ECLI:NL:RBGEL:2026:5955

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
21 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
12034132 \ AZ VERZ 25-37
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:8 BWArt. 2:14 BWArt. 2:15 BWArt. 5:121 BWArt. 5:126 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vernietiging VvE-besluiten over reservefonds en MJOP-onderhoud

De zaak betreft een geschil tussen een appartementseigenaar en de Vereniging van Eigenaars (VvE) over besluiten genomen tijdens de Algemene Ledenvergadering (ALV) van 11 december 2025. De verzoeker vordert primair vernietiging van besluiten over het reservefonds 2026-2030 en het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor de lift en het onderhoudscontract met Schindler. Subsidiair verzoekt hij een vervangende machtiging voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden uit het MJOP.

De kantonrechter oordeelt dat het verzoek tot vernietiging niet toewijsbaar is. De besluiten zijn genomen binnen de beleidsvrijheid van de VvE en zijn niet in strijd met wet, statuten of de redelijkheid en billijkheid. Het MJOP is geen statisch document en kan worden aangepast op basis van technische adviezen en financiële overwegingen. De besluitvorming is zorgvuldig verlopen, met voldoende informatievoorziening en een ruime meerderheid voor de besluiten.

Het verzoek om vervangende machtiging wordt eveneens afgewezen omdat niet is gebleken dat de VvE zonder redelijke grond medewerking heeft geweigerd. De onderhoudswerkzaamheden zijn niet definitief geschrapt maar uitgesteld, en de noodzaak van direct onderhoud is onvoldoende onderbouwd. De verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Verzoek tot vernietiging van VvE-besluiten over reservefonds en MJOP-onderhoud en verzoek om vervangende machtiging worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Apeldoorn
Zaaknummer / rekestnummer: 12034132 \ AZ VERZ 25-37
Beschikking van 21 juli 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
procederend in persoon,
tegen
VERENIGING VAN EIGENAARS PARKFLAT " [naam] ",
te [plaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: mr. M.A. van der Lubbe.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties 1 t/m 8
- de aanvullende producties 9 en 10 van [verzoeker]
- het verweerschrift met producties 1 t/m 6
1.2.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 26 mei 2026. Verschenen zijn [verzoeker] en namens de VvE de heer [secretaris] (secretaris) en mevrouw [voorzitter] (voorzitter), bijgestaan door mr. Van der Lubbe. Als belanghebbenden zijn voorts verschenen de heer [belanghebbende 1] , mevrouw [belanghebbende 2] , mevrouw [belanghebbende 3] , mevrouw [belanghebbende 4] , mevrouw [belanghebbende 5] , mevrouw [belanghebbende 6] , mevrouw [belanghebbende 7] , de heer [belanghebbende 8] , mevrouw [belanghebbende 9] en mevrouw [belanghebbende 10] . Van hetgeen ter zitting is besproken is aantekening gemaakt door de griffier.
1.3.
De beschikking is aanvankelijk bepaald op 23 juni 2026 en na aanhouding uitgesproken op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Bij splitsingsakte van 29 december 2009 is het gebouwencomplex, plaatselijk bekend als [adres] [plaats] , gesplitst in 263 appartementsrechten. Ook is bij deze splitsingsakte een vereniging van eigenaars
opgericht en een modelreglement vastgesteld.
2.2.
[verzoeker] is eigenaar van een appartementsrecht dat onderdeel uitmaakt van het hiervoor onder 2.1 genoemde appartementencomplex en is van rechtswege lid van de VvE.
2.3.
In 2024 is door VvE Belang Service B.V. (hierna: VvE Belang) een meerjarenonderhoudsplan (hierna: MJOP) 2025-2029 opgesteld. Dit MJOP is op de Algemene Ledenvergadering (hierna: ALV) van 12 december 2024 ter stemming gebracht en akkoord bevonden.
2.4.
Bij brief van 25 november 2025 zijn de leden van de VvE uitgenodigd voor de ALV van 11 december 2025. Op de agenda voor deze ALV stonden (onder meer) de volgende punten geagendeerd:

5.Technische zaken:
a.
Bespreking van het meerjarenonderhoudsplan voor de liften en het nieuw meerjarenonderhoudscontract bij Schindler. (zie bijlage)
(…)
6.
