en storten stortmateriaal (tijdelijk opgeslagen in Hardmaasgebouw ), € 110.857,17 aan bodemsanering watergang en € 1.200.000,00 aan saneringen en restant bouwrijp maken nog niet gereed, waarvoor de aanbesteding loopt. De grond van het gehuurde had op grond van artikel 11.4 sub a, b en c van de huurovereenkomst opgeschoond moeten zijn. Er zijn echter meerdere bodem- en grondwatervervuilingen aanwezig, die een beperking inhouden voor de geschiktheid van de beoogde toekomstige ontwikkelingen. Deze moeten eerst gesaneerd worden, aldus
Montea c.s. Door de aanwezigheid van de vuilstortplaatsen kon er op meerdere locaties niet worden gestart met een standaard fundering en is de ontwikkeling, omdat er eerst gesaneerd moest worden gestagneerd. Montea c.s. stelt dat, met uitzondering van de bodemsanering (watergang) de genoemde kosten betrekking hebben op de uitgevoerde saneringen op Tiel Noord. De post van € 1.200.000,00 betreft een begroting van de saneringskosten voor de andere delen.
4.107. Recycling Tiel voert als verweer aan dat zij, conform de huurovereenkomst, alle verontreinigingen heeft gesaneerd die een beperking inhielden voor de beoogde ontwikkeling van Montea c.s. Volgens Recycling Tiel heeft Montea c.s. niet aangetoond dat de verontreinigingen, die zij heeft laten saneren, door het bevoegd gezag zijn aangemeld als ernstige verontreinigingen die (spoedig) gesaneerd diende te worden. Als zij de kosten van deze saneringen op Recycling Tiel wil verhalen, zal Montea c.s. volgens haar ten eerste moeten aantonen dat zij verplicht was de saneringen uit te voeren volgens het bevoegd gezag en ten tweede dat deze verontreinigingen betroffen waarvoor Recycling Tiel verantwoordelijk was. Daarnaast heeft Montea c.s., op een enkele factuur na, alleen een niet getekende offerte overgelegd. Hieruit blijkt niet welke kosten Montea c.s. daadwerkelijk heeft gemaakt. Montea c.s. heeft verder zonder nadere toelichting documenten overgelegd en daarmee haar vordering onvoldoende onderbouwd, aldus Recycling Tiel.
4.108. De kantonrechter verwijst in dit verband naar hetgeen hiervoor in rov. 4.34. over de aansprakelijkheid van Recycling Tiel is overwogen en zal hierna de posten verder bespreken.
 € 9.000,00
€ 9.000,00 aan kostenopstelling [bedrijf 6] CS PvA bodemsanering
4.109. Recycling Tiel betwist dat zij daarvoor aansprakelijk is. Volgens haar zijn bij een bouwplan van deze omvang dergelijke advieskosten normaal. Bovendien betreft het genoemde bedrag volgens de e-mail van [bedrijf 6] een maximum en is er geen factuur van de daadwerkelijke kosten overgelegd. Montea c.s. heeft Recycling Tiel niet de mogelijkheid geboden om dit gebrek te verhelpen. Als deze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt, dient dat voor rekening en risico van Montea c.s. te blijven, aldus Recycling Tiel.
4.110. Over de aansprakelijkheid en de mogelijkheid tot herstel heeft de kantonrechter reeds geoordeeld. Terecht merkt Recycling Tiel op dat de door Montea c.s. overgelegde
e-mail geen factuur is. Daarin is aangegeven dat het genoemde bedrag ‘bij een normaal verloop van het project te beschouwen is als een maximum’. Nu onduidelijk is hoe hoog de daadwerkelijk gemaakte kosten bedragen, begroot de kantonrechter deze post vooralsnog op € 7.500,00. De definitieve hoogte zal moeten worden vastgesteld in de schadestaatprocedure.
 € 44.300,00
€ 44.300,00 aan verwijderen stortlaag in cunet rioolsleuf en voorboren funderingspalen
4.111. Recycling Tiel voert aan dat onduidelijk is of Montea c.s. deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt. Daarnaast heeft het bevoegd gezag ten aanzien van deze stortplaatsen per
e-mail van 25 mei 2023 vastgesteld dat geen sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 6.2c) daarom niet van toepassing is. Voor zover deze kosten al zijn gemaakt, zijn zij onnodig. Daar komt nog bij dat voor het voorboren van de funderingspalen geldt dat deze onderdeel zijn van het bouwproject van Montea c.s. en daarom voor rekening van Montea c.s. dienen te blijven.
4.112. De kantonrechter is van oordeel dat gelet op het verweer van Recycling Tiel ten aanzien van deze post niet komt vast te staan of deze kosten zijn gemaakt en nodig waren, dan wel al onderdeel waren van de bouwplannen van Montea c.s. Deze vordering zal daarom thans worden afgewezen en dient in de schadestaatprocedure aan de orde te komen.
