ECLI:NL:RBGEL:2026:5965
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen bedrijfsruimte voor pedicurepraktijk in inpandige berging, aanslag zuiveringsheffing vernietigd
Belanghebbende, een medisch pedicure, exploiteert haar praktijk in een inpandige berging van haar woonhuis die beschikt over een eigen voordeur, wasmachineaansluiting en wastafel, maar geen toilet. De heffingsambtenaar legde haar een aanslag zuiveringsheffing op voor één vervuilingseenheid, welke het bezwaar ongegrond verklaarde.
De rechtbank beoordeelt of de ruimte als bedrijfsruimte in de zin van de Verordening zuiveringsheffing Waterschap Rivierenland 2025 kan worden aangemerkt. Volgens de Verordening moet een bedrijfsruimte een naar zijn aard en inrichting als afzonderlijk geheel te beschouwen ruimte zijn, met voldoende zelfstandigheid, waarbij de gebruiker niet meer dan bijkomstig afhankelijk mag zijn van buiten de ruimte aanwezige voorzieningen.
De rechtbank stelt vast dat het ontbreken van een toilet essentieel is, omdat de pedicurepraktijk drie dagen per week cliënten ontvangt en een toiletvoorziening noodzakelijk is voor zowel belanghebbende als cliënten. Hierdoor is de ruimte meer dan bijkomstig afhankelijk van buiten de ruimte aanwezige voorzieningen en bezit zij onvoldoende zelfstandigheid.
De rechtbank concludeert dat de ruimte geen bedrijfsruimte is in de zin van de Verordening en de Waterschapswet, waardoor de aanslag onterecht is opgelegd. Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar en de aanslag worden vernietigd, en de heffingsambtenaar wordt verplicht het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: De aanslag zuiveringsheffing wordt vernietigd omdat de inpandige berging onvoldoende zelfstandigheid bezit om als bedrijfsruimte te gelden.