ECLI:NL:RBGEL:2026:953

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
AWB-23_2328
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswettenArt. 9 Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswettenWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging WIA-uitkering wegens gewijzigde arbeidsongeschiktheid bevestigd

Eiseres betwistte de beëindiging van haar WIA-uitkering per 29 mei 2023 door het UWV, stellende dat zij meer arbeidsbeperkingen heeft dan vastgesteld en dat de geduide functies niet passend zijn. De rechtbank oordeelt dat de belastbaarheid van eiseres op de datum in geding door verzekeringsartsen bezwaar en beroep overtuigend is gemotiveerd en dat de geduide functies passend zijn.

De rechtbank behandelt het procesverloop, waarbij het beroep op 16 oktober 2025 is behandeld, het onderzoek is heropend en nadere motivering is gevraagd over de actualiteit van functies en indexering van het maatmanloon. De medische gegevens zijn niet aan de werkgever verstrekt vanwege privacy.

De feiten tonen dat eiseres sinds 2016 diverse beoordelingen heeft ondergaan, waarbij haar arbeidsongeschiktheid is vastgesteld en herzien. De verzekeringsarts b&b concludeerde dat er sinds 2020 sprake is van verbetering, met name in zitduur, en dat de beperkingen adequaat zijn vastgesteld. De arbeidsdeskundige b&b duidde passende functies en het UWV beëindigde de uitkering op basis van deze bevindingen.

Eiseres voerde aan dat de beperkingen ernstiger zijn en dat functies niet actueel of passend zijn, en dat het maatmanloon onjuist is geïndexeerd. De rechtbank verwierp deze bezwaren, onder meer omdat de medische beperkingen objectief zijn vastgesteld, de actualiteit van functies niet doorslaggevend is voor het arbeidsongeschiktheidspercentage, en de indexering conform het Schattingsbesluit correct is toegepast.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering en wijst proceskosten en griffierecht af.

Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat het UWV de WIA-uitkering van eiseres terecht per 29 mei 2023 heeft beëindigd.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 23/2328

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. I.E. Mussche),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: T.I. Gerritsen).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Vilente uit Doorwerth (de werkgever)
(gemachtigde: [gemachtigde]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de uitkering van eiseres, op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), per 29 mei 2023 (de datum in geding). Eiseres is het niet eens met deze beëindiging. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de beëindiging van de WIA-uitkering van eiseres.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV de WIA-uitkering van eiseres terecht per datum in geding heeft beëindigd. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende vragen: is het beroep van eiseres ontvankelijk? (onder 7); is eiseres per datum in geding meer beperkt dat door het UWV is aangenomen? (onder 8); is de functie van beleidsambtenaar juridische zaken nog actueel op de datum in geding? (onder 9); is het maatmanloon correct geïndexeerd? (onder 10); zijn de geduide functies passend voor eiseres op de datum in geding? (onder 11). Aan het eind (onder 12) staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Bij besluit van 13 september 2022 heeft het UWV aan eiseres meegedeeld dat zij voor 37,01% arbeidsongeschikt wordt beschouwd. Haar mogelijkheden om te werken zijn gewijzigd, maar haar uitkering wijzigt niet. Met het bestreden besluit van 28 maart 2023 op de bezwaren van eiseres en van de werkgever heeft het UWV dat besluit herroepen en bepaald dat de WIA-uitkering van eiseres per datum in geding wordt beëindigd.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met verweerschriften. De werkgever heeft ook gereageerd op het beroep van eiseres.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 16 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, vergezeld door haar echtgenoot, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.
2.3.
Omdat naar het oordeel van de rechtbank het onderzoek niet volledig is geweest, heeft zij, met haar heropeningsbeslissing van 21 oktober 2025, het onderzoek heropend. Daarbij heeft de rechtbank het UWV in de gelegenheid gesteld om een nadere motivering te overleggen over de actualisatiedatum van één van de geduide functies en met betrekking tot de indexering van het maatmanloon van eiseres.
2.4.