 € 126.768,34
€ 126.768,34 aan afvoer stortafval vanuit sanering DC Intergamma Tiel
4.113. Recycling Tiel voert aan dat Montea c.s. zelf opdracht heeft gegeven voor het in depot rijden van het stortmateriaal in het Hardmaasgebouw Daarnaast worden naast een
e-mail met daarin het genoemde bedrag van € 126.768,34 ook nogmaals het document met het bedrag van € 44.300,00 aan verwijderen stortlaag in cunet rioolsleuf en voorboren funderingspalen en diverse andere stukken met bedragen overgelegd. Onduidelijk is of deze bedragen in het bedrag van € 126.768,34 zijn opgenomen. Daarnaast voert Recycling Tiel aan dat het bevoegd gezag ten aanzien van deze stortplaatsen per e-mailbericht van
25 mei 2023 vastgesteld heeft dat geen sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 6.2c) daarom niet van toepassing is en dat deze kosten dus onnodig gemaakt zijn.
4.114. De kantonrechter is van oordeel dat, gelet op de uitgebreide mailberichten en rapportages waaruit blijkt dat er ondergrondse stortplaatsen zijn aangetroffen en de grond dermate vervuild is dat deze gesaneerd en afgevoerd moet worden, aannemelijk is dat de kosten daarvoor door Recycling Tiel betaald moeten worden. Aangezien deze stukken dateren van na 25 mei 2023 en zien op ondergrondse stortlagen, is onvoldoende onderbouwd dat dit dezelfde stortplaatsen betreft als waar het e-mailbericht van het bevoegd gezag van 25 mei 2023 op ziet. Daar komt nog bij dat Montea c.s. communicatie met het bevoegd gezag van na deze datum heeft overgelegd, waaruit blijkt dat er wel gesaneerd dient te worden. Nu echter onduidelijk welke werkzaamheden onder het genoemde bedrag vallen en of daarin tevens het hiervoor genoemde bedrag van € 44.300,00 is meegenomen, zal deze post vooralsnog worden begroot op (€ 126.768,34 - € 44.300,00 =) € 82.468,34. Deze vordering dient voor het overige in de schadestaatprocedure aan de orde te komen.
  • € 2.262,00 aan ontgraven fonderingssleuf in sanering en afvoeren stort materiaal week 32en
  • € 4.848,00 aan ontgraven en transporteren ecofiller tbv vuilstort en proeven zetten tpv stortplaats week 33 en 34
En
 € 4.389,50
€ 4.389,50 aan ecofiller dichtmaken 500 m2
4.115. Recycling Tiel voert aan dat de ter onderbouwing van deze posten in het geding gebrachte offertes ook zijn overgelegd ter onderbouwing van de hiervoor genoemde post van
€ 126.768,34 aan afvoer stortafval vanuit sanering DC Intergamma Tiel. Deze kosten worden dus dubbel opgevoerd, aldus Recycling Tiel. Daarnaast voert zij aan dat het bevoegd gezag ten aanzien van deze stortplaatsen per e-mail van 25 mei 2023 heeft vastgesteld dat geen sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 6.2c) daarom niet van toepassing is en dit dus onnodig gemaakte kosten betreffen.
4.116. De kantonrechter kan, gelet op het gevoerde verweer dat de kosten dubbel zijn opgevoerd, vooralsnog niet vaststellen of deze kosten schade betreffen die voor vergoeding in aanmerking komen en wijst deze vordering daarom vooralsnog af.
 € 17.901,00
€ 17.901,00 aan toepassen dubbele voetplaat MV-panelen (vuilspots unit 3+4)
4.117. Recycling Tiel betwist deze kosten, omdat niet duidelijk is om wat voor werkzaamheden het gaat en waarom de kosten daarvan voor haar rekening moeten komen. Daarnaast is onbekend welke kosten Montea c.s. daadwerkelijk heeft gemaakt.
4.118. De kantonrechter kan, gelet op het gevoerde verweer, vooralsnog niet vaststellen of deze kosten schade betreffen die voor vergoeding in aanmerking komen en wijst deze daarom vooralsnog af.
 € 6.815,64
€ 6.815,64 aan kosten sanering vuilstort unit 3 en 4
4.119. Recycling Tiel betwist de relevantie van de door Montea c.s. ter onderbouwing van deze vordering in het geding gebrachte offerte, omdat zij meent dat dit bedrag niet wordt gevorderd. Verder voert zij aan dat onbekend is welke kosten Montea c.s. daadwerkelijk heeft gemaakt.
4.120. De kantonrechter wijst deze kosten toe, omdat ze door Recycling Tiel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.
