De zaak betreft beroepen van appellant tegen besluiten van het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek over verrekening van een nabetaling bijstand, afwijzing van bijzondere bijstand voor reiskosten en lokale heffingen, en schending van het hoorrecht.
De Raad constateert dat het dagelijks bestuur onzorgvuldig heeft gehandeld door korte reactietermijnen te hanteren en onvoldoende communicatie met de gemachtigde van appellant over een hoorzitting, wat in strijd is met de zorgvuldigheidseisen. Dit gebrek wordt echter gepasseerd omdat appellant niet is benadeeld. Verder is vastgesteld dat het college geen belangenafweging heeft gemaakt bij de bevoegdheid tot verrekening, wat eveneens een gebrek vormt dat kan worden gepasseerd omdat de verrekening de schuld van appellant heeft verminderd.
De verzoeken om bijzondere bijstand zijn afgewezen op grond van het beleid en de toepasselijke regelgeving, waarbij het BPB als voorliggende voorziening geldt voor reiskosten en de aanvraag voor lokale heffingen niet tijdig was ingediend. Deze besluiten worden door de Raad bevestigd.
Tot slot is vastgesteld dat de totale procedure langer dan vier jaar heeft geduurd, wat leidt tot een schadevergoeding van €1.500,- aan appellant wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het dagelijks bestuur wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De bestreden besluiten blijven in stand.