6.Financiële zaken:
a.
Bespreking van de begroting 2026, het egalisatiefonds 2026-2030 en het garagefonds 2026-2030 met de toelichtingen van het bestuur hierop. (zie bijlagen)
(…)
9.
9.Stemronde:
(…)
Egalisatiefonds 2026-2030
(…)
d. MJOP lift en onderhoudscontract Schindler
2.5.
Op de ALV van 11 december 2025 is voor wat betreft agendapunt 9b (in de notulen van de ALV vermeld als 10b) met 78 stemmen voor gestemd en was er daarnaast sprake van 1 blanco stem en 1 ongeldige stem. Ten aanzien van agendapunt 9d (in de notulen van de ALV vermeld als 10d) is met 79 stemmen voor gestemd en 1 stem tegen.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoeker] verzoekt:
 primair om het op 11 december 2025 door de ALV van de VvE genomen besluit met betrekking tot het reservefonds en het niet uitvoeren/schrappen van
MJOP-werkzaamheden te vernietigen;
  • subsidiair om een vervangende machtiging te verlenen voor het uitvoeren van de in het MJOP 2025-2030 opgenomen onderhoudswerkzaamheden, met betaling uit het reservefonds van de VvE;
  • meer subsidiair om een zodanige beslissing te nemen als de kantonrechter in goede justitie passend acht, met veroordeling van de VvE in de proceskosten.
3.2.
Aan het verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. Het MJOP van VvE Belang vormt de grondslag voor zowel de onderhoudsplanning als de opbouw en aanwending van het reservefonds als bedoeld in artikel 5:126 BW Pro. In dit MJOP zijn voor de jaren 2025 en 2026 concrete onderhoudswerkzaamheden opgenomen, voorzien van prioritering en kostenramingen. Tijdens de ALV van 11 december 2025 heeft de VvE een besluit genomen, inhoudende dat meerdere in dit MJOP opgenomen werkzaamheden niet dan wel later worden uitgevoerd, welk besluit direct samenhangt met de besluitvorming omtrent het reservefonds. [verzoeker] heeft op de ALV tegen deze gang van zaken uitdrukkelijk bezwaar gemaakt en verzocht om aanhouding van de besluitvorming, maar dit aanhoudingsverzoek is door de voorzitter van de vergadering afgewezen.
3.3.
[verzoeker] verzoekt primair om vernietiging van het genomen besluit. Volgens [verzoeker] is namelijk sprake van strijd met de redelijkheid en billijkheid (artikel 2:8 BW Pro/artikel 2:15 lid 1 sub b BW Pro), strijd met de wet en de statuten (artikel 2:14 BW Pro en artikel 5:126 BW Pro) en van een ondeugdelijke afwijking van een vastgesteld uitvoeringsbesluit. Daartoe stelt [verzoeker] onder meer dat het besluit is genomen zonder deugdelijke technische of financiële onderbouwing, terwijl wordt afgeweken van een eerder door de ALV vastgesteld MJOP dat de wettelijke basis vormt voor het reservefonds.
3.4.
Subsidiair verzoekt [verzoeker] op grond van artikel 5:121 BW Pro juncto artikel 3:299 BW Pro om een vervangende machtiging. Omdat sprake is van noodzakelijk onderhoud dat rechtstreeks voortvloeit uit een vastgesteld onafhankelijk opgesteld MJOP en de VvE zonder deugdelijke grond weigert deze werkzaamheden uit te voeren, is volgens [verzoeker] sprake van een onredelijke weigering.
3.5.
De VvE verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, om [verzoeker] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken, dan wel deze verzoeken af te wijzen, met veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten.
3.6.
Daartoe stelt de VvE met betrekking tot de door [verzoeker] verzochte vernietiging van het besluit dat het (negatieve) besluit van de VvE om bepaalde onderhoudswerkzaamheden in 2025 en 2026 niet uit te voeren, geen rechtsgevolg heeft en er derhalve ook geen belang bestaat bij vernietiging daarvan. Daarnaast wijst de VvE op de grote beleidsvrijheid van een VvE en op de omstandigheid dat een MJOP een financieringsinstrument is en uitdrukkelijk niet is bedoeld als een verplichte tijdsplanning voor de VvE om op een exact moment onderhoud daadwerkelijk uit te voeren. Bovendien had de VvE goede redenen om bepaalde onderhoudswerkzaamheden – in het MJOP opgenomen in 2025 en 2026 – uit te stellen of anders uit te voeren en deze redenen zijn door haar ook uitgebreid toegelicht. Een grond voor vernietiging van het besluit is volgens de VvE dan ook niet aanwezig.