Het UWV heeft met zijn brieven van 30 oktober 2025 en 28 november 2025 op de heropeningsbeslissing gereageerd. Eiseres heeft, door middel van de brief van 20 november 2025, op de reactie van het UWV gereageerd.
2.5.
Omdat geen van de partijen, nadat zij op die mogelijkheid zijn gewezen, heeft aangegeven op een nadere zitting gehoord te willen worden, heeft de rechtbank het onderzoek, met haar brieven van 20 januari 2026, gesloten.
2.6.
Eiseres heeft de rechtbank geen toestemming verleend voor het verstrekken van de medische gegevens aan de werkgever. In haar beslissingen van 30 juni 2023, 5 februari 2024, 20 februari 2024, 18 november 2024 en 10 februari 2025 heeft de rechtbank bepaald, dat kennisneming van de medische stukken niet wordt toegestaan aan de werkgever maar uitsluitend is voorbehouden aan [gemachtigde], de gemachtigde van de werkgever, die hiervoor bijzondere toestemming heeft. Daarom zal de rechtbank in deze uitspraak terughoudend zijn met het vermelden van medische gegevens.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiseres is op 1 juli 2009 in dienst getreden bij de werkgever als fysiotherapeut voor 31,78 uur per week. Zij was arbeidsongeschikt voor deze werkzaamheden wegens zwangerschapsklachten van 10 juni 2014 tot 28 september 2014. Van 28 september 2014 tot 18 januari 2015 heeft eiseres een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg (Wazo) ontvangen. Per 18 januari 2015 heeft eiseres zich weer ziekgemeld als gevolg van zwangerschapsklachten.
3.1.
Op 6 oktober 2016 heeft eiseres een aanvraag voor een WIA-uitkering ingediend bij het UWV. Naar aanleiding van deze aanvraag hebben onderzoeken plaatsgevonden door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige van het UWV. Uit deze onderzoeken wordt geconcludeerd dat eiseres per datum einde wachttijd, 25 september 2016, voor 100% arbeidsongeschikt moet worden beschouwd. Daarom is aan haar, bij besluit van 23 december 2016, vanaf 22 december 2016 een loongerelateerde WGA [1] -uitkering toegekend. Eiseres heeft recht op deze loongerelateerde uitkering tot 22 november 2017. De werkgever heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 23 december 2016. In bezwaar zijn er onderzoeken verricht door een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) en een arbeidsdeskundige b&b. Daarbij is geconcludeerd dat eiseres per 22 december 2016 voor 72,11% arbeidsongeschikt moet worden beschouwd. In tegenstelling tot de arbeidsdeskundige heeft de arbeidsdeskundige b&b wel passende functies kunnen duiden. Daarom is het bezwaar van de werkgever tegen het besluit van 23 december 2016, met het besluit van 31 mei 2017, gegrond verklaard. Per 22 november 2017 is eiseres in aanmerking gebracht voor een WGA-loonaanvullingsuitkering.
3.2.
Eiseres is per 1 mei 2017 in dienst getreden bij de gemeente Ede als medewerker kabinet gedurende 15,5 uur per week. Op 4 maart 2019 heeft eiseres zich ziekgemeld voor deze werkzaamheden als gevolg van een toename van de klachten waarvoor aan haar een WIA-uitkering is toegekend
.Tot en met 2 maart 2020 heeft eiseres van het UWV ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW), wegens zwangerschap en bevalling, ontvangen. Vanaf april 2020 is eiseres werkzaam bij de gemeente Ede in de functie van ondersteuner beleidsadviseur gedurende 14,02 uur per week.
3.3.
Op 21 juli 2020 wordt eiseres gezien door een verzekeringsarts van het UWV tijdens een spreekuur, naar aanleiding van een verzoek van de werkgever om een herbeoordeling van haar mate van arbeidsongeschiktheid in het kader van de Wet WIA. De verzekeringsarts concludeert daarbij dat de belemmeringen ongewijzigd zijn ten opzichte van de vorige WIA-beoordeling. Naar aanleiding van deze conclusies vindt arbeidsdeskundig onderzoek plaats. Op basis van het inkomen van eiseres bij de gemeente Ede, wordt zij voor 57,71% arbeidsongeschikt beschouwd. Bij besluit van 24 juli 2020 is door het UWV aan eiseres meegedeeld, dat zij vanaf 24 juli 2020 57,71% arbeidsongeschikt is. Haar WIA-uitkering verandert echter niet.
