ECLI:NL:RBGEL:2026:5996

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
AWB-25_866
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens gebrek aan procesbelang bij ziekengeldbesluit UWV

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarbij haar ex-werkgever niet langer administratief gekoppeld is aan haar ziekmelding en zij geen recht meer heeft op ziekengeld per 1 december 2023. De rechtbank oordeelt dat eiseres geen voldoende procesbelang heeft bij het beroep, omdat zij van 1 december 2023 tot 27 maart 2025 ziekengeld heeft ontvangen en het beroep louter een formeel of principieel belang betreft.

Eiseres wilde dat de rechtbank beoordeelde of het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek had verricht naar haar ziekmelding en de naleving van re-integratieverplichtingen, maar dit werd als onvoldoende concreet belang beoordeeld. Ook haar verzoek om schadevergoeding wegens vermeende stress en onzekerheid werd afgewezen, omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij schade had geleden door het bestreden besluit.

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt de zaak niet inhoudelijk. Eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Gelderland te Arnhem op 23 juli 2026.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/866

uitspraak van de enkelvoudige kamer

in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Samenvatting

1. Eiseres heeft de rechtbank verzocht om te beoordelen of het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek heeft verricht naar de vraag of zij al dan niet ziek uit dienst is gegaan. Ook heeft eiseres de rechtbank verzocht het UWV te veroordelen tot vergoeding van de schade die zij heeft geleden als gevolg van het bestreden besluit.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk is. Daarnaast wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 13 februari 2024 is aan eiseres per 1 december 2023 ziekengeld op grond van de Ziektewet toegekend. De ex-werkgever van eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Met het bestreden besluit van 10 januari 2025 is het bezwaar van de ex-werkgever gegrond verklaard.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 2 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het (bestreden) besluit
3. Eiseres is op 5 juli 2023 uitgevallen wegens gezondheidsklachten voor het werk dat zij heeft verricht bij haar ex-werkgever (haar arbeid). De bedrijfsarts overweegt op 25 september 2023 dat re-integratie in het eigen werk geen haalbaar doel is voor het einde van de arbeidsovereenkomst op 1 december 2023. Eiseres is op 27 november 2023, drie dagen voor de beëindiging van haar arbeidsovereenkomst, door de bedrijfsarts hersteld geacht voor haar arbeid.
3.1.
Eiseres heeft op 1 december 2023 een uitkering op grond van de Werkloosheidswet aangevraagd. Met het besluit van 12 december 2023 is die aanvraag afgewezen, omdat eiseres niet beschikbaar is voor werk. Eiseres is volgens het UWV namelijk ziek.
3.2.
Met het besluit van 13 februari 2024 is aan eiseres per 1 december 2023 ziekengeld toegekend.
3.3.
Met het bestreden besluit is het bezwaar van de ex-werkgever gegrond verklaard. De ex-werkgever is niet meer administratief gekoppeld aan de ziekmelding van eiseres. Eiseres heeft (namelijk) per 1 december 2023 geen recht op ziekengeld. Voor eiseres heeft de beslissing geen gevolgen. Het UWV herziet (namelijk) normaal gesproken geen uitkering met terugwerkende kracht. De huidige geschiktheid van eiseres voor haar werk moet nog worden vastgesteld. Eiseres wordt daarvoor opgeroepen.
3.
3.4.
Met het besluit van 26 maart 2025 is het ziekengeld van eiseres per 27 maart 2025 beëindigd, omdat zij volgens het UWV per die datum weer geschikt is voor haar arbeid.
Omvang van het geding
4. Na het instellen van het beroep tegen het bestreden besluit heeft het UWV, zoals gezegd, met het besluit van 26 maart 2025 het ziekengeld van eiseres per 27 maart 2025 beëindigd. Een (ambtshalve) vraag die aan de rechtbank voorligt is of onderhavig beroep mede ziet op het beëindigingsbesluit van 26 maart 2025. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep (namelijk) van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben. Of een besluit kan worden aangemerkt als een 6:19-besluit, wordt volgens de vaste lijn van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) bepaald door het antwoord op vraag of het nieuwe besluit blijft binnen de grondslag en de reikwijdte van het oorspronkelijke besluit dan wel dezelfde aanvraag. [1]
4.1.
De rechtbank is van oordeel dat het besluit van 26 maart 2025 niet op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb bij de beoordeling van onderhavige beroep kan worden betrokken. De rechtbank acht daarbij van belang dat het besluit van 13 februari 2024 een toekenning van ziekengeld betreft, naar aanleiding van de aanvraag van 31 januari 2024, terwijl het besluit van 26 maart 2025 de beëindiging van het ziekengeld betreft. Die beëindiging komt vanzelfsprekend niet voort uit een aanvraag van eiseres, laat staan uit de aanvraag van 31 januari 2024. Dit betekent dat de rechtbank zich in deze uitspraak uitsluitend uitlaat over het bestreden besluit.
Heeft eiseres procesbelang bij een oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit?
5. Volgens vaste rechtspraak van de CRvB is sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van voldoende procesbelang. Als sprake is van een reeds verstreken periode, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode. [2]
5.1.
Eiseres heeft tijdens de zitting uitdrukkelijk naar voren gebracht dat zij geen oordeel wil over de vraag hoe haar gezondheid was per 1 december 2023. Het gaat haar niet om ziekengeld. Zij verzoekt de rechtbank om te beoordelen of het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek heeft verricht naar de vraag of zij al dan niet ziek uit dienst is gegaan en of het UWV voldoende erop toe heeft gezien dat de wettelijke re-integratie-verplichtingen werden nagekomen. De rechtbank stelt vast dat hetgeen eiseres heeft aangevoerd slechts een formeel of principieel belang betreft. Een dergelijke uitspraak heeft geen ‘feitelijke’ betekenis voor eiseres. De rechtbank acht daarbij van belang eiseres van 1 december 2023 tot en met 27 maart 2025 ziekengeld heeft ontvangen.
5.2.
Verder heeft eiseres de rechtbank verzocht het UWV te veroordelen tot vergoeding van schade die zij heeft geleden als gevolg van het bestreden besluit. Eiseres heeft naar voren gebracht dat zij lang in onzekerheid en stress heeft gezeten door het bestreden besluit.
5.3.
Volgens vaste rechtspraak van de CRvB kan aan een verzoek om schadevergoeding slechts een procesbelang worden ontleend als de stelling dat schade is geleden als gevolg van de bestuurlijke besluitvorming niet op voorhand onaannemelijk is. [3] In het geval van eiseres is niet aan dit criterium voldaan. Dat eiseres schade heeft geleden door de beslissing, dat de ex-werkgever niet meer administratief gekoppeld is aan de ziekmelding van eiseres, heeft zij niet geconcretiseerd. De rechtbank acht daarnaast van belang dat eiseres van 1 december 2023 tot 27 maart 2025 ziekengeld heeft ontvangen. Daarom wordt op voorhand onaannemelijk geacht dat eiseres als gevolg van het bestreden besluit schade heeft geleden.
5.4.
Uit het voorgaande volgt dat eiseres in deze zaak geen procesbelang heeft.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is niet-ontvankelijk wegens een gebrek aan procesbelang. De rechtbank beoordeelt de zaak niet inhoudelijk. Dit neemt met zich mee dat eiseres het griffierecht niet terugkrijgt. Ook krijgt zij daarom geen vergoeding voor haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas, rechter, in aanwezigheid van mr. C.G.A.J. van der Wielen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 9 oktober 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1951.
2.Uitspraak van de CRvB van 15 januari 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:101, r.o. 4.1.
3.Zie noot 2, r.o. 4.3.