3.7.
Ten aanzien van het verzoek om een vervangende machtiging stelt de VvE dat door [verzoeker] nimmer is verzocht om bepaald onderhoud te mogen uitvoeren, zodat van een weigering van de kant van de VvE evenmin sprake is geweest. Daarnaast geldt dat door de VvE ook niet is geweigerd om onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, maar dat slechts is besloten om deze werkzaamheden op een ander moment of op andere wijze uit te voeren. Tot slot geldt dat de VvE meerdere redelijke gronden heeft voor de weigering van de verzochte toestemming.
3.8.
Op de (overige) stellingen en standpunten van partijen wordt, voor zover van belang, hierna in de beoordeling ingegaan.

4.De beoordeling

Kernvragen en uitkomst
4.1.
Kern van het geschil betreft de vraag of het verzoek van [verzoeker] tot vernietiging (dan wel nietigverklaring) van besluiten van de ALV van 11 december 2025 al dan niet toewijsbaar is. Ook is aan de orde of aan [verzoeker] een vervangende machtiging dient te worden verstrekt voor het verrichten van bepaalde onderhoudswerkzaamheden.
4.2.
De kantonrechter wijst de beide verzoeken van [verzoeker] af en veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten. Hierna wordt toegelicht hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.
Bevoegdheid kantonrechter
4.3.
[verzoeker] heeft zich in de onderhavige procedure ten aanzien van eenzelfde besluit zowel op de vernietigbaarheid als de nietigheid daarvan beroepen. Het beroep van [verzoeker] op strijd met de wet en de statuten (artikel 2:14 en Pro artikel 5:126 BW Pro) leidt, voor zover dit beroep slaagt en anders dan door [verzoeker] zelf is gesteld, namelijk tot nietigheid en niet tot vernietiging van een besluit.
4.4.
Op grond van artikel 5:130 BW Pro is de kantonrechter bevoegd te oordelen over een verzoek tot vernietiging van een VvE-besluit. Het is in beginsel de rechtbank die oordeelt over de nietigheid van besluiten. In zijn arrest van 10 juli 2020 ( ECLI:NL:HR:2020:1275) heeft de Hoge Raad echter overwogen dat in een verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter tot vernietiging van een besluit van een orgaan van de VvE op de voet van artikel 5:130 lid 1 BW Pro in verbinding met artikel 2:15 BW Pro tevens een beroep op de nietigheid van dat besluit aan de orde kan worden gesteld. De kantonrechter acht zich op basis hiervan dan ook bevoegd op het verzoek van [verzoeker] te beslissen.
Juridisch kader
4.5.
Ingevolge artikel 5:130 lid 1 BW Pro in samenhang met artikel 2:15 BW Pro kan een appartementseigenaar aan de kantonrechter verzoeken een besluit van een orgaan van de VvE te vernietigen. Artikel 2:15 lid 1 BW Pro bepaalt dat een besluit van een orgaan van een rechtspersoon vernietigbaar is (a) wegens strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen, (b) wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW Pro worden geëist of (c) wegens strijd met een reglement.
4.6.
Artikel 2:8 lid 1 BW Pro bepaalt dat een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zich als zodanig jegens elkaar moeten gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Een besluit is vernietigbaar indien het naar inhoud of totstandkoming in strijd is met de voornoemde gedragsregel. De toetsingsmaatstaf is of de vergadering van de VvE bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Het gaat daarbij om een marginale toetsing van het besluit.
4.7.
Op grond van artikel 2:15 lid 3 sub a BW Pro kan iemand die een redelijk belang heeft bij de naleving van de verplichting die niet is nagekomen, vernietiging vorderen. Van een redelijk belang zal in het algemeen slechts sprake zijn wanneer een belang van de eisende partij door de niet-naleving is geschaad. De eisende partij zal haar redelijk belang moeten stellen en bij betwisting aannemelijk moeten maken.