 € 63.154,80
€ 63.154,80 aan Olie-sanering Intergamma en € 30.301,97 aan Olie-sanering kosten [bedrijf 5]
4.121. Recycling Tiel betwist dat deze kosten voor haar rekening dienen te komen. Het betreft een toevallige vondst die voor rekening van Montea c.s. dient te blijven. Het betreft daarmee immers geen opleveringsgebrek. Recycling Tiel heeft in 2019 een verkennend bodemonderzoek verricht, waarbij naast de olieverontreiniging is geboord en deze niet is opgemerkt. Daarnaast valt niet uit te sluiten dat de verontreiniging is ontstaan tijdens de bouwwerkzaamheden, bijvoorbeeld door een brandstoflekkage of een gesprongen hydrauliek slang.
4.122. De kantonrechter kan, gelet op het gevoerde verweer, vooralsnog niet vaststellen of deze kosten schade betreffen die voor vergoeding in aanmerking komen en wijst deze daarom vooralsnog af.
 € 237.740,00
€ 237.740,00 aan afvoeren en storten stortmateriaal (tijdelijk opgeslagen in Hardmaasgebouw )
4.123. Recycling Tiel betwist de hoogte van de vordering, omdat uitsluitend offertes zijn overgelegd en het gevorderde bedrag nergens terug te vinden is. Zij meent verder dat uit de bijgevoegde correspondentie en de beschikking van Rijkswaterstaat niet valt af te leiden waarom deze kosten voor haar rekening dienen te komen.
4.124. De kantonrechter is van oordeel dat Recycling Tiel de vordering van Montea c.s. daarmee onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Uit de beschikking van Rijkswaterstaat valt immers af te leiden dat het gaat om stortmateriaal dat is vrijgekomen bij graafwerkzaamheden op het Intergamma-terrein. Omdat Recycling Tiel dit terrein bouwrijp diende op te leveren, had hierop geen stortmateriaal meer aanwezig dienen te zijn. Nu uit de overgelegde offerte een hoger bedrag volgt en de hoogte van het gevorderde bedrag voor het overige niet wordt betwist, wordt dit toegewezen.
 € 110.857,17
€ 110.857,17 aan bodemsanering watergang
4.125. Recycling Tiel betwist dat deze kosten zien op schade wegens opleveringsgebreken. De opdrachtbon en opdrachtbevestiging zien op de realisatie van de Glasweg, terwijl de realisatie van de Glasweg geen onderdeel van de opleveringsverplichting van Recycling Tiel was.
4.126. De kantonrechter is van oordeel dat, nu uit de ter onderbouwing van de vordering overgelegde opdrachtbevestiging, opdrachtbon en factuur niet blijkt op welke werkzaamheden deze factuur precies zien, hieruit niet opgemaakt kan worden dat deze betrekking hebben op schade wegens opleveringsgebreken. Montea c.s. heeft haar schade daarom op dit moment niet, althans onvoldoende onderbouwd, zodat deze vordering vooralsnog wordt afgewezen.
 € 1.200.000,00
€ 1.200.000,00 aan saneringen en restant bouwrijp maken nog niet gereed, aanbesteding loopt
4.127. Recycling Tiel betwist de hoogte van het gevorderde bedrag. Montea c.s. heeft ter onderbouwing een e-mailbericht overgelegd waarin een factuurbedrag van € 206.414,40 wordt genoemd; waar het verschil van bijna € 1.000.000,00 vandaan komt is onduidelijk.
4.128. De kantonrechter is van oordeel dat, nu uit het ter onderbouwing van de vordering overgelegde ontgravings- en saneringsplan van [bedrijf 6] van 29 januari 2025 geen enkele indicatie van de hoogte van de schade valt op te maken, Montea c.s. haar schade op dit moment niet, althans onvoldoende, heeft onderbouwd, zodat deze vordering vooralsnog wordt afgewezen.
conclusie
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zullen in verband met de saneringskosten de volgende posten worden toegewezen; € 7.500,00 aan kostenopstelling [bedrijf 6] CS PvA bodemsanering, € 82.468,34 aan afvoer stortafval vanuit sanering DC Intergamma Tiel,
€ 6.815,64 aan kosten sanering vuilstort unit 3 en 4 en € 237.740,00 aan afvoeren en storten stortmateriaal (tijdelijk opgeslagen in Hardmaasgebouw ). De overige schadeposten zullen in de schadestaatprocedure aan de orde moeten worden gesteld.
