Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Stichting Jeugdbescherming Gelderland(de GI),
1.Het verloop van de procedure
- de volmacht van de GI aan het LET van 20 november 2025;
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 26 november 2025;
- het verweerschrift van de vader met bijlagen 1 t/m 14, ontvangen op 2 januari 2026;
- het addendum op het verweerschrift van de vader, ontvangen op 2 januari 2026;
- het bericht van mr. Nentjes van 6 januari 2026 met als bijlage het proces-verbaal van de zitting van 1 juli 2025.
7 januari 2026 hierover een gesprek gevoerd met de rechtbank via videobellen. Tijdens de zitting heeft de rechtbank samengevat wat de kinderen hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2.De feiten
3.De verzoeken
11 januari 2026; althans
- toewijzing van de verlenging van de ondertoezichtstelling voor maximaal 6 maanden onder aanhouding van het resterend deel van het verzoek;
- toewijzing van de verzochte verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot maximaal 3 maanden;
- vaststelling van een zorgregeling op grond van artikel 1:377a BW gedurende de uithuisplaatsing van de kinderen die inhoudt dat de kinderen iedere week van vrijdagmiddag tot zondagavond bij vader verblijven;
- vaststelling van concrete herstel- en terugplaatsingsdoelen;
- benoeming van een onafhankelijke deskundige ex artikel 810a lid 2 Rv ter beoordeling van de:
4.De beoordeling
artikel 1:1 lid 1 sub b van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) als het gaat om de uitvoering van bepaalde wettelijke taken, te weten:
19 november 2025 door het LET zijn gedaan. Het LET heeft een schriftelijke ‘volmacht en mandaat’ overgelegd van 20 november 2025 waaruit blijkt dat de GI de uitvoering van de ondertoezichtstelling van de kinderen heeft opgedragen aan het LET met als startdatum
28 oktober 2024. Daarin machtigt de GI het LET bovendien expliciet (in de zin van artikel 3:60 BW Pro) om in rechte namens haar op te treden in civiele procedures en wordt het LET gemandateerd om bestuursrechtelijke besluiten namens de GI te nemen. Daarnaast blijkt uit de stukken dat de GI het LET ook in een schriftelijke volmacht van 6 maart 2025 al heeft gemachtigd om haar in rechte te vertegenwoordigen ter zake de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen met betrekking tot [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Los van het feit dat een volmacht vormvrij is en het LET dus ook mondeling of stilzwijgend of op een andere manier kan zijn gemachtigd door de GI [2] (bijvoorbeeld door het sluiten van een uitvoeringsovereenkomst of een doorlopende machtiging, zoals het LET op zitting heeft toegelicht), blijkt uit deze schriftelijke volmachten zonder meer dat het LET bevoegd was tot het indienen van de onderhavige verzoeken en tot het vertegenwoordigen van de GI op zitting. Een mandaat, voor zover dat al zou ontbreken vóór 20 november 2025, is naar het oordeel van de rechtbank daarbij niet vereist voor het indienen van schriftelijke (proces)stukken (op 19 november 2025) door het LET. De GI wordt namelijk alleen als bestuursorgaan aangemerkt met betrekking tot de hiervoor onder 4.2. genoemde wettelijke taken en daar valt het voeren van gerechtelijke procedures niet onder. Het LET was dan ook bevoegd tot het doen van deze verzoeken en het vertegenwoordigen van de GI op zitting.
5.De beslissing
[naam minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] en
[naam minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] ,
J.L.F. van den Tooren, rechters, in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026 in aanwezigheid van de griffier en op schrift gesteld op 26 januari 2026.
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.