ECLI:NL:RBGRO:2001:AB1353
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H.J. Lennaerts
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering horecavergunning door provincie Groningen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen besluiten van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen, die het beroep ongegrond verklaarden tegen weigeringen van horecavergunningen door Burgemeester en Wethouders van Winschoten. De vergunningaanvragen betroffen twee horecabedrijven aan verschillende adressen in Winschoten, aangevraagd door buitenlandse vennootschappen.
De rechtbank behandelde het beroep op 18 april 2001, waarbij eiser niet persoonlijk verscheen vanwege detentie. Zijn gemachtigde was wel aanwezig. De rechtbank oordeelde dat er geen absoluut recht op verschijning ter zitting bestaat en dat het ontbreken van toestemming voor aanwezigheid van eiser geen reden was voor uitstel.
Juridisch stelde de rechtbank vast dat het beroep was ingesteld door eiser, ondanks een kennelijke misslag in de naamgeving van de gemachtigde. De rechtbank concludeerde dat eiser niet tijdig zelf administratief beroep had ingesteld tegen de besluiten van Burgemeester en Wethouders, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is op grond van artikel 6:13 Awb Pro.
De rechtbank wees het beroep af en verklaarde het niet-ontvankelijk. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van horecavergunningen wordt niet-ontvankelijk verklaard.