3.4.
Bij brief van haar gemachtigde van 3 juni 2022, heeft de werkgever het UWV verzocht om de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres opnieuw vast te stellen. Naar aanleiding van dit verzoek heeft het UWV een medisch en arbeidsdeskundig onderzoek verricht.
3.4.1.
Het medisch onderzoek is vastgelegd in de rapportage van een arts van het UWV, getoetst en akkoord bevonden door een verzekeringsarts, van 31 augustus 2022. De arts heeft dossierstudie verricht, eiseres gezien tijdens het spreekuur op 31 augustus 2022 en psychisch onderzoek verricht. Naar aanleiding van de onderzoeksbevindingen concludeert de arts, dat er ten opzichte van de vorige medische beoordeling geen verandering is opgetreden in de (fysieke) belastbaarheid van eiseres. Dit is conform de prognose die twee jaar eerder werd gesteld. Eiseres heeft nog dezelfde chronische lichamelijke beperkingen als gevolg van ziekte. Eiseres werkt nu twintig uur per week als beleidsmedewerker bij de gemeente Ede, verdeeld over drie dagen. Per 3 juni 2022 is zij belastbaar met haar huidige werkzaamheden of gangbare arbeid rekening houdend met beperkingen op het gebied van dynamische handelingen, statische houdingen en een urenbeperking van ongeveer acht uur per dag en ongeveer 40 uur per week, aldus de arts. Gezien het beloop van de afgelopen jaren en de eerdere constatering in 2020, dat verbetering van de mogelijkheden niet of nauwelijks is te verwachten, sluit de arts zich aan bij deze prognose. Vervolgens heeft de arts de belastbaarheid van eiseres per 3 juni 2022 vastgelegd in de (zogenoemde) functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 31 augustus 2022.
3.4.2.
Het arbeidsdeskundig onderzoek is vastgelegd in de rapportage van de arbeidsdeskundige van 12 september 2022. Op basis van de FML van 31 augustus 2022 concludeert de arbeidsdeskundige dat eiseres haar eigen werk van fysiotherapeut niet meer kan verrichten. Uitgaande van de inkomsten in haar huidige werkzaamheden, wordt eiseres voor 37,01% arbeidsongeschikt beschouwd. De arbeidsdeskundige acht deze werkzaamheden passend voor eiseres. Er zijn onvoldoende theoretische functies te duiden.
3.5.
Vervolgens heeft het UWV met het besluit van 13 september 2022 aan eiseres meegedeeld, dat zij 37,01% arbeidsongeschikt is. Haar WIA-uitkering verandert echter niet. Eiseres en de werkgever hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van 13 september 2022. In de bezwaarprocedure hebben onderzoeken door een verzekeringsarts b&b en een arbeidsdeskundige b&b plaatsgevonden.
3.5.1.
Het onderzoek door de verzekeringsarts b&b is vastgelegd in de rapportage van 22 maart 2023. De verzekeringsarts b&b heeft dossierstudie verricht en de hoorzitting op 1 maart 2023 bijgewoond. Op basis van zijn onderzoeksbevindingen concludeert de verzekeringsarts b&b dat het primaire oordeel niet onverkort gehandhaafd kan worden. De vastgestelde functionele beperkingen hebben geen volledig navolgbare relatie met de verzamelde gegevens. De FML van 31 augustus 2022 bevat beperkingen die nagenoeg ongewijzigd zijn gebleven, ten opzichte van de FML van 21 juli 2021 van de voorgaande beoordeling. Ten tijde van die eerdere beoordeling werkte eiseres in haar huidige werk in een omvang van veertien uur per week. Op de beoordelingsdatum, 3 juni 2022, werkte zij in datzelfde werk echter in een omvang tot twintig uur per week, met aantoonbaar een langere zitduur per dag, dan de gestelde beperkingen van vier uur zitten per dag (volgens de CBBS-definitie “verdeeld over de dag” en inclusief de mogelijkheid tot vertreden). Anders dan de primaire arts stelt, is de verzekeringsarts b&b op grond daarvan van oordeel dat er naar objectieve normen wel degelijk sprake is geweest, in de loop van de tijd sinds 2020, van verbetering in de aard en ernst van de medische problematiek
.In het verlengde daarvan acht de verzekeringsarts b&b de beperking op de duurbelasting zitten per dag niet langer medisch geïndiceerd. Voor de overige beperkingen zijn er volgens de verzekeringsarts b&b onvoldoende medische aanknopingspunten om deze ook te moeten herzien. Vervolgens heeft de verzekeringsarts b&b de belastbaarheid van eiseres per 3 juni 2022 vastgelegd in de FML van 22 maart 2023.
