Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[naam gedaagde in conventie 1] ,
2.
[naam gedaagde in conventie 2],
1.De procedure
2.De zaak in het kort
3.De beoordeling
24 juli 2025 nog de hele dag een bankgarantie kon stellen en medewerking kon verlenen aan levering. Dit betekent, gelet op artikel 11.1, dat [de eiser in conventie] pas op 25 juli 2025 in gebreke kon stellen en pas op 3 augustus 2025 kon ontbinden, aldus [de gedaagde in conventie]
wanneerin gebreke kan worden gesteld. Een redelijke uitleg van artikel 11.1 en 11.2 van de koopovereenkomst brengt mee dat dit ook kan wanneer vaststaat dat de koper zijn medewerking aan de uitvoering van de koopovereenkomst staakt.
€ 735.000,00 als de contant betaalde € 10.000,00 wordt meegeteld (zie hierna in overweging 3.25). Tijdens de zitting heeft [de eiser in conventie] verder verteld dat zijn schade bestaat uit dubbele kosten (makelaar, notaris, hypotheek) omdat de woning bijna een jaar langer op zijn naam stond en een tweede keer moest worden verkocht. Over de omvang van deze kosten heeft [de eiser in conventie] echter niets gesteld. De rechtbank gaat er daarom, gelet op het soort kosten en de periode waarin deze kosten zouden zijn gemaakt, van uit dat de extra kosten ruimschoots zijn gecompenseerd door de extra verkoopopbrengst.
€ 361,50 voor kosten deurwaardersexploten, € 331,00 voor griffierecht en € 653,00 voor salaris advocaat (1 punt x € 653,00), totaal € 1.345,50.
€ 725.000,00 is opgenomen. Op basis hiervan staat vast dat de contante betaling onderdeel was van de afspraken die partijen hebben gemaakt over de koop van de woning. De koopovereenkomst is ontbonden door [de eiser in conventie] en dan volgt uit de wet dat [de gedaagde in conventie] zijn geld terugkrijgt. [9] Wat partijen verder hebben aangevoerd in dit kader behoeft daarom geen bespreking. De vordering van [de gedaagde in conventie] zal in zoverre worden toegewezen.
4.De beslissing
22 juli 2026.