Voorboren van alle funderingspalen en voorkomen vermenging van ecofiller met de onderliggende bodem
4.129. Montea c.s. vordert een bedrag van € 376.805,00 en een bedrag van € 230.000,00. Zij heeft toegelicht dat deze kosten zien op het feit dat er vanwege de aanwezigheid van ecofiller op perceel Tiel Noord niet gestart kon worden met een standaard fundering. Dit is in strijd met artikel 11.4 sub b van de huurovereenkomst. Om vermenging van ecofiller met de bodem te voorkomen moest er eerst worden voorgeboord, de ecofiller moest worden uitgezogen, waarna schoon zand moest worden aangebracht. Daarna kon er pas geheid worden. Ook bleek dat ecofiller op veel plaatsen veel dieper lag dan aangegeven, wat aanzienlijke meerkosten met zich heeft meegebracht. Daarnaast moesten er aanvullende maatregelen worden genomen vanwege de aanwezigheid van stortplaatsen (in strijd met artikel 11.4 sub c van de huurovereenkomst) waar doorheen geheid moest worden en waarbij moest worden aangetoond dat zowel het stortmateriaal als de ecofiller niet verder de bodem in werd gebracht door het heien. Ter onderbouwing heeft Montea c.s. de offertes van 25 april 2024 van [bedrijf 5] Bouwbedrijf en een e-mailbericht van 20 juni 2024 van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen in het geding gebracht.
4.130. Recycling Tiel merkt in de eerste plaats op dat deze kosten niet worden gemaakt voor Tiel Zuid. Verder voert zij aan dat tussen partijen is overeengekomen dat Montea c.s. de aanwezige ecofiller zou overnemen en deze zou gebruiken bij de ontwikkeling van de distributiecentra. De ecofiller is volgens Recycling Tiel op instructie van Montea c.s. aangebracht. Als dat hogere kosten heeft meegebracht voor het voorboren van de heipalen, dan dienen deze kosten volgens Recycling Tiel voor rekening van Montea c.s. te blijven.
4.131. De kantonrechter stelt vast dat uit de toelichting van Montea c.s., alsmede de in het geding gebrachte offertes, volgt dat de vordering niet ziet op Tiel Zuid. Het verweer van Recycling Tiel ziet voor het overige op haar aansprakelijkheid en niet op de schadevergoeding. Ten aanzien van de aansprakelijkheid is onder rov. 4.8 tot en met 4.11. en 4.13 reeds overwogen dat niet is komen vast te staan dat Montea c.s. de ecofiller heeft overgenomen of dat het risico voor het gebruik daarvan op haar is overgegaan. Nu de hoogte van deze kosten voor het overige niet (gemotiveerd) is betwist, worden deze vorderingen toegewezen.
Bodemonderzoeken
4.132. Montea c.s. vordert een bedrag van € 69.000,00 aan kosten voor bodemonderzoek. Zij heeft ter onderbouwing de opdrachtbevestiging van 28 februari 2024 en het rapport van [bedrijf 6] van 29 januari 2025 overgelegd (productie 57 onder 11A).
4.133. Recycling Tiel betwist dat zij aansprakelijk is voor deze kosten. Bij een dergelijk bouwproject is volgens haar het doen van bodemonderzoek volstrekt normaal, terwijl niet is aangegeven/toegelicht waarom zij deze onderzoeken zou moeten betalen. Het gevorderde bedrag blijkt bovendien niet uit het rapport. Recycling Tiel was op grond van artikel 11.4 lid c van de huurovereenkomst ook niet gehouden om bodemonderzoeken te verrichten. Desalniettemin heeft zij dat wel gedaan en zijn de rapporten van deze bodemonderzoeken ook gedeeld met het bevoegd gezag en Montea c.s. Er was dus ook geen noodzaak tot het verrichten van de betreffende onderzoeken, aldus Recycling Tiel.
4.134. Montea c.s. heeft haar vordering nader onderbouwd. Zij heeft toegelicht dat zij deze kosten heeft moeten maken, omdat gebleken was dat er sprake was/is van allerlei verontreinigingen in strijd met artikel 11.4 lid c van de huurovereenkomst. Op grond van dit artikel diende de grond bij oplevering opgeschoond te zijn en dienden er in/of op de grond geen bodem- en grondwatervervuiling en/of milieubelastende materialen aanwezig te zijn. Dat was echter wel het geval, waardoor zij ter vaststelling van de schade onderzoeken heeft moeten laten verrichten. De kantonrechter is van oordeel dat Montea c.s. daarmee voldoende heeft onderbouwd dat sprake is van redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, die, op grond van artikel 6:96 lid 2 onder Pro b BW, voor vergoeding in aanmerking komen. De hoogte van de geraamde onderzoekskosten blijkt bovendien uit de opdrachtbevestiging van 28 februari 2024. Nu de hoogte daarvan voor het overige niet (gemotiveerd) is betwist, wordt deze vordering toegewezen.
Vertraging omdat vergunningen moesten worden ingetrokken en de herplant niet geregeld is
4.135. Montea c.s. vordert een bedrag van € 11.446,47 aan kosten Civil Support / REDD.
Ter onderbouwing daarvan heeft zij een kostenoverzicht in het geding gebracht (productie 57 onder 12B). Montea c.s. stelt dat zij niet kan voldoen aan een haar door de Provincie opgelegde herplantplicht van 4,7 hectare aan bomen en 20 eiken vanwege de daar aanwezige ecofiller.