3.5.2.
Het onderzoek door de arbeidskundige b&b is vastgelegd in de rapportage van 27 maart 2023. Op basis van de FML van 22 maart 2023 concludeert de arbeidsdeskundige dat eiseres geschikt is voor de volgende functies: beleidsambtenaar ruimtelijke ordening, welzijn (sbc-code 765010), studie- en beroepskeuze adviseur, decaan (sbc-code 763080), beleidsambtenaar juridische zaken, sociale zaken (sbc-code 732010), administratief medewerker notaris, advocaat, rechtbank (sbc-code 532040) en productieplanner, werkvoorbereider (administratief) (sbc-code 513010). Met deze functies kan zij 80,78% verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij arbeidsongeschikt werd. Eiseres wordt daarom voor minder dan 35% arbeidsongeschikt beschouwd.
3.6.
Naar aanleiding van de bevindingen van de verzekeringsarts b&b en de arbeidsdeskundige b&b is het UWV overgegaan tot afgifte van het bestreden besluit, waarbij de WIA-uitkering van eiseres, na een uitlooptermijn van twee maanden en een dag, per datum in geding is beëindigd.
Wat vindt eiseres?
4. Eiseres is het niet eens met de beëindiging van haar WIA-uitkering en voert daartegen – samengevat – het volgende aan.
4.1.
Zij is meer beperkt dan door de verzekeringsarts b&b is aangenomen. Zonder medische onderbouwing heeft de verzekeringsarts b&b bepaald, dat er geen beperking meer geldt op ‘zitten’. Eveneens zonder medische onderbouwing heeft hij geconcludeerd, dat sprake is van verbetering in de aard en de ernst van de medische problematiek. In het verlengde daarvan zou een beperking op zitten niet langer zijn geïndiceerd. Eiseres heeft heel duidelijk haar beperkingen verwoord. Gelet op haar klachten en beperkingen is eiseres niet in staat de geduide functies te verrichten. Eiseres verwijst naar de medische informatie van haar behandelaars. Eiseres bestrijdt dat zij een langere zitduur dan vier uur per dag heeft. Dat zijn aannames en doet geen recht aan de feitelijke situatie en miskent hetgeen eiseres hierover zelf heeft aangegeven. Uit het hele dossier komt naar voren dat eiseres op wilskracht is teruggekomen in het arbeidsproces. Tevens volgt uit haar persoonlijke opmerkingen dat zij telkens doorgaat, ook al is dat vanuit medisch oogpunt niet juist voor eiseres. Ze overtreedt herhaaldelijk haar grenzen en moet dit op niet-werkdagen bekopen. Uit de FML geldig vanaf 3 juni 2022 (en vanaf eerdere data) volgt dat eiseres ongeveer een uur achtereen kan zitten.
4.2.
Eiseres voert verder aan dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen op de datum in geding voldoende actueel moeten zijn. Volgens artikel 9, onder a, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (het Schattingsbesluit) mogen de gegevens met betrekking tot een geduide functie niet ouder zijn dan 24 maanden. De functie Beleidsambtenaar juridische zaken (sbc-code 232010, functienummer 9011.9957.011) heeft als actualisatiedatum 15 mei 2020. De WIA-uitkering is per 29 mei 2023 beëindigd. Dit betekent dat de actualisatie meer dan 24 maanden geleden is uitgevoerd en dat deze functie niet geduid kan worden.
