ECLI:NL:RBGEL:2026:5879
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het betrekken van het vadersinkomen bij aanvullende beurs ondanks verstoorde ouderrelatie
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister om het inkomen van haar vader mee te nemen bij de vaststelling van haar aanvullende beurs. Zij stelt dat er geen wezenlijk contact is met haar vader en dat het inkomen van haar vader daarom buiten beschouwing moet worden gelaten.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 3.14 Wsf 2000 en het Besluit studiefinanciering 2000 een langdurig ernstig verstoorde verhouding moet worden aangetoond met een verklaring van een deskundige. Uit de stukken blijkt dat eiseres recentelijk geen contact had met haar vader, maar onvoldoende is vastgesteld dat dit contact sinds haar twaalfde jaar volledig is verbroken.
De rechtbank wijst erop dat het systeem van studiefinanciering uitgaat van ouderlijke bijdrage en dat loskoppeling een uitzondering is die strikt wordt toegepast. Omdat eiseres niet is verschenen op de zitting en geen deskundigenverklaring heeft overgelegd, wordt het beroep ongegrond verklaard. De aanvullende beurs blijft ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.