4.136. Recycling Tiel betwist dat zij deze kosten moet betalen en stelt dat deze ook helemaal niet zijn toegelicht. Recycling Tiel betwist ook het bedrag van € 9.871,47 in verband met de herplant. Die herplant is een discussie tussen Montea c.s. en De Kellen inzake de nakoming van een garantie uit de koopovereenkomst en heeft niets te maken met de huurovereenkomst. De daar aanwezige ecofiller heeft Montea c.s. van De Kellen overgenomen. Indien deze ecofiller een probleem veroorzaakt in verband met de herplantplicht, is dat volgens Recycling Tiel in de eerste plaats een probleem van
Montea c.s. zelf. Daarbij komt dat Montea c.s. de herplantplicht, waaraan zij nu gebonden lijkt te zijn, zelf op zich heeft genomen. Recycling Tiel verwijst in dit verband naar haar productie 98 tot en met 100. De Kellen heeft in de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, in de bodemprocedure over de bomenkap aangevoerd en toegelicht dat nooit sprake is geweest van een herplantplicht vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag daartoe. Als er dus op dit moment al sprake is van een herplantplicht, dan zijn de gevolgen daarvan voor rekening en risico van Montea c.s. zelf, aldus Recycling Tiel. Zij meent dat zij met genoemde producties heeft aangetoond dat zij voor de herplantplicht en de eventuele gevolgen daarvan niet aansprakelijk kan worden gehouden. Als Montea c.s. door de aanwezigheid van ecofiller niet kan voldoen aan een herplantplicht, is dat dus niet aan Recycling Tiel te wijten.
4.137. Gelet op de nog lopende bodemprocedure tussen Montea c.s. en De Kellen, kan thans nog niet kan worden vastgesteld of sprake is van een herplantplicht waarvoor Recycling Tiel mogelijk aansprakelijk kan worden gehouden omdat zij daar niet aan kan voldoen door de aanwezigheid van de ecofiller. Indien er geen sprake was van een herplantplicht, kan Recycling Tiel er immers niet voor aansprakelijk worden gehouden dat Montea c.s. deze verplichting op zich genomen heeft. Nu voor het overige onduidelijk is of, en zo ja, in hoeverre de vordering ziet op de herplant, kan deze vordering kan op dit moment (nog) niet worden toegewezen.
4.138. Montea c.s. vordert daarnaast een bedrag van € 6.502,00 aan Civil Support factuur meerwerken Reko. Ter onderbouwing heeft Montea c.s. een factuur van Civil Support in het geding gebracht met een specificatie van de werkzaamheden (productie 57 onder 12.C). Het betreft meerwerk ten behoeve extra ontwerpwerkzaamheden over de periode van week 40 tot en met 52 in verband met de aansturing en coördinatie en het opstellen van tekeningen en contracten en het ontwerpen in verband met het bouwrijp maken en ontgraven, vervoeren en verwerken van ecofiller, het verwijderen van de kabels en leidingen en verhardingen in het terrein ter plaatse van Tiel Midden en Tiel Zuid.
4.139. Recycling Tiel voert hiertegen aan dat het meerwerk slechts lijkt te bestaan uit het aanpassen van bouwtekeningen. De kantonrechter is van oordeel dat zij de vordering daarmee onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Blijkens de toelichting dienen deze aanpassingen immers plaats te vinden, nu Recycling Tiel het gehuurde niet bouwrijp heeft opgeleverd. De vordering wordt daarom in zoverre toegewezen.
Conclusie
4.140. De kantonrechter stelt vast dat een aantal posten reeds nu voor toewijzing in aanmerking komt. Daarvan zijn de volgende posten met facturen onderbouwd.
  • € 35.000,00 voor het verplaatsen van depots menggranulaat van het plot Intergamma naar Tiel Midden
  • € 2.715,00 voor het leveren en aanbrengen van (vleermuis)werende voorzieningen bij het Hardmaasgebouw
  • € 6.502,00 aan Civil Support factuur meerwerken Reko.
Deze posten zullen daarom (integraal) worden toegewezen.
