ECLI:NL:RBGEL:2026:5866

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
ARN 25/433
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 AWRArt. 30h AWRArt. 9 Invorderingswet 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen vermindering belastingrente ondanks vertraging boekenonderzoek door coronamaatregelen

Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag loonheffingen over 2019 en 2020, inclusief belastingrente en een verzuimboete. De inspecteur had het boekenonderzoek vanwege Covid-19-maatregelen meerdere malen uitgesteld, waardoor het onderzoek pas in april 2022 kon starten. Belanghebbende stelde dat over de periode van uitstel geen belastingrente in rekening mocht worden gebracht.

De rechtbank overwoog dat loonheffing een aangiftebelasting is waarbij de inhoudingsplichtige verantwoordelijk is voor tijdige en juiste aangifte. De vertraging door Covid-19 was niet aan belanghebbende of de inspecteur toe te rekenen, maar dit leidt niet tot het vervallen van belastingrente. Bovendien gold in een deel van de coronaperiode een verlaagd rentepercentage. Na aanvang van het onderzoek handelde de inspecteur voortvarend.

De rechtbank concludeerde dat de belastingrente terecht over de gehele periode is berekend en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak op bezwaar en de beschikking belastingrente blijven daarmee in stand. Belanghebbende krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de belastingrente over de gehele periode terecht is berekend.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/433

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 17 juli 2026

in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [vestigingsplaats] , belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Almelo, de inspecteur.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 13 december 2024.
De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het tijdvak dat loopt van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020 een naheffingsaanslag loonheffingen opgelegd van € 18.688. Gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslag heeft de inspecteur € 3.471 belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking) en een verzuimboete van € 1.868 opgelegd.
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de naheffingsaanslag, belastingrentebeschikking en verzuimboete gehandhaafd.
De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 8 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft namens belanghebbende deelgenomen: de gemachtigde, bijgestaan door [persoon 1] . Namens de inspecteur hebben deelgenomen: [persoon 2] en [persoon 3] .
De zaak is gezamenlijk en gelijktijdig behandeld met het beroep met het zaaknummer 25/1810.

