ECLI:NL:RBGRO:2001:AB1259
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering ligplaatsvergunning woonschip wegens onjuiste toepassing welstandseisen
Eiser, bewoner van een woonschip in het Aduarderdiep, vroeg een ligplaatsvergunning aan bij de gemeente Zuidhorn. Deze werd aanvankelijk voorlopig geweigerd vanwege de onderhoudstoestand van het schip. Na verbeteringen weigerde de gemeente definitief de vergunning op grond van artikel 6.3.d van de Woonschepenverordening, omdat het uiterlijk van het schip afbreuk zou doen aan het aanzien van de gemeente.
Eiser stelde dat deze verordening en de toepassing ervan onrechtmatig waren, onder meer omdat de gemeenteraad niet bevoegd zou zijn zulke regels te stellen en omdat de welstandstoetsing niet in overeenstemming was met de Woningwet en het bestemmingsplan. De rechtbank oordeelde dat de gemeenteraad wel bevoegd was op grond van artikel 149 Gemeentewet Pro regels te stellen ter bescherming van het aanzien van de gemeente, ook na het vervallen van de Wet op Woonwagens en Woonschepen.
De rechtbank stelde echter vast dat de door de gemeente gehanteerde criteria, vastgesteld op advies van Libau, niet overeenkwamen met de bedoeling van de gemeenteraad. De raad wilde excessen weren, terwijl de criteria veel verdergaande eisen stelden. Bovendien was de belangenafweging niet correct gemaakt, omdat de kosten voor eiser niet waren meegewogen. Daarom werd het besluit vernietigd en werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de ligplaatsvergunning wordt vernietigd.