4.141. Voor de overige posten geldt dat deze niet met facturen zijn onderbouwd, maar veelal met een offerte, inschrijfstaat, opdrachtbevestiging of e-mailbericht. Nu de definitieve hoogte van de schade daarmee niet vast staat, zullen deze vorderingen bij wijze van voorschot worden toegewezen. Het betreft de volgende posten:
  • € 2.219.834,66 aan meerkosten in verband met afgraven en afvoeren ecofiller en aankopen en plaatsen zand op Tiel Midden,
  • € 179.069,00 aan meerkosten in verband met het aanbrengen van een scheidingsdoek op Tiel Zuid,
  • € 180.000,00 voor het afvoeren van ecofiller naar Haps,
  • € 164.000,00 voor het afvoeren van ecofiller naar Oosterhout,
  • € 2.336,00 voor het inmeten van depots,
  • € 225.000,00 aan vaste sloopkosten Hardmaasgebouw ,
  • € 38.300,00 aan sloopkosten verrekenbaar Hardmaasgebouw ,
  • € 42.000,00 aan kosten voor de aanleg van de Glasweg in twee fases,
  • € 38.305,10 voor het opbreken van een deel van de puinfunderingen en het asfalt,
  • € 24.232,98 voor het verplaatsen van een depot ecofiller in verband met tracé Glasweg en kosten bestaande leidingen,
  • € 143.311,00 voor het dieper afgraven van de bodem, het afvoeren van ecofiller en het aanvullen met schoonzand op het Intergamma-terrein,
  • € 7.500,00 aan kostenopstelling [bedrijf 6] CS PvA bodemsanering,
€ 237.740,00 aan afvoeren en storten stortmateriaal,
  • € 606.805,00 (€ 376.805,00 + € 230.000,00) aan kosten voor het voorboren van alle funderingspalen om vermenging van ecofiller met de onderliggende bodem te voorkomen,
  • € 69.000,00 aan kosten voor bodemonderzoek.
In totaal zal daarom een bedrag van € 44.217,00 aan schadevergoeding toegewezen en een bedrag van € 4.266.717,72 wordt aan voorschot op de schadevergoeding toegewezen.
Verwijzing naar schadestaat
4.142. Montea c.s. vordert Recycling Tiel te veroordelen tot vergoeding van overige schade, nader op te maken bij staat.
4.143. Deze vordering kan volgens Recycling Tiel niet worden toegewezen. Volgens haar moet Montea c.s. haar vordering per eiseres preciseren, voordat er iets kan worden toegewezen. Montea c.s. zal volgens Recycling Tiel voorts aannemelijk moeten maken dat zij meer of andere schade heeft geleden dan zij al heeft gevorderd.
4.144. De kantonrechter is van oordeel dat de vordering tot schadevergoeding, voor zover zij hiervoor niet reeds definitief is toegewezen, naar de schadestaatprocedure verwezen kan worden en wijst de vordering in zoverre toe. Daartoe wordt het volgende overwogen.
De rechter kan een vordering tot schadevergoeding op voet van artikel 612 Rv Pro naar de schadestaatprocedure verwijzen indien (i) de grondslag van de aansprakelijkheid van de schuldenaar vaststaat, (ii) de mogelijkheid van schade aannemelijk is en, (iii) begroting van de schade in de hoofdprocedure niet mogelijk is. De hoofdprocedure dient er dus toe om de grondslag van de verplichting tot schadevergoeding vast te stellen. In de schadestaatprocedure kunnen slechts die schadeposten aan de orde komen die zijn veroorzaakt door de in de hoofdprocedure vastgestelde normschendig als grondslag voor de aansprakelijkheid. Die schadeposten hoeven niet al in de hoofdprocedure te zijn gesteld, zodat ook nieuwe schadeposten in de schadestaat opgenomen kunnen worden (artikel 615 Rv Pro) (HR 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1764).
Nu in het hiervoor overwogene is vastgesteld voor welke gebreken Recycling Tiel aansprakelijk is, de mogelijkheid van schade aannemelijk is en is vastgesteld in hoeverre begroting van de schade in de hoofdprocedure niet mogelijk is, kan de vordering tot schadevergoeding in zoverre worden verwezen naar de schadestaatprocedure.
Voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro
4.145. Montea c.s. vordert – voor de situatie dat de aansprakelijkheid van Recycling Tiel wordt vastgesteld en voor zover over de hoogte van de schade / de verschillende schadeposten nog geen uitspraak wordt gedaan – dat Recycling Tiel wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot van € 14.900.000,00. Volgens Montea c.s. is het te voorzien dat er nog lang geprocedeerd zal worden over de uiteindelijk vast te stellen schade, terwijl evident is dat in elk geval een groot deel van de schadeposten toewijsbaar is en niet valt in te zien dat Montea c.s. de schade gedurende lange tijd dient voor te financieren. Daar komt bij dat [naam 3] bezig is met de verkoop van zijn concern, zodat Montea belang heeft bij het ontvangen van een voorschot wegens het risico dat Recycling Tiel op termijn geen verhaal meer biedt.