Feiten

1. Bij brief van 2 maart 2020 heeft de inspecteur aangekondigd om op 25 maart 2020 een boekenonderzoek bij belanghebbende in te stellen naar, onder andere, de aanvaardbaarheid van de aangiften loonheffingen over de tijdvakken in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019.
2. Op 17 maart 2020 heeft de inspecteur voorgesteld om naar aanleiding van de ingestelde Covid-19 maatregelen de afspraak van 25 maart 2020 te annuleren en opnieuw in te plannen zodra de situatie dat weer toelaat.
3. Op 20 juli 2020 heeft de inspecteur belanghebbende gevraagd naar een geschikt moment om het boekenonderzoek te starten.
4. Op 21 juli 2021 heeft belanghebbende aangegeven dat vanaf half september 2021 het boekenonderzoek kan starten.
5. Op 9 september 2021 heeft de inspecteur, naar aanleiding van zijn e-mail van 22 juli 2021, twee datumvoorstellen aan belanghebbende gestuurd.
6. Op 22 oktober 2021 heeft belanghebbende gevraagd om de afspraak te verplaatsen. Op 25 oktober 2021 is in overleg de afspraak verplaatst naar 18 november 2021.
7. Op 16 november 2021 heeft de inspecteur meegedeeld de afspraak te annuleren in verband met het aanscherpen van de Covid- 19 maatregelen en voorgesteld om een nieuwe afspraak te maken zodra dit mogelijk is.
8. Op 13 januari 2022 heeft de inspecteur laten weten dat nog geen nieuwe afspraak gemaakt kan worden, omdat de coronamaatregelen zijn aangescherpt.
9. Op 1 maart 2022 heeft de inspecteur voorgesteld om op 16 maart 2022 een inleidend gesprek te voeren om de omvang van het boekenonderzoek vast te stellen. Belanghebbende heeft een dag later die afspraak bevestigd.
10. Op 16 maart 2022 heeft het inleidend gesprek plaatsgevonden en heeft de inspecteur aan belanghebbende gevraagd om informatie aan te leveren.
11. Bij brief van 18 maart 2022 heeft de inspecteur aan belanghebbende meegedeeld dat hij zijn eerder aangekondigde boekenonderzoek op 28 maart 2022 een vervolg wil geven. Hierin staat ook dat het boekenonderzoek zich, onder andere, richt op de aanvaardbaarheid van de aangiften loonheffingen over de tijdvakken van 4 mei 2018 tot en met 31 december 2020.
12. Op 20 april 2022 heeft de inspecteur aangegeven dat de jaarrekeningen van een andere concernvennootschap ontbreken in de aangeleverde stukken. Op 29 april 2022 heeft de inspecteur meegedeeld dat geen bankafschriften, bonnen en facturen zijn aangeleverd en belanghebbende verzocht om de ontbrekende stukken toe sturen.
13. In eerste instantie zou het boekenonderzoek op 25 maart 2022 starten. In verband met het overlijden van de schoonvader van de controleambtenaar heeft de inspecteur een nieuwe afspraak gepland. Uiteindelijk is het boekenonderzoek bij belanghebbende gestart op 26 april 2022. Hierbij is, onder andere, de aanvaardbaarheid van de aangiften loonheffingen over de tijdvakken in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020 onderzocht.
14. Op 6 mei 2022 heeft de inspecteur aan belanghebbende gevraagd naar de 'primaire handmatige vastlegging' van de kilometeradministratie van een bestelauto en verschillende personenauto's.
15. In overleg is naar aanleiding van de e-mail van de inspecteur van 4 juli 2022 besloten om medio augustus 2022 een tussenbespreking te houden.
16. Op 21 juli 2022 heeft de inspecteur twee data voorgesteld. Op 12 augustus 2022 heeft de gemachtigde aangegeven dat de voorgestelde data niet mogelijk zijn in verband met vakanties. De inspecteur heeft op 15 augustus 2022 twee nieuwe data voorgesteld. Op 14 september 2022 heeft de tussenbespreking ter zake van de boekenonderzoeken plaatsgevonden.
17. Op 16 september 2022 heeft de inspecteur aanvullende vragen gesteld en verzocht om die vragen uiterlijk 7 oktober 2022 te beantwoorden. Belanghebbende heeft om uitstel verzocht voor de beantwoording van deze vragen. De inspecteur heeft uitstel verleend tot 28 oktober 2022. Op 28 en 31 oktober 2022 heeft belanghebbende de vragen beantwoord en bijlagen meegestuurd.
18. Op 14 november 2022 heeft de inspecteur gevraagd ook de overlegde kilometerregistraties die door belanghebbende in PDF-vorm zijn aangeleverd, aan te leveren in Excel. De adviseur heeft op 14 december 2022 gereageerd dat geen Excel-bestanden worden overgelegd omdat de PDF-versie naar zijn mening alle relevante informatie weergeeft.
19. Op 25 januari 2023 heeft de inspecteur om informatie verzocht en gevraagd deze informatie voor 9 februari 2023 aan te leveren.
20. De inspecteur heeft op 8 maart 2023 aangegeven dat hij het boekenonderzoek wil afronden met een eindbespreking.
21. Op 2 mei 2023 heeft de inspecteur belanghebbende verzocht de gevraagde informatie over de kilometeradministratie in oorspronkelijke vorm uit te wisselen. Op 10 mei 2023 heeft de inspecteur een herinnering gestuurd.
22. Op 12 mei 2023 heeft de adviseur per e-mail aangegeven dat hij in verband met de meivakantie het verzoek niet eerder heeft gezien en contact gaat opnemen met belanghebbende.