4.3.
Eiseres betoogt verder dat de arbeidsdeskundige b&b het maatmanloon ten onrechte niet heeft geïndexeerd naar de datum van de beoordeling in bezwaar. Dat is in strijd met artikel 8, tweede lid, van het Schattingsbesluit. Tot slot stelt eiseres zich op het standpunt dat het arbeidspatroon van de geduide functies niet passend is. In de geduide functies zijn functies opgenomen, waarin het gemiddelde arbeidspatroon acht uur per dag bedraagt. Voor eiseres gelden (nog steeds) de beperkingen van: maximaal één uur achter elkaar zitten; beperkingen in staan en lopen; afwisselingen van houding noodzakelijk; urenbeperking van ongeveer acht uur per dag. De functies met een arbeidspatroon van acht uur per dag zijn gezien deze beperkingen niet door eiseres uit te oefenen.
4.4.
In reactie op de heropeningsbeslissing van 21 oktober 2025 en de reactie van het UWV van 30 oktober 2025 heeft eiseres gepersisteerd bij haar standpunt.
Het verweer van het UWV
5. In het verweerschrift van 2 juni 2023 heeft het UWV verwezen naar de rapportages van de verzekeringsarts b&b van 6 januari 2025 en van de arbeidsdeskundige b&b van 24 januari 2025.
5.1.
De verzekeringsarts b&b stelt zich op het volgende standpunt naar aanleiding van de medische gronden en de overgelegde medische informatie. De medische gegevens waren al eerder bekend en uit deze gegevens vallen dan ook geen nieuwe medische feiten op te tekenen. Dat er chronische pijnklachten zijn die het functioneren van eiseres in negatieve zin beïnvloeden is echter inzichtelijk. Uit de medische gegevens valt op te maken dat eiseres sinds augustus 2023 een toename van klachten heeft ervaren. Daardoor ook uitval uit haar laatste werkzaamheden. Al met al is er volgens de verzekeringsarts b&b sprake van chronische klachten die aanleiding geven tot het stellen van beperkingen op fysiek terrein. Hij ziet gelet op de inhoud van de aangeleverde medische gegevens geen medische grond om dat oordeel over het zitten van de verzekeringsarts b&b aan te passen. Van belang is ook dat bij het item ‘zitten’ de aaneengesloten duur van het ‘zitten’ pas als onderbroken wordt beschouwd als er substantieel andere activiteiten worden ondernomen. Een persoon die even het zitten moet onderbreken door kortdurend te gaan staan of vertreden onderbreekt het ‘zitten’ daardoor niet. In de FML is aangegeven dat regelmatig afwisselen van houding noodzakelijk is. Met die aanvulling acht de verzekeringsarts b&b de belastbaarheid van eiseres ten aanzien van ‘zitten’ dan ook juist gesteld. Hij ziet ook geen aanleiding om de andere gestelde beperkingen verder aan te scherpen. De belastbaarheid zoals die is weergegeven in de FML van 22 maart 2023 is ook nog van toepassing te achten per de datum in geding. Eiseres heeft zich op 21 augustus 2023 opnieuw toegenomen beperkt gemeld, maar dat gegeven valt na de datum in geding en kan daarom niet betrokken worden bij de huidige beoordeling.
5.2.
De arbeidsdeskundige b&b stelt zich, naar aanleiding van de arbeidsdeskundige gronden, op het standpunt dat vanwege de bijzondere omstandigheden door Covid-19 de geldigheidsduur van de actualisatie van de functies per 1 juli 2021 is verlengd tot 48 maanden. Per 18 juni 2022 is deze geldigheidsduur 36 maanden. Deze bijzondere omstandigheid duurt tot 1 juli 2022. Daarom is de geldigheidsduur van de geduide functies nog steeds actueel. Als het maatmanloon zou worden gewijzigd met een ander indexcijfer vanwege een andere datum, is dat niet juist. Een andere hoogte van het maatmanloon is dan niet actueel op de datum raadpleging CBBS. De functies met een arbeidspatroon van acht uur per dag zijn, gezien de vastgestelde beperkingen, door eiseres uit te oefenen. De arbeidsdeskundige b&b verwijst hiervoor verder naar zijn rapportage van 27 maart 2023.