4.8.
Daarnaast bepaalt artikel 2:14 lid 1 BW Pro dat een besluit van een orgaan van een rechtspersoon, dat in strijd is met de wet of de statuten, nietig is tenzij uit de wet iets anders voortvloeit. Op grond van artikel 5:129 BW Pro wordt de akte van splitsing gelijkgesteld met de statuten.
4.9.
Op grond van artikel 5:121 BW Pro kan in alle gevallen waarin een appartementseigenaar voor het verrichten van een bepaalde handeling met betrekking tot (onder meer) gemeenschappelijke gedeelten medewerking of toestemming behoeft van één of meer andere appartementseigenaars, die medewerking of toestemming op verzoek worden vervangen door een machtiging van de kantonrechter. Die machtiging kan worden verleend, indien de medewerking of toestemming zonder redelijke grond wordt geweigerd of degene die haar moet geven zich niet verklaart.
4.10.
De bepaling is een bijzondere uitwerking van het beginsel van de redelijkheid en billijkheid dat de verhouding tussen de appartementseigenaars onderling en tussen de eigenaars en de VvE beheerst. Dit beginsel brengt met zich dat indien voor het verrichten van bepaalde handelingen de toestemming van mede-eigenaars nodig is, deze niet zonder redelijke grond kan worden geweigerd. Bij de vraag of zonder redelijke grond toestemming is geweigerd, zijn de omstandigheden van het geval van belang, zodat niet geheel kan worden voorbijgegaan aan de belangen van [verzoeker] . Dat betekent dat de belangen van [verzoeker] mede bepalen of sprake is van een weigering zonder redelijke grond. Dit staat echter niet gelijk aan een volledig open belangenafweging waarin de individuele wensen van [verzoeker] in alle opzichten even zwaar wegen als de belangen en motieven van de overige eigenaren. [1] De bewoordingen van artikel 5:121 BW Pro noch de wetsgeschiedenis van dat artikel wijzen op een marginale toetsing van het besluit van de VvE.
Ontvankelijkheid [verzoeker]
4.11.
Op grond van artikel 5:130 lid 2 BW Pro moet een verzoek tot vernietiging van een besluit van een orgaan van de VvE worden gedaan binnen een maand na de dag waarop de verzoeker van het besluit heeft kennisgenomen of heeft kunnen kennis nemen. De kantonrechter stelt vast dat het verzoekschrift op 30 december 2025 bij de kantonrechter is ingediend en het verzoek betrekking heeft op besluiten genomen op 11 december 2025. Het verzoek is zodoende tijdig, binnen een maand na de genomen besluiten, ingediend. [verzoeker] is in zoverre dan ook ontvankelijk in zijn verzoek.
4.12.
Bij verzoekschrift is door [verzoeker] verzocht om ‘
vernietiging van het besluit van de VvE met betrekking tot het reservefonds en het niet uitvoeren/schrappen van MJOP-werkzaamheden’. Ten aanzien van dit verzoek is door de VvE allereerst naar voren gebracht dat van een besluit in de zin van artikel 2:15 BW Pro dat voor vernietiging in aanmerking komt geen sprake is, omdat het door [verzoeker] genoemde besluit een negatief besluit betreft en geen rechtsgevolg heeft. Volgens de VvE is [verzoeker] om die reden dan ook niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
4.13.
Hoewel de kantonrechter met de VvE van oordeel is dat op basis van hetgeen in het verzoekschrift staat vermeld niet geheel duidelijk is van welk(e) besluit(en) [verzoeker] exact vernietiging verlangd, treft het voornoemde verweer van de VvE geen doel. Uit de door [verzoeker] overgelegde stukken en de door hem ter mondelinge behandeling nader gegeven toelichting maakt de kantonrechter namelijk op dat het verzoek van [verzoeker] zo moet worden begrepen dat hij in feite vernietiging dan wel nietig verklaring vraagt van de in de notulen van de ALV van 11 december 2025 genoemde besluiten onder 10b en 10d. Daarbij gaat het om het besluit ten aanzien van het reservefonds 2026-2030 en het besluit dat ziet op het MJOP lift en onderhoudscontract Schindler. De (verwerping van die) besluiten hebben rechtsgevolg en het verzoek tot vernietiging daarvan kan dan ook niet tot niet-ontvankelijkheid van [verzoeker] leiden.