23. Op 22 mei 2023 heeft de inspecteur geconstateerd dat de kilometeradministratie door belanghebbende niet in het gevraagde format is aangeleverd. Hij heeft voorgesteld om de onderdelen waar geen onzekerheden over zijn te bespreken op 26, 27 of 29 juni 2023.
24. Op 5 juni 2023 heeft de inspecteur een e-mail gestuurd waarin hij om een reactievoorstel vraagt. De adviseur heeft op 12 juni 2023 laten weten dat een bespreking op een van die data in verband met zijn vakantie niet mogelijk is en verzocht om de bespreking tussen half en eind juli 2023 te laten plaatsvinden. Op 12 juni 2023 heeft de inspecteur voorgesteld om de eindbespreking te houden op 26 of 27 juli 2023 en de adviseur erop gewezen dat de kilometerregistratie nog niet is aangeleverd in het oorspronkelijk format.
25. Op 7 juli 2023 heeft de inspecteur belanghebbende, onder verwijzing naar de mogelijkheid een informatiebeschikking uit te reiken, een laatste mogelijkheid gegeven om de gevraagde informatie te overleggen. Op 21 juli 2023 heeft belanghebbende de kilometerregistratie in het oorspronkelijke format overgelegd.
26. De eindbespreking heeft op 26 juli 2023 plaatsgevonden.
27. Belanghebbende heeft op 16 oktober 2023 gevraagd naar een statusupdate over het lopende boekenonderzoek. Diezelfde dag heeft de inspecteur gereageerd dat het conceptcontrolerapport naar verwachting half november 2023 wordt toegezonden.
28. Op 15 november 2023 heeft de inspecteur belanghebbende geïnformeerd dat het conceptcontrolerapport uiterlijk eind november 2023 wordt toegezonden. Op 4 december 2023 heeft de inspecteur het conceptcontrolerapport aan belanghebbende toegezonden. De inspecteur heeft belanghebbende verzocht uiterlijk eind december 2023 hierop te reageren.
29. De inspecteur heeft het verzoek om uitstel voor het geven van een reactie van 24 december 2023 toegewezen en uitstel verleend tot 31 januari 2024.
30. Op 31 januari 2024 heeft de adviseur op het conceptcontrolerapport gereageerd en de inspecteur gevraagd om een nadere toelichting op de onderbouwing van de gebreken in de kilometeradministratie die zijn opgenomen in dit rapport.
31. Op 12 februari 2024 heeft de inspecteur ter onderbouwing van voornoemde gebreken gegevens verstuurd.
32. De inspecteur heeft op 29 februari 2024 een herinnering aan de adviseur gestuurd, omdat de adviseur niet heeft gereageerd op het e-mailbericht van 12 februari 2024.
33. Op 11 maart 2024 heeft de inspecteur nogmaals een herinnering gestuurd. Diezelfde dag heeft de adviseur gereageerd dat hij de onderbouwing met belanghebbende zal bespreken.
34. Op 22 maart 2024 heeft de inspecteur wederom een herinnering gestuurd. De adviseur heeft op 25 maart 2024 gereageerd dat in verband met ziekte het overleg met belanghebbende een week is opgeschoven.
35. Op 2 april 2024 heeft de adviseur gereageerd op de onderbouwing van de gebreken in de kilometeradministratie. Ook heeft hij aangegeven de voorgenomen correctie ter zake van de bestelauto voor de belastingjaren 2017 en 2018 te betwisten. Op 14 april 2024 heeft hij desgevraagd bevestigd dat hij deze correctie voor de belastingjaren 2019 en 2020 niet betwist.
36. Op 18 april 2024 heeft de inspecteur een compromisvoorstel gedaan ter zake van de correctie privégebruik auto bij belanghebbende. Onderdeel van dit voorstel is de toezegging dat bij een akkoord de inspecteur ook zal afzien van de correctie privégebruik auto bij belanghebbende ter zake van het belastingjaar 2020.
37. Op 21 april 2024 heeft de adviseur aangegeven dat hij het compromisvoorstel zal bespreken met belanghebbende.
38. Op 25 april 2024 heeft de adviseur een vraag gesteld over de verwerking van het privégebruik auto, daarbij verwezen naar het Handboek Loonheffing en de inspecteur om zijn zienswijze hierop gevraagd.
39. Belanghebbende heeft op 30 april 2024 op het compromisvoorstel gereageerd met het verzoek om de zienswijze op het Handboek Loonheffing toe te sturen.
40. Op 3 mei 2024 heeft de inspecteur voornoemde zienswijze toegestuurd en de mogelijkheid geboden om de correcties als eindheffingsbestanddeel in aanmerking te nemen.
41. Op 15 mei 2024 heeft belanghebbende een tegenvoorstel gedaan. De inspecteur heeft op 16 mei 2024 laten weten dat en waarom dit tegenvoorstel niet akkoord is.
42. Op 26 en 27 mei 2024 hebben partijen gecorrespondeerd over de mogelijkheid van een compromis en de fiscale verwerkingswijze.
43. Op 4 juni 2024 heeft de adviseur ingestemd met het compromisvoorstel. Op diezelfde dag heeft de inspecteur de fiscale verwerkingswijze van de correcties bevestigd.
44. Met dagtekening 10 juli 2024 heeft de inspecteur de naheffingsaanslag loonheffingen opgelegd over de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020 met een te betalen bedrag van € 24.027, bestaande uit:
Naheffing loonheffingen 2019 en 2020
€ 18.688
Belastingrente
€ 3.471
Betaalverzuimboete
€ 1.868
Totaal 2019 en 2020
€ 24.027
45. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de beschikking belastingrente. De inspecteur heeft in zijn uitspraak op bezwaar de belastingrente gehandhaafd.

