ECLI:NL:RBGRO:2001:AB0237
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en inlichtingenplicht
Eiser ontving van 1 juli 1991 tot 1 juni 1999 bijstandsuitkeringen en werd door verweerders teruggevorderd wegens vermoedens van bijstandsfraude, gebaseerd op onderzoek waaruit een gezamenlijke huishouding met twee betrokkenen bleek en inkomsten uit handel en kost en inwoning.
De rechtbank oordeelt dat de herziening en terugvordering over de periode van 1 januari 1996 tot 1 juni 1999 terecht zijn, omdat voldoende gegevens aanwezig waren om het recht op uitkering te beoordelen. Voor de periode van 1 juli 1994 tot 1 januari 1996 is echter onvoldoende onderzoek gedaan naar het recht op aanvullende bijstand, waardoor de terugvordering op dat deel geen juiste grondslag heeft.
Verder stelt de rechtbank vast dat eiser en de betrokkenen aanspraak konden maken op gezinsbijstand volgens de norm voor gehuwden, en dat verweerders onjuist hebben aangenomen dat zij slechts aanspraak hadden op 100% van die norm. De terugvordering van teveel betaalde bijstand aan een van de betrokkenen over dezelfde periode is eveneens onterecht.
De passages over invorderingskosten in het besluit worden niet als zelfstandig besluit aangemerkt en zijn niet bestreden. De rechtbank wijst het beroep gedeeltelijk toe, vernietigt het besluit voor de periode 1 juli 1994 tot 1 januari 1996, bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed en veroordeelt verweerders in de proceskosten.
Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering over 1 juli 1994 tot 1 januari 1996 wordt vernietigd.