Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
Ontwikkelingsmaatschappij Apeldoorn B.V.,
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [vergunninghouder] , uit [woonplaats] , vergunninghouder
[eiser 3] , uit [woonplaats] , eiser
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [vergunninghouder] , uit [woonplaats] , vergunninghouder
Inleiding
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Leeswijzer
Zaaknummer 25/2428
Artikel 1.5 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
Artikel 1.3 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
de verhuurder verhuurt de onzelfstandige woonruimte slechts aan degene die uiterlijk vijf dagen nadat hij de onzelfstandige woonruimte heeft betrokken, hiervan aangifte doet bij de gemeente Apeldoorn conform de Wet Basisregistratie Personen’. [6]
Wij toezichthouders hebben aan deze vijf personen om een verklaring gevraagd. Omdat niet alle aangetroffen personen Nederlands of Engels spraken, heeft 1 persoon ons het volgende in het Engels verklaard, namelijk: ‘‘Ik ben … en woon samen met de andere aanwezige personen in dit huis. Wij wonen hier allen voor onbepaalde tijd.’’
Daarnaast is er een controle ter plaatse uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat er 7 kamers gerealiseerd zijn en de situatie overeen komt met de vergunde situatie. Tevens bleek uit de controle dat er op dat moment 5 bewoners in het pand verbleven. Het college stelt vast dat er in principe van de aangevraagde vergunning uitgegaan dient te worden. Het college ziet geen aanleiding om redelijkerwijs aan te nemen dat het pand uitsluitend of mede zal worden gebruikt voor andere doeleinden dan wonen.
aantal te verhuren kamers: 7
Artikel 1.5 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
‘Het begrip GO geeft de op vloerniveau gemeten oppervlakte van een ruimte of een groep van ruimten (bijvoorbeeld een kantoorfunctie) aan, die geschikt is voor het beoogde gebruik van deze ruimte of groep van ruimten.
Op plattegrondtekening horend bij de vergunning staat een bruto vloeroppervlak (BVO) genoemd. Volgens de tekening bedraagt de begane grond 86,5 m², de eerste verdieping 67,4 m² en de tweede verdieping 28,5 m². Totaal is er volgens de tekening 182,4 m² BVO. Volgens artikel 1.5 lid 1 onder c van het Voorbereidingsbesluit moet de gebruiksoppervlakte (GO) in de woning per persoon groter dan 25 m² zijn, gemeten conform de NEN 2580.
- GO op de begane grond is 95,08 m² (9.6+0.1*4.17+2.55*9.6+4.79+4.048+0.1*3.42)
- GO op de eerste verdieping is 65,78 m² (4.17*3.59+2.72+3.15+2.55*3.59+2.72+3.15)
- GO op de tweede verdieping is 27,19 m² (5.012*2.782+5.012*2.644)
Inwerkingtreding en vervallen
Artikel 2. Specifieke beoordelingsregels kamerverhuur
Zaaknummer 25/2459
Tijdens de controle hebben wij de plattegronden behorende bij de omgevingsvergunning met kenmerk 22/67538 gebruikt. Hieruit bleek ons tijdens de controle in de woning dat de door ons aangetroffen situatie in de praktijk in overeenstemming is met hierboven genoemde plattegrond.
overwegende dat:
- bij de stadsdeelmanager, de politie alsmede het Team Woonoverlast geen overlast met betrekking tot het kamerverhuurpand is gemeld en derhalve positief staan tegenover de verlening;
- ons college er van uitgaat dat de omzetting tot kamerverhuur niet zal leiden tot een ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in het gebouw en in de omgeving van het gebouw.’
Aanvullende vergunningsvoorschriften
de verhuurder draagt zorg voor een huisreglement.’
De bewoners moeten het huishoudelijk reglement naleven. Vergunninghouder is verplicht om hierop toe te zien.” Voor het overige laat de rechtbank de rechtsgevolgen van de beslissing op bezwaar in stand.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de beslissing op bezwaar;
- verbindt het volgende voorschrift aan de omgevingsvergunning: “
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de beslissing op bezwaar voor zover deze is vernietigd;
- bepaalt dat voor het overige de rechtsgevolgen van de beslissing op bezwaar in stand blijven;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,- aan eiser [eiser 3] moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser [eiser 3] .
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 385,- aan eisers moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 2.335,- aan proceskosten aan eisers.