4.14.
Voor wat betreft dit oordeel wordt er onder meer op gewezen dat door [verzoeker] ter zitting is benoemd dat zijn verzoek betreft de vernietiging van een positief genomen besluit op een reservefonds, de daarmee samenhangende onttrekkingen en de daaraan gekoppelde geplande werkzaamheden. Daarnaast is door [verzoeker] ter zitting aangegeven dat het hem gaat om de vernietiging van het besluit ten aanzien van het MJOP lift en het onderhoudscontract van Schindler, omdat dat besluit in zijn optiek niet zorgvuldig en correct is genomen. Ook uit de bijlagen 7, 8 en 9 bij verzoekschrift maakt de kantonrechter tot slot op dat [verzoeker] vernietiging vraagt van de besluiten zoals vermeld onder 10b en 10d van de notulen van de ALV van 11 december 2025.
Verzoek tot vernietiging besluit MJOP lift en onderhoudscontract Schindler
4.15.
[verzoeker] verzoekt het besluit MJOP lift en onderhoudscontract Schindler te vernietigen. Uit de stellingen van [verzoeker] begrijpt de kantonrechter dat [verzoeker] aan dit verzoek concreet ten grondslag legt dat het onderhoudscontract liften niet aan de leden is overgelegd en dat er onvoldoende informatie is verstrekt over het MJOP lift. Dit plan wijkt volgens [verzoeker] daarnaast af van het eerder vastgestelde MJOP van VvE Belang, zonder dat daarvoor een deugdelijke (technische en financiële) onderbouwing is gegeven. Op het verzoek van [verzoeker] om de besluitvorming aan te houden, is bovendien afwijzend gereageerd, aldus [verzoeker] .
4.16.
Op basis van hetgeen door partijen naar voren is gebracht ziet de kantonrechter geen reden voor vernietiging/nietig verklaring van het voornoemde besluit. Niet gebleken is namelijk dat er voor wat betreft dit besluit sprake is geweest van strijd met de redelijkheid en billijkheid dan wel met de wet en de statuten. Van een ondeugdelijke afwijking van een vastgesteld uitvoeringsbesluit, zoals door [verzoeker] ook nog is gesteld, is de kantonrechter evenmin gebleken. Het door [verzoeker] ten aanzien van dit besluit ingediende vernietigingsverzoek wordt dan ook afgewezen.
4.17.
Bij dit oordeel wordt vooropgesteld dat de VvE wettelijk verplicht is een reservefonds in stand te houden voor toekomstig onderhoud. Daarbij geldt een minimale jaarlijkse reservering voor het reservefonds. De hoogte van het reservefonds moet volgens de wet worden bepaald op basis van een MJOP of op basis van 0,5% van de herbouwwaarde van het gebouw (artikel 5:126 lid 1 en Pro 2 BW). Uit artikel 10 lid 1 en Pro 2 van de splitsingsakte volgt dat de VvE verplicht is een onderhoudsplan op te (laten) maken en dat er een reservefondsmoet worden gevormd ter voldoening van de kosten die zijn voorzien in het onderhoudsplan. In een MJOP staat - kort gezegd - welk onderhoud de komende jaren moet gebeuren en een indicatie van de kosten die bij dat geplande onderhoud komen kijken. Op grond van artikel 52 lid 2 van Pro de splitsingsakte kan het bestuur met machtiging van de vergadering van eigenaars ook onderhoudswerkzaamheden opdragen die niet op de vastgestelde begroting – en dus in het MJOP – voorkomen.
4.18.
Een MJOP is, zoals door de VvE al is aangevoerd, geen statisch document. Het betreft een plan dat regelmatig moet worden bijgewerkt. Wijzigingen zijn dus mogelijk, mits onderbouwd, en de VvE kan besluiten om onderhoud eerder, later of in delen uit te voeren. Dat ook het MJOP van VvE Belang geen vaststaand plan betreft, kan onder meer worden afgeleid uit de door VvE Belang zelf gegeven toelichting (productie 6 bij verweerschrift) en de omstandigheden dat dit plan enkel is opgesteld op basis van een visuele inspectie (waarbij niet alle elementen van het gebouw controleerbaar waren), de daarin opgenomen kosten indicatief zijn en er ook nog geen specifieke partijen voor de te verrichten werkzaamheden zijn aangewezen. Herziening van een eerder vastgesteld MJOP is dus in beginsel mogelijk.