5.3.
In reactie op de heropeningsbeslissing van 21 oktober 2025 stelt het UWV zich bij brief van 30 oktober 2025 op het standpunt dat de functie van Beleidsambtenaar juridische zaken (sbc-code 232010) actueel was op de beoordelingsdatum. De beoordelingsdatum is 3 juni 2022. Dat de datum in geding is verschoven naar 29 mei 2023 doet daar niet aan af. Ook is de indexering van het maatmanloon juist.
Wat vindt de werkgever?
6. De werkgever heeft gereageerd op het beroep van eiseres. De werkgever vraagt zich af of het beroep van eiseres wel ontvankelijk is, omdat zij zelf geen bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 13 september 2022. De werkgever is het eens met het verweer van het UWV. Daaraan voegt de werkgever toe dat door eiseres geen nieuwe medische informatie is ingebracht, die aanleiding geeft tot het aannemen van een arbeidsbeperking ten aanzien van het ‘zitten’ in de FML. Hierdoor bestaat er volgens de werkgever geen medisch objectiveerbare reden om meer arbeidsbeperkingen aan te nemen.
Wat vindt de rechtbank?
Is het beroep van eiseres ontvankelijk?
7. De rechtbank is, in tegenstelling tot de werkgever, van oordeel dat het beroep van eiseres ontvankelijk is. Eiseres heeft op 14 oktober 2022 een brief naar het UWV gestuurd dat zij niet akkoord is met de verzekeringsgeneeskundige rapportage van 31 augustus 2022. Deze brief is door het UWV aangemerkt als bezwaarschrift (zie het verslag van de hoorzitting van 1 maart 2023). Eiseres heeft dus zelfstandig bezwaar gemaakt tegen het besluit van 13 september 2022. Het UWV heeft met het bestreden besluit vervolgens beslist op het bezwaar van eiseres. Het beroep van eiseres is daarom ontvankelijk.
Is eiseres per datum in geding meer beperkt dan door het UWV is aangenomen?
8. De rechtbank stelt voorop dat bij deze beoordeling de medische situatie van eiseres op de datum in geding het uitgangspunt is. De rechtbank is van oordeel dat dat de belastbaarheid van eiseres op de datum in geding in de rapporten van de verzekeringsartsen b&b op inhoudelijk overtuigende wijze is gemotiveerd. Hieronder wordt uitgelegd waarom dat zo is.
8.1.
De rechtbank is allereerst van oordeel dat de verzekeringsarts b&b in zijn rapportage van 22 maart 2023 voldoende inzichtelijk heeft gemotiveerd dat eiseres ten opzichte van de situatie ten tijde van de vorige FML uit 2020 meer uren per week werkt (van 14 uur naar 20 uur per week, verdeelt over drie dagen per week) en ook aantoonbaar een langere zitduur heeft dan ten tijde van de eerder gestelde beperkingen. De verzekeringsarts b&b heeft dan ook kunnen concluderen dat naar objectieve norm gemeten er sinds 2020 een verbetering is in de aard en ernst van de medische problematiek. Naar aanleiding van wat tijdens de zitting is besproken, begrijpt de rechtbank dat eiseres deze verbetering in de praktijk niet zo ervaart. De rechtbank heeft begrip voor de beleving van eiseres van haar klachten, maar het hebben van klachten betekent nog niet dat er ook (ernstigere) beperkingen voor arbeid moeten worden aangenomen in de FML. De beleving van klachten is volgens vaste rechtspraak namelijk niet beslissend bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen bij eiseres zijn vast te stellen. Alleen de medisch te objectiveren beperkingen zijn daarbij van belang. [2]
8.2.