4.146. Nu in deze procedure sprake is van een einduitspraak heeft Montea c.s. geen belang meer bij een voorlopige voorziening. Daar komt bij dat de hoogte van de schade, voor zover mogelijk, reeds in deze procedure (bij wijze van voorschot) is begroot en de zaak voor het overige wordt verwezen naar de schadestaatprocedure. De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Vordering ex artikel 843a Rv
4.147. Recycling Tiel vordert bij incident ex artikel 843a Rv om aan haar een afschrift van diverse stukken te verstrekken. In deze zaak is het recht van toepassing dat gold voor de inwerkingtreding op 1 januari 2025 van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Art. 843a lid 1 (oud) Rv bepaalt dat hij die daarbij rechtmatig belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel kan vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft.
a.
de bouwplanning en de gewijzigde bouwplanning(en) tussen Montea c.s. en haar aannemer waarnaar in de huurovereenkomst tussen Montea Tiel als verhuurder en Intergamma als huurder wordt verwezen;
4.148. Montea c.s. heeft Recycling Tiel op 8 oktober 2024 een concept (bouw)planning en een aangepaste (bouw)planning toegezonden. Volgens Montea c.s. betreffen dit alle bouwplanningen die er zijn. Recycling Tiel betwist dat. Dat er nog andere bouwplanningen zijn, heeft zij echter niet gemotiveerd onderbouwd en blijkt overigens ook nergens uit. Gelet op hetgeen in r.o. 4.38. is geoordeeld, heeft Recycling Tiel gelet op de aan artikel 22.10 van de algemene bepalingen gegeven uitleg ook geen belang bij deze stukken. Deze vordering wordt daarom afgewezen.
de bouwverslagen van de bouwvergaderingen waarin de gebeurtenissen die geleid hebben tot wijzigingen van de bouwplanning worden besproken;
4.149. Montea c.s. betwist dat er bouwverslagen van de bouwvergaderingen zijn, waarin de gebeurtenissen die hebben geleid tot wijzigingen van de bouwplanning worden besproken. Hoewel Recycling Tiel meent dat deze verslagen er wel moeten zijn, heeft zij niet gemotiveerd onderbouwd waaruit dit blijkt. Daar komt bij dat zij, gelet op hetgeen in r.o. 4.38. is geoordeeld, ook geen belang heeft bij deze stukken. De vordering wordt daarom afgewezen.
te bepalen dat Montea c.s. hoofdelijk een dwangsom verbeurt van € 10.000,00 voor elke dag dat niet volledig aan het gevorderde onder a. en b. zal zijn voldaan, met een maximum van €1.000.000,00;
4.150. Nu de vorderingen onder a. en b. worden afgewezen, deelt deze vordering datzelfde lot.
de met het bevoegd gezag getroffen regeling(en) zoals beschreven in de brief van6 februari 2025 en de bijlagen daarbij, inclusief de daarover gevoerde(e-mail)correspondentie;
4.151. Recycling Tiel heeft enkele e-mailberichten tussen Montea c.s. en het bevoegd gezag ontvangen, alsmede eerdere versies van de aan de (bouw)plannen ten grondslag liggende notities. Zij heeft echter van het bevoegd gezag diverse notities ontvangen, die Montea c.s. niet aan Recycling Tiel heeft verstrekt (productie 118 en 119 Recycling Tiel). Omdat er andere notities bestaan is het duidelijk dat er ook meer correspondentie over deze onderliggende notities bestaat. Montea c.s. heeft deze nog niet met haar gedeeld, aldus Recycling Tiel.
4.152. Montea c.s. heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de getroffen regelingen al op 6 februari 2025 aan Recycling Tiel zijn toegezonden. Er zijn een paar versies van die bouwmethode heen en weer gegaan. Montea c.s. voert aan dat ze die ook kan laten zien, maar dat er verder niets is. Het belang van Recycling Tiel tot het verkrijgen van de onderliggende stukken is gelegen in de omstandigheid dat daaruit mogelijk blijkt dat herstel ook op een goedkopere wijze plaats had kunnen vinden. Gelet op dit belang en de toezegging van Montea c.s. tijdens de mondelinge behandeling, zal deze vordering worden toegewezen ten aanzien van de over de desbetreffende regelingen gevoerde correspondentie. De regeling zelf heeft Recycling Tiel immers al.
de onderliggende notities, zowel van Montea c.s. als van door Montea c.s. ingeschakelde derden, en bouwplannen die in dat kader (als bedoeld onder d.) zijn gedeeld met het bevoegd gezag;
4.153. Volgens Montea c.s. is er geen sprake van onderliggende notities en bouwplannen (anders dan de eerdere versies van de bouwmethode zoals bedoeld onder 4.70.). Uit het enkele feit dat Recycling Tiel kennelijk notities van het bevoegd gezag heeft ontvangen die zij niet van Montea c.s. had ontvangen, valt nog niet op te maken dat er nog meer notities zijn. Dat dat het geval is, is onvoldoende onderbouwd en blijkt nergens uit. Deze vordering wordt daarom afgewezen.
de notulen c.q. verslagen van de (bouw)vergaderingen waarin de in de brief van6 februari 2025 omschreven plannen aan de orde zijn geweest;
4.154. Montea c.s. heeft betwist dat dergelijke notulen / verslagen bestaan. Omdat de bouw op Tiel Zuid en Tiel Midden nog niet is gestart, hebben volgens Montea c.s. nog geen bouwvergaderingen plaatsgevonden.
