ECLI:NL:RBGRO:2000:AA6362
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit bijstand wegens gezinsbijstand
In deze bestuursrechtelijke zaak draait het om de terugvordering van een bedrag van fl. 21.779,59 aan onverschuldigd betaalde Algemene bijstandswet (Abw)-uitkering aan X, waarbij eiser hoofdelijk aansprakelijk werd gesteld. Verweerders stelden dat eiser en X vanaf 1 april 1997 een gezamenlijke huishouding voerden en dat het inkomen van eiser voldoende was om in de kosten van X te voorzien. Eiser betwistte dit en voerde aan dat het onderzoek onvolledig was en dat hij zijn verklaring onder druk had afgelegd.
De rechtbank oordeelde dat op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad en de gewijzigde wetgeving artikel 84, tweede lid, Abw, dat gelijkluidend is aan artikel 59a, tweede lid, Abw, alleen terugvordering mogelijk is als de bijstand niet als gezinsbijstand is verleend. Omdat vaststond dat aan X gezinsbijstand was verstrekt, was terugvordering van de bijstand van eiser niet mogelijk.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het terugvorderingsbesluit en het besluit tot herziening van de bijstandsuitkering, en veroordeelde verweerders tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten aan eiser. De gemeente Hoogezand-Sappemeer werd aangewezen als de partij die deze kosten moet betalen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd omdat de bijstand als gezinsbijstand is verleend.