Het geschil spitst zich met name toe op de vraag of de verzekeringsartsen b&b eiseres meer beperkt hebben moeten achten op het item 5.1 (‘zitten’). Eiseres is door de verzekeringsarts b&b met betrekking tot dit item licht beperkt (kan ongeveer één uur achtereen zitten) geacht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts b&b, met name in zijn rapportage van 6 januari 2025, voldoende inzichtelijk gemotiveerd, waarom hij eiseres op dit item niet verdergaand beperkt heeft geacht per datum in geding. De rechtbank kan de verzekeringsarts b&b volgen in zijn conclusie dat de in beroep overgelegde medische informatie daartoe geen aanleiding geeft. Verder verwijst de verzekeringsarts b&b terecht naar de toelichting op het beoordelingspunt 5.1 ‘zitten’ in de Basisinformatie CBBS. [3] Daaruit volgt dat de aaneengesloten duur pas als onderbroken wordt beschouwd, als er substantieel andere activiteiten worden ondernomen, waardoor recuperatie kan plaatsvinden. De rechtbank kan de verzekeringsarts b&b, mede gelet op de in het dossier aanwezige medische informatie, ook volgen in zijn oordeel dat met de aanvulling in de FML dat regelmatig afwisselen van houding noodzakelijk is, eiseres afdoende beperkt is geacht ten aanzien van het zitten. De rechtbank is verder van oordeel, dat de verzekeringsartsen b&b voldoende inzichtelijk hebben gemotiveerd waarom eiseres op andere items niet en/of verdergaand beperkt wordt geacht op de datum in geding. Terecht is daarbij door de verzekeringsarts b&b in zijn rapportage van 6 januari 2025 overwogen dat het feit dat eiseres zich per 21 augustus 2023 opnieuw toegenomen arbeidsongeschikt heeft gemeld, niet kan worden betrokken bij de beoordeling van haar mate van arbeidsongeschiktheid per datum in geding.
8.3.
Eiseres moet daarom op de datum in geding in staat worden geacht arbeid te verrichten die in overeenstemming is met de voor haar vastgestelde medische belastbaarheid, zoals verwoord in de FML van 22 maart 2023.
Is de functie van Beleidsambtenaar juridische zaken nog actueel op de datum in geding?
9. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat, wanneer de functie van Beleidsambtenaar juridische zaken, sociale zaken (sbc-code 732010), de derde van de voor de schatting gebruikte functies, zou komen te vervallen, er twee reservefuncties geduid zijn door de arbeidsdeskundige b&b (namelijk administratief medewerker notaris, advocaat, rechtbank (sbc-code 532040) en productieplanner, werkvoorbereider (administratief) (sbc-code 513010) die wel voldoende actueel zijn op de datum in geding. Ook is tussen partijen niet in geschil dat, wanneer één van deze reservefuncties bij het bepalen van de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres op de datum in geding, in de plaats komt van de functie van Beleidsambtenaar juridische zaken, sociale zaken, het mediane loon en daarmee het arbeidsongeschiktheidspercentage niet zullen wijzigen. De rechtbank is daarom van oordeel, dat de vraag of de functie van Beleidsambtenaar juridische zaken, sociale zaken op de datum in geding nog actueel is, geen beantwoording behoeft. De uitkomst van de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres op de datum in geding zal daardoor namelijk niet veranderen.
Is het maatmanloon correct geïndexeerd?
10. In artikel 8, tweede lid, van het Schattingsbesluit is bepaald, dat nadat een eerste beoordeling in verband met de vaststelling, bedoeld in artikel 5, heeft plaatsgevonden, bij een hernieuwde vaststelling, een heropening, een herleving of een herziening van de uitkering geen rekening gehouden wordt met na die eerste beoordeling opgetreden wijzigingen in het maatmaninkomen, met dien verstande dat bij de hernieuwde vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid het maatmaninkomen wordt aangepast aan de eerst-gepubliceerde cijfers van de index van de CAO-lonen per uur inclusief bijzondere beloningen, zoals dit uiterlijk ten tijde van het arbeidsdeskundig onderzoek door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt gepubliceerd.
10.1.