Recycling Tiel betwist dit aangezien Montea c.s. wel stelt dat de bouwplannen zijn gewijzigd naar aanleiding van met het bevoegd gezag getroffen regelingen. Het is evident dat deze wijziging consequenties heeft voor de rechtsverhoudingen met opdrachtnemers (de onderaannemers) van Montea c.s. Dat Montea c.s. hierover niet gesproken heeft en niets heeft vastgelegd, is volgens Recycling Tiel ongeloofwaardig.
4.155. De kantonrechter is van oordeel dat het feit dat de bouwplannen zijn gewijzigd nog niet maakt dat dat er sprake is van notulen of verslagen waarin dit is neergelegd. Het enkele feit dat Recycling Tiel het ongeloofwaardig acht dat deze er niet zijn, maakt dit niet anders. Nu niet is gebleken van het bestaan van de gevorderde stukken, wordt de vordering afgewezen.
gespreksverslagen en/of notulen van de met het bevoegd gezag in het kader als bedoeld onder d. gevoerde (telefoon)gesprekken;
4.156. Montea c.s. betwist dat dergelijke gespreksverslagen en/of notulen er zijn. Het bestaan hiervan is door Recycling Tiel niet, althans onvoldoende gemotiveerd, onderbouwd. De vordering wordt daarom afgewezen.
begrotingen en offertes (concept en definitief) van de door Montea c.s. gestelde kosten voor de realisatie van haar bouwplannen op Tiel Zuid alsmede op Tiel Midden zoals gesteld in de brief van 6 februari 2025;
4.157. Montea c.s. heeft aangevoerd dat Recycling Tiel reeds in het bezit is van de begrotingen en offertes, aangezien deze als productie 44 en 57 in het geding zijn gebracht. Gesteld noch gebleken is dat Montea c.s. over meer stukken beschikt, zodat deze vordering zal worden afgewezen.
i.
te bepalen dat gedaagden in het incident hoofdelijk een dwangsom verbeuren van
€ 10.000,00 voor elke dag dat niet volledig aan het gevorderde onder d., e., f., g., en h. zal zijn voldaan, met een maximum van € 1.000.000,00.
4.158. Nu alleen het gevorderde onder d. wordt toegewezen en Montea c.s. daarvan al tijdens de mondelinge behandeling heeft toegezegd deze te zullen verstrekken, ziet de kantonrechter geen aanleiding om een dwangsom op te leggen.
Proceskosten
4.159. Recycling Tiel wordt zowel in conventie als in het incident ex 843a Rv grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
4.160. De proceskosten van Montea c.s. in conventie worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
112,37
- griffierecht
1.409,00
- salaris gemachtigde
8.655,00
(5 punten × € 1.731,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
10.320,37
4.161. De proceskosten van Montea c.s. in het incident worden begroot op € 1.731,00 aan salaris voor de gemachtigde, waarbij rekening is gehouden met de verwevenheid met de vordering in conventie, reden waarom slechts 1 punt is toegekend.

5.De beslissing

De kantonrechter
in de hoofdzaak
5.1.
verklaart voor recht dat Recycling Tiel aansprakelijk is voor alle schade die het gevolg is van de opleveringsgebreken zoals vastgesteld in dit vonnis;
5.2.
veroordeelt Recycling Tiel om aan Montea te voldoen een bedrag van € 44.217,00 aan schadevergoeding en € 4.266.717,72 aan voorschot op de verdere schadevergoeding / voorlopig geraamde schade;
5.3.
veroordeelt Recycling Tiel om aan Montea te voldoen een bedrag van
€ 2.926.429,00 gelijk aan de huurpenningen en btw over de periode 2 april 2024 tot
1 juli 2025;
5.4.
veroordeelt Recycling Tiel tot vergoeding van overige schade aan Montea, voor zover deze het hiervoor onder 5.2. reeds toegewezen bedrag van totaal (€ 44.217,00 +
€ 4.266.717,72 =) € 4.310.934,72 te boven gaat, nader op te maken bij staat;
5.5.
veroordeelt Recycling Tiel in de proceskosten van € 10.320,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
in de voorlopige voorziening
5.6.
wijst de voorlopige voorziening af;
in het incident ex artikel 843a Rv
5.7.
veroordeelt Montea c.s. om aan Recycling Tiel een afschrift te verstrekken van de gevoerde (e-mail)correspondentie over de met het bevoegd gezag getroffen regelingen, als bedoeld in rechtsoverwegingen 4.151. en 4.152.;
5.8.
veroordeelt Recycling Tiel in de proceskosten van € 1.731,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
in de hoofdzaak, de voorlopige voorziening en het incident ex artikel 843a Rv
5.9.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.10.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Weerkamp - Beens en in het openbaar uitgesproken op
3 juni 2026.
918 / 693