4.19.
In het onderhavige geval is door de VvE aangevoerd dat zij goede redenen heeft gezien het MJOP van VvE Belang op bepaalde punten te wijzigen, om een MJOP lift op te stellen en om het onderhoudscontract Schindler aan te passen. Zo heeft zij onder andere benoemd dat in het MJOP van VvE Belang niet alle technische zaken waren opgenomen en dat zij er waarde aan hecht om advies te verkrijgen voor daadwerkelijk te plegen onderhoud van de technische commissie en van bepaalde onderhoudspartijen op hun specifieke vakgebied. Aan de hand van het door Schindler met betrekking tot de liftinstallatie gegeven advies is tot het opstellen van het MJOP lift en het onderhoudscontract Schindler gekomen. De aanpassing van het onderhoudscontract liften bracht bovendien een aanzienlijke kostenvermindering voor de VvE met zich.
4.20.
Gebleken is dat de VvE haar besluit heeft toegelicht aan de leden, zowel voorafgaand aan de ALV van 11 december 2025 als bijlage bij de agenda (bijlage 6 bij verzoekschrift) als op de ALV zelf. Ook is er voorafgaand aan de ALV een informatieavond gehouden waarop vragen konden worden gesteld alsmede een inloopspreekuur. De aanpassing van het MJOP voor wat betreft de liftinstallatie en het onderhoudscontract Schindler zijn vervolgens op de ALV in stemming gebracht en met 79 stemmen voor en 1 stem tegen aangenomen. Na afloop van de ALV is door de VvE bovendien nog een notitie aan haar leden rondgestuurd waarin zij een en ander nog nader heeft toegelicht.
4.21.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter niet gebleken dat de VvE, alle belangen bij het besluit afwegende, niet in redelijkheid en billijkheid tot dit besluit heeft kunnen komen. Weliswaar was het onderhoudscontract van Schindler - naar eigen zeggen van de VvE per abuis - niet voorafgaand aan de ALV aan de leden overgelegd, maar dit maakt op zichzelf nog niet dat door de VvE onzorgvuldig is gehandeld en zij in redelijkheid niet tot haar besluit heeft kunnen komen.
4.22.
Bij voornoemd oordeel acht de kantonrechter van belang dat de conditie van de liftinstallatie door VvE Belang tijdens haar inspectie als ‘goed’ is beoordeeld. Daarnaast is door de VvE benoemd dat de aanpassingen in het MJOP niet meebrengen dat bepaald onderhoud in het geheel niet meer zal worden uitgevoerd, maar slechts op een later moment. Door [verzoeker] is ook niet onderbouwd waarom direct onderhoud aan de liftinstallatie noodzakelijk is. Van belang is voorts dat hoewel door [verzoeker] op de ALV om aanhouding van het besluit is verzocht, niet is gebleken dat hij ten aanzien daarvan bijval van andere leden heeft gekregen en het besluit vervolgens met 79 stemmen voor en 1 stem tegen is aangenomen. Daarbij geldt bovendien dat door een van de belanghebbenden ( [belanghebbende 4] ) die ter mondelinge behandeling ook aanwezig was, uitdrukkelijk is bevestigd dat zij en ook andere leden van de VvE zich niet onvoldoende geïnformeerd achten en dat de besluitvorming zorgvuldig is verlopen. Strijd met de redelijkheid en billijkheid (artikel 2:8 BW Pro/ artikel 2:15 lid 1 sub b BW Pro) is hier volgens de kantonrechter dan ook niet aan de orde.
4.23.
Op basis van al hetgeen hiervoor is overwogen geldt daarnaast dat van het afwijken van het MJOP, zonder een inhoudelijke onderbouwing of nieuw ALV-besluit, zoals door [verzoeker] ook nog is gesteld, niet is gebleken, zodat van nietigheid van het besluit vanwege strijd met de wet en de statuten (artikel 2:14 BW Pro en artikel 5:126 BW Pro) ook geen sprake is. Ook de stelling van [verzoeker] , inhoudende dat sprake is van een ondeugdelijke afwijking van een vastgesteld uitvoeringsbesluit, treft hier om alle hiervoor genoemde redenen geen doel.