Uit de onder 3 tot en met 3.5.2 weergegeven feiten leidt de rechtbank het volgende af. De mate van arbeidsongeschiktheid en het maatmanloon van eiseres in het kader van de Wet WIA zijn voor het eerst vastgesteld per 25 september 2016. In juli 2020 heeft er een hernieuwde vaststelling daarvan plaatsgevonden naar aanleiding van een verzoek van de werkgever. Naar aanleiding van het onderhavige verzoek van de werkgever om een herbeoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres van 3 juni 2022 heeft de arbeidsdeskundige op 12 september 2022 de arbeidsongeschiktheid van eiseres opnieuw vastgesteld. Daarbij heeft hij, conform het bepaalde in artikel 8, tweede lid, van het Schattingsbesluit, het maatmanloon geïndexeerd naar de beoordelingsdatum van 3 juni 2022. Nadat de verzekeringsarts b&b op 22 maart 2023 in de bezwaarprocedure de belastbaarheid van eiseres per de datum in geding in een FML heeft vastgelegd, heeft de arbeidsdeskundige b&b in zijn rapportage van 27 maart 2023 een aantal voor eiseres passende functies geduid. Voor de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage is aangesloten bij het door de arbeidsdeskundige geïndexeerde maatmanloon.
10.2.
De vraag die, naar aanleiding van het voorgaande, moet worden beantwoord, is of de beoordeling in de bezwaarprocedure een ‘hernieuwde vaststelling, een heropening, een herleving of een herziening van de uitkering’ is, zoals bedoeld in het artikel 8, tweede lid, van het Schattingsbesluit. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. De rapportage van de arbeidsdeskundige b&b is opgesteld in het kader van een heroverweging van het besluit van 13 september 2022 in de bezwaarprocedure en is, naar het oordeel van de rechtbank, niet aan te merken als een hernieuwde vaststelling van de uitkering, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het Schattingsbesluit. Van een hernieuwde vaststelling van de WIA-uitkering van eiseres (ten opzichte van de vaststelling in de primaire beoordeling) is dan ook geen sprake. Weliswaar is er in de bezwaarfase sprake van een gewijzigde functieduiding en een nieuwe datum in geding (de intrekkingsdatum) en een gewijzigd arbeidsongeschiktheidspercentage, maar er is steeds uitgegaan van de beoordelingsdatum van 3 juni 2022. Daarom hoefde het UWV het maatmanloon niet te indexeren naar maart 2023. In dat verband verwijst de rechtbank naar de vaste rechtspraak van de CRvB waaruit volgt dat voor het standpunt dat het indexcijfer, zoals dit bekend was ten tijde van de beoordeling in bezwaar, in aanmerking zou moeten worden genomen, in de bewoordingen van artikel 8 van Pro het Schattingsbesluit geen aanknopingspunten zijn te vinden. [4] Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat uit de bespreking tijdens de zitting is gebleken dat niet in geschil is dat ook als het door eiseres gewenste indexcijfer wordt gebruikt de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% blijft.
Zijn de geduide functies passend voor eiseres op de datum in geding?
11. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat de geduide functies niet passend zijn bij haar belastbaarheid op de datum in geding. Dit standpunt heeft zij verder niet nader onderbouwd met (medische) stukken. Nu de rechtbank in 8.3. tot het oordeel is gekomen dat eiseres op de datum in geding belastbaar is conform de FML van 22 maart 2023 en niet is gebleken dat in de geduide functies deze belastbaarheid wordt overschreden, slaagt deze beroepsgrond niet. Verder heeft de arbeidsdeskundige b&b in zijn rapportage van 27 maart 2023 voldoende inzichtelijk gemotiveerd, waarom de geduide functies passend zijn bij de belastbaarheid van eiseres op de datum in geding.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het UWV terecht de WIA-uitkering van eiseres heeft beëindigd per de datum in geding. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Hollebrandse, rechter, in aanwezigheid van
mr. H. Peters, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 15 september 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3214.
3.Basisinformatie CBBS versie 6.0 (geldig vanaf 8 maart 2024), pagina 260.
4.Bijvoorbeeld de uitspraken van 17 februari 2012 (ECLI:NL:CRVB:2012:BV7960), 5 augustus 2020 (ECLI:NL:CRVB:2020:1738) en 19 mei 2021 (ECLI:NL:CRVB:2021:1198).