ECLI:NL:RVS:2023:3391
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid bestuursrechter over weigering gemachtigde door gecertificeerde instelling
De rechtbank Noord-Nederland stelde op 15 juli 2019 de dochter van appellante onder toezicht. Stichting Samen Veilig Midden-Nederland (SAVE) voert deze ondertoezichtstelling uit als gecertificeerde instelling. Op 7 februari 2021 machtigde appellante haar moeder om namens haar te communiceren met SAVE, maar SAVE weigerde deze gemachtigde vanwege een negatief effect op de hulpverlening. SAVE stelde dat dit verzoek niet viel onder de vijf taken waarvoor zij met openbaar gezag is bekleed, zodat geen bezwaar openstond.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep van appellante tegen deze weigering, omdat het besluit niet viel onder de bestuursrechterlijke bevoegdheid op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellante stelde dat SAVE wel een bestuursorgaan is en dat artikel 2:2 Awb Pro van toepassing is, waardoor de bestuursrechter wel bevoegd zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat SAVE slechts voor vijf specifieke taken met openbaar gezag is bekleed, zoals bepaald in het Autorisatiebesluit van 9 juli 2015. De weigering van de gemachtigde viel niet onder deze taken, zodat SAVE niet als bestuursorgaan handelde en de brieven van 8 maart en 12 mei 2021 geen besluiten in de zin van de Awb zijn. Daarom is de rechtbank terecht onbevoegd verklaard en is het hoger beroep ongegrond verklaard.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van de gronden. SAVE hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de rechtbank terecht onbevoegd is verklaard en verklaart het hoger beroep ongegrond.