Verzoek tot vernietiging besluit reservefonds 2026-2030
4.24.
[verzoeker] verzoekt om het besluit reservefonds 2026-2030 te vernietigen. Daartoe heeft [verzoeker] gesteld dat er zowel in 2025 en 2026 werkzaamheden die in het goedgekeurde MJOP van VvE belang zijn opgenomen niet zijn uitgevoerd, dan wel niet worden meegenomen in de planning voor 2026. Dit terwijl een deugdelijke onderbouwing voor deze afwijking niet is gegeven. Een ander hangt volgens [verzoeker] direct samen met de besluitvorming omtrent het reservefonds. [verzoeker] heeft op de ALV verzocht om uitstel van de besluitvorming omtrent het reservefonds, maar dit verzoek is niet gehonoreerd.
4.25.
Op basis van hetgeen door partijen naar voren is gebracht ziet de kantonrechter geen reden voor vernietiging dan wel nietig verklaring van het besluit ten aanzien van het reservefonds 2026-2030. Niet gebleken is namelijk dat er voor wat betreft dit besluit sprake is geweest van strijd met de redelijkheid en billijkheid dan wel met de wet en de statuten. Van een ondeugdelijke afwijking van een vastgesteld uitvoeringsbesluit is de kantonrechter voorts evenmin gebleken. Het door [verzoeker] ingediende verzoek wordt dan ook afgewezen. Daarbij is het volgende in aanmerking genomen.
4.26.
Het besluit bestaat eruit dat door het bestuur is voorgesteld om in 2026 een bedrag van € 230.000,- toe te voegen aan het egalisatiefonds. Deze reservering is volgens de VvE gebaseerd op de begrote kosten in het MJOP. Het voornoemde voorstel is op de ALV van 11 december 2025 ter stemming gebracht en met 78 stemmen voor, 1 blanco stem en 1 ongeldige stem aangenomen. Dit betrof overeenkomstig het bepaalde in artikel 52 lid 5 van Pro de splitsingsakte een meerderheid van tenminste twee derde deel van de uitgebrachte stemmen.
4.27.
Zoals hiervoor onder 4.18 als is overwogen is een MJOP niet statisch. Daarbij komt dat de VvE ten aanzien van de wijzigingen ten opzichte van het MJOP van VvE Belang heeft toegelicht dat het MJOP VvE weliswaar leidraad en uitgangspunt vormde, maar dat zij goede redenen heeft gezien daarvan (voor wat betreft de jaren 2025 en 2026) op sommige punten af te wijken. In dit kader heeft zij erop gewezen dat zij er waarde aan hecht om de meningen van de technische commissie van de VvE en verschillende bedrijven over het MJOP te horen en zich door deze partijen te laten adviseren op hun specifieke vakgebied. Op basis van de gegeven adviezen is vervolgens gebleken dat het wenselijk was om onderdelen van het MJOP aan te passen of te verschuiven. Dit, omdat onder andere is vastgesteld dat bepaald onderhoud (nog) niet nodig was, omdat is geadviseerd bepaald onderhoud over meerdere jaren te spreiden, omdat een andere wijze van onderhoud is voorgesteld of omdat de VvE is gewezen op de onmogelijkheid van onderhoud op dat moment. Daarbij heeft de VvE er ook nog op gewezen dat niet alle technische zaken waren opgenomen in het MJOP van VvE Belang en dat het MJOP lift is toegevoegd.
4.28.
De VvE heeft verder nog benoemd dat zij in overleg met VvE Belang en ondersteund door het advies van diverse gespecialiseerde bedrijven in 2026 tracht tot een solide en toekomstbestendig integraal MJOP te komen. Deze wordt in 2026 nog aan de leden voorgelegd. Uit de toelichting bij het egalisatiefonds volgt daarnaast dat alleen over de uitgaven en de dekking ervan voor 2026 gestemd hoeft te worden, hetgeen dus ziet op het geplande onderhoud voor 2026.
4.29.