Beoordeling door de rechtbank

46. De rechtbank beoordeelt of de inspecteur over de juiste periode belastingrente in rekening heeft gebracht. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
47. Het beroep is ongegrond
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
48. Tussen partijen is uitsluitend de periode waarover de belastingrente is berekend in geschil.
49. Belanghebbende heeft zich op het standpunt gesteld dat over de periode dat het boekenonderzoek niet kon starten (van 2 maart 2020 tot 18 maart 2022) vanwege de uitbraak van het Covid-19 geen belastingrente in rekening mag worden gebracht. Als gevolg daarvan is de naheffingsaanslag namelijk veel later opgelegd en dat is niet aan haar te wijten.
50. De rechtbank overweegt als volgt. De loonheffing is een aangiftebelasting [1] . Dit betekent dat de inhoudingsplichtige verantwoordelijk is om het juiste bedrag aan verschuldigde belasting tijdig te betalen. Omdat niet naar de juiste bedragen aangifte is gedaan en als gevolg daarvan te weinig loonheffing is betaald, heeft de inspecteur onderhavige naheffingsaanslag opgelegd en daarbij belastingrente in rekening gebracht conform de daarvoor geldende wettelijke bepalingen. [2] De belastingrente had belanghebbende kunnen voorkomen door juist aangifte loonheffing te doen. Net zoals de lange duur door Covid-19 niet aan belanghebbende te wijten is, is dit ook niet aan de inspecteur te wijten. Gedurende die periode heeft de inspecteur geen algemeen beginsel van behoorlijk bestuur geschonden die ertoe leidt dat geen belastingrente over die periode in rekening mag worden gebracht. [3] Daarnaast gold in verband met de uitbraak van Covid-19 in de periode van 1 juni 2020 tot en met 30 september 2020 juist een verlaagd percentage belastingrente van 0,01%. [4] Ten slotte merkt de rechtbank nog op dat na de start van het boekenonderzoek de inspecteur voortvarend heeft gehandeld om dat onderzoek af te ronden en (uiteindelijk) de naheffingsaanslag op te leggen.
51. Uit het voorgaande volgt dat de belastingrente terecht over de gehele periode aan belanghebbende in rekening is gebracht.

Conclusie en gevolgen

52. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak op bezwaar en de beschikking belastingrente in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.L. Heldens, rechter, in aanwezigheid van mr. T.J.P. Wientjens, griffier.
Uitgesproken op 17 juli 2026.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
griffier
rechter

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 19 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
2.Artikel 30h, eerste en tweede lid, van de AWR en artikel 9, tweede lid, van de Invorderingswet 1990.
3.Vgl. Hoge Raad 28 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0764.
4.Staatsblad 2020, 195; Kamerstukken II 2019–2020, 35 457, nr. 3, p. 4.