Uit de stellingen van de VvE en de door partijen overgelegde stukken volgt dat de VvE haar besluit omtrent de toevoeging aan het egalisatiefonds heeft toegelicht aan de leden, zowel voorafgaand aan de ALV van 11 december 2025 als bijlage bij de agenda
(bijlage 6 bij verzoekschrift en productie 4 bij verweerschrift) als op de ALV zelf. Ook is er voorafgaand aan de ALV een informatieavond gehouden waarop vragen konden worden gesteld alsmede een inloopspreekuur. De voorgestelde toevoeging aan het egalisatiefonds is vervolgens op de ALV in stemming gebracht en met 78 stemmen voor, 1 blanco stem en 1 ongeldige stem aangenomen. Na afloop van de ALV is door de VvE bovendien nog een notitie aan haar leden rondgestuurd waarin zij een en ander nog nader heeft toegelicht.
4.30.
Gelet op de door de VvE gegeven onderbouwing en de wijze waarop zij haar leden heeft geïnformeerd, is de kantonrechter van oordeel dat niet is gebleken dat de VvE niet in redelijkheid tot haar besluit heeft kunnen komen. Bij dit oordeel is van belang geacht dat de ten opzichte van het MJOP VvE Belang gewijzigde planning van onderhoudswerkzaamheden voor het jaar 2026 weliswaar niet separaat ter stemming is gebracht, maar dat daarmee door de leden door middel van de voorgestelde toevoeging aan het egalisatiefonds in ieder geval wel impliciet is ingestemd. Een andere planning van de werkzaamheden brengt daarnaast nog geen afstel van de werkzaamheden met zich. Niet gebleken is bovendien dat andere leden reden hebben gezien om de besluitvorming op dit punt aan te houden, dan wel dat zij zich net als [verzoeker] onvoldoende geïnformeerd hebben geacht. Strijd met de redelijkheid en billijkheid (artikel 2:8 BW Pro/ artikel 2:15 lid 1 sub b BW Pro) is hier volgens de kantonrechter dan ook niet aan de orde. Ook van nietigheid van het besluit vanwege strijd met de wet en de statuten (artikel 2:14 BW Pro en artikel 5:126 BW Pro) dan wel van een ondeugdelijke afwijking van een vastgesteld uitvoeringsbesluit is de kantonrechter niet gebleken.
Vervangende machtiging
4.31.
[verzoeker] heeft tot slot verzocht om een vervangende machtiging te verlenen voor het uitvoeren van de in het MJOP van VvE Belang opgenomen onderhoudswerkzaamheden, met betaling uit het reservefonds van de VvE. Daartoe heeft [verzoeker] gesteld dat de VvE zonder deugdelijke grond heeft geweigerd om deze werkzaamheden uit te voeren.
4.32.
Het voornoemde verzoek wordt afgewezen. Naast dat niet is gebleken dat [verzoeker] heeft verzocht om uitvoering van de in het MJOP van VvE Belang opgenomen onderhoudswerkzaamheden, zodat van een daadwerkelijke weigering van de VvE geen sprake is geweest, is ook niet gebleken van het zonder redelijke grond weigeren van medewerking of toestemming.
4.33.
Zoals onder meer onder 4.18 en 4.27 al is overwogen is het MJOP geen statisch document en heeft de VvE gegronde redenen gezien om van het MJOP van VvE belang af te wijken. Daarbij is voor wat betreft de te verrichten onderhoudswerkzaamheden vooral een andere tijdsplanning gemaakt en is niet zozeer besloten de onderhoudswerkzaamheden in het geheel niet meer te verrichten. Dat de volgens het MJOP van VvE belang in de jaren 2025 en 2026 geplande onderhoudswerkzaamheden direct noodzakelijk zijn en geen verder uitstel meer kunnen gebruiken is door [verzoeker] ook niet, althans onvoldoende, onderbouwd.
Proceskosten
4.34.
De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] omdat hij ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de kosten die hij aan de VvE moet betalen op € 576,- (2 punten x € 288,-) aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal
€ 720,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als de beschikking wordt betekend.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de verzoeken van [verzoeker] af;
5.2.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 576,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe en, indien niet binnen deze termijn aan de veroordeling is voldaan en de beschikking moet worden betekend, te vermeerderen met de kosten van betekening;
5.3.
verklaart deze beschikking wat de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026.
2108

Voetnoten

1.Hof Arnhem-Leeuwarden, 14 november 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:8783